22 maart 1916 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

uit NRC overgechreven
19160322 – 2 Noordsche stoombooten door de Duitscher getorpedeerd. 

Uitvoeringsvoorschriften *** tot de Verordening van 1sten Maart 1916 over het invoeren van goederen.

Op grond van art. 6 der Verordening van 1sten Maart 1916 over het invoeren van goederen wordt het volgende bepaald:
§ 1. Voor de aanvragen om invoertoelating moeten formulieren volgens het aanhangsel gebezigd worden. De aanvragen moeten in twee exemplaren worden ingediend. Bij verzending per spoor of per schip moeten bovendien behoorlijk ingevulde vrachtbrieven worden overgelegd.

§ 2. Voor het verlenen van de invoertoelating moet een vierkante stempel van 6 op 10 centimeter gebezigd worden, die links den rijksadelaar met de woorden er rond „Generalgouvernement in Belgien Aussenhandelstelle’ draagt. In den stempel moet de dagtekening der toelating en de handtekening van den afleverende beambte ingevuld worden. In twee exemplaren in te dienen. Aan de Afdeling voor Handel en Nijverheid Buitenhandelskantoor. Brussel, 30, Kunstherlevingslaan. Aanvraag om toelating tot invoeren uit:
1) Des aanvragers a) naam: b) woonplaats: c) straat:
2) Aard der in te voeren goederen: . …….
3) Hoeveelheid (ton, kgr., m., hhm., hl., liter, stuk):
4) Voor rekening van a) naam: b) woonplaats en straat: c) nationaliteit:
5) Bestemmingsplaats:
6) Doeleinde en gebruik:
7) Wijze van verzending (spoor, schip, wagen, post):
8) Inkoopprijs: a) gezamenlijk bedrag: frank. b) voor de eenheid: frank.
9) Wordt betaald: a) in welke munt: samen: b) hoe, waar of door welke bank c) wanneer Ik bevestig de juistheid der voorgaande verklaringen. den 1916. (Handtekening.)
Op onjuiste verklaringen staat straf.
afbeelding uit Illustré maart 1916 paardenkeuring Brussel

Advertenties

21 april 1918 zondag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 38. – 18. APRIL 1918.vervolg
Verordening betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen.

Art. 31. De bijdrage der verzekerden wordt door de standregelen der erkende ziekenkassen en bondskassen bepaald. Voor de leden der gewestelijke kassen van vooruitzicht, is zij op 18 frank per jaar voor de ziekteverzekering en op 6 frank per jaar voor de verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid vastgesteld. Op verzoek der verzekerden die bewijzen dat zij slechts een loon van minder dan 15 frank per week verdienen, kan zij, voor de ziekenverzekering, verminderd worden tot de helft. In dit geval wordt de dagelijkse vergoeding naar evenredigheid verminderd. Zo nodig, mogen de gewestelijke kassen, mits zij daartoe door de Regering worden gemachtigd, bijkomende bijdragen opleggen aan hun aangeslotenen of aan sommige groepen van hen, volgens het bijzonder risico welke zij uitbrengen. De belanghebbenden, meer dan vijf en zestig jaar oud, zijn van elke bijdrage vrijgesteld.

Dezelfde vrijstelling kan voor dien leeftijd en op hun verzoek verleend worden aan :
1. de belanghebbenden die kost en inwoon vrij genieten bij het bedrijfshoofd ;
2, de werklieden, op pensioen gesteld krachtens de wet van 5 juni 1911 op de mijnwerkerspensioenen.

De vrijgestelden hebben enkel recht op den genees- en artsenijkundigen dienst, alsmede op de behandeling in de sanatoria.
De aanvragen tot vermindering en vrijstelling worden, met het bericht van de mutualistische vereniging waarvan de belanghebbende lid is, of, zo niet, van het gemeentebestuur gericht tot de gewestelijke kas ; deze doet uitspraak behoudens beroep bij den vrederechter der woonplaats van den aanvrager.
Art, 32, De bedrijfshoofden zijn gehouden, voor de ziekteverzekering te betalen een bijdrage van 6 frank per jaar en per verzekeringsplichtigen werkman of bediende, daaronder begrepen de bij het vorig artikel bedoelde vrijgestelden. Zij zijn gehouden, onder dezelfde voorwaarden, een bijdrage van 6 frank te storten voor den dienst der Verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid. De bijdragen der patroons worden, op de der Besluit bepaalde wijze, aan de betrokken medische verenigingen of gewestelijke kassen toevertrouwd. Zij zijn bestemd om de kosten van den genees- en artsenijkundigen dienst, alsmede van den dienst der sanatoria te bestrijden. De bedrijfshoofden, die den genees- en artsenijkundigen dienst ten bate van hun personeel hebben ingericht, zijn van de betaling der bijdrage voor de ziekteverzekering vrijgesteld mits zij zich gedragen naar de vereisten, voor dezen dienst aan de gewestelijke kassen opgelegd hij artikel 9, lid 3, dezer verordening.
Art. 33. De tegemoetkoming van den Staat voor de ziekteverzekering bedraagt 25 centiem per jaar en per frank door elke verzekerde gestort, doch slechts voor de eerste vier en twintig frank. Zij wordt gebracht op 50 centiem voor de verzekerden, die uiterlijk op 31 december 1875 geboren zijn. Voor de vrijgestelden bedraagt de tegemoetkoming 2 fr. 50 per jaar. Die tegemoetkoming wordt overhandigd aan de betrokken mutualistische verenigingen of gewestelijke kassen.

Om de toelagen te kunnen ontvangen, zijn de mutualistische verenigingen gehouden :
1. de overeenkomsten betreffende den genees- en artsenijkundigen dienst aan de Raadgevende Commissie van den Hogeren Raad om bericht mede te delen, alvorens zij in werking treden ;
2, ten minste 85 t. h. van de vergoedingen wegens ziekte en van de genees- en artsenijkundige kosten te bestrijden door middel van de bijdragen hunner werkende leden, verhoogd met de interesten van de belegde fondsen ; elk jaar worden die 85 1. h. naar keuze van de vereniging, berekend hetzij op de uitkomst van het vorig jaar hetzij op de gemiddelde uitkomst van de laatste twee, drie vier of vijf jaren. De verenigingen, welke gedurende dit tijdsverloop hun reserve vermeerderden met een som ten minste gelijk aan 25 t. h. hunner uitgaven, zijn niet gehouden, aan die vereiste te voldoen. Een aanvullende toelage van 1 tot 3 frank kan, volgens de hij bijzonder Besluit te bepalen regelen, worden verleend voor den geneeskundigen dienst der verzekerden die ver van een geneesheer wonen.
Art. 34. Aanvullende toelagen worden, overeenkomstig bij bijzonder Besluit te bepalen regelen, verleend aan de mutualistische verenigingen  en aan de gewestelijke kassen die, overeenkomstig hun  standregelen, hogere verstrekkingen van kraamgeld of bij nr. 1 tot 6, lid 3 van artikel 21 voorziene voordelen verlenen.
Art. 35, De tegemoetkoming van den Staat voor de verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid wordt geregeld overeenkomstig der wet van 5 mei 1912. Echter bedraagt de tegemoetkoming bepaald bij het 2e lid van artikel 2 dier wet, 1 frank per gestorte frank voor de verzekerden die uiterlijk op 31 december 1875 geboren zijn. Zij wordt overhandigd aan de kassen tegen gebrekkelijkheid of aan de kassen, volgens bij bijzonder besluit bepaalde regelen.
Art. 36. Op verzoek van de aangenomen maatschappijen kan de bond, die ze verenigt, tegenover hen de gewestelijke kas vervangen, vooral wat betreft de rechtsbetrekkingen dezer kas met de ziekenkassen. De daartoe na te komen voorwaarden worden bij bijzonder besluit bepaald.
Art. 37. Een krediet van 3 miljoen frank wordt ter beschikking van de Regering gesteld om sanatoria te helpen oprichten voor de verzekerden, lijdende aan besmettelijke ziekten en inzonderheid aan tuberculose. Een krediet wordt jaarlijks op de gewone h / van het Ministerie van Nijverheid en Arbeid uit aandeel van den Staat in de kosten van behandeling der verzekerden in de sanatoria.
Titel 111.
Verzekering tegen ouderdom.
Art. 38. Het voorwerp der verzekering tegen ouderdom is het verlenen van ouderdomspensioen.
Art. 39. De vereiste bijdrage der verzekerden voor het ouderdomspensioen ten minste 6 frank per jaar. Zij moet worden gestort met afstand van kapitaal en het in genot treden der rente dient te worden vastgesteld op vijf en zestig jaar. Zij kan, op hun aanvraag, worden verminderd tot 3 frank voor de verzekerden die bewijzen dat zij slechts een loon van minder dan 15 frank per week verdienen. De vermindering wordt toegestaan overeenkomstig artikel 31, laatste lid.
Art. 40. De bedrijfshoofden zijn verplicht, als bijdrage voor de verzekering tegen ouderdom voor elke te verzekeren werkman of bediende 6 frank per jaar te storten.
Art. 41. Door den Staat wordt in de stortingen ter Algemene Lijfrentekas bijgedragen zoals is bepaald door de wetten van 10 mei 1900 en van 5 juni 1911. De tegemoetkoming van 2 frank, voorzien bij artikel 12 der wet van 10 mei 1900, moet telkens, als zij wordt verleend wegens verplichte stortingen, op het boekje van den belanghebbende worden ingeschreven ; de inschrijving geschiedt onder de voorwaarden, bepaald bij het 2e lid van artikel 39.

affiches uit de collectie KOKW

19180420 Betreffend opneming der landbouwgronden de schatting der opbrengst van den broodkorenverbouw 1918

20 april 1918 zaterdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordening vervolg

No. 38. – 18. APRIL 1918. VERVOLG

Verordening
betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen.

Art, 21, De verstrekkingen der ziekenkassen kunnen vermeerderd of uitgebreid worden. De standregelen kunnen inzonderheid den duur van de ziekendiensten of van het kraam,geld verlengen, het ziekengeld, kraamgeld of gezinsgeld verhogen, of het ziekengeld verlenen met ingang van den eersten dag der onbekwaamheid tot den arbeid. Bovendien kunnen de standregelen toekennen :
1. ziekenverzorging aan niet verzekerde gezinsleden der verzekerden ;
2. kraamdiensten aan niet verzekerde echtgenoten der verzekerden ;
3. een zooggeld aan de vrouwen, zolang zij hun pasgeborenen zogen;
4. de hulp van geneesheer of vroedvrouw aan de niet verzekerde echtgenoten of aan al de vrouwelijke verzekerden, hij bevalling ;
5 een vergoeding aan de zwangere vrouwen, die wegens zwangerschap tot den arbeid onbekwaam zijn;
6. de diensten van vroedvrouw en de geneeskundige behandeling, wegens storingen der zwangerschap nodig geworden.
Art. 22. De standregelen kunnen bovendien een vergoeding bij Het overlijden van een verzekerde of van dezes echtgenote of kind toekennen.

Art. 23. Het voorwerp van de verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid, naar den zin dezer verordening, behelst boven de ziekenverzorging, het toekennen van gebrekkelijkenrenten. Een gebrekkelijkenrente (gebrekkelijkengeld) van één frank daags, alsook zo nodig, de kosteloze geneeskundige en artsenijkundige behandeling wordt toegekend aan elke verzekerde, bestendig of tijdelijk onbekwaam tot den arbeid, en die gebrekkelijk blijft na den tijd der toekenning der ziekenvergoeding, en wel zolang die onbekwaamheid aanhoudt, tot hij den leeftijd van 65 jaar bereikt.

Art. 24, De instellingen van verzekering tegen gebrekkelijkheid mogen een geneeskundige behandeling bewerken, ten einde de dreigende gebrekkelijkheid van een zieken verzekerde te voorkomen of zijn bekwaamheid tot den arbeid te herstellen. Te dien einde mag ook het onderbrengen van den zieke of rentegenieter in een gasthuis» (sanatorium) of in een in richting voor genezende bevolen worden. Is de zieke of rentengenieter gehuwd leeft hij met zijn gezin of heeft hij zijn eigen huishouden of maakt jij deel uit van het huishouden van zijn gezin, dan is de toestemming van den belanghebbende vereist.

Art. 25. De gezinsleden van den zieke of rentegenieter die tot dan toe helemaal of meestendeels met zijn loon in hun onderhoud heeft voorzien ontvangen gedurende deze behandeling gezinsgeld, overeenkomstig de bepalingen der ziekenverzekering (art. 18, laatste lid). Een gebrekkelijkenrente mag gans of gedeeltelijk ontzegd worden gedurende de behandeling. Het gezinsgeld valt weg zolang een loon of wedde krachtens rechtsverbintenis uitbetaald wordt.

Art. 26. Onttrekt zich een zieke zonder wettige of andere gegronde reden aan de behandeling en blijkt dat door deze de gebrekkelijkheid waarschijnlijk ware voorkomen geworden, dan mag tijdelijk de rente geheel of gedeeltelijk worden geschorst, zo de aandacht van den zieke op dit gevolg werd gevestigd. Hetzelfde mag gebeuren indien de rentegenieter zonder wettige of andere gegronde reden zich aan de behandeling onttrekt en op die wijze het ophouden der gebrekkelijkheid verhindert, of indien hij zonder reden een nader onderzoek of den oppas in een gasthuis ontwijkt.

Art. 27. Voor den dienst der verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid, hij deze verordening voorzien, worden aangenomen de erkende mutualistische verenigingen die, wat betreft de tot verzekering verplichte leden overeenkomstig de standregelen aan de volgende vereisten voldoen :
1. ten minste de hij artikelen 17 tot 20 en 23 voorziene verstrekkingen verzekeren ofwel bewijzen, aangaande den genees- en artsenijkundigen dienst, dat de aangeslotenen op een andere wijze bedoelden dienst genieten;
2. de bijdrage, hij artikel 39 voor het ouderdomspensioen voorzien, gedurende de gebrekkelijkheid betalen tot een bedrag van 50 centiem per maand ;
3. het toezicht over de zieken en dezer gedrag hij bijzondere verordening regelen en dit toezicht doen uitoefenen door beheerders die onafhankelijk zijn zowel van de verzekerden als van de bedrijfshoofden hij vne deze arbeiden ;
4. op de wijze, bepaald door den Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht, een waarborg storten van 5 frank per werkend lid, behoudens de vrijstellingen verleend door den zelfde Raad;
5. niet één herkend lid, na een proefperiode n ten hoogste één jaar, uitsluiten omdat dit lid zou hebben opgehouden te doen aan de gezondheidsvereisten, tot zijn aanneming gesteld ;
6. geen uitsluiting na een proeftijd van de zelfde duur toelaten omdat de vereisten wat betreft godsdienst politiek of beroep tot de aanneming gesteld, niet weer zouden bestaan, onverminderd de strafbepalingen betreffende handelingen strijdig met het doel der vereniging of geschikt om haar geregelde werktuig te storen ;
7. de geschillen aangaande de verzekering laten oplossen door een onafhankelijk scheidsgerecht ;
8. aan de verzekerden die, na afloop van tijd, de aan verplichte verzekering onderworpen op. geven, zonder bij verplichting lid te worden van een kas, de vrijwillige voortzetting der verzekering volgens de nadere voorschriften voor een bijzonder besluit
9. den overgang van leden van de ene naar de andere instelling van verzekering in Vlaanderen en in Wallonië toelaten hetzij door overgeving, hetzij door overdracht der wiskundige reserve, berekend overeenkomstig bij bijzonder besluit te bepalen regelen.

Art. 28. De aanneming wordt verleend door de Regering, de Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht gehoord zijnde in zijn bericht. Zij mag niet worden ingetrokken, tenzij wegens de tekortkoming aan de vereisten van artikel 27 luidens bericht van den Hogeren Raad.
Art. 29. De bepalingen van artikel 27, nrs. 1 tot 4, en van artikelen 7 tot 9, gelden eveneens voor de gewestelijke kassen van vooruitzicht.
Art. 30. In geval van betwisting aangaande de verstrekkingen der verzekering, wendt zich de verzekerde, indien het een besluit van een ziekenkas betreft, tot de gewestelijke kas; is er spraak van een besluit van een bondskas of een gewestelijke verzekeringskas, dan wendt de verzekerde zich tot den Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht. De instelling waarbij de zaak aanhanging is, zorgt voor de scheidsrechterlijke uitspraak, bij de standregelen voorzien, en tot de verschuldigde vergoeding aan den rechthebbende worden betaald op de waarborg. Een beroep bij de Regering mag tegen de besluiten van de gewestelijke kassen en van den Hogeren Raad aangetekend worden op de wijzen bij bijzonder besluit bepaald.
affiches uit de collectie KOKW

postkaart Ieper ruines Sint Jameskerk

19 april 1918 vrijdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 38. – 18. APRIL 1918. deel2

Verordening betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen.

Art. 11. De inkomsten van de gewestelijke kassen bestaan uit:
1. de stortingen hunner verzekerden;
2. de stortingen gedaan door de bedrijfshoofden ;
3. de toelagen van de openbare machten en van de openbare instellingen ;
4. de giften en legaten ;
5. de interesten van de belegde fondsen.

Art. 12. De uitgaven van de kassen bestaan uit :
1. de bestuurskosten betreffende hun verzekeringsdiensten, daaronder begrepen die van het beheer der sanatoria ;
2, het toekennen aan hun verzekerden van de vergoedingen voorzien in titel 11 van deze verordening.
Art. 13. De uitgaven van de kassen wegens diensten, welke de verzekering niet betreffen, worden gedekt voor de helft door den Staat en voor de helft door de provincie.
Art. 14. De voorschriften betreffende de aanwending van de toelagen, door de provinciën, de gemeenten en openbare instellingen voor den dienst der verzorging verleend, mogen geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn mei deze verordening en met de verdere besluiten, ter uitvoering daarvan genomen. Zij mogen namelijk het toekennen van die toelagen niet afhankelijk maken van vereisten waardoor hetzij de vrijheid van politieke of godsdienstige overtuiging van de mutualistische verenigingen of van hun leden wordt ingekort, hetzij de leeftijd voor het aannemen als lid wordt beperkt.
De toelagen mogen niet evenredig zijn aan de uitgaven, behalve voor de vergoeding voor kraamvrouwen.

Ofwel moeten zij bestaan in de toekenning van vaste sommen, krachtens algemene voorschriften te bepalen, ofwel moeten zij evenredig zijn aan de verplichte of vrijwillige bijdragen der verzekerden.
Bij de verdeling van die toelagen, inzonderheid voor de kosten van bestuur en toezicht, mogen de mutualistische verenigingen en hun leden niet minder gunstig behandeld worden dan de gewestelijke kassen en hun aangeslotenen of de personen rechtstreeks verzekerd bij de Algemene Lijfrentekas.
Elke regeling, daartoe opgemaakt (lid 1), wordt aan de Regering medegedeeld binnen vijf dagen na de aanneming er van.
Art, 15. De mutualistische verenigingen, hun bondsverenigingen en de gewestelijke kassen mogen, boven en behalve het bepaalde in de wet van 23 juni 1894, hun bezit of reservefonds tot een bedrag van 50 t. h. beleggen : 1. in schuldbrieven van de Nationale Maatschappij voor goedkope woningen en van de Maatschappijen, door hen of door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas aangenomen ;
2. in Belgische of Congolese waarden, zoals de Algemene Spaar- en Lijfrentekas er bezit, en die door den Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht zijn aangenomen ;
3. in eerst ingeschreven grondpanden op welke onroerende goederen ook, zonder dat het bedrag van iedere lening vijftienmaal de kadastrale waarde van de tot waarborg gegeven goederen mag overschrijden ;
4, in gasthuizen sanatoria, rustoorden of andere gehouwen nodig tot het bereiken van het maatschappelijk doel, Echter mag de waarde van de onder 3. en 4. voorziene beleggingen 20 t. h. van het actief niet overschrijden, behoudens de uitzonderingen toegestaan door den Hogere Raad.

Titel II

Verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid.
Art, 16. Maken het voorwerp uit van de verzekering tegen ziekte, naar den zin dezer verordening, de bij artikelen 17 tot 20 voorgeschreven geringste verstrekkingen van ziekendienst en kraamgeld alsook de door de standregelen bepaalde bijkomende verstrekkingen.

Art. 17, Als ziekendienst wordt minstens verleend :

1, ziekenverzorging te rekenen van den aanvang der ziekte ; zij behelst geneeskundige en artsenijkundige behandeling ;
2. in geval van onbekwaamheid tot den arbeid een ziekengeld van 1 fr, 50 daags, te beginnen met den tienden ziektedag, onder voorbehoud der uitzonderingen in artikel 31 voorzien,
Ziekendienst houdt op ten laatste drie maanden na den aanvang der ziekte, of indien het ziekengeld slechte op een anderen dag wordt getrokken, drie maanden na dezen.
Art. 18. In stede van de ziekenverzorging en van het ziekengeld kan de de geneeskuur en verpleging in een gasthuis toestaan. Zo de zieke eigen huishouden heeft of deel uitmaakt van het huishouden van zijn gezin, dan is de toestemming vereist
De toestemming is niet nodig :
1, 900 de aard der ziekte een behandeling of verzorging vereist, die in het gezin van den zieke niet mogeiijk is ;
2. zo de ziekte aanstekelijk is ;
3. zo de zieke herhaaldelijk de verordening nopens de zieken of de voorschriften van den geneesheer heeft overtreden ;
4. zo zijn toestand of zijn gedrag een voortdurende bewaking vereist. Indien de in het gasthuis ondergebrachte zieke een gezin Heeft dat hij helemaal of meestendeels tot dan toe met zijn loon heeft onderhouden, dan wordt bovendien aan dit gezin een gezinsgeld verstrekt dat met de helft van het ziekengeld gelijkstaat. Dit geld mag rechtstreeks in de handen der gezinsleden gestort worden.
Art. 19, Aan de kraamvrouwen wordt gedurende vier weken een vergoeding van minstens 1 fr. 50 daags verstrekt. Deze vergoeding mag niet nevens ziekengeld verleend worden.
Art. 20, De verplichte verzekerden, die wegens werkloosheid hun kas verlaten na den proeftijd vastgesteld door de het of de standregelen omtrent de verstrekkingen van de kas, behouden hun recht op de geringste verstrekkingen, indien het verzekeringsgeval zich voordoet tijdens hun werkloosheid en binnen drie weken na het uittreden uit de kas. Het recht vervalt, zoo de werkloze niet in België verblijft en er geen andersluidende bepaling in de standregelen voorkomt.

WORDT VERVOLGD
affiches uit de collectie KOKW

19180420 Bestraffing wegens overtreding levensmiddelverordening en voor woeker

18 april 1918 donderdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 17-04-1918 geen verordeningen

Nr 38 Verordening 8 april 1918  deel één

Betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen.
Eerste Titel
Algemene bepalingen.
Art. 1. Tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom worden behoudens de hierna vermelde uitzonderingen verzekerd al de arbeiders, helpers, werklieden,
leerlingen en andere bedienden van beiderlei geslacht, die tegen loon of wedde voor rekening van een bedrijfshoofd werken in het landhouw- of bosbedrijf, de nijverheid, de ambachten of den handel.
Deze bepaling geldt ook voor de arbeiders der openbare ondernemingen, tenzij deze, krachtens bijzondere wetten of verordeningen, in gelijke mate tegen voormelde risico’s gewaarborgd zijn.
Zijn niet verzekeringsplichtig de belanghebbenden, wier regelmatige wedde of loon 3.000 frank per jaar overschrijdt.
De zelfstandige arbeiders en zijn die krachtens lid 3 zijn vrijgesteld, kunnen de voordelen dezer wet genieten binnen de grenzen en onder de voorwaarden, bij bijzonder besluit vast te stellen.
Er wordt niet afgeweken van de wet van 5 juni 1911 op de ouderdomspensioenen ten bate van de mijnwerkers.

Art. 2. Verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid geschiedt, naar keuze van de belanghebbenden, hetzij door de erkende mutualistische verenigingen of hondskassen, voor dien dienst krachtens deze verordening aangenomen, hetzij door de gewestelijke kassen van vooruitzicht door deze verordening tot stand gebracht.

Art. 3. Verzekering tegen ouderdom geschiedt door de Algemene Lijfrentekas onder den waarborg van den Staat, en Brussel,
De artikelen 40 en 45 der wet van 16 maart 1865, houdende instelling van een Algemene Spaar- en Lijfrentekas, zijn niet van toepassing op wien, die krachtens artikel 1 van deze verordening verplicht zijn zich aan te sluiten.

Art. 4. De verplichte bijdragen moeten behoudens de toepassing van lid 1 van artikel 6 door den verzekerde gestort worden, bij de aangenomen mutualistische vereniging waarhij hij aangesloten is, zoo niet hij de bevoegde gewestelijke kas ; voor de verzekering tegen ouderdom mogen zij door den verzekerde rechtstreeks gestort worden in de Algemene Lijfrentekas of hij al de openbare inrichtingen, welke stortingen voor deze aannemen.
Het bedrijfshoofd mag den verzekerde niet verplichten deel uit te maken van een bepaalde mutualistische vereniging of van de gewestelijke kas, noch om beletten zich aan te sluiten hij de instelling welke hij heeft verkozen.

Art. 5. Voor den verzekeringsdienst mag door het bedrijfshoofd geen afhouding worden gedaan van het loon van den verzekerde, zo deze bewijst dat hij de vereiste stortingen deed. Met het oog op dat bewijs, levert de aangenomen mutualistische vereniging of de gewestelijke kas aan den verzekerde een getuigschrift af, dat deze aan zijn bedrijfshoofd moet overleggen. Dit getuigschrift blijft ter ontlasting van het bedrijfshoofd geldig zolang het niet is ingetrokken door de mutualistische vereniging of de kas waarvan het uitgaat.
Deze instellingen zijn, zolang het getuigschrift niet is ingetrokken, aansprakelijk voor de verplichte stortingen.
De verzekerde, die rechtstreeks hij de Algemene Lijfrentekas is aangesloten, vertoont, om de twee maanden, zijn boekje ten kantore waar hij zijn stortingen doet ; door dit kantoor wordt aan het bedrijfshoofd, op zijn aanvraag, of op de aanvraag van den verzekerde, te zijner ontlasting een getuigschrift van vertoon afgeleverd.

Art. 6. Bij gebrek aan de in artikel 5 voorziene getuigschriften, moet het bedrijf verplichte bijdragen afhouden van het loon en ze , op de tijdstippen bij bijzonder besluit bepaald, storten bij de mutualistische vereniging, door den verzekerde gekozen, of, zo niet, bij de gewestelijke kas voor den dienst van de verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid, en in de Algeeene Lijfrentekas voor den dienst van de ouderdomsverzekering.
Komt het bedrijfshoofd aan die verplichting te kort, dan is hij, ten verzoeke van den Staat of van de mutualistische vereniging waarvan de verzekerde deel uitmaakt, gehouden, persoonlijk de sedert ten hoogste vijf jaar verschuldigde en niet gestorte bedragen te betalen.De vrederechter doet daarover uitspraak, zonder kosten.

Art. 7. Een Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht wordt opgericht.
De Raad is samengesteld uit dertien leden ; daarvan worden zeven leden aangewezen door de aangenomen verzekeringsinstellingen en de Regering benoemt er zes ;onder dezen moeten ten minste één actuaris, één geneesheer en één apotheker zijn.
De aanwijzing der leden en de werking van den Raad worden bij bijzonder besluit geregeld.
De Raad heeft de bevoegdheden, hem toegekend bij de wetten en besluiten.
Tot den Raad behoort een raadgevende commissie waaraan kennis dient te worden gegeven van de overeenkomsten betreffende den genees- en artsenijkundigendienst.
De uitgaven betreffende de werking van den Hogere Raad komen ten laste van den Staat.

Art. 8. In elk bestuursarrondissement wordt ten minste één gewestelijke kas van vooruitzicht opgericht,
Echter kunnen de kassen, die minder dan twee duizend aangeslotenen tellen, op bij bijzonder besluit te bepalen wijze verenigd worden hetzij met elkaar, hetzij met andere kassen ten einde dit minimum te bereiken.
Alle andere kassen kunnen eveneens, op hun verzoek, in één kas verenigd worden.
Elke kas wordt beheerd door een college bestaande uit negen tot één en twintig leden ; daarvan wordt een derde door de beheerders der mutualistische verenigingen tegen gebrekkelijkheid aangewezen naar evenredigheid van het getal hunner aangeslotenen. Voorts worden twee mandaten aan een geneesheer en een apotheker opgedragen door de betrokken beroepsverenigingen. De overige leden worden door de regering benoemd en voor de helft na een tijdsverloop van zes jaar gekozen onder de aangeslotenen bij de gewestelijke kas. Nadere bepalingen worden gegeven in het bijzonder besluit tot oprichting der gewestelijke kassen.

Art. 9. De gewestelijke kas richt de verzekering tegen ziekte en gebrekkelijkheid in voor de belanghebbenden die hun woonplaats hebben binnen haar omschrijving en geen deel uitmaken van een aangenomen mutualistische vereniging.
Op de voordelen, bij de wet voorzien, hebben die verzekerden slechts aanspraak nadat zij gedurende ten minste een jaar onafgebrokeri hebben gestort.
De stortingen in de Algemene Lijfrentekas mogen insgelijks door de tussenkomst van de gewestelijke kas gedaan worden.
De genees en artsenijkundige dienst berust op de vrije keuze onder de geneesheren en apothekers van het gebied, die het door de gewestelijke kas bepaald tarief hebben aanvaard.
De kas kan geneeskundige raadgevers aanstellen, inzonderheid belast met het houden van toezicht op den genees en artsenijkundige dienst.
Op verzoek van de kas kan de Hogere Raad een geneesheer of apotheker uit bedoelden dienst sluiten om zwaarwichtige redenen die zijn persoon of zijn beroep betreffen.
De gewestelijke kassen mogen zich met een of meer mutualistische verenigingen van hun gebied verstaan om de genees en artsenijkundige diensten gemeenschappelijk in te richten, Zij kunnen hun verzekerden bij de mutualistische verenigingen besteden of onder toezicht plaatsen, mits der voorkeur, zowel van den verzekerde als van de verschillende verenigingen, in aanmerking genomen wordt. De overige bevoegdheden en de wijze van werking der kassen worden bij bijzonder besluit bepaald.

Art, 10. Als verzekeraars bezitten de gewestelijke kassen de rechtspersoonlijkheid. Zij genieten al de rechten en zijn onderworpen aan al de verplichtingen die aan de erkende mutualistische verenigingen bij de artikelen 7, 8, 9, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 28, 29, 30 en 31 der wet van 23 juni 1894 zijn toegekend of opgelegd.
affiches uit de collectie KOKW

postkaart Ieper  ruines oud hotel Gent

17 april 1918 woensdag Temse

We beginnen de graanopmeting te Temsche.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 17-04-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

19180417 Uitvoeringsverordening inbeslagneming gerst haver vroege en late aardappelen tabak en cichorei uit den oogst 1918

16 april 1918 dinsdag. Sint Niklaas

We worden graanopmeters te Temsche benoemd.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
nieuws overgeschreven door Raphael uit NRC

19180416 – Aan de IJzer trekt de Engelsman zich op de Douve terug.
19180416 – Helsinfors in Finland door de Duitschers bezet.

tot en met 14-04-1918 geen verordeningen

No. 37. – 16. APRIL 1918.
Bij besluit van 4 april 1918, van den heer Generaal Gouverneur, is de heer H. Cels, bestuurder bij het provinciaal bestuur der provincie Antwerpen, voor een tijdsbestek van  6 jaren tot provinciaal griffier der provincie Antwerpen benoemd.
Brussel, den 8 april 1918.

No. 37. – 16. APRIL 1918.Bij Besluit van 4 april 1918, C. FI V M 190, van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Impe, apotheker te Kortrijk, met ingang van 1 februari 1918 benoemd tot apotheker-opziener bij het Vlaams Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Brussel, den 9 april 1918.
affiches uit de collectie KOKW

19180416 Hoogste prijzen

15 april 1918 maandag .Sint Niklaas

De 2e kolenverdeling voor St.Nikolaas begint heden. De Duitsche zomertijd neemt aanvang: de horloges worden 1 uur vooruit gezet (2,5 uur voor de Fransche Tijd.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog terug online

nieuws overgeschreven uit NRC

19180415 – Bailleul door de Duitsers bezet.

verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 37. – 15. APRIL 1918.
Beschikking.
Art. 1. Ter vervanging van de heren Gustaaf Lambrechts, overleden, en Loos, hoofdschoolopziener, die zijn ontslag gevraagd heeft zijn tot leden van den verbeteringsraad voor het lager onderwijs benoemd de heren De Vae, leraar aan het atheneum te Gent, en De Meyer, hoofdschoolopziener te Antwerpen.
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 4n april 1918.

No. 87. – 15. APRIL 1918.
Beschikking.
Aangezien de schepenen der stad Gent Coppieters, Heynderyckx en Anseele verklaard hebben, dat zij hun ambt als schepenen der stad Gent neerleggen, wordt
overeenkomstig de verordening van 16/18 maart 1918, betreffende het gemeentebestuur der stad Gent, in gemeen overleg met de Etappeninspektie van het 4 leger het navolgende bepaald :
§ 1. De schepen professor de Bruyneis als schepen der stad Gent afgezet.
§ 2, De heren Flancquart, advokaat, Wannyn, hoofd eener school, vander Spurt, tandarts, prof. Fomier en prof.Huybreghts zijn tot schepenen-kommissarissen der stad Gent benoemd.
Brussel, den 30n maart 1918.

19180415 Betreffende het verkeer van vlees

12 april 1918 vrijdag. Sint Niklaas

We kopen 200 kgr. patatten aan 85 fr: de 100 kgr: en 100 kgr, graan aan 3 fr. de kgr.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
13 en 14 april Geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 13-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 36. – 12. APRIL 1918.
Verordening
betreffende den dienst van het opzicht van het middelbaar onderwijs.
Enig artikel,
Artikel 12 lid 1, der wet van 15 juni 1918, luidt voortaan als volgt : Het aantal opzieners hij het middelbaar onderwijs wordt door de Regering vastgesteld.
Brussel den 30 september 1917.
No. 36. – 12. APRIL 1918.
Verordening ***
betreffende de inbeslagneming van de bewerkte cichorei (suikerij).
Voor het bestuursgebied Vlaanderen bepaal ik het navolgende :
Ter aanvulling van artikel 1 der verordening van 16 juni ** Z. blz. 4. 1916, betreffende de inbeslagneming van bewerkte cichorei (suikerij) wordt het navolgende bepaald:
Art, 1 De binnen hei gebied van hei Generaal Gouvernement voorhanden voorraden bewerkte cichorei, moeten ten laatste op 20 april 1918 bij de Zichorienabteilung” (Cichoreiafdeling) te Brussel aangegeven zijn. Zij worden ten bate van de Belgische burgerlijke bevolking in beslag genomen.
De eigenaars en de bezitters zijn gehouden de aangifte te doen. Hoeveelheden cichorei van ten hoogste 5 kilogram, die voor het eigen verbruik bestemd zijn en die zich op het ogenblik van de uitvaardiging dezer verordening in handen van de verbruikers zelf bevinden, moeten niet worden aangegeven ; zij blijven eveneens van de inbeslagneming bevrijd.
Art. 2. Cichorei in poeder (artikel i, lid 1) mag alleen met een vervoerbewijs vervoerd worden. De Zichorien abteilung te Brussel levert de vervoerbewijzen vrachtbrieven of cognossementen af.
Art. 3, Wie de bepalingen van deze verordening overtreedt, wordt overeenkomstig de verordening van 16 juni 1916 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, blz. 2288) gestraft ; daarenboven kan overeenkomstig de bepalingen der verordening de waar, die het voorwerp der strafbare handeling uitmaakt verbeurdverklaard worden
Brussel, den 18 maart 1918.

Affiche koepokinenting