30 april 1918 dijnsdag. Sint Niklaas

Vleesch 22 fr: de kgr.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
7 tot en met 18 mei Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 30-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 30-04-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

19180429 Geen muil en klauwzeer in Westabschnitt.

Advertenties

29 april 1918 maandag. Temse

Geen nieuws

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 30-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 30-04-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

Postkaart Temse gemeentehuis

28 april 1918 zondag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 30-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen
No. 42. – 28. APRIL 1918.
Bij Besluit van den heer Generaal Gouverneur zijn benoemd : op 23 maart 1918 , P. Brans, beambte bij het beheer der burgerlijke godshuizen te Brussel, tot bureeloverste aan het Vlaams ministerie van Justitie. op 30 maart 1918, Eva Meyns, tot ekonome en studiemeesteres aan de Rijks middelbare Normaalschool ie Brussel op 4 april 1918 , J. Hinderyckx, tot hoofdonderwijzer aan een oefenschool, gehecht aan een Rijks lagere Normaalschool.
Brussel, den 10 april 1918,
No. 42. – 28. APRIL 1918.
Verordening **
betreffende de opneming der landbouwgronden en de schatting der opbrengst van den broodkorenverbouw in het jaar 1918.
§ 1, In de loop van de lente wordt tot de opmetingovergegaan van al de landbouwgronden, waarop broodkoren (wintertarwe, zomertarwe, rogge, masteluin en spelt) worden verbouwd. In den loop van den zomer wordt tot de schatting overgegaan naar de opbrengst der in lid 1 bedoelde landbouwgronden. De Provinciale Oogstkommissies (Provincial Emte Kommissionen) zijn met de ten uitvoer brenging van de opneming der gronden en van de schatting der opbrengst belast ; zij stellen de termijnen vast, binnen dewelke tot de opneming en de schatting dient te worden overgegaan.
§ 2. Tot de opneming der gronden en de schatting der opbrengst zal worden overgaan in landbouw bedrijven die in *t geheel ten minste 1 hektaar landbouwgronden (akkers, weiden, hooiland, tuinen) omvatten. De provinciale Oogstcommissies zijn gerechtigd eveneens in bedrijven die in het geheel minder dan 1 hektaar landbouwgrond omvatten, alsook voor andere veldvruchten, tot de opmeting en de schatting over te gaan.
§ 3, De bedrijfstuinders of dezer plaatsvervangers zijn gehouden juiste opgaven te verstrekken aan de organen, die door de provinciale Oogstcommissies belast zijn met de opneming der landbouwgronden en met de schatting der opbrengst, of met de toetsing van de opneming en van de schatting.
§ 4. Bedrijfshouders of plaatsvervangers van bedrijfshouders, die opzettelijk de opgaven, waartoe zij op grond dezer verordening of van uitvoeringsbepalingen tot deze verordening verplicht zijn, niet of onjuist of onvolledig doen, worden met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of met een geldboete van ten hoogste 10.000 mark gestraft, Ook kan de gevangenisstraf tezamen met de geldboete uitgesproken worden. Bedrijfshouders of plaatsvervangers van bedrijfshouders die uit nalatigheid de opgaven, waartoe zij op grond van deze verordening of van uitvoeringsbepalingen tot deze verordening verplicht zijn, niet of onjuist of onvolledig doen, worden met een geldboete van ten hoogste 3,000 mark gestraft.
§ 5. De krijgsbevelhebbers en de krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
§ 6. De voorzitters van de provinciale Oogstkommissies zijn gerechtigd, met het oog of de ten uitvoer brenging dezer verordening, de nodige onderrichtingen of uitvoeringsbepalingen uit te vaardigen.
Brussel, den 20 april 1918.

Affiches uit de collectie KOKW

Postkaart Temse olv Kerk (dit zal Raphael zeker bezocht hebben)

27 april 1918 zaterdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
geen gedichtenblog van 1-5-2018 tot 31-08-2018

nieuws overgeschreven uit NRC
19180427 – De Kemmelberg door de Duitsers genomen 6000 gevangenen.

tot en met 27-04-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

postkaart interieur De Onze-Lieve-Vrouwekerk is een kerk in de Belgische gemeente Temse. Ze is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en haar stichting, omstreeks 770 wordt toegeschreven aan Amelberga van Temse.Wikipedia postkaart in bezit

26 april 1918 vrijdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 41. – 26. APRIL 1918.
Beschikking.
Op grond van de wet van 1 oktober 1855 op de maten en gewichten en van artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 22 mei 1898, betreffende de jaarwedden van de ijkmeesters en ijkers beschik ik het navolgende :
Art. 1. De heer Rival, ijkmeester 2e klasse te Brugge, is benoemd tot ijkmeester le klasse, met een jaarwedde van 6000 frank, en belast met den dienst in het ijkgebied Antwerpen. De heer François, ijkmeester 3e klasse te Doornik, is benoemd tot ijkmeester 2e klasse, met een jaarwedde van 4500 frank, en belast met den dienst in het ijkgebied Brugge. De heer Renwart, ijker te Brussel, is benoemd tot ijkmeester 2e klasse, met een jaarwedde van 4500 frank, en belast met den dienst in het ijkgebied Binche. De heer Lebrun, ijker te Antwerpen, is benoemd tot ijkmeester 2e klasse, met een jaarwedde van 4000 frank, en belast met den dienst in het ijkgebied Doornik.
Art. 2. Deze overplaatsingen en bevorderingen worden geacht te zijn ingegaan op 1 april 1918.
Art. 3. De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 4 april 1918.
No. 41. – 26. APRIL 1918

Verordening houdende uitbreiding van het koninklijk besluit van 16 augustus 1896, betreffende de assistenten aan de Staatsuniversiteiten. Voor het Vlaams bestuursgebied wordt besloten : Het koninklijk Besluit van 16 augustus 1892 wordt door de vogende artikels 8 en 9 aangevuld :
Art.8.De assistenten mogen ene buiten hun ambt liggende beroepswerkzaamheid slechts met toelating der regering uitoefenen, Deze toelating is wederroepelijk.
Art. 9. Door wetenschappelijke voorbereiding uitmuntende en in de praktijk ervaren assistenten kunnen tot hoofdassistenten benoemd worden. Bij de herneming van hoofdassistenten kan van de bepalingen van artikel 8 voor den duur der aanstelling en van artikel 7 voor het vaststellen der wedde afgeweken worden.
Brussel, den 13 april 1918.

No. 41. – 26. APRIL 1918.
Verordening.
Ten einde de bevolking met lucifers te voorzien, is voor het gebied van het Generaal Gouvernement een Zundholzverteilungsstelle” (kantoor voor lucifersverdeling), met zetel te Brusssel, opgericht.
De winst, die hij den verkoop der lucifers door de „Zund holzverteilungsstelle” overbiijft, wordt op grond van nadere bepalingen van het Hoofd der Afdeling van Financiën (Leiter der Finanzabteiling) gebruikt tot dekking van de bestuurskosten in het bezet gebied, Het Hoofd der Afdeling van Financiën is gelast, in gemeen overleg met de Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië, deze verordening uit te voeren en de nodige uitvoeringsbepalingen daartoe uit te vaardigen.
Brussel, den 18 april 1918.

Ieper Sint Martinuskerk en bisschoppelijk paleis

 

25 april 1918 donderdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 25-04-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

postkaart Ieper ruines zuid portaal Sint Maartenskerk

24 april 1918 woensdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 26-04-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

postkaart Ieper Ruines sint Maartens kathedraal kant van den Peereboomklas

23 april 1918 dinsdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 39. – 20. APRIL 1918.
Verordening
houdende instelling van Duitse rechtbanken voor burgerlijke
rechtsgedingen.
Art. 1. De burgerlijke rechtspleging wordt in Vlaanderen overeenkomstig onderstaande bepalingen uitgeoefend door onafhankelijke, alleen aan de wet onderworpen rechtbanken,en aan in 2 aanleg  door „Kaiserliche Bezirksgerichte” (Abteilung fur Zivilsachen) (keizerlijke districtsrechtbanken (afdeling voor burgerlijke zaken ), waarvan zetel en rechtsgebied door een bijzondere beschikking te bepalen zijn;
in 2 aanleg door het „Kaiserliches Obergericht in Brussel (keizerlijk Opperste Gerechtshof te Brussel).
Scheidsgerechten mogen alleen met de toestemming van het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) ingesteld worden.
Art, 2. Tot districtsrechter alsook tot lid van het Opperste Gerechtshof kunnen alleen beroepen worden personen die de overeenkomstig § 2 van het Duits verfassungs gesetz van 27 januari 1877, de bevoegdheid bezitten om het rechterlijk ambt uit te oefenen.
Art, 3. De Generaal Gouverneur benoemt de rechters,
Art 4, Bij iedere rechtbank is een griffie ingericht. Zo nodig, kunnen deurwaarders worden aangesteld.
Art. 5. Voor de waarneming van de belangen der partijen.kan het Hoofd van het burgerlijk bestuur „Justizkommissare aanstellen.
Art. 6. De Duitse taal is de gerechtstaal naast Bij terechtzittingen met personen, die geen Duits kennen is de tussenkomst van een tolk vereist. Zij is echter niet
nodig wanneer al de belanghebbenden de vreemde taal machtig zijn.
Art. 7. De terechtzittingen voor de kennisnemende rechtbank zijn openbaar. De rechtbank kan naar goeddunken van de openbaarheid geheel of ten dele afzien. Zij is niet gehouden de redenen daarvan bekend te maken.
Art. 8. Wraking van gerechtelijke personen is niet toegelaten.Verklaart een rechter of een griffier zich bevooroordeeld,zo treedt zijn plaatsvervanger voor hem op.
Art. 9. Openbare bekendmakingen worden in het ,Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen in het Etappengebied bovendien in het Verordeningsblad van de betrokken Etappeninspektie afgekondigd. De rechtbanken kunnen ook een andere wijze van openbaarmaking bevelen.
Art. 10. De rechtbanken zijn aïleen bevoegd wanneer :
a) een Duitser, een onderdaan van een met het Duitse Rijk verbonden Staat of een onderdaan van een onzijdige Staat, of b) een dwangbeheerder (verordeningen van 17 februari en 26 augustus 1915), een likwidator (verordeningen van 29 augustus 1916 en 15 april 1917) of een vertegenwoordiger (verordening van 26 november 1914) in deze ambtelijke hoedanigheid, als aanklager, beklaagde of tussenkomende bij het geding betrokken is. De onderdanen van de onderaan opgesomde Staten zijn gelijkgesteld met de rechtspersonen, die hun zetel hebben in genoemde Staten ; de rechtbank beslist in hoever in ieder afzonderlijk geval rechtspersonen, die hun zetel hebben in Vlaanderen, met hen gelijk te stellen zijn
Op grond van een aanspraakoverdracht die na de bekendmaking van deze verordening plaats zou hebben, kan de bevoegdheid zoals zij in lid 1& bepaald w, niet ingeroepen worden : de rechtbank is bevoegd uitzonderingen toe te laten.
Art. 11. De rechtbanken verlenen gerechtelijken bijstand:
a) elkander wederkerig,
b) aan Duitse burgerlijke en krijgsrechtbanken,
c) aan de rechtbanken van de met het Duitse Rijk verbonden en van de onzijdige Staten.
Art. 12. Vorderingen tegen militairen van het Duits leger en van de verbonden legers zijn niet ontvankelijk. Naar den zin dezer bepalingen, zijn ook de ambtenaren, beambten en bedienden van de Duitse overheden in Vlaanderen en Wallonië te beschouwen als militairen van het Duits leger. De rechtbank is bevoegd uitzonderingen toe te laten.
Art. 13. Bijaldien een der in artikel 10, lid i, genoemde personen een scheidsrechterlijke overeenkomst gesloten heeft wordt de scheidsrechterlijke uitspraak op aanvraag door de districtsrechtbank uitvoerbaar verklaard ; is een scheidsrechterlijke uitspraak nog niet geveld en is de scheidsrechterlijke overeenkomst gesloten voor het in werking treden dezer verordening, zo treedt op aanvraag de districtstrechtbank in plaats van het scheidsgerecht op.
Art. 14. In de districtsrechtbanken worden de gedingen door een rechter afgehandeld. Het Opperste Gerechtshof beslist met 3 rechters.
Art. 15. Het toe te passen recht wordt bepaald door de ten gronde gelegde rechtsverhouding.
Art. 16. De Zivilprozessordnung fur das Deutsche Reich** van 30 januari 1877 is voor de rechtspleging toepasselijk ; zoveel doenlijk richt deze zich naar de bepalingen
op de rechtspleging van het Ambtsgericht doch
a) welstellende excepties moeten gezamenlijk en voor alle behandeling ter hoofdzaken worden voorgesteld.
b) de rechtbank kan beschikken, dat alle vorderings-, verwerings- en bewijsmiddelen hij mijding niet in overweging genomen te worden, in een bepaalden tijd voor te stellen zijn;in geval deze termijn niet wordt nageleefd, is alleen het hervatten van het rechtsgeding overeenkomstig § 233 en volgende van de „Zivilprozessordnung” toegelaten
c) de rechtbank kan bevelen, dat de partijen hun aanvragen en uiteenzettingen schriftelijk moeten indienen ;
d) de rechtbank beslist naar goeddunken of en wanneer de betekening ener akte als geldig te beschouwen is.
Art. 17. Tegen de vonnissen van de distriktrechtbanken kan hoger beroep ingesteld worden bij het Opperste Gerechtshof,wanneer de waarde van de betwiste zaak meer dan 5000 frank bedraagt. De instelling van hoger beroep moet gedaan worden binnen een termijn van een maand, ingaande met den dag der betekening van het vonnis ; het hoger beroep kan bij de distriktrechtbank of bij het Opperste Gerechtshof ingesteld worden, hetzij schriftelijk, hetzij door vermelding in een proces-verbaal van den griffier.
Andere beslissingen van den distriktrechtbanken zijn niet vatbaar voor verhaal.
Art. 18. De tussenkomst van een pleitbezorger is niet vereist. De „Justizkommissare” zijn als vertegenwoordigers of als raadgevers van de partijen toe te laten. Voor het overige beslist de rechtbank naar goeddunken wie als vertegenwoordiger of als raadgever van een partij zal worden toegelaten.
Indien het verblijf van een partij onbekend, of wanneer deze ten gevolge van den oorlog uit haar gewone verblijfplaats afwezig is en zich in de onmogelijkheid bevindt haar rechten waar te nemen, kan de rechtbank van ambtswege voor haar een vertegenwoordiger aanstellen.
Art. 19. De tenuitvoerlegging van een vonnis geschiedt op aanvraag door de rechtbank, die te dieneinde de hulp van de krijgsoverheden kan inroepen’
Met het oog op de gedwongen tenuitvoerlegging, kan de rechtbank het vermogen van den schuldenaar geheel of ten dele onder dwangbeheer plaatsen ; de dwangbeheerder wordt door de rechtbank benoemd ; de bepalingen der verordening van 17 februari 1915 zijn dienovereenkomstig van toepassing op de rechten en verplichtingen van de dwangbeheerders,
Een in Duitsland uitvoerbare titel is ook in Vlaanderen uitvoerbaar.
Art, 20. De taksen voor getuigen en deskundigen worden door de rechtbank naar goeddunken vastgesteld ; de griffier levert de betaalbrieven af.
Art. 21. De taksen, die naast en behalve de kosten te innen zijn, bedragen :
Art. 22. De door de rechtbanken vast te stellen en vooraf te betalen taksen voor de tussenkomst der „Justizkommisssare” worden in de Schatkist gestort. De rechtbank beslist naar goeddunken of en in welke mate
de kosten van vertegenwoordiging of bijstand door de winnende partij te betalen zijn.
Art. 23. Rechtsgedingen, die hij het in werking treden dezer verordening hij Belgische rechtbanken aanhangig zijn, doch waarover nog niet door een kracht van gewijsde hebbend vonnis beslist ts, kunnen, zover aan de voorwaarden gesteld onder artikel 10 is voldaan, hij de distriktrechtbank opnieuw aanhangig gemaakt worden. De werkingen van de rechtsaanhangigheid blijven overigens onaangeroerd. De distriktrechtbank kan naar goeddunken rekening houden met den huidige stand van het geding.
Brussel, den 6n april 1918.
No. 39. – 20. APRIL 1918.
Verordening
houdende instelling van Duitse rechtbanken voor strafzaken.
Art. 1. De strafrechtspleging wordt, in Vlaanderen, overeenkomstig onderstaande bepalingen uitgeoefend door onafhankelijke alleen aan de wet onderworpen „Kaiserliche Bezirksgerichte” [Abteilung fur Strafsachen] (keizerlijke distriktrechtbanken afdeling voor strafzaken, waarvan zetel en rechtsgebied door een bijzondere beschikking te bepalen zijn. De distriktrechtbanken kunnen zo nodig zittingen beleggen buiten de plaats waar hun zetel gevestigd is.
Art. 2. Tot districtsrechter kunnen alleen geroepen worden personen, die overeenkomstig § 2 van het Duitse ,,Gerichtsverfassungsgesetz” van 27 januari 1877 de bevoegdheid bezitten om het rechterlijk ambt uit te oefenen.
Art. 3. Bij iedere rechtbank is een parket (Staatsanwaltschaft) gevestigd.
Art. 4, De Generaal Gouverneur, in het Etappengebied de „Kwartiermeister’ benoemt de rechters en de leden van het parket (Staatsantanwalt).
Art, 5. Bij iedere rechtbank wordt een griffie ingericht.
Art. 6. De Duitse taal is de gerechtstaal. Bij terechtzittingen met personen die geen Duits kennen, is de tussenkomst van een tolk vereist, Zij is echter niet nodig, wanneer al de belanghebbenden de vreemde taal machtig zijn.
Art. 7. De terechtzittingen voor de kennisnemende rechtbank zijn openbaar. De rechtbank kan naar goeddunken van de openbaarheid geheel of ten dele afzien. Zij is niet gehouden de redenen daarvan bekend te maken.
Art. 8. Wraking van gerechtelijke personen is niet toegelaten. Verklaart een rechter of een griffier zich bevooroordeeld zo treedt zijn plaatsvervanger voor hem op.
Art. 9. Openbare bekendmakingen worden in het „Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen in het Etappengebied bovendien in het Verordeningsblad van de betrokken Etappeninspektie afgekondigd. De rechtbanken kunnen eveneens een andere wijze van openbaarmaking bevelen.
Art. 10. De rechtbanken zijn bevoegd misdrijven en overtredingen te vonnissen, die het parket aanhangig maakt. De bevoegdheid van de krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers wordt hierdoor in genen dele gewijzigd.
Art. 11. De rechtbanken vonnissen krachtens het in Vlaanderen gelden strafrecht, met dien verstande eventueel, dat enkel en alleen straffen uit te spreken zijn, overeenkomstig het Duits ,,Reichsstrafgesetzbuch ’t is te zeggen : „Zuchthaus’ in plaats van dwangarbeid en opsluiting, „Gefangnis” in plaats van gevangenisstraf, Festung in plaats van hechtenis.
Art. 12. De rechtbanken en parketten verlenen gerechtelijke bijstand :
a) elkander wederkerig,
b) aan Duitse burgerlijke en krijgsrechtbanken als ook aan Duitse parketten,
c) aan de rechtbanken van de met het Duitse Rijk verbonden en van de onzijdige Staten.
Art. 13. In de distriktrechtbanken worden de gedingen door den rechter afgehandeld. Alleen misdaden, waarvoor de doodstraf of meer dan 5 jaar gevangenisstraf is voorzien, worden door drie rechters gevonnist ; is echter in deze gevallen een gevangenisstraf van minder dan 5 jaar te verwachten, dan kan op aanvraag van het parket een rechter uitspraak doen.
Art. 14. De Strafprozessordnung fur das Deutsche Reich” van 1 februari 1877 is op de rechtspleging dienovereenkomstig toepasselijk voor den maatstaf van onderstaande bepalingen :
a) het parket dient slechts dan een klacht in, wanneer dit in het openbaar belang ligt,
b) het parket is gerechtigd over te gaan tot onderzoekingen van elken aard, inzonderheid aanhoudingsbevelen uit te vaardigen ; een rechterlijk voorafgaandelijk onderzoek gebeurt niet,
c) de rechtbank velt geen bijzonder vonnis betreffende de inleiding van de hoofdzaak ; zodra de klacht ingediend is, beslist de rechtbank ter zake van de verlenging der verzekerde bewaring,
d) gevangenisstraffen van ten hoogste een jaar en boeten van ten hoogste 3000 frank, afzonderlijk of samen, kunnen door een rechterlijk strafbevel worden uitgesproken,
e) de rechtspleging richt zich voor het overige zoveel doenlijk naar de bepalingen op het „Schoffengerichf\
f) de rechtbank beslist naar goeddunken of en wanneer de betekening van een akte als geldig te beschouwen is.
Art. 15. De beslissingen der rechtbanken en parketten zijn niet vatbaar voor verhaal. De vonnissen bekomen kracht van gewijsde wanneer zij uitgesproken worden, de strafbevelen wanneer de beschuldigde de kennisgeving ontvangt ; is de kennisgeving niet mogelijk, dan gaat het vonnis in kracht van gewijsde zodra het bij de rechtbank wordt uitgehangen.
Art. 16. De rechtbank beslist naar eigen goeddunken inzake de toelating en de aanstelling van een verdediger. De verdediging is noodwendig, wanneer de rechtbank met drie rechters zetelt. Zij kan den aangestelden verdediger een passend ereloon uit de Staatskas toekennen.
Art. 17. Het parket zorgt voor de voltrekking der straf ; het kan daarbij de hulp van de krijgsoverheid inroepen. Een vonnis tot ter doodveroordeling mag niet voltrokken worden, vooraleer vaststaat, dat de bevoegde overheid beslist heeft geen gebruik te maken van het genaderecht. De doodstraf wordt door den kogel voltrokken. De plaatselijke bevoegde krijgsoverheid zorgt voor de uitvoering.
Art. 18. Het recht van begenadiging en van strafverzachting berust bij den Generaal Gouverneur, betreffende de vonnissen der in het Etappengebied gevestigde rechtbanken bij den Opperbevelhebber van het leger, in wiens gebied de rechtbank haar zetel heeft.
Art, 19, De taksen voor getuigen en deskundigen worden door de rechtbank naar goeddunken vastgesteld ; de griffier levert de betaalbrieven af.
Art. 20. Ten laste van den aangeklaagde, bij vonnis met kracht van gewijsde veroordeeld, wordt een taks geïnd, die door de rechtbank naar goeddunken wordt vastgesteld.
Art. 21. Bijaldien een door het Belgisch parket ingestelde strafvordering, bij het in werking treden dezer verordening nog niet door een kracht van gewijsde hebbend vonnis beslist is, kan het Duits parket de vordering bij de op grond van deze verordening bevoegde rechtbank aanhangig maken.
Brussel, den 6 april 1918.

No. 40. – 23. APRIL 1918.
Beschikking.
Art. 1. De jury belast met het afnemen van Het examen van leraar in den handenarbeid aan de lagere en middelbare jongensscholen, wordt voor het jaar 1918 als volgt samengesteld :
1, de heer De Waele,A,, opziener van het tekenonderwijs in het middelbaar en lager onderwijs (voorzitter),
2. de heer De Weert,E leraar in het tekenen en in den handenarbeid aan de normaalschool te Lier,
3. de heer Aerts, leraar aan de normaalschool te Brussel
4. de heer Aelterman, leraar aan de Rijks middelbare school te Leuven,
5. de heer Van Laar, schoolopziener te Antwerpen.
Art, 2. De voorzitter of een door hem daartoe gemachtigd lid der jury is gelast de kandidaten op te roepen.
Art. 3. De voorzitter kan ter ondersteuning een of twee vaklieden aan de jury toevoegen.
Brussel, den 26 maart 1918.

No. 40. – 23. APRIL 1918. 89
Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 augustus 1916 en van 15 april1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, No. 253 van 13 September 1916 en No, 335 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen der firma „Cie. An, Continentale pour la Fabrication des Compteurs te Brussel. De heer Oberleutnant Coeler, Oude Kleerkopersstraat 24, te Brussel, is tot likwidator benoemd. De likwidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 6n AprU 1918.

No. 40. – 23. APRIL 1918.
Bekendmaking: betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 april 1917 over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 253 van 13 September 1916 en Nr. 335 van 19 april 1917), de liquidatie  bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen der firma , Freres e Soeurs” te Marcinelle. De heer Karl Thieme, Oude Kleerkopersstraat 24, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 6n april 1918.

No. 40. – 23. APRIL 1918.

DUITSE namen
Gemàss Artikel 34 des Gesetzes vom  8. Juli 1891 und Artikel 1 der Koniglichen Verordnung vom —18. Oktober 1890 mit den Abânderangen der Verordnong vom 13. juni 1917 uber dem Allgemeinen Prùfungsausschuss fiir den hoheren Unterrioht,
gemàss der Verordnung vom 7. Februar 1918 ûber die Anordnung einer ausserordentlichen Tagung dieses Ausschusses bestimme ich:
Art. 1. Der Allgemeine Priifungsausschuss fur den
hoheren Unterricht im flàmischen Verwaltungsgebiet
setzt sich fur die in diesem Monat stattfindende ausserordentliche
Tagung wie folgt zusammen:
Vorsitzender : Herr Maurits Josson, Direktor im Ministerium fur Wissenschaft und Kunst.
Mitglieder: ,
I. Philbsophische Fàkultat: ‘ –
a) Kandidaien’prufung, vorhereitend zum Studium der
Bechtsmissenschaft :
Die Herren: ‘
Hoffmann, Professor an der Universitât Gent,
De Decker, Professor an der Universitàt Gent,
Godee Molsbergen, Professor an die Universitàt Gent,
Labberton, Professor an der Universitàt Gent,
Tack, Professor an der Universitàt Gent,
Menzerath, Professor an der Universitàt Gent,
Vlamynck, Dozent’ an der Universitàt Gent,
Jacob, Dozent an der Universitàt Gent.
.
Sekretàr: Herr Jacob, Dozent.
h) Kandidatenprufung, vorbereitend zum Doktorat in der klassischen Philologie:
Die Herren:
Hoffmann, Professor an der Universitàt Gent
De Decker, Professor an der Universitàt Gent,
Godee Molsbergen, Professor an der Universitàt Gent,
Baehrens, Professor an der Universitàt Gent»
Tack, Professor an der Universitàt Gent,
Menzerath, Professer an der Universitàt Gent,
Vlamynck, Dozent an der Universitàt Gent,
Jacob, Dozent an der Universitàt Gent.
Sekretâr: Herr Jacob, Dozent.
II. Juristische Facultat.
Kandidatenprufung im Notariat :
Die Herren:
Obrie, Professor an der Universitàt Gent,
Dosfel, Professor an der Universitàt Gent,
Labberton, Professor an der Universitàt Gent,
Van Roy, Professor an der Universitàt Gent,
Jonckx, Professor an der Universitàt Gent,
Eggen, Professor an der Universitàt Gent,
Heyndrickx, Professor an der Universitàt Gent.
Sekretâr: Herr Eggen, Professor.
III. Mathemaiisch naturtwisenschaftliche Fakultàt.
a) Erster Ahschnitt der Kandidatenprufung in der Maihêmatik und Physik :
Die Herren:
Haerens, Professor an der Universitàt Gent,
Vollgraff, Professor an der Universitàt Gent,
Valeton, Professor an der Universitàt Gent,
F. Bralez, Professor an der Universitàt Gent,
Kortmulder, Professor an der Universitàt Gent,
Minnaert, Dozent an der Universitàt Gent.
Sekretâr: Herr Minnaert, Dozent.
h) Ingenieurkandidatenpriifung :
Die Herren:
Vollgraff, Professor an der Universitàt Gent,
Kortmulder, Professor an der Universitàt Qent,
Haerens, Professer an der Universitàt Gent,
Valeton, Professor an der Universitàt Gent,
F. Brûlez, Professor an der Universitàt Gent,
Jacob, Dozent an der Universitàt Gent,
Minnaert, Dozent an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr Minnaert, Dozent.
IV. Medizinische Fakultàt
a) Erster Ahschnitt der Doktorprûfung in der Medizirif
Chirurgie und Gehurtshilfe :
Die Herren:
Speleers, Professor an der Universitàt Gent,
Schoenfeld, Professor an der Universitàt Gent,
Laqueur, Professor an der Universitàt Gent,
Maertens, Professor an der Universitàt Gent,
Van Bockstaele, Professor an der Universitàt Gent,
Forster, Professor an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr Forster, Professor.
h) Zweiter Abschnitt der Doktorpriifung in der Medizin
Chirurgie und Gehurtshilfe :
Die Herren:
Speleers, Professor an der Universitàt Gent,
Schoenfeld, Professor an der Universitàt G«nt,
ten Hom, Professor an der Universitàt Gent,
Borms, Professor an der Universitàt Gent,
Clans, Professor an der Universitàt Gent,
Laqueur, Professor an der Universitàt Gent,
De Keersmaecker, Professor an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr ten Hom, Professor.
c) Dritter Ahschnitt der Doktorpriifung in der Medizin
Chirurgie und Gehurtshilfe :
Die Herren;
Speleers, Professor an der Universitàt Gent,
Sdioodleld, Professer an der Universitàt Gent,
ten Hom, Professer an der Universitàt Gent,
Clans, Professor an der Universitàt Gent,
De Keersmaeoker, Professer an der Universitàt Gent,
Maertens, Professor an der Universitàt Grent,
Van Bockstaele, Professor an der Universitàt Gent,
Picard, Professor an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr, Picard, Professor.
d) Apothekerprûfung :
Die Herren:
Speleers, Professor an der Universitàt Gent,
Laqueur, Professor an der Universitàt Gent,
Valeton, Professor an der Universitàt Gent,
Witsenburg, Professor an der Universitàt Gent,
Alleman, Dozent an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr Valeton, Professor.
Art. 2. Die ansserordentliche Tagung des Allgemeinen
Prûfungsausschusses fiir den hoheren Unterricht
beginnt am Donnerstag, den 25. april 1918, im Universitàtsgebàude
zn Gent.
Art. 8. Der Vorsitzende des Allgemeinen Prtifungsaasschusses
wird ermàchtigt, einen stellvertretenden Vorfiitzenden
zn bestellen. Er hat im Falle der Verhinderung
eines Mitgliedes fiir Ersatz zu sorgen.
Brûssel, den 18. april 1918.

No. 40. – 23. APRIL 1918

Beschikking Overeenkomstig artikel 34 van de wet van 13 oktober 1890,en artikel 1 van het koninklijk Besluit van 21 Juli 1891 besluit gewijzigd werd bij de verordening van No. 40. – 23. APRIL 1918. 13 juni 1917  betreffende de middenjury voor hoger onderwijs ; overeenkomstig de verordening van 7 februari 1918 betreffende de inrichting van een buitengewone zittijd der voornoemde middenjury ;beschik ik :
Art 1. De middenjury voor hoger onderwijs, op den buitengewone zittijd dezer maand, wordt voor het Vlaams bestuursgebied samengesteld aïs volgt :
Voorzitter: de heer Josson, Maurits, bestuurder aan het
ministerie van Wetenschappen en Kunsten,
Leden :
I. Faculteit der wijsbegeerte en letteren.
a) Candidaatsexamen voorbereidend tot de rechtsgeleerdheid :
(Voor de namen zie Duits.)
b) Candidaatsexamen voorbereidend tot het doctoraat in de classieke philologie:
(Voor de namen zie Duits.)
II. Faculteit der rechtsgeleerdheid.
Examen van candidaat-notaris
(Voor de namen zie Duits.) ,
III. Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen.
a) Eerste gedeelte van het candidaatsexamen in de “wiskunde en de natuurwetenschappen :
(Voor de namen zie Duits.)
b) Examen van candidaat-ingenieur
(Voor de namen zie Duits.)
IV. Faculteit der geneeskunde.
a) Eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde:
(Voor de namen zie Duits.)
b) Tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde:
(Voofrde namen zie Duits,)
c) Derde gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde:
(Voor de namen zie Duits.)
d) Apothekersexamen :
[Voor de namen zie Duits.)
Art. 2. De buitengewone zittijd der middenjury voor hoger ondenwijs zal geopend worden op Donderdag, 25 april 1918, in de lokalen der Universiteit te Gent.
Art. 3. De’voorzitter der middenjury voor hoger onderwijs wordt gemachtigd zijn plaatsvervanger aan te duiden en gelast te voorzien in de vervanging van leden, die desvoorkomend zouden verhinderd zijn.
Brussel, den 13n AprU 1918.

No. 40. – 23. APRIL 1918.

Bekendmaking. ***
Op grond mijner verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kommissionen), evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 juli 1917 tot deze verordening heb ik, op voorstel der centrale Oogstkommissie (Zentral-Eniie’Kommission) de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld :
voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 73. 74 per 100 hgr.
„ rogge (inlandse) uit stapeplaats of molen geleverd „ 38.88
„ masteluin uit stapelplaats of molen geleverd „ 41.46 „ „ „
„ apeli, ongepelde uit stapelplaats of molen geleverd „ 37.64 „
„ zemelen uit stapelplaats of molen geleverd „ 25.5) „
„ voor tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 82.96 „
„ roggemeel aan bakkers of verbruikers gdeverd „ 47.02
„ masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 49.68 „
„ tarwebrood aan verbruikers geleverd „ — 69 „ 1 kg
Deze hoogste prijzen worden op 1 mei 1918 van kracht.
De provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernte-Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters,telkens een lagere hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen.
Voor den verkoop van koren door de verbouwers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de hoogste prijzen vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de verordening van 19 Juli 1917 betreffende de Oogstkommissies van kracht
Brussel den 16 april 1918»
affiches uit de collectie KOKW

22 april 1918 maandag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 17-04-1918 geen verordeningen

Titel IV.
Overgangsmaatregelen.
Art. 42. Een jaarlijkse toelage van 120 frank wordt verleend aan alle Belgen, die in België verblijven, voor 1 januari 1843 zijn geboren en in nood verkeren. Onder dezelfde voorwaarden komt die toelage ten goede aan de Belgen, die, binnen de jaren 1843 tot 1848 geboren, in de Algemene Lijfrentekas ten minste 18 frank hebben gestort. Een verhoging van rente wordt verleend aan elke Belg, die voldoet aan dezelfde vereisten van verblijf en behoeftigheid en in de jaren 1849 tot 1900 is geboren.

Het bedrag van die verhoging wordt bepaald op 120 frank voor de belanghebbenden, die in de jaren 1849 tot 1879 zijn geboren. Zij bedraagt 115 frank waar de belanghebbenden die in 1880, 110 frank voorzien die in 1881 zijn geboren en wordt zo achtereenvolgens verminderd met 5 frank per jaar voor de belanghebbenden die in de volgende jaren tot in 1900 geboren zijn. Om de verhoging te kunnen genieten, moeten de aanvragers bewijzen dat zij in de Algemene Lijfrentekas ten minste 6 frank per jaar hebben gestort, met afstand van kapitaal, en wel gedurende een tijdsverloop van ten minste drie jaar. De verhoging wordt met 4 frank ingekort voor elk jaar binnen hetwelk, te rekenen van 1919, de bij het vorig lid voorgeschreven stortingen niet werden gedaan, tenzij de belanghebbende bewijst dat hij twintig jaarlijkse stortingen van ten minste 6 frank Heeft gedaan of bij de Algemene Lijfrentekas een rente van 120 frank op vijf en zestig jaar heeft verworven. De voorwaarden en vormvereisten om gemelde toelagen en verhogingen te bekomen worden bij bijzonder besluit bepaald. Met afwijking van artikel 48 der toet van 16 maart 1865, wordt de Algemene Lijfrentekas gemachtigd, de stortingen voor uitgestelde renten te ontvangen, welke door personen, geboren binnen de jaren 1843 tot 1879, na den leeftijd van vijf en zestig jaar worden gedaan ten einde de toelage of de verhoging van rente te bekomen. Het in genot treden van de renten, door die stortingen verkregen, kan worden uitgesteld tot dat zij onder de voorgeschreven voorwaarden volkomen gevestigd zijn.
Art. 43. De toelagen en verhogingen van rente, bij het vorig artikel voorzien, worden door den Staat betaald en uitgekeerd uit het bijzonder fonds van de dotaties voor de instelling van ouderdomspensioenen opgericht hij de wet van 10 mei 1900. De Staat doet daarvan een twaalfde door de gemeenten en een twaalfde door de provinciën terugbetalen. Deze terugbetaling geschiedt hij wijze van afhouding op de toelagen en aandelen in het gemeentefonds en in het bijzonder fonds en op de andere voordelen door den Staat verschuldigd en, hij ontoereikendheid, op de wijze voorzien door de provincie- en gemeentewetten tot het nakomen van de verbintenissen der provinciën en gemeenten. De aldus opgebrachte middelen worden gestort in bedoeld bijzonder fonds.  Art. 44. Tegemoetkomingen worden ieder jaar door den Staat toegekend aan de mutualiteitshonden, die voor het overgangstijdperk een bijzondere kas hebben opgericht om jaarlijkse vergoedingen te verlenen aan hun voor 1871 geboren leden. Die tegemoetkomingen van den Staat zijn evenredig aan de bijdragen der werkende leden, die al dan niet de voordelen van die bijzondere kassen genieten ; het bedrag daarvan wordt elk jaar bepaald door de begroting en zij worden toegekend onder hij bijzonder Besluit te bepalen voorwaarden.
Art. 45. De bijdragen der bedrijfshoofden voor de verzekering tegen ouderdom (art. 40) worden, behoudens wat later zal worden bepaald, gestort in het bijzonder fonds der dotaties voor de instelling der ouderdomspensioenen, opgericht hij de wet van 10 mei 1900.
Art. 46. Totdat verkiezingen voor den Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht hebben plaats gegrepen, zullen voorlopig zeven leden, door de regering uit de kringen der aangenomen verzekeringsinstellingen of honden te benoemen optreden in plaats van de zeven te verkiezen leden,
Titel V.
Slot- en Strafbepalingen.
Art. 47. Inhoud en vorm der door de bedrijfshoofden af te geven verklaringen met het oog op het doorvoeren van de verzekering worden door bijzonder Besluit bepaald, Het opmaken der rollen en het beroep der aangeslagenen geschieden zoals bij de  rechtstreekse belastingen ; hetzefde geldt voor de inning van de bijdragen, die desnoods bij dwangbevel gebeurt.
Art. 48. Met een boete van 26 tot 600 frank worden voor elke overtreding gestraft de beheerders van de mutualistische verenigingen, de leden der gewestelijke kassen en de bedrijfshoofden, die willens en wetens onjuiste opgaven doen in de rekeningen invulbladen en getuigschriften, voorgeschreven door deze verordening of door ter uitvoering daarvan genomen besluiten, –

De verzekerde, die valse aangiften doet ten einde zich aan de verplichte stortingen te onttrekken, wordt gestraft met een boete van 5 tot 25 frank voor elke overtreding. De bedrijfshoofden, die het toezicht verhinderen, door den ontvanger uit te oefenen krachten de artikelen 32, 40 en 47 worden gestraft met een boete van 26 tot 600 frank, onverminderd de toepassing van de straffen voorzien bij de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek. Dezelfde boete wordt op hen toegepast voor elke overtreding van lid 2 van artikel 4. Bevoegd zijn de vrede- of politierechters.
Art. 49. Het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zal bij bijzondere verordeningen vastgesteld worden.
Art. 50. Het Ministerie van Nijverheid en Arbeid en het Ministerie van Financiën zijn met de uitvoering van deze verordening belast.
Brussel, den 14 maart 1918.

19180423 Houdende regeling van het slachten van runderen kalveren en varkens.
affiches uit de collectie KOKW

21 april 1918 zondag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 38. – 18. APRIL 1918.vervolg
Verordening betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen.

Art. 31. De bijdrage der verzekerden wordt door de standregelen der erkende ziekenkassen en bondskassen bepaald. Voor de leden der gewestelijke kassen van vooruitzicht, is zij op 18 frank per jaar voor de ziekteverzekering en op 6 frank per jaar voor de verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid vastgesteld. Op verzoek der verzekerden die bewijzen dat zij slechts een loon van minder dan 15 frank per week verdienen, kan zij, voor de ziekenverzekering, verminderd worden tot de helft. In dit geval wordt de dagelijkse vergoeding naar evenredigheid verminderd. Zo nodig, mogen de gewestelijke kassen, mits zij daartoe door de Regering worden gemachtigd, bijkomende bijdragen opleggen aan hun aangeslotenen of aan sommige groepen van hen, volgens het bijzonder risico welke zij uitbrengen. De belanghebbenden, meer dan vijf en zestig jaar oud, zijn van elke bijdrage vrijgesteld.

Dezelfde vrijstelling kan voor dien leeftijd en op hun verzoek verleend worden aan :
1. de belanghebbenden die kost en inwoon vrij genieten bij het bedrijfshoofd ;
2, de werklieden, op pensioen gesteld krachtens de wet van 5 juni 1911 op de mijnwerkerspensioenen.

De vrijgestelden hebben enkel recht op den genees- en artsenijkundigen dienst, alsmede op de behandeling in de sanatoria.
De aanvragen tot vermindering en vrijstelling worden, met het bericht van de mutualistische vereniging waarvan de belanghebbende lid is, of, zo niet, van het gemeentebestuur gericht tot de gewestelijke kas ; deze doet uitspraak behoudens beroep bij den vrederechter der woonplaats van den aanvrager.
Art, 32, De bedrijfshoofden zijn gehouden, voor de ziekteverzekering te betalen een bijdrage van 6 frank per jaar en per verzekeringsplichtigen werkman of bediende, daaronder begrepen de bij het vorig artikel bedoelde vrijgestelden. Zij zijn gehouden, onder dezelfde voorwaarden, een bijdrage van 6 frank te storten voor den dienst der Verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid. De bijdragen der patroons worden, op de der Besluit bepaalde wijze, aan de betrokken medische verenigingen of gewestelijke kassen toevertrouwd. Zij zijn bestemd om de kosten van den genees- en artsenijkundigen dienst, alsmede van den dienst der sanatoria te bestrijden. De bedrijfshoofden, die den genees- en artsenijkundigen dienst ten bate van hun personeel hebben ingericht, zijn van de betaling der bijdrage voor de ziekteverzekering vrijgesteld mits zij zich gedragen naar de vereisten, voor dezen dienst aan de gewestelijke kassen opgelegd hij artikel 9, lid 3, dezer verordening.
Art. 33. De tegemoetkoming van den Staat voor de ziekteverzekering bedraagt 25 centiem per jaar en per frank door elke verzekerde gestort, doch slechts voor de eerste vier en twintig frank. Zij wordt gebracht op 50 centiem voor de verzekerden, die uiterlijk op 31 december 1875 geboren zijn. Voor de vrijgestelden bedraagt de tegemoetkoming 2 fr. 50 per jaar. Die tegemoetkoming wordt overhandigd aan de betrokken mutualistische verenigingen of gewestelijke kassen.

Om de toelagen te kunnen ontvangen, zijn de mutualistische verenigingen gehouden :
1. de overeenkomsten betreffende den genees- en artsenijkundigen dienst aan de Raadgevende Commissie van den Hogeren Raad om bericht mede te delen, alvorens zij in werking treden ;
2, ten minste 85 t. h. van de vergoedingen wegens ziekte en van de genees- en artsenijkundige kosten te bestrijden door middel van de bijdragen hunner werkende leden, verhoogd met de interesten van de belegde fondsen ; elk jaar worden die 85 1. h. naar keuze van de vereniging, berekend hetzij op de uitkomst van het vorig jaar hetzij op de gemiddelde uitkomst van de laatste twee, drie vier of vijf jaren. De verenigingen, welke gedurende dit tijdsverloop hun reserve vermeerderden met een som ten minste gelijk aan 25 t. h. hunner uitgaven, zijn niet gehouden, aan die vereiste te voldoen. Een aanvullende toelage van 1 tot 3 frank kan, volgens de hij bijzonder Besluit te bepalen regelen, worden verleend voor den geneeskundigen dienst der verzekerden die ver van een geneesheer wonen.
Art. 34. Aanvullende toelagen worden, overeenkomstig bij bijzonder Besluit te bepalen regelen, verleend aan de mutualistische verenigingen  en aan de gewestelijke kassen die, overeenkomstig hun  standregelen, hogere verstrekkingen van kraamgeld of bij nr. 1 tot 6, lid 3 van artikel 21 voorziene voordelen verlenen.
Art. 35, De tegemoetkoming van den Staat voor de verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid wordt geregeld overeenkomstig der wet van 5 mei 1912. Echter bedraagt de tegemoetkoming bepaald bij het 2e lid van artikel 2 dier wet, 1 frank per gestorte frank voor de verzekerden die uiterlijk op 31 december 1875 geboren zijn. Zij wordt overhandigd aan de kassen tegen gebrekkelijkheid of aan de kassen, volgens bij bijzonder besluit bepaalde regelen.
Art. 36. Op verzoek van de aangenomen maatschappijen kan de bond, die ze verenigt, tegenover hen de gewestelijke kas vervangen, vooral wat betreft de rechtsbetrekkingen dezer kas met de ziekenkassen. De daartoe na te komen voorwaarden worden bij bijzonder besluit bepaald.
Art. 37. Een krediet van 3 miljoen frank wordt ter beschikking van de Regering gesteld om sanatoria te helpen oprichten voor de verzekerden, lijdende aan besmettelijke ziekten en inzonderheid aan tuberculose. Een krediet wordt jaarlijks op de gewone h / van het Ministerie van Nijverheid en Arbeid uit aandeel van den Staat in de kosten van behandeling der verzekerden in de sanatoria.
Titel 111.
Verzekering tegen ouderdom.
Art. 38. Het voorwerp der verzekering tegen ouderdom is het verlenen van ouderdomspensioen.
Art. 39. De vereiste bijdrage der verzekerden voor het ouderdomspensioen ten minste 6 frank per jaar. Zij moet worden gestort met afstand van kapitaal en het in genot treden der rente dient te worden vastgesteld op vijf en zestig jaar. Zij kan, op hun aanvraag, worden verminderd tot 3 frank voor de verzekerden die bewijzen dat zij slechts een loon van minder dan 15 frank per week verdienen. De vermindering wordt toegestaan overeenkomstig artikel 31, laatste lid.
Art. 40. De bedrijfshoofden zijn verplicht, als bijdrage voor de verzekering tegen ouderdom voor elke te verzekeren werkman of bediende 6 frank per jaar te storten.
Art. 41. Door den Staat wordt in de stortingen ter Algemene Lijfrentekas bijgedragen zoals is bepaald door de wetten van 10 mei 1900 en van 5 juni 1911. De tegemoetkoming van 2 frank, voorzien bij artikel 12 der wet van 10 mei 1900, moet telkens, als zij wordt verleend wegens verplichte stortingen, op het boekje van den belanghebbende worden ingeschreven ; de inschrijving geschiedt onder de voorwaarden, bepaald bij het 2e lid van artikel 39.

affiches uit de collectie KOKW

19180420 Betreffend opneming der landbouwgronden de schatting der opbrengst van den broodkorenverbouw 1918