31 mei 1917 donderdag Sint Niklaas

250 Duitschers maken tegenwoordig de brug van Temsche opdat de trein er over zou kunnen rijden.
Gansch deze maand hebben wij uitgelezen weder gehad; de oogst staat schoon; alles schijnt opperbest te zullen gelukken.

 zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 06-06-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 31-05-1917 geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

afbeelding  delcampe net (geen idee of het deze brug was)

 

Advertenties

29 mei 1917 dijnsdag.

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 06-06-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC

geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

No. 351. – 29. mei. 1911.
Verordening ***
betreffende den maalgraad.
In uitvoering van § 4 mijner Verordening van 8 juli 1916, betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kommissionen) {Wet en Verordeningsblad, bl. 2391/92) en in aanvulling mijner Verordening van 13 april 1917, betreffende de verhoging van den maalgraad {Wet en Verordeningsblad, hl, 3577) y bepaal ik het navolgende :
§ 1. De voorgeschreven vaststelling van den maalgraad geldt niet voor het koren, dat uitsluitend voor het gebruik in het Etappen- en Operatiegebied gemalen wordt. Het Nationaal Komiteit moet aan de bevoegde provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernte-Kommissionen) de molenaars bekendmaken, die gerechtigd zouden zijn van deze uitzonderingsbepaling gebruik te maken, Deze zijn aan een nauwkeurig toezicht van de provinciale Oogstkommissies onderworpen. Dit toezicht zal uitgeoefend worden overeenkomstig de onderrichting, die de Centrale Oogstkommissie {Zentral- Ernte Kommission) te dien einde zal geven. § 2. De Voorzitters van de provinciale Oogstkommissies, die op grond van § 4 der Verordening van 6 Oktoger 1916, houde tide vergod om banketbakkerijwaren te bakken {Weten Verordeningsblad, gl. 2794/95), het recht hebben aan fabrieken, welke gegak voor zieke en zwakke personen maken, uitzonderingen toe te staan op het verbod om banketbakkerijwaren te bakken, zijn gemachtigd, met het oog op de vervaardiging van zulk gebak of op de rechtstreekse levering van meel aan zieke of zwakke personen, aan de molens te dien einde door het Nationaal Komiteit aangeduid, vergunning te geven om op een geringeren dan den bij Verordening van 13 april 1917 vastgestelden maalgraad te malen. Het Nationaal Komiteit moet de hoeveelheden koren, die in de bedoelde molens voor een zijner gemaal noodig zijn, ter beschikking stellen van de bevoegde provinciale Oogstkommissies. De provinciale Oogstkommissies hebben er voor te zorgen, dat het op last van het Nationaal Komiteit fijner gemalen meel, enkel en alleen gebruikt wordt om er, in de door de Voorzitters van de provinciale Oogstkommissies hij wijze van uitzondering toegelaten bakkerijbedrijven, gebak van te maken voor zieke of zwakke personen, ofwel om als meel aan zieke of zwakke personen te worden afgeleverd.
§ S. Overtredingen van deze Verordening en van de daartoe uit te vaardigen uitvoerbepalingen worden gestraft met de straffen vastgesteld in § 9 van de Verordening over het malen en vervoeren van koren {Wet en Verordeningsblad, 6Z. 2401). Brussel den 22 mei 1917,
Z. E. K, 2206/17.

Bemerking,
§ 2 van de Verordening van 13 april 1917 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3577) luidt:
Onder wijziging van § 4 mijner Verordening van 8 juli 1916, over het malen en vervoeren van koren {Wet- en Verordeningsblad, hl. 2401), stel ik, op voorstel van de Centrale Oogstkommissie (Zentral- Ernte-Kommission), den maalgraad zowel voor inheems als voor ingevoerd koren tot nader bericht vast op ten minste 97 %. Deze maalgraad is zo te verstaan,dat al het koren,met de zemelen,ten volle moet worden uitgemalen. De vastgestelde maalgraad geldt eveneens voor het koren, dat voor de voeding van de verbouwers zelf dient. De molens, die de toelating hebben om koren te malen, zijn verantwoordelijk voor het nakomen van bovenstaand voorschrift betreffende den maalgraad. § 9 van de Verordening van 8 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, hl. 2401) luidt: Wie de bepalingen dezer Verordening en de daartoe uitgevaardigde uitvoeringsbepalingen overtreedt, of de onder § 2 voorgeschreven aangifte verzuimt, wordt met ten hoogste 6 jaar gevangenis of met ten hoogste 20,000 mark boete gestraft. Ook kan boete en gevangenzitting tegelijk worden uitgesproken. Bij verheling en ongeoorloofde benuttiging of tekoopstelling van maaltoestellen, evenals bij het ongeoorloofd malen van koren, kan bovendien verbeurdverklaring worden uitgesproken. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.

No. 351. – 29. mei 1917.

Bekendmaking. *
Op grond mijner Verordening van 8 Juli 1916 betreffende de Oogstkommissies, evenals der uitvoeringsbepalingen van 8 Juli 1916 tot deze Verordening heb ik, op voorstel der Centrale Oogstkommisies (Zentral-Ernie-Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld :
voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 49.91 per 100 kg,
voor rogge uit stapelplaats of molen geleverd „ 29.39 „ „ „
voor nuisteluin uit stapelplaats of molen geleverd „ 29.67 „ „ „
voor ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd . , „ 26.23 „ „ „
voor zemelen uit den molen geleverd „ 21.50 „ „ „
voor tarwemeel aan bakkers of ‘verbruikers geleverd frank 56.45 per 100 kg,
voor roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 35.30 „ „ „
voor masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 35.59 „ „ „
voor tarwebrood aan verbruikers geleverd „ —.50 „ kgr.
Deze hoogste prijzen worden op 15 juni 1917 van kracht De provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernte-Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogsten prijs voor brood tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen.
Voor den verkoop van koren door de voortbrengers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de hoogste prijzen vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de Verordening van 8 Juli 1916, betreffende de Oogstkommissies,van kracht.
Brussel 25 mei 1917,
Z. E, K. 2268/17.

afbeelding uit verwoest België

27 mei 1917 zondag Sint Niklaas

Menu Restaurant: Gritssoepe, Asperges met roastboeuf.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 06-06-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 26-05-1917 geen verordeningen

No. 350. – 27 mei 1917.
Beschikking
betreffende de uitvoering der wet van 15 juni 1883 in de rijks- en gemeente middelbare scholen van den lageren graad van Groot-Brussel.
In uitvoering van de wet van 15 juni 1883, „het gebruik van de Vlaamse taal voor het middelbaar onderwijs in het Vlaams land regelende beschik ik voor het gebied van Groot-Brussel het navolgende :
Artikel 1. In de voorbereidende en in de middelbare afdelingen van de middelbare scholen van den lageren graad, zijn Vlaamse klassen met Vlaams als voertaal en Franse klassen met Frans als voertaal te vormen, en wel in de voorbereidende afdelingen voor al de vakken, in de middelbare afdelingen voor de vakken, die in artikel 2 der wet van 15 juni 1883 en in de of grond van dat artikel uitgevaardigde bepalingen opgesomd zijn.

Art. 2. De indeling van de leerlingen in de Vlaamse of in de Franse afdeling, geschiedt door een commissie van indeling, samengesteld uit leden van het onderwijzend personeel der onderwijsinrichting. Deze commissie bestaat uit den bestuurder, die het voorzitterschap waarneemt en uit ten minste vier leden ; het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten zal deze laatsten in gelijken getale aanstellen onder leraars, die onderwijs geven in vakken met Vlaams als voertaal en onder leraars, die onderwijs geven in vakken met Frans als voertaal. Komt de commissie van indeling niet tot een eenstemmig besluit, dan wordt het geval aan het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten onderworpen worden, dat een beslissing zal nemen.

Art. 3. Leerlingen wier moedertaal Vlaams is, moeten bij de Vlaamse afdeling, leerlingen wier moedertaal Frans is, bij de Franse afdeling ingedeeld worden. Leerlingen wier moedertaal noch Vlaams noch Frans is, naar keuze van het gezinshoofd, ofwel in de Vlaamse, ofwel in de Franse afdeling het onderwijs volgen.

Art. 4. Voor leerlingen, die tot bij hun aanmelding voor de middelbare school, een bewaarschool (kindertuin) of een lagere school bezocht hebben, geldt de voertaal van de klas, die zij aldaar volgden, zonder meer als hun moedertaal. In alle andere gevallen stelt de commissie van indeling onmiddellijk na de aanmelding van den leerling dezes moedertaal vast. Tot de inschrijving van den leerling wordt overgegaan met medewerking van de commissie van indeling.

Art. 5. De beslissing van de commissie van indeling zal gemeend zijn op : de afstamming van den leerling, de taal, waarin hij tot nog toe het onderwijs genoten heeft, de omgangstaal van zijn naaste omgeving. Er dient te worden nagegaan of de leerling in staat is met vrucht het onderwijs te volgen in de taal, die als zijn moedertaal moet doorgaan. In twijfelachtige gevallen kan de commissie van indeling aan het gezinshoofd den eis stellen te verklaren, welke taal de moedertaal van den leerling/ is.

Art. 6. De schoolbestuurder moet het gezinshoofd onverwijld schriftelijk kennis geven van de beslissing der commissie van indeling en hem laten weten, dat het hem vrij staat hij het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten er verzet tegen aan te tekenen. De verhandelingen en de beslissing moeten twee jaar nadat de leerling de school verlaten heeft, in het schoolarchief bewaard blijven.

Art. 7. Is de voertaal voor een leerling overeenkomstig vorenstaande voorschriften eenmaal vastgesteld, dan geldt deze regeling zolang de leerling een der in het opschrift bedoelde scholen bezoekt.

Art. 8. Vorenstaande bepalingen worden met ingang van het schooljaar 1917 van kracht voor de voorbereidende afdeling en voor de klassen van de middelbare afdeling, die den eersten (jongsten) jaargang bevatten. Zij worden van jaar tot jaar verder toepasselijk voor de daarop volgende klassen.

Art. 9. Overeenkomstig de wet van 12 mei 1910, betreffende de studie der moderne talen in het middelbaar onderwijs van den hogeren graad, gelden volgende gemeenten dis behorende tot het gebied van Groot-Brussel in den zin van deze beschikking : Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Koekelberg, Laken, Schaarbeek, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Bint- Joost-ten-Node, Sint-Pieters-Jette, Ukkel, Vorst,
Brussel 14 mei 1917.

206 No. 350. – 27. mei 1917.

Verordening
betreffende de uitvoering van de wet op het lager onderwijs,

Artikel 1, Met het oog op de uitvoering van de wet van 19 mei 1914, tot regeling van het lager onderwijs en op het toezicht over de behoorlijke toepassing er van, kunnen ambtenaren en beambten van het ministerie en andere personen gelast worden, afzonderlijke onderwijsgestichten of onderwijsinrichtingen, ofwel groepen zulke gestichten of inrichtingen te bezoeken. Al de bestuursoverheden en gemeentebesturen zijn verplicht bij de vervulling van die taak hun medewerking te verlenen, inzonderheid door het geven van de inlichtingen, die voor de uitvoering der wet nodig zijn.

Art. 2. Ingeval gemeentebesturen nalaten, hetzij de medewerking te verlenen, waartoe zij krachtens artikel I gehouden zijn, hetzij de bepalingen van de wet op het lager onderwijs en de ter uitvoering dier wet uitgevaardigde voorschriften en onderrichtingen ten uitvoer te brengen, na daartoe twee uitnodigingen te hebben ontvangen, waarvan behoorlijk akte is genomen, zoo dient er overeenkomstig artikel 88 van de gemeentewet te worden gehandeld,
Brussel 19 mei 1917.

geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

afbeelding uit verwoest België Hoei

26 mei 1917 zaterdag Sint Niklaas

J. Lentacker trekt 62,50 fr: over Juni in de Nat.Bank voor zijn zoon Edmond.
Menu Restaurant : Gritssoepe, Rijst met fricadelle.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

tot en met 06-06-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 26-05-1917 geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

pagina uit verwoest Belgie : Luik pontonbrug en vernielde stadswijk

25 mei 1917 vrijdag Sint Niklaas

Menu restaurant: Boensoepe met wat groen erin. Witte boontjes met 1/2 ei.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

tot en met 26-05-1917geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

Door Raphael overgeschreven uit nrc
170525 – Offensief der Italianen op den Karst; ze nemen enige dorpen en 20000 gevangenen.
19170525 – Oostenrijksche torpedoboot door de Franschman getorpedeerd.

voorpagina La Baïonnette  24 8 1916

24 mei 1917 donderdag Sint Niklaas

Menu restaurant: Rijstsoepe, gestoofde Rhubarberblâren met roastboeuf.
Er komt weêrom Hollandsch brood toe, 1 per week per huisgezin.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 24-05-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 23-05-1917 geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

No. 349. – 24. mei 1917.

Verordening
betreffende de vorming van de leerkrachten voor de middelbare scholen.
Ten einde te voorzien in het vormen van leerkrachten, die bekwaam zijn om het onderwijs aan de middelbare scholen door middel van de Vlaamse taal te geven, verorden ik het navolgende :

Artikel 1, Aan de rijksmiddelbare normaalschool te Gent en aan de rijksmiddelbare normaalschool te Brussel, zal het onderwijs in al de op het programma voorziene vakken door middel van de Vlaamse taal worden gegeven ; alleen het onderwijs in de tweede, derde en vierde taal zou door middel van die talen zelf worden gegeven.

Art. 2. De handhoeken en de leermiddelen voor cd de vakken – behalve voor de tweeds, derde en derde taal —moeten in de Vlaamse taal opgesteld zijn.

Art. 3. Al de examens (aannemings-, overgangs- en uitgangsexamen) in de in artikel 1 bedoelde onderwijsinrichtingen moeten in de Vlaamse taal afgelegd worden.

Art. 4. De diploma’s en getuigsclirijten, die door deze onderwijsinrichtingen worden afgeleverd. zullen in de Vlaamse taal opgesteld zijn.

Art. 5. De bepalingen van deze Verordening worden van kracht met ingang van het schooljaar 1917/18 voor de laagste klas, met ingang van het schooljaar 1918/19 voor de twee laagste klassen, enz.
Bij het onderwijs, dat dientengevolge na aanvang van het schooljaar 1917/18 in een der hiervoren genoemde onderwijs inrichtingen nog door middel van de Franse taal wordt gegeven, moeten naast de Franse ook de Vlaamse vakwoorden aangeleerd worden.
Brussel 12 mei 1917.
C. C. m A 2471.
No. 349. – 24. mei 1917.

Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Fransehe onderneniiugen. Met toestemming van den heer Generalgouvemewr in België, heh ik, overeenkomstig de Verordening van 15 AprU 1917y over de liquidatie van Franse ondememingen (Weten Verordeningsblad voor de bezette streken van België Nr, 335 van 19 april 1917) de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de huizen :
a) „La Grande Distillerie Belge, soc. an.’\ te Brussel, l h) „Le Grand Hôtel, soc. an.te Brussel.
De heer luitenant Maas,Krijgsschool, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.Brussel 15 mei 1917.

No. 349. – 24. mei 1917. 197

Bekendmaking.
Overenkomstig de Verordening van 17 februari 1915 van den heer Generaalgouverneur in België (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 41 van 20 Februari 1915), heb ik den heer Franz Pfarr, landstormman,
tot dwangbeheerder benoemd van de bank „Verley, Decroix é Cie, Comptoir de Mons’\ te Bergen,
Brussel 18 mei 1917.

uit verwoest Belgie Visé

23 mei 1917 woensdag Sint Niklaas

Menu restaurant: Gritssoepe, witte boonen met spek.
Er manoevreeren hier 5 Duitsche vliegmachines boven de stad.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 24-05-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 23-05-1917 geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

afbeelding stadje Mouland uit verwoest Belgie

22 mei 1917 dijnsdag Sint Niklaas

Menu restaurant: Boensoepe, gestoofde Rhubarberblâren, met gepast.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 24-05-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 23-05-1917 geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

uit verwoest Belgie:

Moelingen (Frans: Mouland) is een dorp en deelgemeente van de faciliteitengemeente Voeren in de Belgische provincie Limburg.

Het is de meest westelijke deelgemeente van Voeren en gelegen in het Maasdal, aan het riviertje de Berwijn, dat iets verder westwaarts uitmondt in de Maas. Aan de (westelijke) overkant van de Maas bevinden zich het zuidelijke uiteinde van het Plateau van Caestert en het plaatsje Lieze (Lixhe). De noordkant van Moelingen ligt tegen de grens met Nederland aan, iets ten zuiden van Eijsden. Ten zuiden van Moelingen ligt de stad Wezet (provincie Luik).

Eerste Wereldoorlog[wikipedia)
In augustus 1914 bouwden Duitse genietroepen er een brug (ter hoogte van Lieze), waarlangs Duitse troepen de Maas overstaken.[1] Een deel van die troepen werd ingezet om Luik te omsingelen. Andere eenheden trokken verder België binnen. Op 5 augustus staken Duitse soldaten het dorp in brand, als wraak voor vermeend verzet van zogenaamde francs-tireurs. 73 van de 173 huizen gingen in de vlammen op en vier inwoners werden gedood. In het legerkamp buiten het dorp werden nog minstens twaalf burgers uit andere dorpen vermoord. Nederlandse fotografen waagden zich niet ver over de grens om verslag uit te brengen over de oorlog in België. De wreedheden die dieper in België werden begaan, raakten zo pas later bekend in het buitenland. Foto’s van Moelingen werden echter al in de eerste oorlogsweken over de hele wereld verspreid. Een groot deel van de bevolking vluchtte naar Nederland. Velen van hen bleven daar in kampen tot de oorlog voorbij was.[2]