31 december 1916 zondag Sint Niklaas

Alle herbergen moeten van heden af om 9 uur B.T. gesloten zijn, alle winkels uitgenomen voedings en cigarenwinkels om 6 uur B.T. enz afficheeren de Duitschers; dit om licht te sparen.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

geen verordeningen

Beste wensen aan alle trouwe lezers, en geloof mij ook voor mij duurt de oorlog lang…….

afbeelding uit het Franse weekbllad la baîonnette

Advertenties

30 december 1916 zaterdag Sint Niklaas

Albert gaat naar Antwerpen bij Notteau.
Jacques Lentacker trekt voor zijn zoon Edmond van den Belgischen Staat 80 fr over December in de bureelen der Nationale Bank t/s.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
kandidaat geschiedenis onlineprijs nl

No. 294. — 31. DECEMBER 1916.
BESCHIKKING.
Overeenkomstig de wet van 23 Jimi 1894 oj) de maatschappijen van onderlingen bijstand, wordt de onderlingen verzekeringsmaatschappij „Mutuelle Saint Joseph te Grosage (Henegouw) hierbij wettelijk erkend.
Brussel, den 16n Augustes 1916.
C. C. VII 7512.

No. 294. — 31. DECEMBER 1916.
BEKENDMAKING.
Op grond van de artikelen 9, 11, 13, 29 en 31 der wet van 15 Juli 1849 tot regeling van het hoger onderwijs en, op grond van de Verordening van 12/22 Augustus 1916 houdende instelling van eere-professoraten, heeft de Heer Generaalgouverneur in België, navolgende verdere benoemingen aan de Universiteit Gent gedaan:

I. In de Faculteit van Wijsbegeerte en Letteren: . de heer Hippoliet Meert, Dr. in de Germaanse filologie, algemeen bestuurder aan het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, thans te Gent, benoemd tot gewoon ere-professor voor praktische oefeningen in de Nederlandse taal (Beschikking van 25 november 1916), . de heer Pieter Thibau, Br. in de Wijsbegeerte en Letteren, tijdelijk leraar aan het koninklijk Atheneum te Gent, bij verdere waarneming van dit ambt, belast met het houden van filologische oefeningen in de Griekse en Latijnse taal (Beschikking van 29 november 1916), en de heer Paul Menzerath, Dr. in de Wijsbegeerte en Letteren, buitengewoon hoogleraar in de zielkunde, buitendien tijdelijk belast met het houden van voorlezingen over Romaanse taal en letterkunde (Beschikking van 25 october 1916).

II. In de Faculteit van Rechtsgeleerdheid : 36. de heer René -Claeys, Dr, in de handelswetenschappen, te Merelbeke, met ontheffing van den “vereisten wettelijke doktorsgraad, tot buitengewoon hoogleraar in het volkenrecht en in de sociale wetenschappen (Beschikking van 14 oktober 1916), en de heer Karel Heyndriekx, Dr. in de rechten, stadssecretaris te Sint-Niklaas-Waas, tot gewoon ere-professor in het bestuurlijk recht (Beschikking van 31 oktober 1916).

III. In de Faculteit der Geneeskunde :
de heer C. ten Horn, Dr. in de geneeskunde, gewezen leider der heelkundige en urologische afdeling bij ket Marinehospitaal te Den Helder (Nederland), uit Veendam (Nederland) tot buitengewoon hoogleraar in de heelkunde (Beschikking van 11 november 1916) j en de Heer Professer Edmond Forster, Dr. in de geneeskunde, privaatdocent aan de Universiteit Berlijn, eerste assistent aan de psychiatrische Kliniek der Charité” te Berlijn, tijdelijk belast met het houden van voorlezingen over de weefselleer (Beschikking van 23 november 1916).
Brussel, den 15n december 1916.
C. C. Illh 1391.

No. 294. — 31. DECEMBER 1916.
Verordening betreffend verlenging van de mandaten van de griffiers der provinciën Henegouwen en Namen.
In aansluiting aan mijn Verordening van 19 juni 1916 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 229), verorden ik het navolgende: De mandaten van de griffiers der provinciën Henegouwen, Alfred Longlois, en Namen, X. Bribosia, worden verder tot 30 juni 1917 verlengd. Brussel, den 23n cecember 1916.
C. C. V 12537.

postkaart Antwerpen Sint Camillusgesticht Naaikamer

29 december 1916 vrijdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org kandidaat geschiedenis onlineprijs nl

overgeschreven uit NRC
19161229 – Engeland neemt weerom een deel van het Franse front over. 
19161229 – In Roumenië wijken de Russen een weinig. 

vervolg en einde onderrichting opeising metaal
§ 11. Strafbepalingen: Wie de voorschriften dezer Verordening of de op grond er van uitgevaardigde uitvoeringsbepalingen opzettelijk of uit grove nalatigheid overtreedt, wordt met ten hoogste twee jaar gevangenis en met ten hoogste 20.000 mark boete of met een van beide straffen gestraft. Wie tot overtreden van deze Verordening en van de uitvoeringsbepalingen uitnodigt of aanzet, wordt zoverre volgens de algemene strafwet geen zwaarder straffen zijn voorzien, op dezelfde wijze gestraft. De poging tot overtreden is strafbaar. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 13 december 1916.

No. 293. — 28. DECEMBER 1916.
Met ingang van 1 januari 1917 zal het Belgisch arrondissement Bergen van de etappeninspektie van het Iste leger en het krijgsarrondissement Aarlen van de etappeninspektie van het 5de leger afhangen. De krijgsgouverneurs van Bergen en van Aarlen zullen hun ambtszetel in genoemde steden gevestigd houden.
Met ingang van denzelfden dag zullen de gedeelten van het huidig krijgsarrondissement Bergen, die tot het Generalgouvernement blijven behoren, het krijgsarrondissement Zinnik uitmaken. Het Hoofd van het voormalig krijgsarrondissement Bergen zal den zetel van zijn beheer naar Zinnik overbrengen. De grens van beide krijgsarrondissementen en van het Belgisch arrondissement scheidt het etapppengebied van heide hiervoor genoemde legers van het Generalgouvernement. De bekendmaking van 19 december 1915 /a Nr. 14881, Wet- en Verordeningsblad, hl. 1436, wordt hierbij overeenkomstig gewijzigd.
Brussel, den 27 december 1916.

voorblad le rire 5 12 1916 Vreselijk die oorlog en dat op mijn oude dag 2 verloren jaren…… ja nonkel afgrijselijk en die van 20 jaar verliezen heel hun leven

28 December 1916 donderdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboeken.org
deelnemer geschiedenis online prijs nl

niets overgeschreven uit NRC

vervolg verordening deel 2

§ 6. Schadeloosstelling: Voor de afgeleverde voorwerpen worden navolgende prijzen betaald:
voor 1 kgr. koper . … 4.00 frank
tin 7.50
nikkel …. 13.00
geelkoper . . . 3.00
brons …. 3.00
tombak . . . 3.00
Bij het vaststellen van het gewicht wordt beslag uit niet aangeslagen stoffen niet medegerekend. De betaling geschiedt met gereed geld op grond der schatting gedaan door het afleveringskantoor. De betaling geschiedt aan den afleveraar, zonder onderzoek naar zijn eigendomsrecht. Indien de afleveraar weigert de betaling te aanvaarden, zo wordt hem een ontvangstbewijs afgeleverd; de vaststelling der schadeloosstelling geschiedt in dit geval door de Rijkskommissie tot regeling der schadeloosstellingen (Reichsentschàdigungskommission) volgens de bestaande grondregelen.
§ 7. Personen en bedrijven waarop de Verordening toepasselijk is: Deze Verordening is toepasselijk op:
1. Huiseigenaars, bewoners van appartementen en hoofden van huishoudens.
2. Personen, bonden en verenigingen van privaat of openbaar rechtelijke natuur, wier gebouwen of lokalen de onder § 2 vermelde voorwerpen bevatten. Hiertoe behoren inzonderheid ook staats-, kerkelijke en gemeente inrichtingen en -bedrijven, met inbegrip van bedrijven, inrichtingen en dienstlokalen die in het bezit of onder bewaring zijn van Duitse krijgs of burgerlijke overheden of van dezer ambtenaren en beambten. Wat betreft de gebouwen die door de eigenaars of bewoners verlaten zijn of niet bewoond worden, zijn de gemeentebesturen voor de uitvoering dezer Verordening verantwoordelijk; de plaatselijke kommandanturen zijn gerechtigd, aan de gemeenten dienaangaande nadere onderrichtingen te geven. Voor woonhuizen, die door Duitse militairen of burgers, krachtens het recht van inkwartiering bezet zijn, is de uitvoering dezer Verordening ten laste der bevoegde krijgsoverheden (plaatselijke kommandanturen).
§ 8. Weghaling door dwang: wordt aan het bevel tot aflevering niet of niet bijtijds gevolg gegeven, zo kan, buiten de strafrechtelijke vervolging, de weghaling door dwang ten koste van den bezitter geschieden. Te dien einde kunnen huiszoekingen worden gedaan. In geval van weghaling door dwang, wordt hoegenaamd geen schadeloosstelling toegekend; door het weghalen zelf gaat de eigendom op het Duits legerbestuur over.
§ 9. Medewerking der gemeenten: de gemeenten en de gemeentebesturen, evenals de gemeenteambtenaren en -beambten zijn verplicht hun medewerking te verlenen wanneer de met de uitvoering dezer Verordening belaste overheden zulks verlangen.
§ 10. Uitvoeringsbepalingen: Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) bij den Generaalgouverneur, Afdeling voor Handel en Nijverheid, is gemachtigd, uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening uit te vaardigen.

wist je dat?
Tombak, ook wel als tombac of tambac gespeld, is een goedkoop metaal. De legering bestaat voor ten minste 70% uit koper en bevat verder zink. Etymologisch is het woord afgeleid van het Maleis waarin “tambaga” koper betekent. De legering lijkt op messing maar is goudkleuriger en wordt daarom soms rood messing genoemd.

afbeelding https://nl.wikipedia.org/wiki/Tombak_(legering)

27 december 1916 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org kandidaat geschiedenis onlineprijs nl

overgeschreven uit NRC
19161227 – Het Fransche linieschip Gaulois in de Middelandsche zee getorpedeerd. 

Gelukkig nieuwjaar vanwege de Keizer deel1
No. 293. — 28. DECEMBER 1916. tekst
Verordening *** betreffende de inbeslagneming en afleveringsverplichting van huishoudelijke voorwerpen uit koper, tin- nikkel, geelkoper, brons en tombak.
§ 1. De hierna vermelde voorwerpen zijn hierbij in beslag genomen en aan de afleveringsverplichting onderworpen.
§ 2. Beweeglijke en nagelvaste huishoudelijke voorwerpen uit koper, tin, nikkel, geelkoper, brons en tombak, om het even of zy al dan niet bruikbaar zijn:
1. Allerhande keuken-, huisgerief en huishoudelijk gereedschap, uitgezonderd messen, lepels en vorken.
2. Wasketels, badkuiperij toestellen om warm water te bereiden en andere ketels en vaten.
3. Uithang- en naamborden in huizen en aan huisgevels; handgrepen, deurkloppers en belegsels aan deuren en huizen, zoverre zij niet dienen om te sluiten.
4. Ogen, roeden en bijhorigheden om traplopers en andere tapijten vast te maken.
5. Gewichten.
6. Ander huisgerief en pronkvoorwerpen uit tin. De onder 1-6 vermelde voorwerpen vallen onder de inbeslagneming en de afleveringsverplichting ook dan, wanneer zij niet in huishoudingen in engeren zin, maar in andere bewoonde en onbewoonde gebouwen en lokalen voorhanden zijn (b.v, in dienstlokalen van overheden, ekonomaten, spijslokalen, enz., van fabrieken, trapzalen).
§ 3. Van de inbeslagneming en afleveringsverplichting zyn ontslagen:
1. Voorwerpen aan en in kerken en andere gebouwen en lokalen, die tot godsdienstige doeleinden dienen.
2. Voorwerpen in gasthuizen en klinieken evenals in het particulier bezit van geneesheren, apothekers en andere personen, die de geneeskunst mogen beoefenen, zoverre die voorwerpen voor de ziekenverpleging of bij de beroepswerkzaamheid van geneesheren, enz. onontbeerlijk zijn en niet kunnen vervangen worden.
3. Voorwerpen in openbare verzamelingen.
4. Voorwerpen, die zich in handels- of nijverheidsbedrijven bevinden en ofwel voor den verkoop bestemd, of tot het bedrijf nodig zijn; voor deze voorwerpen zal een afzonderlijke Verordening verschijnen.
§ 4.De inbeslagneming heeft volgende uitwerking: Het is verboden aan de onder de inbeslagneming vallende voorwerpen enige wijziging toe te brengen. Elke rechtszakelijke beschikking over de in beslag genomen voorwerpen, evenals elke verandering van bezit is verboden, zoverre in de volgende paragrafen geen uitzonderingen worden toegestaan. De in beslag genomen voorwerpen moeten zorgvuldig behandeld worden; zij mogen tijdelijk op regelmatige wijze verder worden gebruikt.
§ 0. Afleveringsverplichting: De aflevering van de in beslag genomen voorwerpen moet op bevel der Afdeling voor handel en nijverheid (Abteilung fur Handel und Gewerbe), op de tijdstippen en in de kantoren, die bedoelde afdeling voor de aflevering zal aanduiden, plaats hebben; zij kan ook gedaan worden aan de „Zentrai Einkaiifsgesellschaft fur Belgien”, voordat het bevel tot aflevering is gegeven. Van het ogenblik af waarop de aflevering is geschied, gaat de eigendom der afgeleverde voorwerpen over op het Duits legerbestuur. Voorwerpen die onder oogpunt van kunst, kunstnijverheid of geschiedenis waarde hebben, zijn niet aan de afleveringsverplichting onderworpen, in geval de afleveringskantoren die voorwerpen ais zodanig erkennen. Het afleveringskantoor kan om bijzondere redenen voorlopige vrijstelling van de afleveringsverplichting toestaan.

Postkaart Delcampe

24 december 1916 zondag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org kandidaat geschiedenis onlineprijs nl

niets overgeschreven uit NRC

No. 292. — 26. DECEMBER 1916.
BESCHIKKING.
Overeenkomstig lid 1 van artikel 4 der wet van 5 Juli 1899 op de riviervisvangst, wordt artikel 26 van het koninklijk besluit van 31 Met 1913, betreffende het afleveren van visverloven, als volgt aangevuld:
Art. 1. Afgezien van de bepalingen van artikel 26 uit het koninklijk besluit van 31 Mei 1913 over het onttrekken van visverloven, mogen geen visverloven van meer dan 2 frank worden afgeleverd aan:
a) kinderen beneden 16 jaar;
h) personen, die in de laatste drie jaar, wegens overtreding van de voorschriften op de visserij, tot een boete van 50 frank of meer veroordeeld werden;
c) personen, die bij rechterlijk vonnis een der onder artikel 31 van het Strafwetboek vermelde rechten — niet slechts het recht om wapens te dragen — hebben verloren;
d) personen, die bij vonnis onder bewaking der politie gesteld zijn.
Art. 2. Wie een visverlof van meer dan 2 frank aanvraagt, moet den met het afleveren der visverloven belasten beambte een getuigschrift van de gemeenteoverheid zijner woonplaats overleggen, waaruit blijkt dat geen der in artikel 1 onder a d vermelde gevallen voor hem in aanmerking komt.
Brussel, den 18n december 1916,

No. 292. — 26. DECEMBER 1916.
Uitvoeringsbepalingen tot de Verordening van 13 december 1916 betreffende de regeling van den handel in brandewijn en gist.
Op grond van artikel 12 der Verordening van 13 december 1916 betreffende de regeling van den handel in brandewijn en gist, besluit ik tot nader order ket volgende:
Art. 1. Brandewijn in den zin der Verordening van 13 December 1916, is alle niet verwerkte brandewijn (flegmes, alcools rectifiés et alcools non rectifiés). De bijproducten blijven vrij, voor zover er geen andere wettelijke bepalingen zijn, en bijzonderlijk de fusel valt niet onder de toepassing der Verordening, zolang hij niet meer dan 8 gewichtsgedeelten wijngeest per 100 inhoudt.
Art. 2. De stokerijen en gistfabrieken in werking bij het in kracht treden der Verordening, moeten tot 6 januari 1917 aan de Brandewijncentrale (Brandwein- Zentrale) , waarheidsgetrouw, alle grondstoffen aangeven, welke zij in magazijn hebben of waarover zij beschikken.
Art. 3. De stokerijen en gistfabrieken in werking zijnde bij het in kracht treden der Verordening, moeten, tot 3 januari 1917, schriftelijk de toelating aanvragen, welke door Art. 2 der Verordening van i/3 december 1916 voorgeschreven is. Tot de mededeling van het antwoord op deze aanvraag, maar ten laatste tot 20 Januari 1917, is het de fabrieken toegestaan hun bedrijf voort te zetten.
Art. 4. Het is verboden brandewijn te verzenden, te vervoeren of aan te nemen zonder een geleibrief welke door de Brandewijncentrale opgesteld is.
Brussel, den 22n december 1916.

postkaart verstuurd tussen 1905 en 1914 van Duitsland naar Antwerpen

23 december 1916 zaterdag Sint Niklaas

Albert gaat alleen bij den dokter naar Antwerpen.(onderlijnd)

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org deelnemer gschiedenisonlineprijs.nl

overgeschreven uit nRC
19161223 – Tulcea in de Doubroutcha door de Centralen bezet. In Roumenië houden de Russen en de Roumeniërs voor de Sereth stand. 

354 . No. 291. — 23. DECEMBER 1916.
Verordening betreffende de regeling van den handel in brandewijn en gist.
Art. 1. Het vervaardigen van brandewijn en gist,evenals de handel in deze beide, tot de voorziening van de Belgische bevolking dienende voortbrengselen,wordt, onder toezicht van het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) bij den Generaal gouverneur in België, door de Brandewijncentrale(Brandwein-Zentrale) in België geregeld. Aan het hoofd van de Brandewijncentrale wordt,door den Generaal gouverneur in België, een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter benoemd. Bovendien stelt het Hoofd van het burgerlijk bestuur drie bijzitters aan, waarvan ten minste twee Belgen moeten zijn, en, die zo nodig, in belangrijke vragen hun deskundig oordeel te geven hebben.
Art. 2. Tot het vervaardigen van brandewijn en gist mag slechts worden overgegaan met de te allen tijde herroepbare toelating van de Brandewijncentrale en met inachtneming van de door deze laatste vastgestelde voorwaarden. Tegen de weigering en intrekking van bedoelde toelating mag, binnen twee weken te rekenen van dendag der kennisgeving af, verzet aangetekend worden bij het Hoofd van het burgerlijk bestuur, die zonder beroep beslist.
Art, 3. Wie brandewijn vervaardigt (stoker) of in ketelwagens of vaten invoert in het gebied van het Generaal-Gouvernement, is verplicht dezen brandewijn tegen vergoeding aan de Brandewijncentrale over te laten (
Artikel 6). Wie met aanvang van 24 december 1916 brandewijn,waarvan de rechten, en de tol niet betaald zijn,in bewaring heeft, of gerechtigd is er over te beschikken,is eveneens verplicht deze waar aan de Brandewijn centrale over te laten. Alle overeenkomsten en beschikkingen, die in strijd zijn met deze Verordening, houden hierbij op van kracht te zijn,
Art. 4. Wordt de brandewijn niet vrijwillig overgelaten,zoo kan het Hoofd van het burgerlijk bestuur,op voorstel van de Brandewijncentrale, den eigendom der waar aan deze laatste overdragen. De overgang van eigendom heeft plaats op het ogenblik dat de bezitter van den brandewijn of hij, die gerechtigd is erover te beschikken, het bevel der eigendom overdraging ontvangt.
Art. 5. De brandewijn is af te leveren in overeenkomst met de aanwijzingen der Brandewijncentrale. Al wie verplicht is brandewijn aan de Brandewijncentrale over te laten, is gehouden deze laatste naar waarheid inlichtingen te verschaffen omtrent den aard en den omvang van zijn vervaardiging en van zijn voorraad, alsook de afgevaardigden der Brandewijncentrale toegang te verlenen tot stokerijen, burelen en stapelplaatsen, en hun de zakenboeken te laten nazien. Inzonderheid is hij, die met aanvang van 24 december 1916 brandewijn, waarvan de rechten en de tol niet betaald zijn, in bewaring g heeft, gehouden ten laatste op 29 december 1916, de Brandewijncentrale naar waarheid inlichtingen te verschaffen omtrent de voorraden, onder aangeving der soorten en der bijnaam genoemde eigenaars. De brandewijnvoorraden moeten, tot op het ogenblik dat de Brandewijncentrale of de door de Brandedewijncentrale aangegeven andere personen ze overnemen,behoorlijk bezwaard, behandeld en volgens dein den handel gebruikelijke wijze verzekerd worden.
Art. 6. De brandewijn is tegen een passende prijs over te nemen. De te betalen prijs voor den over te nemen brandewijn en de voorwaarden van betaling worden. Nadat de bezitters gehoord zijn, door den voorzitter van de Brandewijncentrale of door dezes plaatsvervanger vastgesteld. Tegen deze vaststelling mag binnen twee weken, te rekenen van den dag der kennisgeving a/,verzet aangetekend worden bij het Hoofd van het burgerlijk bestuur, die zonder beroep beslist.
Art. 7. De prijs waar tegen de Brandewijncentrale den overgelaten brandewijn voort verkoopt, wordt vastgesteld door het Hoofd van het burgerlijk bestuur nadat geschikte deskundigen zijn gehoord. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur schrijft eveneens de overige voorwaarden voor, inzonderheid wat den verkoop van de brandewijnvoortbrengselen in den kleinhandel betreft.
Art. 8. De overschotten van de Brandewijncentrale zullen volgens nadere bepalingen van het Hoofd van het burgerlijk bestuur gebruikt worden, om de kosten van beheer in het bezet Belgisch gebied te bestrijden.
Art. 9. Al de betwistingen, ontstaan tussen de Brandewijncentrale en derde personen, worden dooreen te Brussel zetelend scheidsgerecht beslecht. Het scheidsgerecht is samengesteld uit den voorzitter en twee leden, waarvan een vertegenwoordiger van de stokerijnijverheid en een vertegenwoordiger van de nijverheden waar brandewijn wordt verwerkt. De Artikelen 1005 tot 1028 van de Belgische burgerlijke rechtspleging zijn niet toepasselijk op dit scheidsgerecht. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur benoemd de leden van het scheidsgerecht; voor ieder lid wordt een plaatsvervanger aangeduid. Het staat het scheidsgerecht vrij, deskundigen en getuigen te horen. Het scheidsgerecht regelt –zelf zijn werkzaamheden. Het bepaalt naar vrije schatting de kosten van de rechtspleging, de partijkosten inbegrepen. De voorzitter stelt de vergoeding vast die de leden van het scheidsgerecht en de deskundigen voorde uitoefening van hun bezigheden toekomt, evenals de vergoeding voor tijdverlet en reiskosten van de getuigen en van de deskundigen. De uitspraken van het scheidsgerecht zijn zonder beroep.
Art. 10. Overtredingen van deze Verordening of van de daartoe uitgevaardigde uitvoering bepalingen worden gestraft met ten hoogste 3 jaar gevangenis of met ten hoogste 100. 000 mark boete. Ook kunnen beide straffen tegelijk worden uitgesproken. Naast deze straffen kan tot de verbeurd verklaring van den brandewijn, evenals in geval van overtreding van Artikel 2 tot de verbeurdverklaring der stokerij gereedschappen worden besloten. De verbeurd verklaarde brandewijn is, overeenkomstig Artikel 6, aan de Brandewijncentrale over te laten. De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 11 De Belgische tol- en accijnswetten worden door deze Verordening niet gewijzigd.
Art. 12. Uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening worden door het Hoofd van het burgerlijk bestuur uitgevaardigd.
Art. 13. Deze Verordening wordt met ingang van 23 december 1916 van kracht.
Brussel, den 13n december 1916. C. C. lia 129U.

Fahrscheinhafte van Albert Waterschoot

22 december 1916 vrijdag Sint Niklaas

Hier komen enige duizenden Duitsche soldaten voorbij, die in de Etappen gaan uitrusten.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

een hele boterham:
No. 291. — 23. december 1916.
Verordening houdende toekenning van voorlopige kredieten te gelden op de begrotingen voor voor het dienstjaar 1917.
Art 1. Voorlopige kredieten, te gelden op de begrotingen der gewone uitgaven voor het dienstjaar 1917, worden geopend, te weten: Franks
Aan het Ministerie van Financiën, voor den dienst der openbare schuld . . . 17.415.000
Aan het Ministerie van Financiën, voor de dotatiën 364.000
Aan het Ministerie van Justitie …. 14.514.300
Aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken 3.137.250
Aan het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten 21.772.050
Aan het Ministerie van Nijverheid en Arbeid 7.674.500
Aan het Ministerie van Financiën . . . 56.942.350
Aan het Ministerie van Landbouw en Openbare Werken 14.600.220
Aan het Ministerie van Financiën, voor onwaarden en terugbetalingen . . . 820.500
Aan het Ministerie van Financiën, voor de ontvangsten en uitgaven voor order . 60.436.820
Art, 2. Beze Verordening wordt met ingang van 1 januari van kracht.
Brussel, den 17n december 1916.
C. C. lU 12902.
No. 291. — 23. december 1916.
VERORDENING.
Verordening betreffende het heffen van belastingen gedurende het jaar 1917.
De rechtstreekse en onrechtstreekse belastingen juli en in hoofdsom en opcentiemen ten voordele van de Staat, gedurende het jaar 1917 verder geïnd worden, volgens de op 31 december 1916 geldende wetten en tarieven, welke den omslag en, de heffing er van regelen.
Art. 2. Deze Verordening wordt met ingang van 1 januari 1917 van kracht.
Brussel, den 17n december 1916.
C. C. /7a 12902.
No. 291. — 23. december 1916. 339
Verordening *** betreffende aanvulling van de Verordening van 21 Juli 1916, over de benutting van haver. Enig artikel.
Art. 1 der Verordening van 21 Juli 1916 wordt aangevuld als volgt: De ten voordele der burgerlijke bevolking aangeslagen haver uit den oogst van 1916, kan in de bedrijven, die door den „Kreischef” toegelaten zijn, ook worden verbruikt voor het vervaardigen van menselijke voedingsmiddelen.
Brussel den 12n december 1916,
C.C.VI 11449.
No. 291. — 23. december 1916.
Verordening betreffende uitbreiding en vereenvoudiging van den dienst der postchecks en postoverschrijvingen.
Het keizerlijk Duits beheer van posterijen en telegrafen in België is gemachtigd, de Verordening van 29 juni 1916 heropenden dienst der postchecks en postoverschrijvingen met ingang van 1 januari 1917 uit te breiden en te vereenvoudigen als volgt:
I. De dienst der postoverschrijvingen die overeenkomstig punt II, 7 van de Verordening van 29 juni 1916 vooreerst tot het verkeer binnen het gebied van het Generalgouvernement beperkt bleef, wordt, op grondslag van de bepalingen der op 1 november 1910 in het koninkrijk België in werking getreden overeenkomst over den dienst der postoverschrijvingen en van de uitvoeringsbepalingen tot die overeenkomst, alsook van het koninklijk besluit van 15 oktober 1910, derwijze op het verkeer tussen België en Duitsland uitgebreid, dat overschrijvingen zijn toegelaten van rekeningen bij het kantoor van postchecks te Brussel op rekeningen bij het kantoor van postchecks te Brussel op rekeningen bij een kantoor van postchecks in Duitsland en omgekeerd. Daarbij worden de bepalingen van bovenbedoelde overeenkomst gewijzigd wat volgende punten betreft:
1. Op de keerzijde van den scheurkoepon der overschrijvingen of, in de plaats daarvan, de keerzijde van het kredietbericht, mogen geen mededelingen voor den bestemmeling geschreven worden; zulke mededelingen zouden den scheurkoepon of het kredietbericht ongeldig maken.
2. Voor de wederzijdse vereffening gelden navolgende grondregelen:
a) de bedragen, die op een en dezelfden dag wederzijds overgeschreven zijn, worden, zover zij elkander dekken, onmiddellijk vereffend.
b) Het niet vereffend bedrag wordt op het debiet van het schuldig blijvend debet geboekt. Voor de schuld zijn, van den zesden dag na de afgifte der overschrijvingslijsten af, intresten op te brengen. De interest blijft 1 t. h. beneden het ambtelijk bedrag van het bankdisconto in het land van het schuldeisend beheer, en bedraagt ten minste 3t.h.. en ten hoogste 4,2 t. h. Voor de berekening komen alleen bedragen van ten voile 1000 mark in aanmerking.
II. De Duitse overheden binnen het gebied van het Generalgouvernement genieten volle vrijstelling van rechten voor hun ambtelijk verkeer van postchecks en postoverschrijvingen binnen dat gebied, alsook voor hun ambtelijk verkeer van overschrijvingen naar Duitsland; de Belgische staats- en gemeenteoverheden genieten de vrijstelling van rechten in dezelfden omvang, ais die hun voor postzendingen is toegekend.
III. Het voor stortingsbulletins en postchecks vastgestelde hoogste bedrag van 8.000 mark = 10.000 frank, mag tot om het even welk bedrag overschreden worden, wanneer de storter of lastgever en de bestemmeling van het stortingsbulletin of van het kredietbericht beide Duitse overheden zijn.
Brussel, den 12n november 1916.
P. T. IV H. R. Nr. 271.
No. 291. — 23. december 1916.
Verordening *** betreffende lijm en gelatine.

Art. I. Al de stapels beenderlijm, lederlijm en gelatine van meer dan 50 kilo, die op 23 december 1916 binnen het gebied van het Generalgouvernement voorhanden zijn, om het even of zij voor den voortverkoop dan wel voor het eigen gebruik moeten dienen, worden hierbij in beslag genomen. Zij moeten ten laatste op 6 januari 1917 schriftelijk hij de Oliecentrale (Oelicentrale) in België te Brussel, aangegeven zijn.
Art. II. De niet vervaardigde of nieuw ingevoerde waren van de onder artikel I vermelde soort, zijn van af het ogenblik van de vervaardiging of van den invoer te beschouwen als aangeslagen waren en moeten binnen acht dagen na de vervaardiging of na den invoer bij de Oliecentrale worden aangegeven.
Art. III. Zowel de eigenaar als ieder bezitter, inzonderheid de stapelhouder, zijn verplicht aangifte te doen. Zij die verplicht zijn aangifte te doen moeten zich van elke werkelijke en rechtelijke beschikking over de waar onthouden; zij hebben evenwel voor de goede bewaring ervan te zorgen.
Art, IV. De Oliecentrale beschikt over de aflevering der stapels. De vergoeding geschiedt volgens de algemene grondregelen betreffende de inbeslagneming van goederen.
Art. V. Overtredingen worden met ten hoogste 10.000 mark boete en met ten hoogste 6 maanden gevangenis of met één van beide straffen gestraft. Terzelfder tijd kan de verbeurdverklaring der stapels uitgesproken worden.
De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, de 18n december 1916.
€. C. /Fa 23050.
No. 291. — 23. december 1916.
Bekendmakingen betreffende de liquidatie van Britse ondernemingen. Met toestemming van den Heer Generaalgouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordening van 29 Augustus 1916 over de liquidatie van Britse ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België, nr. 253, van 13 september 1916, volgende liquidaties bevolen:
1. van het in België voorhanden vermogen van de firma „Antwerp Water Works Company Limited London”, te Antwerpen. [Liquidator: de heer Dr. J. M. Lappenberg, Rechtsanwalt te Antwerpen, Kantoor van toezicht over handelsondernemingen (Aufsichtsstelle fur Handelsunternemungen) .
2. van het in België voorhanden vermogen van de firma „Imperial Continental Gas Association’, te Londen E. C, inzonderheid van de haar toebehorende ondernemingen „Compagnie du Gaz d’Anvers’ te Antwerpen, en „Compagnie Continentale du Gaz de Bruxelles \ te Brussel. (Liquidator: de heer Dr. J. M. Lappenherg, Rechtsanwalt te Antwerpen, Kantoor van toezicht over handelsondememingen) . De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 16n december 1916.
C. C. /Fa 23349.
No. 291. — 23. december 1916.
Verordening over de verjaringstermijnen. Enig artikel.
De schuldvorderingen van kooplieden en ambachtslieden wegens levering van waren of uitvoering van werken, op personen, die geen kooplieden zijn (artikel 2 en 3 van de wet van 1 Mei 1913} verjaren, zover e nog niet verjaard zijn, niet voor afloop van het jaar 1917.
Brussel, den 17n december 1916,
C. C. IVa 22527.
No. 291. — 23. december 1916. 353
BEKENDMAKING. *** Op grond mijner Verordening van 8 Juli 1916 betreffende de Oogstcommissies, evenals der uitvoeringsbepalingen van 8 Juli 1916 tot deze Verordening, heb ik, op voorstel der Centrale Oogstcommissie (Zentral- Ernte-Kommission) , de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld:
voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd fr.50.95 per 100 kg,
voor rogge uit stapelplaats of molen geleverd fr.28,73 per 100 kg
voor masteluin uit stapelplaats of molen geleverd fr. 30,11 per 100 kg
voor ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd fr. 27,58 per 100 kg
voor zemelen uit den molen geleverd … „ 21,50 per 100 kg
voor tarwemeel aan bakkers of gebruikers geleverd , 63,25 per 100 kg
voor roggemeel aan bakkers of gebruikers geleverd, 45 per 100 kg
voor masteluinmeel aan bakkers of gebruikers geleverd 37,84 per 100 kg
voor tarwebrood aan gebruikers geleverd 0,55 „ kg.
Deze hoogste prijzen worden op 1 januari 1917 van kracht.
Den Provincialen Oogstkommissies (Frovinzial-Ernte- Kommissionen) wordt de bevoegdheid verleend, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogsten prijs voor tarwebrood, evenals hoogste prijzen voor brood tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen. Voor de verkopen der voortbrengers van koren aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de hoogste prijzen vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de Verordening van 8 Juli 1916, betreffende de Oogstcommissies, van kracht.
Brussel, den 19n december 1916.
Z. E. K. 2028,

affiche uit de verzameling van het KOKW verordening lijn en gelatine