31 october 1916 dinsdag Sint Niklaas

J.Lentacker trekt 80 franken van den Staat, in de Nat. Bank t/s. over de maand October, voor zijn zoon Edmond.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

No. 267. — 20. OKTOBER 1916.
BESCHIKKING.
Gezien artikel 12 der wet van 10 April 1890-3 Juli 1891 aangaande het toekennen der academische graden en het programma der Universiteitsexamens;
Gezien het koninklijk Besluit tot inrichting der aan de Gentse Universiteit toegevoegde scholen voor burgerlijke houwkunde, kunsten en fabriekwezen; Gezien het inrichtingsreglement van bedoelde scholen;
Overwegende dat de huidige omstandigheden, een afwijking van de artikelen 8 van gemeld besluit en 12 van vermeld reglement vorderen: Dp voorstel van den heer Beheerder-Opziener der Gentse Universiteit, bestuurder van de voorbereiden school voor burgerlijke bouwkunde: beschik ik:
De jury gelast met het afnemen in den zittijd der maand October 1916 van het ingangsexamen tot de voorbereidende school voor burgerlijke bouwkunde de (wettelijke graad) gehecht aan de Universiteit te Gent, is samengesteld als volgt: Voor de namen zie hierboven.

Herr E. Uaerens, Direktor der Schule fur burgerliehe Baukunde Vorsitzender.
Herr F. Brûlez, Universitàtsprofessor.
Herr F. A. Vollgraff, „
Herr Menzerath, „
Herr P. L. Tack,
Herr A. Vlamynck, Universitâtsdozent.

Naar keus der recipiendi, mag het examen afgelegd worden in het Nederlands of in het Frans, De heer Tack zal de leerlingen, die een Nederlands opstel maken, en de heer Menzerath deze die een Frans opstel maken ondervragen.
Art. 2. De jury benoemt, in haar midden, eene secretaris.
Art, 3. De zitting wordt op Maandag 30 October 1916, te 9 uur ’s morgens, in het gebouw der voorbereidende school, geopend. De inschrijvingen worden in gemelde school (Instituut der Plateaustraat, te Gent) aanvaard.
Art. 4. In geval een jurylid verhinderd is, zal de heer Beheerder-Opziener der Universiteit te Gent, bestuurder der voorhbreidende school van burgerlijke houwkunde, belast met de uitvoering van deze beschikking, in diens vervanging voorzien.
Brussel, den 11n Oktober 1916.
C. C. Illh 1038.

l’Evénement beelden versterkte Belgische kust

Advertenties

30 october 1916 maandag. Sint Niklaas

Mama gaat naar Antwerpen, Albert betert (onderlijnd).
De Amerikaanschen Winkel is deze week voor de 2de maal, bij gebrek aan waren gesloten.
Die patatten inliggen hebben krijgen er geen meer in den Stadswinkel; er wordt kontrool gemaakt.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

No. 267. — 20. OKTOBER 1916.
Verordening betreffend den arbeidsduur in de schoenwarenfabrieken.

Art. 1. In schoenwarenfabrieken mag ten hoogste gedurende 24 uren per kalenderweek gewerkt worden. De voorschriften op de beperking van vrouwen- en kinderarbeid blijven van kracht.

Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) bij den Generalgouverneur in België is gemachtigd uitzonderingen toe te staan op de bepaling van artikel 1, lid 1. Re arbeidsduur mag evenwel in den loop van één maand met meer dan 105 uren. bedragen. leder aanvraag voor uitzonderingen moet vergezeld gaan van een bedrijfsplan, waaruit de aard van het werk, de indeling van de werkuren en het aantal werklieden blijkt voor de tijdruimte gedurende dewelke de uitzonderingen zullen gelden.

Art. 3. Nijveraars (eigenaars, werkbestuurders enz.), die vorenstaande Verordening, wat betreft de voorschriften op de beperking van den arbeidsduur, overtreden, worden met ten hoogste één jaar gevangenis en met ten hoogste 20.000 mark boete, of met een van deze beide straffen gestraft. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Art. 4. Deze Verordening wordt met ingang van 16 Oktober van kracht. Brussel, den lOn Oktober 1916.
C. C. IVsi 16117.

afbeelding uit l’événement illustré verbod om eender welke hoeveelheid aaradappelen via tram te vervoeren

29 october 1916 zondag.

Geen nieuws.
(spijtig dat je niet weet waarom er 4 dagen geen nieuws was,ziek, in Antwerpen of elders aan het werk)

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org nu ook smartphoneversie voor 1914

overgeschreven uit nrc
19161029 – De Russische kruiser Sebastoplol loopt voor Noorwegen op eene mijn en zinkt.

verordning huiden vellen en looistoffen vervolg
§ 6. Alleen de „Kriegsleder A. G.”, kantoor te Brussel, en de door het Hoofd van het burgerlijk bestuur, afdeling voor handel en nijverheid (Verwaltungschef, Abteilung fur Handel und Gewerbe) gemachtigde handelaars en verenigingen van handelaars hebben het recht aan te geven waren aan te kopen. Deze handelaars en verenigingen van handelaars moeten de waren, die zij bijeengebracht hebben, ten kope ter beschikking stellen van de „Kriegsleder A. g:
Komt er geen onderhandse aankoop tot stand, zoo kan het Generaal-Gouvernement, sectie K. R., de betreffende waren onteigenen; in dit geval ontvangt de leveraar, nu het vervoer der waren, een ontvangstbewijs (Empfangsschein) over de soort en de hoeveelheid van het geleverde. De „Reichsentschadigungskommission „(Rijkskommissie tot regeling der schadeloos- stellingen) beslist volgens de bestaande grondregelen over de schadeloosstelling.
§ 7. Nijveraars en ambachtslieden, die aan te geven waren in hun eigen bedrijf verwerken, mogen voorshands van hun voorraad maar zoveel afnemen, als tot het voortzetten van hun bedrijf in den bestaanden omvang vereist is. Voor het overige is elke rechtszakelijke beschikking over aan te geven waren slechts dan geoorloofd, wanneer een vrijgavebrief (Freigabeschein) toelating geeft er over te beschikken. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur, afdeling voor handel en nijverheid, levert dezen vrijgavebrief af; aanvragen betreffend de vrijgavebrieven moeten tot de „Kriegsleder A. GJ\ kantoor te Brussel, gericht worden.
§ 8. Wie de voorschriften dezer Verordening opzettelijk of uit grove nalatigheid overtreedt, wordt, bijaldien volgens een andere strafwet geen hogere straf is voorzien, met ten hoogste één jaar gevangenis en ten hoogste 20,000 mark boete of met één van deze straffen gestraft. Bovendien kunnen de voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft, verbeurdverklaard worden; bij opzettelijke overtredingen moet de verbeurdverklaring worden uitgesproken. De poging tot overtreding is strafbaar.

§ 9. Bevoegd tot oordeelvellen zijn de Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers. Brussel, den 10n Oktober 1916.
C. C. IV A 16116.

affiche collectie KOKW en erfgoeddatabank land van Waas
 

28 october 1916 zaterdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit NRC
19161028 – N’en Engelschen mijnlegger in de Noordzee getorpedeerd en gezonken. Torpedoduitval der Duitschers in de Noordzee, 2 Engelsche en 2 Duitsche torpedobooten gezonken. 

Verordening *** betreffend huiden, vellen, leder en looistoffen.
Onder opheffing mijner Verordening van 20 November 1915 betreffend den handel in huiden van grootvee, kalf, schapen- en geitenvellen, looistoffen en leder (Wet- en Verordeningsblad nr. 145, bl. 1349) bepaal ik het navolgende:

§ 1. Al de stapels van hieronder vermelde waren, die op 15 Oktober 1916 binnen het gebied van het Generaal-Gouvernement voorhanden zijn moeten ten laatste op 1 November 1916 bij de Kriegsleder A. G kantoor te Brussel, Anspachlaan 29, aangegeven worden:
a) huiden van grootvee en paardenvellen, vellen van veulens, ponys en kalveren (zelfs wanneer slechts één stuk voorhanden is),
b) vellen van schapen, geiten en geitjes, wanneer meer dan 10 stuk van één zelfde soort voorhanden zijn,
c) konijne-, haze-, honde- en kattevellen, evenals ruwe vellen van allerhande wild, wanneer meer dan 25 stuk van één zelfde soort voorhanden zijn.
d) allerhande looigaar leder, indien de stapel meer dan 100 kg. bedraagt van elke soort, voor waren die per gewicht worden verkocht of, voor waren die per meter of per stuk worden verkocht, uit meer dan uit 30 stuk van elke soort bestaat; verder alle nog in de looi en huidevetterij of in bewerking zijnde leder.
e) looischors (run), looihout, looiextrakt en ((X)ijus.

§ 2. Alle personen en ondernemingen die op 15 Oktober 1916 waren der onder § 1 vermelde soort en in de aldaar aangeduide hoeveelheid in bewaring hebben, zijn verplicht aangifte te doen cm het even of zij van deze waren eigenaar zijn of niet.
Wie waren der onder § 1 vermelde soort in zijn lokalen heeft, zonder dat hij met de bewaring er van belast is, moet van de aanwezigheid dezer waren aan de „Kriegsleder A. G.”, kantoor te Brussel kennis geven.

§ 3. De belanghebbenden moeten hun aangifte ( § 2, lid 1) afzonderlijk volgens aard en soort, onder aanduiding van de hoeveelheid doen, op formulieren, die de „Kriegsleder A. G.”, kantoor te Brussel, daartoe kosteloos verkrijgbaar stelt. .
§ 4. Wie na den 15n Oktober 1916 waren van de onder § 1 vermelde soort en in de aldaar aangeduide hoeveelheid in bewaring krijgt, moet die ten laatste binnen 30 dagen op dezelfde wijze aangeven.
§ 5.Buiten de onder § § 6 en 7 voorziene gevallen, is elke rechtszakelijke beschikking over de aan te geven waren, alsook het overbrengen van deze waren van een plaats naar een andere verboden. Het is verboden op stuk te looien.

voorpagina la Baïonnette 10 1916

27 october 1916 vrijdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

vervolg en einde onderrichting razernij
§ 10. Komen in dezelfde streek verscheidene gevallen van razernij voor, dan kan de Gouverneur het gesperd gebied tot 30 km. om de besmette plaats heen uitbreiden en, voor de buiten dit gebied gelegen gemeenten der gehele provincie, het dragen van een muilkorf volgens het voorgeschreven model voor alle loslopende honden bevelen.

§ 11. De bepalingen, uitgevaardigd nadat een zeker en verdacht geval van razernij is vastgesteld, blijven ten minste 3 maand na het voorkomen van het laatste geval van kracht. Zij kunnen slechts ingetrokken worden hij plakbrief van den bevoegden Gouverneur of Kommandant, na voorafgaande goedkeuring van den Generalgouverneur.

§ 12. De uitvoering dezer Verordening en het nodige toezicht daartoe is in de eerste plaats aan de gemeenten opgedragen; deze moeten daarmede de in haren dienst staande personen (politieagenten, veldwachters, enz.) belasten en een geordend hondenregister houden. De burgemeester moet alle overtredingen onverwijld den bevoegden “Kreischef* mededelen.

§ 13. Overtredingen van deze Verordening worden met ten hoogste 1000 mark boete of met ten hoogste één jaar gevangenisstraf gestraft. Ook kunnen beide straffen tegelijk worden uitgesproken. Voor de rechtsvervolging zijn de Duitse krijgsrechtbanken en krijgsoverheden bevoegd.
Brussel, den 6n Oktober 1916.
G. G. /7c. Nr. 5409.

afbeelding uit de Prins van oktober 1916 inzouten makreel voor het buitenland

26 october 1916 donderdag. Sint Niklaas

Geen nieuws (en dit voor de 3 volgende dagen)

Zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

No. 267. — 20. OKTOBER 1916.
Verordening *** betreffend de bestrijding van de razernij.
vervolg:
§ 6. Andere huisdieren dis honden en katten, die met razende of van razernij verdachte dieren, zeker of vermoedelijk in aanraking geweest zijn, maar nog geen verschijnselen van razernij vertonen, moeten onmiddellijk en zolang er gevaar bestaat, het is te zeggen: 6 maand voor paarden en runderen en 3 maand voor schapen en geiten, onder bewaking der politie geplaatst worden. Zolang zij geen verschijnselen van razernij vertonen, mogen zij benuttigd, ter weide gebracht en ge slacht worden. In geval van slachting moeten de gedeelten van het dier, die verdachte wonden of littekens vertonen, verwijderd worden, zodat zij geen gevaar meer opleveren. Zodra zich verschijnselen van razernij vertonen moet de bezitter of dezes vertegenwoordiger den burgemeester daarvan kennis geven. De § § 3, 4 en 5 zijn dan dienovereenkomstig op deze dieren van toepassing.

§ 7. Heeft een razende of van razernij verdachte hond los rondgelopen, zoo zijn de volgende schikkingen van kracht, welke door den bevoegden Gouverneur of Kommandant bij plakbrief ter kennis der bevolking zullen worden gebracht:
1. Al de honden van de binnen een kring van 15 km, om de besmette plaats gelegen gemeenten, hun grondgebied inbegrepen, moeten worden vastgelegd, aan de ketting gehouden of opgesloten.
2. Met vastleggen gelijkgesteld is het houden van den hond aan den leiband wanneer hij daarenboven een muilkorf draagt, die naar vorm en grootte van het dier past en die het bijten onmogelijk maakt,
3. Trekhonden mogen gebezigd worden, op voorwaarde dat zij vast ingespannen zijn en voorzien van een muilkorf, die aan het voorgeschreven model beantwoordt.
4. Het uitvoeren van honden buiten het gesperd gebied (kring van 15 km.), is alleen mits goedkeuring van den „Kreischef* toegelaten.
5. De „Kreischef* kan op bijzondere aanvraag het gebruiken van loslopende schapershonden tot het bewaken van kudden toestaan. Als kudde in dezen zin wordt beschouwd een verzameling van ten minste 6 dieren.
De honden die in strijd met deze Verordening los rondlopen, worden gevangen of, indien dit onmogelijk of gevaarlijk is, ter plaatse gedood. De gevangen honden, ook wanneer zij onverdacht zijn, worden eveneens afgemaakt, indien hun bezitter ze niet binnen 12 uur afgehaald heeft. Verder zullen op den bezitter van honden, die Jos rondlopen of niet voorzien zijn van een muilkorf volgens het voorgeschreven model, de onder § 13 vastgestelde strafbepalingen worden toegepast.

§ 8. De „Kreischef” kan voor de in den politiedienst gebezigde honden, evenals voor jachthonden, uitzonderingen toestaan voor den duur van het dienstgebruik.

§ 9. Is de plaats, waar een geval van razernij werd vastgesteld, minder dan 15 km. van de grens der provincie verwijderd, zoo moet het Gouvernement der aangrenzende Etappen-Inspektie verwittigd worden.

foto uit een weekblad uit 1916

Dagboek smartphoneversie

ben bezig om een smartphoneversie te maken van het dagboek, via deze link kan je 1914 al eens bekijken, is grotendeels hetzelfde. Enkel de foto’s van het originele dagboek zijn weg en de linken die naar de gewone laptopversie verwijzen zijn eruit. Mocht er iemand de moeite nemen van het eens te bekijken dan graag een seintje want dit is iets nieuws voor mij dus graag hints en commentaar.

http://www.oorlogsdagboek.org/1914%20oorlogsdagboek%201914/scannen0094sma.htm

25 october 1916 Sint Niklaas

Er schiet zich hier in de kazerne een Duitscher voor den kop omdat hij in den bak mocht gaan zitten!

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

door Raphaël overgeschreven uit NRC
19161025 – Voor Verdun herneemt de Fransman het fort en het dorp Douaumont, de bosschen Chapitre en Chenois, de steengroeve van Houdraumont en neemt 5000 gevangenen. 

No. 267. — 20. OKTOBER 1916.
Verordening *** betreffend de bestrijding van de razernij.
‘\
§ 1. Loslopende honden moeten voorzien zijn van een halshand met een penning, waarin het volgnummer van het hondenregister en de naam van de gemeente, waar de bezitter zijn woonplaats heeft, gepent staan. De penning moet hij kleine honden 2 cm., bij grotere soorten 3 cm. middellijn hebben; hij mag uit koper, uit blik of uit een legering van koper en zink vervaardigd zijn.
De bezitter ontvangt den penning van het gemeentebestuur wanneer hij zijn hond aangeeft. Hij is verplicht aangifte te doen binnen drie dagen na het van kracht worden dezer Verordening of na het aanschaffen van een hond.
Honden die geen penning dragen, worden beschouwd als honden zonder meester en behandeld aïs de honden bedoeld in het 2de lid van § 7. !

§ 2. Onverminderd de verplichting tot het dragen van een halshand en van een penning, moeten de honden, welke rondventers, marskramers, enz. begeleiden, hetzij personen die bedrijf rondtrekken (zigeuners) ten allentijde een muilkorf dragen of aan de keten liggen of aan den leiband gehouden worden.

§ 3. Wanneer een hond verdachte tekens van razernij vertoont, moet de bezitter hem onmiddellijk doden, of het dier in afwachting van het optreden van den burgemeester, die onverwijld moet verwittigd worden. in een veilige plaats opsluiten, die onbevoegden niet kunnen openen.

§ 4. De burgemeester moet onmiddellijk den bevoegden veearts verwittigen; zoo deze, na een ter plaatse gedaan onderzoek, vaststelt of vermoedt dat het om een geval van razernij gaat, geeft hij den “Kreischef” , den Gouvernementsveearts en den veeartstoeziener per telegram daarvan kennis.
De burgemeester moet het razend of het van razernij verdacht dier onmiddellijk laten doden. Hetzelfde geschiedt met alle honden en katten, waarvan bewezen is of vermoed wordt, dat zij met razende dieren in aanraking geweest zijn. In elk geval moeten alle honden en katten die zich binnen de besmette hoeve bevinden, gedood worden. Is een persoon door een van razernij verdachten hond geheten, zoo moet de hond, indien dit zonder gevaar kan geschieden, niet afgemaakt, maar tot de einduitkomst van het onderzoek door den aangenomen veearts opgesloten worden.

§ 5. De lijken van afgemaakte of gestorven razende of van razernij verdachte honden, moeten veilig bewaard en tegen den invloed van het weer beschut worden, totdat een veearts ze onderzocht heeft. Het is verboden zulke lijken te villen.

afbeelding pagina uit le miroir 24 09 1916

24 oktober 1916 vrijdag. Sint Niklaas

Bruine zeep kost reeds 10 frank de kilo!

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit Nrc
19161024 – Rascova in Roumenië door de Centralen bezet. 

vervolg onderrichting
Art. 6. Zijn er in een avondschool leerlingen met verschillende moedertaal ingeschreven, zo moet het schoolhoofd onmiddellijk na aanvang van het schooljaar, den kantonnalen schoolopziener in een verslag mededelen, hoeveel onder deze leerlingen in de verschillende leergangen komen en welke bijzondere klassen en afdelingen voor hen werden ingericht. De kantonnale schoolopziener moet een samenvatting dezer verslagen aan den hoofdopziener inzenden.

Art. 7. Gaat de leerling naar een andere avondschool over, zoo geeft het schoolhoofd aan hem of, zoo hij minderjarig is, aan het gezinshoofd, een getuigschrift betreffend de taal, waarin de betrokken leerling tot dan toe het avondschoolonderwijs genoten heeft. Het hoofd der nieuwe school is verplicht, bij de inschrijving van den leerling, het overleggen van dit getuigschrift te verlangen. Art. 8. Geen onderwijzer mag in een klas onderwijzen, zo hij de voor die klas voorgeschreven voertaal niet volkomen machtig is.

Art. 9. De leerboeken en leermiddelen voor de verschillende vakken moeten opgesteld zijn in de taal. die voor dit vak dis voertaal is voorzien. De getuigschriften omtrent het bezoek van de school de diploma’s en de certificaten, moeten opgesteld zijn in de voertaal van de klas, waartoe de leerling behoort. Hetzelfde geldt voor de schikkingen van het schoolbestuur en voor het schriftelijk verkeer met de leerlingen en met de ouders.
Art. 10. Worden vorenstaande bepalingen of de op grond er van genomen schikkingen van het school toezicht of van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten niet nageleefd, zoo stelt de gemeente of het schoolbestuur er zich aan bloot, de staatsondersteuning geheel of gedeeltelijk te verliezen.

Art. 11. De voorschriften van deze beschikking worden met aanvang van het schooljaar 1916/17 van kracht. Het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten Jean, in dringende gevallen, betreffend de uitvoering der bepaling van artikel 5, lid 8, uitstel verlenen.
Brussel, den 4n oktober 1916.
C. C. Ilisi 2733.

voopagina la Baïonnette 12 oktober 1916

23 october 1916 maandag Sint Niklaas

Van heden af krijgen alle kinderen der stadsscholen of lagere of aangenomen bewaarscholen enz, alle namiddagen gratis eene teljoor soepe met eenen koek. Deze soep wordt op Janssen fabriek in de Hofstraat gemaakt door Dhr Landsman uit de Statiestraat.
Mama gaat naar Antwerpen, Albert betert. (onderlijnd)

zie ook
http://www.oorlogsdagboek.org/

overgeschreven door Raphael uit NRC

No. 267. — 20. OKTOBER 1916.
Beschikking betreffend de voertaal in de door den Staat ondersteunde avondscholen. Betreffend de voertaal in de avondscholen, die krachtens de ministeriële beschikking van 21 september 1998 (Moniteur belge, nr. 265, bl. 4050) door den Staat worden ondersteunt, worden in aansluiting aan de bepalingen van artikel 20, lid 1 en 2, nit de wet van 15 Juni 1914 op het lager onderwijs de volgende schikkingen genomen:

Art. 1. In de avondscholen wordt het onderwijs in de moedertaal der leerlingen gegeven; in de bijzondere leergangen kan het onderwijs in alle of in enkele vakken niet alleen in de moedertaal, maar tegelijkertijd ook in een van de beide andere landstalen gegeven worden..

Art. 2. Als moedertaal van den leerling geldt de taal, waarin hij op de lagere en de middelbare school onderwijs genoten heeft. Het hoofd der avondschool is verplicht, bij het inschrijven van den leerling het overleggen van een getuigschrift over de voertaal te verlangen. Kan de leerling zulk getuigschrift niet overleggen, zoo stelt het schoolhoofd, na den leerling te hebben onderzocht vast, welke taal als moedertaal van den leerling zal gelden. De leerling en, zo hij minderjarig is, ook zijn ouders hebben het recht, bij het schooltoezicht verzet aan te teken en tegen de beslissing van het schoolhoofd. De moedertaal van elke leerling moet op de lijst der leerlingen aangeduid zijn.

Art. 3. De schoolopziener moet de school bezoeken en daarbij, zoverre nodig, het schoolhoofd raadplegen, de getuigschriften inzien en de leerlingen ondervragen, om zich te overtuigen, dat de vaststelling van de moedertaal nauwgezet is geschied. Over bezwaren gevallen moet aan den hoofdopziener verslag gegeven worden.

Art. 4. De beslissing die betreffend de moedertaal genomen is, blijft zolang geldig, als de leerling een door den Staat ondersteunde avondschool bezoekt.

Art. 5. Zijn er voor een leergang, afgezien van de onder artikel 1, lid 1 voorziene tweetalige leergangen, leerlingen met verschillende moedertaal ingeschreven, zoo moet het onderwijs in de taal van de meerderheid der leerlingen gegeven worden. Het is verboden, leergangen, klassen of afdelingen met dubbele voertaal in te richten. Wanneer, in Groot-Brussel en in de gemeenten aan de taalgrens in een leergang met 2 klassen ten minste 40 ten honderd, met 3 klassen ten minste 30 ten honderd, met meer dan 3 klassen ten minste 15 ten honderd, van het gezamenlijk aantal leerlingen een andere taal tot moedertaal heeft dan die welke als voertaal van den leergang geldt, dan moet voor die minderheid een bijzondere klas worden ingericht. In de overige gewesten zal men, in gelijke omstandigheden, zover doenlijk een zelfde regeling treffen. In het gebied van Groot-Brussel en der gemeenten aan de taalgrens zal men zich richten naar de beschikkingen van 18 maart 1916 (W. en V. nr. 192, bl. 1791) en van 29 April 1916 (W. en V. nr. 208 bî. 2089} van het Hoofd van het Burgerlijk Bestuur bij den Generaalgouverneur in België (Verwaltungschef).

afbeelding Belgisch dorp interneringsgroep Scheveningen uit de Prins