22 maart 1916 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

uit NRC overgechreven
19160322 – 2 Noordsche stoombooten door de Duitscher getorpedeerd. 

Uitvoeringsvoorschriften *** tot de Verordening van 1sten Maart 1916 over het invoeren van goederen.

Op grond van art. 6 der Verordening van 1sten Maart 1916 over het invoeren van goederen wordt het volgende bepaald:
§ 1. Voor de aanvragen om invoertoelating moeten formulieren volgens het aanhangsel gebezigd worden. De aanvragen moeten in twee exemplaren worden ingediend. Bij verzending per spoor of per schip moeten bovendien behoorlijk ingevulde vrachtbrieven worden overgelegd.

§ 2. Voor het verlenen van de invoertoelating moet een vierkante stempel van 6 op 10 centimeter gebezigd worden, die links den rijksadelaar met de woorden er rond „Generalgouvernement in Belgien Aussenhandelstelle’ draagt. In den stempel moet de dagtekening der toelating en de handtekening van den afleverende beambte ingevuld worden. In twee exemplaren in te dienen. Aan de Afdeling voor Handel en Nijverheid Buitenhandelskantoor. Brussel, 30, Kunstherlevingslaan. Aanvraag om toelating tot invoeren uit:
1) Des aanvragers a) naam: b) woonplaats: c) straat:
2) Aard der in te voeren goederen: . …….
3) Hoeveelheid (ton, kgr., m., hhm., hl., liter, stuk):
4) Voor rekening van a) naam: b) woonplaats en straat: c) nationaliteit:
5) Bestemmingsplaats:
6) Doeleinde en gebruik:
7) Wijze van verzending (spoor, schip, wagen, post):
8) Inkoopprijs: a) gezamenlijk bedrag: frank. b) voor de eenheid: frank.
9) Wordt betaald: a) in welke munt: samen: b) hoe, waar of door welke bank c) wanneer Ik bevestig de juistheid der voorgaande verklaringen. den 1916. (Handtekening.)
Op onjuiste verklaringen staat straf.
afbeelding uit Illustré maart 1916 paardenkeuring Brussel

Advertenties

11 december 1917 dijnsdag. Sint Niklaas

Geen Nieuws.

van 7 tot en met 13-12-1917 geen nieuws in het dagboek
zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
tot en met 16-12-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 424. – 11. december 1917.
Verordening
(voor Vlaanderen en voor Wallonië, zover deze niet tot net gebied van het 4e leger behoren) ter aanvulling van de Verordening van 13 oktober 1914, betreffende de censuur der voortbrengselen van de drukpers.
Aan cijfer 1 van de Verordening wordt het navolgende als 4e lid toegevoegd :„Zonder toestemming van het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) mag geen burgerlijke noch strafrechtsvordering ingesteld worden betreffende enig gedrukt werk, dat door de censuur werd goedgekeurd. Iedere rechtsvordering waarvoor de vereiste toelating niet verleend werd, is nietig en van gener waarde”.

Grosses Hauptquartier, den 13n november 1917.
No. 424. – 11. december 1917.
De heer Generaal Gouverneur in Beigië heeft de hiernavolgende benoemingen gedaan : bij besluit van : 30 september 1917 De heer Frits Pauwels, Dr. in de rechten, advokaat te Aalst, tot afdelingsoverste aan het Vlaams ministerie van Justitie, 3e Algemeen Bestuur. 29 november 1917 De heer J. G. A. Callewaert, hulpgriffier bij het vredegerecht van het 2e kanton te Kortrijk, tot griffier bij het vredegerecht van het le kanton te Kortrijk, ter vervanging van den heer K. Van Walleghem, die tot griffier bij het vredegerecht van het 3e kanton te Gent benoemd is.
29 november 1917 De heer A. Th. Janssens, hulpgriffier bij de politierechtbank te Antwerpen, tot griffier bij het vredegerecht van het kanton Berchem, ter vervanging van wijlen den heer C. J. L. Rossaert. 29 november 1917 De heer K. Van Wallegehm, Dr. in de rechten, griffier bij het vredegerecht van het le kanton te Kortrijk, tot griffier bij het vredegerecht van het 3e kanton te Gent, ter vervanging van wijlen den heer G. Van de Veegaete.
Brussel, den 3 december 1917.
No. 424. – 11. december 1917.
Verordening houdende wijziging van de Verordening betreffende de beperking van net verbruik van vlees en vet.

Artikel 2, cijfer 2 der Verordening van 14 oktober 1916, ter beperking van het verbruik van vlees en vet (Wet en Verordeningsblad, bl. 2858), houdende verbod Dinsdags en Vrijdags vlees, vleeswaren en spijzen, die hetzij ten dele hetzij geheel uit vlees of uit vleeswaren bestaan, alsook spek, in gasthoven, herbergen en spijshuizen, alsmede in maatschappij- en verversingslokalen op te dienen, is hierbij tot nader bericht opgeheven.
Brussel, den 4n December 1917.

affiches uit de verzameling van het KOKW

19171213 Nederlandse voertaal vakscholen in Vlaanderen

10 december 1917 maandag. Sint Niklaas

Geen Nieuws.

van 7 tot en met 13-12-1917 geen nieuws in het dagboek

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
tot en met  08-12-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC

19171210 – Jerusalem in Palestina door de Engelschen bezet. 
tot en met  10-12-1917 geen verordeningen
affiches uit de verzameling van het KOKW

postkaart Ruïnes te Oostende aan de kant van de vuurtoren en de duinen

9 december 1917 zondag. Sint Niklaas

Geen Nieuws.

van 7 tot en met 13-12-1917 geen nieuws in het dagboek
zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
nieuws overgeschreven uit NRC

19171209 – Met Roumenië is ook door de centralen een wapenrust gesloten.
verordeningen
affiches uit de verzameling van het KOKW

 

No. 428. – 8. december 1917.
Verordening ***
betreffende de aangifte van en den handel in bed-, huis- en tafellinnen.

Voorwerpen waarop deze Verordening toepasselijk is.

Art. 1. Moeten volgens nadere bepaling dezer Verordening worden aangegeven : il de op den dag der uitvaardiging van deze Verordening (proefdag) binnen het ganse gebied van het Generaal Gouvernement voorhanden hoeveelheden ongebruikt in gebruik zijnde of gebruikt bed-, huis- en tafellinnen van om het even welke soort, toit of gekleurd, dat tot het overtrekken of bedekken van bedden in instellingen, waar onderkomen ge geven wordt, of dat anderszins tot het gebruik in gasthoven en spijslokalen, huishoudingen en keukens bestemd is, turheid overtrekken van bedden t dekens, lakens, handdoeken, servetten, tafellakens en dekservetten, afwas- en opneemdoeken.
Personen waarop deze Verordening toepasselijk is.

Art. 2. Zijn verplicht aangifte te doen, al de bedrijven en al de ondernemingen tot nut van Het algemeen, die ingericht zijn hetzij om personen te herbergen m levens en genotmiddelen te verkopen, welke ter plaatse verbruikt worden, zoals : gasthoven, logementen, kosthuizen drank en koffiehuizen, restaurants, scheepvaartondernemingen, klub- en gezelschapslokalen, inrichtingen voor genezenden en herstellenden, opvoedkundige instellingen, seminaries, kostscholen, enz. Zijn eveneens verplicht aangifte te doen, al de natuurlijke en rechtspersonen, al de handels- en nijverheidsbedrijven van privaat- en openbaarrechtelijke natuur, inzonderheid ook de gemeentelijke en kerkelijke instellingen, die het in de bij lid 1 opgesomde bedrijven en ondernemingen gebezigd bed-, huis en tafellinnen uitlenen, verhuren, bewerken of anderszins voor het gebruik van bedoelde bedrijven in bewaring hebben, b.v. wasserijen, instellingen voor het uitlenen van linnen en naaiinrichtingen.

Aangifte der voorhanden hoeveelheden.

Art. 3. De aangifte moet ten laatste den 24n december 1917 bij het „Militarisches Textil-Beschaffungssamt” , Quatre-Brasstraat 13, te Brussel, gedaan zijn bij middel van het daartoe voorgeschreven bewijs van aangifte. De voorwerpen, waarvan opgave verlangd is, moeten, naar soorten gescheiden, vermeld, worden. De formulieren zijn verkrijgbaar bij het „Militârisches Textil-Beschaffungsamt” of bij de bevoegde „Kreischefs’ n en „Abschnittskommandanturen , \ Zij moeten derwijze worden ingevuld, dot zij een overzicht geven van de soort en de hoeveelheid der voorhanden zijnde voorwerpen.

Bepalingen betreffende het aankopen.

Art. 4. Het „Militarisches Textil-Beschaffungsamt” heeft het recht, de aan te geven waren op te koopen tegen den fabrieksprijs, die op 25 Juli 1914 in België gangbaar was, vermeerderd met een bijslag gaande tot 100 %. Komt geen onderhandse aankoop tot stand, dan kunnen 30 de betrokken waren onteigend worden. In dat geval bekomt de afleveraar een ontvangstbewijs en wordt de schadeloosstelling vastgesteld door de Rijkscommissie tot regeling van de schadeloosstellingen (Reichsentschadigungskommission). Voor de bedrijven, die overwegend dienen om Duitse militairen en burgers te herbergen, zal de aankoop nadat overleg is gepleegd met de bevoegde plaatselijke Kommandantuur.

Gebruik en behoud van de voorwerpen.

Art. 5. Zover de voorschriften van artikel 4 zulks mogelijk maken, laten de bepalingen van deze Verordening toe verder op regelmatige wijze gebruik te maken van de aan te geven voorwerpen in het eigen bedrijf en laten zij de instellingen voor het uitlenen van linnen de vrijheid hun bedrijf op regelmatige wijze voort te zetten. Overigens is het verboden op enigerlei wijze over de aan te geven voorwerpen rechtszakelijk te beschikken of ze te vervoeren, alsook er om het even welke wijziging aan toe te brengen, uitgenomen deze die te beschouwen is als gewone slijtage, voortspruitende uit het krachtens lid 1 veroorloofde gebruik. De bezitters zijn verplicht de voorwerpen zorgvuldig te bewaren en behoorlijk te behandelen.
Regelmatige boekhouding.

Art. 6. leder persoon, die verplicht is aangifte te doen moet een zakenboek houden over de in artikel 1 opgesomde voorwerpen en wel zodanig, dat het te allen tijde een overzicht geeft van de gebruikte aan te geven voorwerpen die de belanghebbende in zijn bezit heeft. De lasthebbers van de militaire en burgerlijke overheden hebben het recht de zakenboeken en bewaarplaatsen te onderzoeken, om zich te vergewissen dat deze voorschriften nagekomen worden.

Aangiften die naderhand te doen zijn.

Art. 7. De aan te geven voorwerpen, die eerst na den proefdag door aankoop of op elke andere wijze bij de in artikel 2 bedoelde bedrijven en personen in bewaring komen, moeten ten laatste den eersten van de volgende maand en, voor de eerste maal op 1 februari 1918, aangegeven worden. Zij zijn onderworpen aan dezelfde bepalingen als de voorwerpen, die op den proefdag reeds in bewaring bij bedoelde bedrijven waren.

Ongeldigheid van vroegere vrijverklaringen.

Art. 8. De verplichtingen, door deze Verordening opgelegd, blijven ook dan bestaan, wanneer de betrokken voorwerpen zelf of de grondstoffen, de afgewerkte en halfafgewerkte fabricaten, waarmede zij vervaardigd zijn, op grond van vroegere Verordeningen of beschikkingen vrijverklaard werden.
Strafbepalingen.
Art. 9. Wie de voorschriften van deze Verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt met ten hoogste 2 jaar gevangenis en met ten hoogste 25.000 mark boete of met een dezer straffen gestraft. Bovendien kan in al de gevallen de verbeurdverklaring uitgesproken worden van de voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft ; in geval van opzettelijke overtreding, moet de verbeurdverklaring steeds worden uitgesproken.
De voorschriften van de Verordening van 17 juni 1917, houdende uitbreiding van de strafbepalingen der in verband met de oorlogseconomie uitgevaardigde Verordeningen, zijn dienovereenkomstig van toepassing. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn oordeelvellen bevoegd.

Art 10. De voorschriften van artikelen 4, 5, 7 lid 2 en 9, hd /, 2de zin dezer Verordening zijn niet toepasselijk op de voorwerpen, waarvan bewezen kan worden dat zij op den proefdag het eigendom uitmaakten van h et Nederlands- Spaans Hulpkomiteit of van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, of die later in het bezit dier komiteiten komen. Brussel, den 22n november 1917.

postkaart Ruines van Zeebrugge mijnenvegers

8 december 1917 zaterdag. Sint Niklaas

Geen Nieuws.

van 7 tot en met 13-12-1917 geen nieuws in het dagboek
zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
tot en met 08-12-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 423. – 8. december 1917.
Beschikking aan het Beheer van Posterijen en Telegrafen (Post- und Telegraphenverwaltung), betreffende de indeling naar provincies van de Belgische postomschrijvingen. (Voor Vlaanderen en voor Wallonië). Ter uitvoering van Art. 4 der Verordening van 13 september 1917 P. T. V. VI 334 van den heer Generaal Gouverneur in België, betreffende de afschaffing van de 2e Belgische postomschrijving en de indeling naar provincies van de Belgische postomschrijvingen in het Vlaams land (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 395 en Dienstbevel 149) , alsook ter uitvoering der Verordening van 21 oktober 1917 van den heer Generaal Gouverneur, betreffende de indeling naar provincies van de Belgische postomschrijvingen in Wallonië (welke Verordening nog moet verschijnen), wordt te rekenen van 1 januari 1918 bepaald :

1) De Belgisehe Postomschrijvingen zullen voortaan niet meer naar volgnummers, maar wel naar den zetel der omschrijvingsbesturen worden aangeduid, zodat men in Vlaanderen zal hebben de postomschrijvingen Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent en Hasselt, in Wallonië de postomschrijvingen Charleroi, Luik, Bergen, Namen en Neufchâteau.
2) De nieuwe postomschrijving Brussel, tot dusver le en 2e postomschrijving genaamd, omvat de postkantoren van genoemde omschrijvingen, met uitzondering van Lincent, Neerhespen en Grand-Leez, alsmede van de postkantoren uit het arrondissement Nijvel, Lincent en Neerhespen worden ingedeeld bij de postomschrijving Luik, Grand-Leez bij de postomschrijving Namen.

Volgende postkantoren van het arrondissement Nijvel . (voor de namen zie hiervoor).
worden toegevoegd aan de postomschrijving Charleroi, het arrondissement Nijvel, krachtens de Verordeningen van 21 maart en 13 April 1917 van den Heer Generaal Gouverneur in België (Wet- en Verordeningsblad, Nrs. 324 en 335), opgehouden heeft deel uit te maken van de provincie Brabant en ingedeeld is bij de provincie Henegouwen. De postkantoren Noville-Taviers, Tourinnes-St.-Lambert en Walhain-St-Paul, die in het arrondissement Nijvel liggen en thans deel uitmaken van de postomschrijving Namen, worden eveneens ingedeeld bij de omschrijving Charleroi.
Aan de nieuwe postomschrijving Brussel worden verder de hiernavermelde postkantoren toegevoegd :
a) van de omschrijving Hasselt : (voor de namen zie hiervoor). \
b) van de omschrijving Antwerpen : Keerbergen.
c) van de omschrijving Gent : Galmaarden en Pamel
d) van de omschrijving Bergen : Herne (bij Edingen), Herfelingen en Tollenbeek.
3) Van de postomschrijving Brugge gaan het postkantoor Knesselare over naar de omschrijving Gent, de kantoren Saint-Leger en Leers-Nord naar de omschrijving Bergen.
4) Van de postomschrijving Gent gaan de postkantoren Beernem en Sint-Joris-ten-Distel over naar de omschrijving Brugge, de kantoren Everbeek en Anseroeul naar de omschrijving Bergen : het postkantoor ’t Vlaams Hoofd gaat van de postomschrijving Antwerpen over naar de omschrijving Gent.
5) Van de postomschrijving Hasselt gaat liet postkantoor Hautain-St.-Simeon over naar de omschrijving Luik ; de thans tot de omschrijving Luik behorende kantoren G-ingelom, Montenaken en Jeuk worden bij de omschrijving Hasselt ingedeeld.
6) Van de postomschrijving Namen gaan over
a) naar de omschrijving Luik, de hierna vermelde kantoren , die in het arrondissement Hoei liggen : (voor de namen zie hiervoor). alsmede de postkantoren Rottieux-Rimiere en Wasseiges ;
b) naar de omschrijving Neufchâteau, de posikantoren Nassogne en Sugny. Ingedeeld bij de postomschrijving Namen worden :
a) van de omschrijving Charleroi, de hierna vermelde postkantoren, die in het arrondissement Philippeville  liggen : (voor de namen zie hiervoor) . alsmede de postkantoren Onhaye en Velaine (Samber) :
c) van de omschrijving Neufchâteau, de postkantoren Graide, Heure (Famenne) en Resteigne.
7) Van de postomschrijving Neufchâteau gaan de postkantoren Bra en Lierneux over naar de omschrijving Luik. De Belgische postomschrijvingen zullen derhalve te rekenen van 1 januari 1918 de hiernavolgende postkantoren omvatten.
I. Vlaanderen.
a) Postomschrijving Antwerpen voor de provincie Antwerpen : (voor de namen zie hiervoor). Bovendien voor den duur van den oorlog de hierna vermelde postkantoren van de provincie Oost Vlaanderen, bestuur der postomschrijving Gent : (voor de namen zie hiervoor).
b) Postomschrijving Brugge voor de provincie West Vlaanderen : (voor de namen zie hiervoor). Al deze plaatsen liggen thans in het Operatiegebied of in de Etappen.
c) Postomschrijving Brussel voor de provincie Brabant (arrondissementen Brussel en Leuven) : (voor de namen zie hiervoor).
d) Postomschrijving Gent voor de provincie Oost Vlaanderen : (voor de namen zie hiervoor). Aanmerking: De met * aangeduide postkantoren blijven voor den duur van den oorlog toegevoegd aan het bestuur der postomschrijving Antwerpen ; al de andere kantoren liggen in het Operatiegebied of in de Etappen.
e) Postomschrijving Hasselt voor de provincie Limburg : (voor de namen zie hiervoor).

II Wallonië.
a) Postomschrijving Charleroi voor het oostelijk gedeelte van de provincie Henegouw (arrondissementen Charleroi, Nijvel en Thuin) : (voor de namen zie hiervoor).
b) Postomschrijving Luik voor de provincie Luik: (voor de namen zie hiervoor).
c) Postomschrijving Bergen voor het westelijk gedeelte van de provincie Henegouwen (arrondissementen Ai)i y Bergen Zinnik en Doornik) : (voor de namen zie hiervoor).
d) Fostomschrijving Namen voor de provincie Namen : (voor de namen zie hiervoor).
e) Postomschrijving Neufchâteau voor de provincie Luxemburg : (voor de namen zie hiervoor).
De ,,Kreis-Postamter” zullen de Belgische bestuurders der postomschrijvingen, de Belgische postontvangers, alsook de belanghebbende Belgische ambtenaren en beambten kennis geven van vorenstaande beschikking. Verdere beschikkingen blijven voorbehouden.
Brussel, den 20n november 1917.
No. 423. – 8. december 1917.
Beschikking waarbij het beschermingscomiteit te Nijvel onder de beroepscommissie inzake ouderdomstoelagen te Charleroi geplaatst wordt. Op grond van de Verordening van 13 April 1917, betreffende de afscheiding van het arrondissement Nijvel van de provincie Brabant (Wet en Verordeningsblad, bl. 3597) en van artikel 16 van het koninklijk besluit van 31 Mei 1912 (Staatsblad van 9 Juni 1912, Nr 161, bl 3869), wordt bepaald : Het beschermingscomiteit voor het arrondissement Nijvel, te Nijvel, houdt op deel uit te maken van het gebied der beroepscommissie te Brussel, en wordt ingedeeld bij het gebied der beroepscommissie te Charleroi. den 20n oktober 1917. Namen,
No. 423. – 8. december 1917.

Bekendmaking. Overeenkomstig de artikelen 9 en 13 der organische wet van 15 Juli 1849 op het hoger onderwijs, heeft de heer Generaal Gouverneur in België navolgende bevorderingen aan de Staatsuniversiteit te Gent gedaan :
I. Faculteit der Wijsbegeerte en Letteren. /. De heer P. Menzraih, doctor in de wijsbegeerte, buitengewoon professor in de zielkunde, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)
2. De heer W. A. Baehrens, doctor in de wijsbegeerte, buitengewoon professor in de klassieke philologie, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)

II Faculteit der Rechtsgeleerdheid. 3. De heer A. R. van Roy, doctor in de rechtswetenschap, buitengewoon professor in de rechtsencyclopaedie en in het handelsrecht, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)
4. De heer A. Th. M. Jonckx, doctor in de rechtswetenschap, buitengewoon professor in het strafrecht en in het fiscaalrecht, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)
5. De heer R. Claeys, doctor in de handelswetenschappen, bestuurder van de Hogere School voor Handelswetenschap, buitengewoon professor in het volkenrecht en de sociale wetenschappen, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)

III. Faculteit der Wiskunde en der Natuurweten schappen.
6. De heer C. de Bruyker, doctor in de geneeskunde, tijdelijk bestuurder van de Hogere Land- en Tuinbouwschool, buitengewoon professor in de plantkunde, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering m zijne ambtsbevoegdheid. (bij beschikking van 1 november 1917.)
7. De heer J. A. Vollgraff, doctor in de wijsbegeerte, buitengewoon professor in de wiskunde, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)
8. De heer C. ten Horn, doctor in de geneeskunde, buitengewoon professor in de heelkunde, is bevorderd tot gewoon professor zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)
9. De heer A. Picard, doctor in de geneeskunde, docent in de plaatsbeschrijvende ontleedkunde, is bevorderd tot buitengewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)
Brussel, den 24n november 1917.
No. 423. – 8. december 1917.
Beschikking.
Art. 1. Op grond van de Verordening van 10 november 1917 wordt aan de Rijks middelbare Meisjesnormaalschool te Brussel een voorbereidende afdeling met Nederlands ah voertaal toegevoegd.

Art. 2. De jaarwedden van het onderwijzend en behorend personeel der voorbereidende afdeling worden geregeld overeenkomstig de koninklijke besluiten van 9 december 1907 en 10 januari 1913 .

Art. 3. De bestuurster van de school heeft te beslissen inzake het aanvaarden van nieuwe leerlingen gedurende het hopend jaar. Na dien tijd zijn daarbij de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 maart 1884 in acht te nemen.

Art. 4. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 29n november 1917.

affiches uit de verzameling van het KOKW

Postkaart monument Robermont Luik

https://nl.wikipedia.org/wiki/Begraafplaats_van_Robermont

7 december 1917 vrijdag. Sint Niklaas

Geen Nieuws.

van 7 tot en met 13-12-1917 geen nieuws in het dagboek
zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
tot en met 08-12-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 07-12-1917 geen verordeningen

No. 423. – 8. december 1917.

Verordening *** over de stapelaangifte en inbeslagneming van weefsels, gemaakte en gebreide goederen in lintwaren. Onder opheffing van de Verordening van 19 juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 239, bl. 2435), van 19 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 262, bl. 2595), va Augustus 1916 (Wet- en Verordeningsblad, . M6, bl. 2539), van 14 oktober 1916 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 268, bl. 2867) betreffende de stapelopneming van en den handei in weefsels, gemaakte en gebreide goederen en lintwaren, en van artikel 1, cijfer 5, 6, 7, 10, 11, 12 en 13 der Verordening van 14 februari 1917 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 315, bl. 3329), over de handel in stoffen van dierlijke en plantaardige vezels, zo mede onder opheffing van de Verordening van 31 Juli 1917 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 383, bl. 4333) over de stapelopneming van en den handel in gemaakte klederen, verbandstoffen en andere weefsels, bepaal ik het navolgende :

Voorwerpen, waarop deze Verordening toepasselijk is.

Art. 1. Al de stapels waren van de hierna vermelde soort, die op den dag der uitvaardiging van deze Verordening (proefdag) in het gebied van het Generaal Gouvernement voorhanden zijn, moeten als volgt worden aangegeven : 1) weefsels, gemaakte en gebreide goederen en lintwaren van elke soort uit plantaardige en dierlijke stoffen, zonder onderscheid van kleur, tekening en afmetingen, doortrokken of niet doortrokken, naar maat geweven en gesneden, afgewerkt, gezoomd, enz. :
2) uit zulke stoffen vervaardigde, hetzij afgewerkte of halfafgewerkte, naar maat geweven en gesneden voorwerpen, zonder onderscheid van kleur, tekening, afmetingen en maaksel ;
3) linten, snoeren, gordellint, veters, liskoord, tressen, bretels, rijgveters, elastieken, gekaoetchoeteerde stoffen, wasdoek, linoleum, vilt, met een weefsel beplakt of toebereid papier, tapijten, van bepaalde afmetingen, vloerkleedjes, lopers, gordijnen, ook tulen gordijnen ;
4) nieuwe en gebruikte zeildoek en dekzeilen, wagenhuiven en wagenkleden. De betrokken voorwerpen die op grond van vroegere Verordeningen en beschikkingen reeds aangegeven werden, moeten niettemin nogmaals aangegeven worden. Moeten niet aangegeven worden:

Art. 2. a) al de voorwerpen en waren, die voor het grootste deel uit zijde, halfzijde en kunstzijde gemaakt zijn. Als halfzijde worden enkel beschouwd stoffen, waarvan ketting of inslag uitsluitend het zij natuur-, hetzij kunstzijde bevat en halfzijden fluweel.
b) echte en nagemaakte kant ;
c) kledingstukken, die voor het grootste deel uit pelswerk vervaardigd, of die met pels gevoederd of overtrokken zijn ;
d) borduurwerk met de hand of met de machine gemaakt, bijaldien de waarde van het geborduurd werk de waarde van de stof overtreft ;
e) ruches (plooikraagjes), jabots, dassen ;
f) afgemaakt passementwerk, zoals belegsels voor mantels en klederen ; handtasjes met of zonder beugel, lampekappen en lichtschermen ;
g) regen- en zonneschermen en de foedralen daarvan ;
h) keurslijven (korsetten), vrouwenhoeden ;
i) echte Oosterse tapijten en echte gobelins ;
j) papieren weefsels en daaruit vervaardigde voorwerpen;
k) al de voorwerpen, die in het bezit zijn van bijzondere en in den gebruikelijke omvang tot dezer persoonlijk gebruik dienen.

Personen waarop deze Verordening toepasselijk is.

Art. 3. alle natuurlijke personen en rechtspersonen, van privaatrechterlijke of openbaarrechtelijke nahandels- en nijverheidsbedrijven, alsook de bedrijven en inrichtingen van Staat, gemeenten en kerk. die aan te geven waren voortbrengen, verwerken of anderzins in bewaring hebben zijn verplicht deze aan te geven, om het even of al dan niet de eigenaars van zijn of hel recht hebben of beschikken. Voor de handelingen van privaatrechtelijke en openbaarrechtelijke personen zijn de wettelijke vertegenwoordigers verantwoordelijk. Aangifte van de voorhanden hoeveelheden.

Art 4. De aangifte moet op de daartoe bestemde kaart van aangifte ten laatste op 22 december 1917 gedaan zijn bij het „Militârisches Textil-Beschaffungsamt” , Quatre-Brasstraat 13, le Brussel ; als maatstaf voor de aangifte geldt de hoeveelheid die op den proefdag voorhanden is. De kaarten van aangifte zijn op gemeld kantoor of bij den bevoegden „Kreischef” of „Abschnittsk6mmandeur” te verkrijgen ; zij moeten op zulke wijze worden ingevuld, dot zij, overeenkomstig de aanduidingen van het formulier, een overzicht geven van de soort en de hoeveelheid van de voorhanden voorwerpen. Desverlangd moeten stalen vrachtvrij en kosteloos worden ingezonden. Al de aanvragen en verzoeken aangaande deze Verordening zijn eveneens bij het „Militarisches Textil-Beschaffungsamt” te Brussel in te dienen.

Bepalingen betreffende de inbeslagneming en het aankopen.

Art. 5. Van de aan te geven stapels zijn 90 % van elke soort en hoedanigheid in beslag genomen. De overige 10 % worden voor den handel beschikbaar gelaten. Het „Militârisches Textil-Beschaffungsamt” heeft het recht, de in beslag genomen waren op te kopen tegen den fabrieksprijs, die op 25 Juli 1914 in België gebruikelijk was, vermeerderd met een bijslag tot 200 % van dien prijs. Komt geen onderhandse aankoop tot stand, dan kunnen de betrokken waren onteigend worden. In dat geval bekomt de afleveraar een ontvangbewijs en wordt de schadeloosstelling vastgesteld door de Rijkskommissie tot regeling MM de. schadeloosstellingen (, Reichsentschadigungskomori\)

Bewaring en gebruikmaking van de voorwerpen.

Art. 6. Elke rechtszakelijke beschikking over de in beslag genomen voorwerpen, iedere aan- en verkoop, ieder verelke gebruikmaking van zulke voorwerpen, alsook elke wijziging derzelven, is zonder bijzondere toelating verboden. De bezitters en bewaarders zijn verplicht, die voorwerpen zorgvuldig te bewaren en behoorlijk te behandelen. Het „Militârisches Textil-Beschajfungsamt” te Brussel is gemachtigd, in bijzondere gevallen, uitzonderingen toe te staan op de. voorschriften van het le lid, wanneer daartoe een schriftelijke aanvraag is ingediend.

Boekhouding en afzonderlijke berging van de voorwerpen.

Art. 7. Ieder persoon, die verplicht is aangifte te doen, moet een zakenboek houden over al de in artikel 1 opgesomde waren, en wel zodanig, dot daarin de bij hem voorhanden zijnde aan te geven voorwerpen, gescheiden naar in beslag genomen en vrij gelaten hoeveelheden te erkennen Elke wijziging van de voorhanden hoeveelheden, alsook de wijze van verbruik, nu t zakenboek vermeld staan. De lasthebbers van de militaire en burgerlijke overheden hebben het recht, de zakenboeken, zakenpapieren en bewaarplaatsen te onderzoeken om zich te vergewissen dot deze voorschriften nagekomen worden.

Aangiften, die na den proefdag te doen zijn.

Art. 8. Wie na den proefdag waren van de in artikel / opgesomde soort in bewaring houdt, moet deze, om het even of hij er al dan niet eigenaar van is of anderszins gerechtigd is er over te beschikken, binnen 3 dagen na ze ontvangen te hebben, aangeven, ook dan, wanneer deze waren overeenkomstig de bepalingen een Verordening vrijverklaard zijn en reeds vroeger aangegeven werden. Deze bepaling is niet toepasselijk op waren die, in den gebruikelijke omvang, voor het persoonlijk gebruik aangeschaft worden. De voorwerpen waarvan naderhand aangifte is te doen en die eerst na den proefdag in het gebied van het Generaal Gouvernement hetzij ingevoerd, hetzij vervaardigd werden, zijn aan dezelfde voorwaarden onderworpen, als de voorwerpen die op den proefdag aldaar voorhanden waren. De voorwerpen, die binnen het gebied van het Generaal Gouvernement op den proefdag steeds voorhanden waren en aangegeven zijn geworden, blijven vrijgesteld van de inbeslagneming, ingeval zij voortkomen van de in artikel 5 bedoelde 10 %> a. i. van de hoeveelheden, die voor den handel beschikbaar gelaten zijn ; deze voorwerpen moeten echter nogmaals aangegeven worden.

Ongeldigheid van vroegere vrijverklaringen.

Art. 9. De verplichtingen. door deze Verordening opgelegd, blijven ook dan bestaan, wanneer de voorwerpen, waarop deze Verordening toepasselijk is, vervaardigd zijn uit grondstoffen, afval, afgewerkte of halfafgewerkte fabricaten, die op grond van vroegere Verordeningen of beschikkingen vrijverklaard werden. Voorwaardelijke straffeloosheid.

Art. 10. Personen, die aan te geven voorwerpen in bewaring hebben, waarvan op grond van vroegere Verordeningen of beschikkingen reeds aangifte had moeten gedaan zijn, zullen niet gestraft worden en hun voorraden, waarvan :y verzuimd hebben aangifte te doen, zullen overgenomen worden tegen de. voorwaarden voorzien onder artikel 5 van deze Verordening, indien bedoelde personen deze voorwerpen thans aangeven en indien daaromtrent nog geen rechtsvervolging aanhangig is gemaakt.

Strafbepalingen.

Art. 11. Wie de voorschriften van deze Verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt, zover een andere strafwet geen zwaarder straf voorziet, met ten hoogste 5 jaar gevangenisstraf en met ten hoogste 500.000 mark boete of met een van deze straffen gestraft. Bovendien kan in al de gevallen de verbeurdverklaring uitgesproken worden van de voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft ; in geval van opzettelijke overtreding, moet de verbeurdverklaring steeds worden uitgesproken. Overigens gelden de voorschriften van de Verordening van 17 juni 1917, houdende uitbreiding van de straf der in verband met de oorlogseconomie uitgevaardigde verordeningen. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers tot oordeelvellen bevoegd.

Art. 12. De voorschriften van artikel 5, 6′. 7, lid 2 en 3, 11, lid 7, 2de zin van deze Verordening, zijn niet toepasbaar op de waren, waarvan bewezen kan worden dat zij, op proefdag, het eigendom uitmaakten van het Nederlands Spaans Hulpkomiteit of van het Nationaal Hulp en Voedingskomiteit.
Brussel, 19 november 1917.
affiches uit de verzameling van het KOKW
bekendmaking sancties Waasmunster

6 december1917 donderdag. Sint Niklaas

Het Duitsch infanterie regimentdat hier in 2 Colleges en bij de burgers gekazerneerd was is naar het front vertrokken, zoodat hier voorlopig geen soldaten meer zijn.
zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
tot en met 08-12-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 06-12-1917 geen verordeningen
affiches uit de verzameling van het KOKW

19171205 Schikking over de verzorging der burgerlijke bevolking met vlees

 

5 december 1917 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
door Raphael overgeschreven uit NRC

19171205 – Een wapenrust tusschen Rusland en de Centralen tot den 17 december gesloten.
verordeningen

No. 422. – 5. december 1917.
Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer (Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidatie van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 september 1916 en nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen der firma
Aron S a m d a m, te Brussel.
De heer luitenant Maas, te Brussel, is lot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 27n november 1917.
No. 422. – 5. december 1917.
Verordening betreffende het oprichten van een schoolraad voor de Duitse school te Namen.
§ 1. Voor de leiding der zaken der Duitse school te Namen en voor het beheer der nodige geldmiddelen, wordt een schoolraad opgericht.
1) Deze schoolraad bestaat uit den dienstdoende Voorzitter van het burgerlijk bestuur (Prasident der Zivilverwaltung) te Namen, als voorzitter,
2) uit een hogere ambtenaar van het burgerlijk bestuur te Namen, die tevens plaatsvervanger is van den voorzitter,
S) uit den leraar, die het bestuur der Duitse school te Namen waarneemt,
4) uit twee personen, behorende tot de Duitse Kolonie der provincie Namen, als leden. De leden van den schoolraad worden door den voorzitter benoemd.
§ 3. De schoolraad bezit de eigenschap der rechtspersoonlijkheid. In rechtszaken wordt de schoolraad vertegenwoordigd door den voorzitter of door dezes plaatsvervanger.
§ 4. De raad moet in elk schoolkwartaal ten minste tot een zitting opgeroepen worden. In de zittingen worden de besluiten bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen beslist de stem van den voorzitter. De schoolraad mag steeds besluiten nemen, om het even hoeveel leden er aanwezig zijn.
§ 5. De voorzitter leidt de lopende zaken ; hij is gehouden den schoolraad te raadplegen in alle aangelegenheden van enig belang, inzonderheid echter bij benoeming of ontslag van onderwijskrachten.
§ 6. De geldzaken worden door een kashouder geleid. Deze wordt door den voorzitter benoemd.
§ 7. De kashouder moet jaarlijks rekenschap geven bij den schoolraad. Deze verleent ontlasting.
§ 8. De kashouder mag alleen op aanwijzing van den voorzitter of van dezes plaatsvervanger betalingen doen.
§ 9. Het bedrijfsjaar begint op I oktober van elk jaar en eindigt den 30 september van het volgend jaar. Voor elk bedrijfsjaar zal een begroting der inkomsten en uitgaven opgemaakt worden. De begroting moet door het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Wallonië worden goedgekeurd. De bevoegdheid van den voorzitter of van dezes plaatsvervanger tot het opleggen van betalingen, blijft beperkt tot de bedragen die in de begroting voorkomen*
§ 10. Binnen twee maand na afloop van elk bedrijfsjaar, stuurt de schoolraad aan het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Wallonië een verslag over al de gebeurtenissen van enig belang, die in het afgelopen schooljaar zijn voorgekomen, alsook over den gang van het schoolbeheer en over het aantal leerlingen. Bij dat verslag zal een op grond der kasboeken afgesloten rekening over het afgelopen bedrijfsjaar gevoegd worden.
Brussel, den 22 november 1917.
No. 422. – 5. december 1917.
Verordening (voor Vlaanderen en voor Wallonië) houdende wijziging van de wet van 24 Mei 1854, betreffende de brevetten, en van het koninklijk besluit met dezelfde dagtekening, dat de uitvoering dier wet regelt (Belgisch Staatsblad van 25 Mei 1854.)

Art. 1. Artikel 17, lid 1, van de wet van 24 Mei 1854, wordt vervangen door het hiernavolgend voorschrift : Wie een brevet wil nemen, is gehouden ter griffie van een der provinciebesturen of ten kantore van een arrondissementscommissaris van het bestuursgebied, waarin hij zijn wettelijke woonplaats heeft, volgens de bij koninklijk besluit bepaalde pleegvormen, onder zegel en in dubbel exemplaar een klare en volledige beschrijving, alsook een nauwkeurige tekening op metrieke schaal van het voorwerp der uitvinding neer te leggen.
De beschrijving moet in de Nederlandse taai opgesteld zijn, bijaldien de uitvinder zijn wettelijke woonplaats in het Vlaams bestuursgebied heeft ; zij mag opgesteld zijn in een der in België gebruikelijke talen, bijaldien de uitvinder zijn wettelijke woonplaats heeft in het Waals bestuursgebied.

Art. 2. Artikel 8, le zin, van het koninklijk besluit van 24 Mei 1854, wordt vervangen door het hiernavolgend voorschrift: De aanvraag moet den naam, den voornaam en het beroep, alsmede de wettelijke en, desverlangd, de verkozen woonplaats van den uitvinder bevatten.

Art. 3. Artikel 4, lid 1 en 2, van het koninklijk besluit van 24 Mei 1854, wordt vervangen door het hiernavolgend voorschrift: De beschrijving moet in de Nederlandse taal opgesteld zijn, bijaldien de uitvinder zijn wettelijke woonplaats heeft in het Vlaams bestemming gebied en, in de Duitse, Nederlandse of Franse taal, bijaldien de uitvinder zijn woonplaats heeft in het Waals bestuursgebied. Is de beschrijving niet in de Nederlandse taal opgesteld, dan moet er een Nederlandse vertaling aan worden toegevoegd, wanneer de uitvinder zijn wettelijke woonplaats buiten België heeft.
Brussel, den 29n November 1917.
No. 422. – 5. december 1917.
.
Bekendmaking. betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. ! Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 253 van 13 september 1916 en Nr. 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de Franse deelhebbing aan de vennootschappen
1) S. A. des Charbonnages de Beringen, te Luik,
2). A. des Charbonnages de Winterslag, te Brussel,
3) S. A. des Charbonnages Limbourg-Meuse, te Brussel De heer Hauptmann Freund, Bergassessor, Krijgsschool te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 29n november 1917.
affiches uit de verzameling van het KOKW

postkaart voor na Ieper gerechtshof

4 december 1917 dijnsdag Sint Niklaas

’t Vriest reeds.
J.Lentacker trekt 62,50 fr: in de Nationale Bank van den Staat voor zijn zoon Edmond voor December 1917.
zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
tot en met 04-12-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 04-12-1917 geen verordeningen
affiches uit de verzameling van het KOKW

postkaart ruïnes van Kemmel

3 december 1917 maandag Sint Niklaas

We krijgen een nieuwe geele Meldekaart, deze wordt op het Stadhuis door het Meldeambt van Antwerpen voor de 1st maal afgestempeld.
’t Sneeuwt voor de 1ste maal.
De 47 ste oorlogsmaand is heden begonnen, ik geloof dat de vrede nadert.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
nieuws overgeschreven uit NRC

19171203 – De onderhandelingen voor den wapenrust tusschen Rusland en de centralen begonnen.
19171203 – Gansch Duitsch Oost Afrika door de Engelschen en de Belgen bezet.

verordeningen

No. 421. – 3. december 1917.
Verordening*** houdende verbod in open lucht vuren te maken na het invallen van de duisternis.
§ 1. Het is verboden na het invallen van de duisternis vuren te maken in open lucht.
§ 2. Overtredingen van deze Verordening worden gestraft met ten hoogste een jaar gevangenis en met ten hoogste 10.000 mark boete, of met een dezer straffen, zover de algemene strafwetten geen zwaarder straf voorzien. De Duitse krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 27 november 1917.

No. 421. – 3. december 1917.
Verordening (voor de bezette streken van België) betreffende de uitvoering van net bevel van 1917, waarbij een krijgsbelasting werd opgelegd.

De provincieraden der negen provincies van België hebben, in hun buitengewone zittijd belegd op 1 december 1917, de besluiten, die het opbrengen van de middelen der betaling die bij bevel van 21 mei 1917 aan de Belgische bevolking opgelegde krijgsbelasting verder verzekeren, niet genomen.
Deze handeling is in strijd met de openbare belangen. Om die reden worden de besluiten, zover die genomen zijn, overeenkomstig artikel 89 der provinciale wet van 30 April 1836 opgeheven, en zijn de Gouverneurs der provincies Antwerpen, Brabant, Henegouwen, Limburg, Luik, Luxemburg en Namen samen met de Voorzitters van het burgerlijk bestuur (Prasidenten der Zivilverwaltung) aldaar, voor de provincies Oosten West-Vlaanderen de Voorzitters van het burgerlijk bestuur aldaar alleen, met bindende kracht, elk wat zijn provincie betreft, gemachtigd tot het nemen van onderstaande maatregelen :

1. solidair met de andere provincies :
a) met het oog op de betaling van zes verdere vervallende maandelijkse stortingen, namelijk voor december 1917 tot en met mei 1918, van de bij bevel van 21 mei 1917 aan de Belgische bevolking opgelegde krijgsbelasting, de nodige maatregelen te treffen en desnoods daartoe een lening aan te gaan ;
b) met het oog op het opbrengen van de middelen ter betaling der intresten en ter delging van deze lening, alsook met het oog op de betaling der in december 1917 en in maart 1918 vervallende interprovinciale kasbons van de tweede krijgsbelastingslening en der in den loop van dezelfde maanden vervallende intrestkoepons der verschillende krijgsbelastingsleningen, de nodige maatregelen te treffen en desnoods daartoe een lening aan te gaan ;
2. de nodige oorkonden te ondertekenen.
Brussel, den 3 december 1917.
affiches uit de verzameling van het KOKW

Postkaart Ieper de conciergerie voor en na