31 oogst donderdag Sint Niklaas

31 oogst donderdag
Leonie Lentacker verdiend deze week op de fabriek 2,50 fr.
Een 200 Duitsche soldaten van Sint Nikolaas, na eene aanspraak in de Akademie door hunne Oversten, vertrekken naar het front (Roumanië waarschijnlijk); ’t zijn allen mannen van 35 à 40 jaar en eenige jongelingen ertusschen.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

door Raphael overgeschreven uit NRC
19160831 – Kroonstad in Hongarije door de Roumenen bezet.

vervolg onderrichting schooltoezicht
Art, 3. Het geneeskundig schooltoezicht omvat ten minste:
I) een onderzoek der kinderen hij hun opening in de school, alsook in den loop van het 3e, 5e en laatste studiejaar.
Dit onderzoek strekt zich uit over den lichamelijken en verstandelijken toestand der kinderen; de uitslag ervan zal opgetekend worden in een tabel van het hierna afgedrukt model; het omvat daarenboven de belangrijke mededelingen aan den geneesheer opziener gedaan door de ouders der leerlingen, door den behandelden geneesheer (met toestemming van de familie) en door den onderwijzer.
Een geneeskundig onderzoek door den geneesheer der familie, die zijn bevindingen naar het voorgeschreven model opmaakt, ontslaat den leerling van het onderzoek in de school, zoo deze bevindingen aan den geneesheer-opziener worden meegedeeld.
De tabel dient geheim gehouden en persoonlijk door den geneesheer-opziener achter slot bewaard, die ze, nadat het kind voor goed de school heeft verlaten, overmaakt aan het ministerie van Binnenlandse Zaken (Geneeskundige Afdeling), waar zij gedurende 50 jaar bewaard wordt. Haar inhoud mag enkel op aanvraag aan de overheden meegedeeld worden. De behandelde geneesheer kan eveneens de toelating bekomen ze te raadplegen, zoo de betrokkene of zijn wettige plaatsvervanger er in toestemt.

II) Een herhaald onderzoek van de leerlingen, die de geneesheer-opziener aan een bewaking meent te moeten onderwerpen.

III) Een maandelijks bezoek der school, gedurende hetwelk de geneesheer-opziener de kinderen onderzoekt, die hem door den onderwijzer aangeduid worden aïs zijnde verdacht van ziekte, of die dienen bewaakt te worden; hij stelt betrekkelijk deze scholieren de maatregelen voor die hij nodig acht.
De onderwijzer zal den geneesheer opziener de waarnemingen van lichamelijken, geestelijken en zedelijken aard mededelen, die hij tengevolge van zijn gestadigen omgang met de leerlingen en zijn betrekkingen met de ouders in staat is te maken.
Na elk maandelijks schoolbezoek zal de geneesheeropziener over zijn waarnemingen verslag doen aan den burgemeester, die het zonder uitstel heeft mede te delen aan het bestuur der school, aan het schooltoezicht en aan het gezondheidstoezicht.

IV). Een halfjaarlijks bezoek der schoollokalen en der bijgebouwen. Dit bezoek strekt zich uit over: de ligging en den toestand van de school- en bijgebouwen, het getal en de ruimte der klassen, het getal leerlingen van elke klas, de verlichting, de vernieuwing van de lucht en de verwarming, de banken, de borden, het reinigen en het ontsmetten der verschillende schoollokalen, het drinkwater, de afvoering van het vuil water en de uitwerpsels, de gemakken, de speelplaatsen, de gangen en de kleerkamers. De geneesheer-opziener doet aan het schooltoezicht verslag over zijn bezoek.

V) In geval een besmettelijke ziekte heerst in de school of in de gemeente, vermeerdert de geneesheer opziener het getal zijner bezoeken voor zooveel het nodig is; hij zorgt voor het naleven van al de voorschriften met betrekking tot het verwijderen en het heraannemen der zieke leerlingen, en gebeurlijk tot de sluiting en de heropening der klassen, evenals tot de ontsmetting der schoollokalen. Zoo zich in de school wezenlijke of verdachte gevallen van besmettelijke ziekte voordoen, moet de onderwijzer zonder uitstel den geneesheer-opziener daarvan kennis geven.
foto zaal academie waar vermoedelijk de toespraak heeft plaatsgehad 

Advertenties

30 oogst 1916 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven door Raphaël uit
NRC No. 244. — 18. AUGUST 1916.

Verordening betreffende het kosteloos geneeskundig toezicht der lagere scholen.

Art. 45 van de wet van 15 Juni 1914 op het lager onderwijs luidt als volgt:
„Elke gemeente is gehouden een kosteloze dienst voor medisch schooltoezicht in te richten, welke dienst omvat een onderzoek der leerlingen hij de opneming in de school en ten minste één schoolbezoek per maand. Deze dienst strekt zich uit over al de onder het beheer dezer wet staande scholen.
De algemene voorwaarden, waaronder dit toezicht geschiedt, worden hij koninklijk besluit geregeld. De geneesheren-opzieners van de gemeentescholen worden benoemd door den gemeenteraad; de geneesheeen-opzieners van de aangenomen en aanneembare scholen worden door het bestuur dier scholen benoemd en door het schepencollege toegelaten, behoudens beroep hij den Koning ingeval de toelating wordt geweigerd.
Na elk schoolbezoek zendt de geneesheer-opziener aan den burgemeester een verslag, waarvan een afschrift! wordt overgemaakt aan het gezondheidstoezicht, aan den opziener van het onderwijs in het gebied en aan het bestuur der belanghebbende school.
Met afwijking van artikel 68, 6°, der wet van 12 September 1895, kunnen de leden van den gemeenteraad en de burgemeesters met het ambt van geneesheer- opziener belast worden behoudens goedkeuring, door den Koning, van de beraadslaging van den Koning, van de beraadslaging van den gemeenteraad die den belanghebbende benoemt en zijne jaarwedde bepaalt.” Dit voorschrift wordt door deze Verordening van kracht. In uitvoering ervan worden de volgende schikkingen getroffen.

Art. 1. Het kosteloos schooltoezicht, dat door de gemeenten dient ingericht, strekt zich uit over de gemeentelijke, aangenomen en private ondersteunde lagere scholen en bewaarscholen (kindertuinen)
De gemeenten die ontslagen zijn van het stichten of van het onderhouden een lagere school, zijn gehouden het geneeskundig toezicht in te richten in de op haar gebied gelegen aangenomen en private ondersteunde lagere scholen en bewaarscholen (kindertuinen). De gemeenten die gemachtigd zijn een gemeenschappelijke school in te richten en te onderhouden, kunnen het kosteloos geneeskundig toezicht dier scholen gemeenschappelijk regelen.

Art. 2. De taak van het geneeskundig schooltoezicht bestaat in: het vaststellen van den gezondheidstoestand der leerlingen; het raadgever van de leden van het onderwijzend personeel, aan de kinderen en aan de ouders; het bevorderen van voorbehoedende gezondheidsmaatregelen. De geneeskundige behandeling der leerlingen maakt geen deel uit van de taak van het geneeskundig toezicht.v

foto uit l’illustré 1914 belgische kindjes die naar Nederland vertrekken voor
vakantie

29 oogst 1916 dinsdag Sint Niklaas

Deze week is er suiker in den stadswinkel te bekomen aan 0,90 fr de kilo, verders geeft men er voor de 2 de maal patatten, 2 kg per man aan 0,14 fr de kilo.
In de magazijnen in de stad betaald men het suiker tegen 4 fr de kilo

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven ut NRC tot en met 30/8

286 No. 243. — 14. AUGUST 1916.

Verordening, * * * betreffend beperkt gebruik van room.

Art. 1. Met het oog op een hetere benuttiging van ongeroomde melk, is het verboden:
1. room in den handel te brengen, uitgenomen voor het vervaardigen van boter;
2. ongeroomde melk of room in beroepsbedrijven hij het hakken te bezigen of aldus toebereide bakkerijwaren te verkopen, te koop te stellen of anders in den handel te brengen;
3. ongeroomde melk of room tot het vervaardigen van chocolade en andere cacaohoudende toebereidingen, bonbon en dergelijke voortbrengselen te bezigen;
4. zuivere of verwerkte, of met andere spijzen vermengde slagroom in den kleinhandel, inzonderheid in melkwinkels^ pastel- en broodbakkerijen, gasthoven, herbergen en spijshuizen^ evenals verversingslokalen op te dienen.
De burgerlijke kommissarissen (Zivilkammissare) kunnen, zonodig op grond van geneeskundige getuigschriften, uitzonderingen toestaan.

Art. 2. Aïs room geldt alle met vetgehalte verrijkte melk, ook verdikt en in poeder.

Art. 3. De belanghebbende bedrijfhouders zullen, op een goed zichtbare plaats, een afdruk dezer Verordening in hunne verkoop- en bedrijfslokalen uithangen.

Art. 4. Overtredingen worden gestraft met acht dagen tot zes maand gevangenis en met 26 tot 500 frank boete of met één van heide straffen. Buitendien kan de sluiting voor een tijd of voor goed der bedrijven, waarin deze Verordening overtreden werd, uitgesproken worden.
Bevoegd tot oordeelvellen zijn de strafkamers der Belgische rechtbanken van eersten aanleg.
Brussel, den 9n Augustus 1916.
C. C. VII. 7472.

foto uit illustrée 1914 sept 1916 bierwagen getrokken door koebeest

28 oogst 1916 maandag Sint Niklaas

Alle aardappelen moeten bij den Duitscher aangegeven worden (Dit geldt enkel voor de aardappelen die nog op den akker groeien).

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
overgenomen uit NRC
19160828 – In Tyrol neemt de Oostenrijker enige Italiaanse schansen in de bergen af. 
19160828 – Kavalla Grieksche Stad aan zee door de Bulgaren bezet. 

No. 243. — 14. AUGUST 1916.
Verordening ***betreffend beperkt gebruik van vlees en vet.

Art. 1. In gasthoven, herbergen en spijsgidsen, evenals in maatschappijen verversingslokalen mag slechts êén vleesgerecht per maaltijd opgediend worden.

Art. 2. In gasthoven, herbergen en spijshuizen, evenals in maatschappij- en verversingslokalen mogen:
1) Op Maandag en Donderdag geen vlees, wild, gevogelte, vis en andere spijzen, die met vet of spek gebraden, gebakken of gestoofd zijn, evenals gesmolten vet, en
2) Op Zaterdag geen varkensvlees opgediend worden. Het toebereiden van spijzen in dezer eigen vet zonder bijkomende vetstoffen is toegelaten.

Art. 3. Als vlees in den zin dezer Verordening gelden runds-, schapen- ,kalfs- en varkensvlees, evenals vlees van allerhande gevogelte en wild, evenals verduurzaamd vlees, allerhande worsten en spek. Als vet gelden boter, gesmolten vet en reuzel, margarine, kunstkeukenvet, evenals allerhande dierlijke en plantaardige oliën en vetten.

Art. 4. Overtredingen worden gestraft met acht dagen tot zes maand gevangenis en met 26 tot 500 frank boete of met één van beide straffen. Buitendien kan . de sluiting voor een tijd of voor goed van de bedrijven, waarin deze Verordening overtreden werd, uitgesproken worden. Bevoegd tot oordeelvellen zijn de strafkamers der Belgische rechtbanken van eersten aanleg. Brussel, den 9n Augustus 1916.

afbeelding uit Vlaams leven

27 oogst 1916 zondag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
niets overgeschreven uit het NRC

Verordening betreffend verhoging van de postrechten op brieven en postkaarten voor het
postverkeer met het Etappen- en Operatiegebied in West-België.
Mijn Verordening van 10 Mei 1916 over de verhoging van de postrechten op gewone, aan het posttarief onderworpen brieven en postkaarten binnen het gebied van het Generaal-Gouvernement, is, met ingang van 15 Augustus 1916, ook toepasselijk op het postverkeer met het Etappen- en Operatiegebied in West- België.
Brussel, den 8n Augustus 1916.

affiche afkomstig uit verzameling KOKW, is bijna de laatste die ik heb mogen fotograferen en publiceren gelukkig kan ik de teksten wel publiceren die ik uit een andere bron heb maar de affiche zien is toch leuker…….

26 oogst 1916 zaterdag sint Niklaas

We krijgen eene nieuwe kaart voor hollandsch wit brood vanwege de stad st Nikolaas. voorlopig komt er geen wit brood meer toe uit Holland.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit NRC
19160826 – N’en Engelschen hulpkruiser in de Noordzee door de Duitschers getorpileerd. 
19160826 – N’en Engeslchen mijnenvege in de Adriatische zee door de Duitschen getorpileerd. 

Verordening No. 242. — 10. AUGUST 1916.
Bekendmaking betreffend afbakening van het gebied der Provinciale Oogstkommissies te Antwerpen en Bergen.

De Centrale Oogstkommissie (Central Ernte Kommission) heeft met toestemming van den Heer Generalgouverneur besloten, dat de vier in Oost-Vlaanderen gelegen gemeenten: Tielrode, Temse, Sint- Niklaas (Waas) en Nieuwkerken (Waas) bij de Provinciale Oogstkommissie (Provinsial Ernte Kommission) Antwerpen ingedeeld worden.

De 15 in West-Vlaanderen gelegen gemeenten: Aalbeke, Bellegem, Bossuit, Kooigem, Dottenijs, Spiere, Helkijn, Herseeuw, Lauwe, Lowingen, Marke, Moeskroen, Rekkem, Rollegem en St-Denijs, die hij bekendmaking van 9 Augustus 1915 van den voorzitter der Centrale Oogstkommissie (Wet- en Verordeningsblad 868), onder de Provinciale Oogstkommissie te Bergen geplaatst werden, vallen na hun afscheiding van het gebied van het Generaal-Gouvernement weer buiten het gebied der Provinciale Oogstkommissie te Bergen.
Brussel, den 7n Aug. 1916.

getekende broodkaart, de oude moest immers steeds binnen geleverd worden vandaar dat RapHaël bij gebrek aan fototoestel of kopieerappparaat een manuele kopie maakte

25 oogst 1916 vrijdag Sint Niklaas

Er passeeren hier verscheiden vliegmachines.

zie ook http://www.oorlogsdagboeken.org

niets overgeschreven uit nrc

vervolg verordening
Art. 6. Het onderwijzersdiploma, af te leveren door de Staatsnormaalscholen en door de van Staatswege aangenomen normaalscholen, evenals het diploma over het voor de jury afgelegd examen (artikelen 24 en 15 der wet van 15 Juni 1914 op het lager onderwijs) moeten uitdrukkelijk vermelden, of de kandidaat bekwaam is, het lager onderwijs te geven in een Vlaamse of Waalse of Duitse klas. In de formulieren, die hij de besluiten van 4 September 1896 en 21 September 1884 voor bedoelde diplomas zijn vastgesteld, luidt de slotzin voortaan als volgt:
„Ter oorkonde waarvan, de jury dit diploma van lageren onderwijzer voor de klassen met: („Vlaamse- „ Franse- voertaal ,, Duitse ) afgeleverd heeft

Art. 7. Onderwijzers, die het onder artikel 6 vermelde diploma na 1 Oktober 1916 bekomen hebben, mogen in de scholen, vallende onder toepassing der wet van 15 Juni 1914, alleen in een klas onderwijzen, waarvan de voertaal dezelfde is als in het diploma is opgegeven.

Art. 8. Artikel 5 lid 2 en artikel 6 lid 1 zijn insgelijks van toepassing op het hij koninklijk besluit van 27 Juni 1898 en hij ministerieel besluit van 28 Juni 1898 voorzien examen tot het verkrijgen van het diploma van onderwijzeres in de bewaarscholen (kindertuinen) en op dit diploma. De slotzin op het voor dit diploma gebruikelijke formulier zal voortaan luiden: „Ter oorkonde waarvan, haar dit diploma van onderwijzeres der bewaarscholen (kindertuinen) voor de klassen met „Vlaamse 1 „ Franse voertaal „ Duitse afgeleverd werd.*’

Art. 9. Onderwijzeressen, die het onder artikel 8 vermelde getuigschrift na 1 Oktober 1916 bekomen hebben, mogen in de onder Staatstoezicht staande kindertuinen alleen in een klas onderwijzen, waarvan de voertaal dezelfde is als die in het diploma is opgegeven.

Art. 10. Binnen een maand na afkondiging van deze Verordening, moeten de bestuurders der door den Staat aangenomen normaalscholen, bij het ministerie van Wetenschappen en Kunsten aangeven, welke voertaal voor hunne inrichting en voor de afzonderlijke afdelingen er van vastgesteld is.
Voor het overige worden de bepalingen dezer Verordening met aanvang van het schooljaar 1916 1917 van kracht.
Brussel, den 2n Augustus 1916.

afbeelding uit l’illustration

24 oogst 1916 donderdag Sint Niklaas

We krijgen eene nieuwe eenzelvigheidskaart met portret van de Stad Sint Nikolaas.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven als NRC

266 No. 242. — 10. AUGUST 1916.
Verordening* betreffend vorming van leerkrachten voor de lagere scholen en bewaarscholen (kindertuinen), zoomede de onderwijzersdiploma’s. Om te voorzien in het vormen van onderwijzers die bekwaam zijn om overeenkomstig de voorschriften van artikel 20 der wet van 15 Juni 1914 in de lagere scholen en in de bewaarscholen te onderwijzen verorden ik hetgeen volgt, onder wijziging van de Koninklijke besluiten:
1) van 4 September 1896 betreffend de Staats lagere normaalscholen,
2) van 4 September 1896 betreffend de aanneming door den Staat van de lagere normaalscholen der provinciën en der gemeenten en van de vrije lagere normaalscholen,
3) van 21 September 1884 betreffend het examen voor onderwijzers, voorzien in de wet op het lager onderwijs.

Art. 1. In de Staatsnormaalscholen en in de door den Staat aangenomen normaalscholen, moet het onderwijs in alle vakken, uitgezonderd het onderricht in de tweede en derde taal, gegeven worden in de taal, welke op het programma van de school of van hare afzonderlijke afdelingen als voertaal is vastgesteld. Het bepalen der voertaal geschiedt voor de Staatsnormaalscholen door het ministerie van Wetenschappen en Kunsten, voor de vrije inrichtingen door hun bestuurder. Dezes besluit moet samen met de aanvraag om aanneming der inrichting door den Staat ingediend worden. Wijzigingen moeten door het ministerie worden goedgekeurd.

Art. 2. Geen onderwijzer mag in een klas onderwijs 18 geven, zoo hij de voor die klas voorgeschreven voertaal niet volkomen machtig is.

Art. 3. De leerboeken en leermiddelen voor de afzonderlijke vakken, moeten opgesteld zijn in de taal, die voor dit vak aïs voertaal is voorzien, Voor diploma’s en getuigschriften moet de voertaal gebruikt worden van de klas, waartoe de leerling behoort. Dit geldt ook voor de bevelen van het schoolbeheer en voor het schriftelijk verkeer met de ouders der scholieren.

Art. 4. Zoo de van Staatswege aangenomen normaalscholen de vorenstaande bepalingen, of de op grond er van uitgevaardigde bevelen van de opzieners aangesteld voor de normaalscholen, of van het ministerie voor Wetenschappen en Kunsten niet naleven, lopen zij gevaar, niet langer door den Staat erkend te worden en de staatstoelage te verliezen.

Art. 5. De middenjury, voorzien onder artikel 24 der wet van 15 Juni 1914 op het lager onderwijs, zal voor elk der drie landstalen (Vlaams, Frans, Duits) afzonderlijk samengesteld worden. De examens worden, met uitzondering van dat voor de tweede en de derde taal, uitsluitend afgenomen in de taal, voor welke de jury aangesteld is. In dezelfde taal zal ook het diploma over het examen opgesteld worden.

afbeelding uit l’illustration Koningin Elisabeth aan de Ijzer

23 oogst 1916 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

No. 242. — 10. AUGUST 1916. 265

Art. 1. Exploten, die van Duitse rechtbanken of andere Duitse overheden uitgaan en voor een binnen het Gebied van het Generalgouvernement in België verblijvenden, niet tot het Duitse leger behorenden persoon bestemd zijn, Kunnen derwijze worden besteld, dat zij den bestemmeling door een lasthehber van den „Verwaltungschef” tegen ontvangstbewijs overhandigd worden. Bij gebreke van een ontvangstbewijs van den bestemmeling, volstaat een bewijs van den lasthebber, waaruit blijkt dat het exploot overhandigd werd en wanneer dit is geschied.

Art. 2. Artikel 1 der Verordening van 1 April 1814 evenals de wet van 28 Juni 1889 worden als volgt aangevuld: Indien de bestemmeling in Duitsland verblijft, moet het exploot, door tussenkomst van het Belgisch ministerie van rechtswezen, bij den „Verwaltungschef bij den Generalgouverneur in België worden ingediend. De bestelling geldt eerst als zijnde gedaan van het ogenblik af waarop het exploot den bestemmeling tegen bewijs overhandigd, of volgens de in Duitsland geldige voorschriften besteld geworden is.

Art. 3. De „Verwaltungschef’ is bevoegd tot het uitvaardigen van uitvoeringsbepalingen. Brussel, den 29n Juli 1916.

afbeelding uit de prins Nederlands weekblad 1916, begrafenis geïnterneerde Belgische majoor Diegerick te Rotterdam

22 oogst 1916 dinsdagSint Niklaas

22 oogst 1916 dinsdag
De Duitschers richten op O.L.Vrouwentoren eene wacht in die de vliegmachines moeten signalereeren; hunne hoofdwacht is in den tir reduit in het hotel den Arend O.L.Vrouwtraat

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

Verordening No. 242. — 10. AUGUST 1916.
De met drie sterretjes gemerkte Verordeningen worden ook door middel van aanplakbrieven bekend gemaakt. Alle andere Verordeningen moeten door de gemeenteoverheid volgens de gebruikelijke wijze van bekendmaken vooral aan de belanghebbenden medegedeeld worden.

Verordening *** houdende verbod gedurende de maand Augustus 1916 binnen het gebied van het General-Gouvernement paarden van de hand te doen, aan te schaffen en uit te voeren.

§ 1. Het is verboden gedurende de maand Augustus 1916 binnen het gebied van het Generaal-Gouvernement op enige wijze paarden van de hand te doen en voorgoed of voor tijdelijk gebruik aan te schaffen; het is evenzo verboden paarden van de ene gemeente naar de andere over te brengen. De „Kreischef’ kan aan de huidige bezitters uitzonderingen toestaan. De paardenmarkten, die voor de maand Augustus binnen het gebied van het Generaal-Gouvernement waren vastgesteld, worden hierbij opgeheven.

§ 2. Wie deze Verordening overtreedt, wordt met ten hoogste 1 jaar gevangenis of met een boete van 300 tot 10.000 mark gestraft. Beide straffen kunnen tegelijk uitgesproken worden. Ook kan tot de verbeurdverklaring der paarden worden besloten.

§3. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot strafvervolging bevoegd. Brussel, den 26n Juli 1916.

afbeelding kasteel Sint Antonius Sint Niklaas