28 februari 1917 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

tot en met 28 2 1917 nieuws overgeschreven uit NRC

No. 316. — 28. februari 1917 141
Verordening ***
betreffende de bevoegdheid der Oliecentrale in België. Onder opheffing mijner Verordening van 14 Augustus 1915 [Wet- en Verordeningsblad No. 107), verorden ik het navolgende ;
Art. 1. De bevoegdheid der Oliecentrale (Oelzentrale) in België strekt zich uit over de volgende stoffen en de daaruit vervaardigde voortbrengselen, mengelingen en overblijfselen : Grens van het getocht Aanduiding : der aan te geven stapels artikelen II en III).

a) Oliezaden en olievruchten van om het even welke soort, diekoeken 20 kg.
h) minerale, plantaardige en dierlijke oliën en vetten met inbegrip van volvet, looivet, paraffine, ceresine, asfalt, aardoliepek, doch m£t uitzondering van benzine en benzol en van de uit teer gewonnen stoffen 20 kg.
c) petroleum 50 kg. d) minerale, plantaardige en dierlijke toassen 20 kg.
e) olielakken, olieverven, olievernissen, terpentijnolie, sim terpentijnolie {white spirit) 20 kg.
f) harsen, Arabische gom, kopal, kopallakken, schellak 20 kg.
g) glycérine, glycerinehoudendemassa voor drukrollen 5 kg.
h) glycerinewater 50 kg.
t) glycerinehoudende onderlogen . 100 kg.
k) vetzuren, oleïne, stearine 20 kg.
l) zeep in den zin der Verordening van 7 februari 1917 ( Wet- en Verordeningsblad nr. 312) . . niet aan te geven.
m) kaarsen 5 kg.
n) vethoudende poetsmiddelen voor schoenen en metalen 20 kg.
o) beenderen, beendergort, beendermeel, beenderkool lOQ kg.
p) horens, horenhulzen, hoeven, klauwen 100 kg.
g) huidafval {lijmleder), hazen- en konijnenvellen 100 kg.
r) lijm, gelatine 50 kg.
s) Jodciumkarbid 50 kg.
t) krengen, voortbrengselen der vilderijen, slachtsluisafval voor de verplichting tot aangifte, zie Verordening van 8 AprU 1916 (Wet- en verordeningsblad nr. 202).

Art. II. De stapels aan onder artikel I vermelde stoffen, die op 17 februari 1917 binnen het ge bied van het Generalgouvernement voorhanden zijn, moeten, zover hun gewicht de onder artikel I aangegeven grens te boven gaat, ten laatste op 1 Maart 1917 bij de Oliecentrale schriftelijk aangegeven zijn.

Art. III. De stapels aan onder artikel I vermelde stoffen, die binnen het gebied van het Generalgouvernement gewonnen of in dat ge bied ingevoerd worden, moeten, zover hun gewicht de onder artikel I aangegeven grens te boven gaat, binnen twee dagen na de voortbrengst of den invoer, bij de Oliecentrale schriftelijk aangegeven worden.

Art. IV. De bepaling van art III is ook van toepassing op stapels, die van bezitter veranderen. Voor elke verandering van bezitter is de toestemming der Oliecentrale vereist.

Art. V. Zijn verplicht de onder artikelen II en III voorgeschreven aangiften te doen :
a) de eigenaar,
h) de bezitter of de stapelhouder,
c) al wie gerechtigd is, voor eigen of voor andermans rekening, over de waar te beschikken. Als een dezer personen de stapels aangeeft, zijn de andere van de aangifte ontslagen ; de naam van den eigenaar moet in de aangifte vermeld zijn, ook wanneer een der onder h of c vermelde personen de aangifte doet. De aangifte kan alleen door een getuigschrift der Oliecentrale bewezen worden.

Art. VI. De Oliecentrale is gerechtigd, de aangegeven waren aan te kopen, in beslag te nemen of voor het gebruik voor den handel of ter verwerking af te staan. De personen, die gehouden zijn de stapels aan te geven, moeten zolang de Oliecentrale geen beslissing genomen heeft, zich onthouden van elke rechtelijke en daadwerkelijke beschikking over de aangegeven stapels ; zij moeten er echter voor zorgen dat de stapels ongeschonden bewaard blijven.

Art VII. Oliezaden en olievruchten mogen zelfs in hoeveelheden van minder dan 20 kg. niet verwerkt worden, tenzij met toelating der Oliecentrale. Oliezaden en olievruchten of stam mogen, om het even bij welke hoeveelheden, alleen met toelating der Oliecentrale verkocht worden.

Art. VIII. Zover in de vorenstaande bepalingen niet anders wordt beschikt, blijven de bijzondere Verordeningen, die betreffende de onder artikel I vermelde stoffen uitgevaardigd werden, van kracht.

Art. IX. Wie de voorschriften dezer Verordening overtreedt, wordt met ten hoogste 20.000 mark boete en met ten hoogste 6 maand gevangenis of met één van beide straffen gestraft. Terzelfder tijd moet de verbeurdverklaring worden uitgesproken van de niet aangegeven stapels en van de inrichtingen, die tot het vervaardigen of verwerken hebben gediend.
De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 17n februari 1917.
C. C. IV. A. 4315.

No. 316. — 28. februari 1917.
Verordening.
Eenig artikel.
De in 1917 te innen bijdrage ten laste der ondernemers, die op 31 december 1916 niet ontslagen waren van de verplichte storting in het waarborgfonds, voorzien bij artikelen 10 en 20 uit de wet van 24 december 1903, betrekkelijk de vergoeding voor werkongevallen, is vastgesteld of den grondslag ener taks van 4 frank per onderneming, die onder de bepalingen van bedoelde wet valt, en een taks van 1 frank voor iedereen in een dergelijke onderneming in dienst zijnden werkman.
Brussel, den 17n februari 1917.
G. C. lia 1514.

No. 316. — 28. februari 1917.
Beschikking.
Onder wijziging van artikel 1 der beschikking van 29 april 1916 over de voertaal in de gemeentescholen, enz. van de gemeenten der taalgrens {Wet- en Verordeningsblad hl. 2089) en van artikel 1 der beschikking van 22 april 1916 over de voertaal in de gemeentescholen, enz. van het Vlaamse land [Wet- en Verordeningsblad. 2056) worden
1 . de gemeente Aubel, met uitzondering van de wijk Klanse, onder de op de Vlaamse Waalse taalgrens gelegen gemeenten,
2. de gemeente Molenstede onder de tot het Vlaamse land behorende gemeenten gerangschikt.
Brussel, den 18n februari 1917.
C. C. 111. A. 1124.

affiches uit de verzameling van het KOKW
19170227 betreffende de verhoging van de maalgraad

Advertenties

27 februari 1917 dijnsdag Sint niklaas

Mijn 3 zusters gaan bij Albert naar Antwerpen. Albert was op (onderlijnd)
21 gedeporteerden Sint Nikolazenaren komen uit Duitschland hier toe.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

overgeschreven uit NRC

19170227- Le Barque, Ligny aan de Somme door de Engelsman zonder vechten bezet. 

tot en met 27 2 1917 geen verordeningen

19170227 aangifte van rekgombanden
affiche collectie KOKW

25 februari 1917 zondag Sint Niklaas

Mama gaat naar Antwerpen bij Albert, deze zit een weinig op (onderlijnd).

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

overgeschreven uit NRC
19170225 – Serre aan de Somme door de Engelsman genomen. 

No. 315. — 25. februari 1917.

Verordening *** over den handel in stoffen van dierlijke en plantaardige vezels, in de halfafgewerkte of afgewerkte fabricaten, evenals in de afvalvoortbrengselen daarvan.

Art. 1. De stapels van hieronder vermelde soorten van goederen, op 1 maart 1917 {‘proefdag) binnen het gebied van het Generalgouvernement voorhanden, zijn, naar den maatstaf der volgende bepaling, in beslag genomen en moeten op de aangeduide kantoren worden aangegeven. Moeten worden aangegeven :

1. Matrasvezels, kokosvezels, piassava-vezels, surrogaten van ‘piassava-vezels, zeegras, Afrikaans paardenhaar, raffibast, kokosgaren, kokoskoorden, evenals halfafgewerkte en afgewerkte fabrikaten en afval daarvan, zoverre meer dan 10 kg. van dezelfde soort voorhanden is, bij de „Zentral-Einkaufsgesellschaft fur Belgien m. h. H., Anteilung Bindegarne Jonkerstraat 2, te Brussel ;

2. Dierenhaar en mengelingen van dierenhaar van elke soort en van elke hoedanigheid, zoverre in het geheel meer dan 1 kg. voorhanden is ;
3. Wollen, katoenen of gemengde bedvlokken {ook wanneer zij reeds tot vulling van tot den verkoop gereedgemaakte matrassen, kussens, enz. gebruikt zijn), zoverre meer dan 5 kg. van elke soort voorhanden is, bij de „Einkaufsstelle der Kriegswolle Aktien-Geseîlschaft Grand Hotel, Anspachlaan 29, te Brussel.

4. Linnengaren {ook naaigaren) en werkgaren, zoverre meer dan 1 kg. van iedere hoedanigheid voorhanden is, om het even welke het nummer, de kleur of de schikking zij, bij de „Baumwollabrechnungsstelle Grand Hotel, Anspachlaan 29, te Brussel voor de „Kriegsrohstoabteilung te Gent.

5. Linoléum, wasdoek, gecaoutchouteerde en andere weefsels, met vloeistoffen doordrongen of door bestrijken met andere stoffen waterdicht gemaakte weefsels, in rollen evenals in afgemeten stukken, zoverre meer dan 30 vierkante meter van dezelfde hoedanigheid voorhanden is, om het even welke de kleur, de tekening en de grootte zij.

6. Afgemeten tafellakens en servetten, gesneden of gezoomd, zoverre meer dan 15 tafellakens en meer dan 60 servetten van dezelfde hoedanigheid voorhanden zijn, om het even welke de kleur, en de grootte de tekening zij.

7. Alle weefsels, uit zijde vervaardigd, of die zijde of kunstzijde bevatten, om het even welke de kleur en de tekening zij, zoverre meer dan 100 m. op een breedte tot 0,60 m. en daaronder of 50 m. en daarboven, op een breedte van meer dan 0,60 m. van dezelfde hoedanigheid voorhanden zijn.

8. Ruwe zijde, zijdeafval, zoverre meer dan 1 kg. van elke soort voorhanden is.

9. Zijden garen, ook naaigaren, zoverre meer dan 1 kg. van elke soort voorhanden is, om het even welke het nummer, de kleur en de schikking zij.

10. Gebreide of uit stoffen of vilt vervaardigde kuitbanden, knieverwarmers, gezondheidshanden, hoofdkappen, polsverwarmers, borstlappen, oorlapppen, zoverre meer dan 30 stuk van elke soort voorhanden zijn, om het het even welke de hoedanigheid en de grootte zij.

11. Fluweel {ook zijdenfluweel, linnenfluweel, pluche en fluweel voor de hoedenmakerij), zoverre meer dan 100 m. van dezelfde hoedanigheid voorhanden is, om het even welke de kleur en de breedte zij.

12. Nieuwe wagen- en scheepsdekens en dekzeilen.

13. Allerhande vilt, nieuw en gebruikt, vilten platen, vilten propppen, vilten dekens en vilten rollen, verder allerhande nijverheidsvilt, zoals gepolijst- en slijpvilt, sluitvilt, vilten onderplaten, ketelvilt, papiervilt {ook wanneer het in gebruik is), kousjes, drukkerijvilt, zadelvilt, getuigvilt, enz., bij het Militàrisches Textilbeschaffungsamt”, Wetenschapsstraat 35, te Brussel. Van de onder 2 en 3 vermelde goederen, moeten ook nieuw verkregen of vervaardigde stapels maandelijks worden aangegeven.

Art 2. Alle natuurlijke en rechtspersonen, vennootschappen, bonden en verenigingen van privaatrechtelijke of openbaar rechtelijke natuur, die op 1 Maart 1917 {proefdag) goederen van den onder artikel 1 vermelden aard in bewaring hebben, zijn verplicht daarvan aangifte te doen. Heeft de eigenaar goederen als hierboven bedoeld zelf niet in bewaring, zoo moeten zij zowel door den eigenaar als door den persoon, die ze in bewaring heeft {stapelhouder), verzender, enz.) worden aangegeven. Zoo ook is eenieder, die na den proefdag aan te geven voorwerpen in bewaring ontvangt, welke voor den proefdag reeds aan hem verzonden waren, verplicht aangifte te doen. Wie in twjfel verkeert of hij al dan niet aangifte te doen heeft, moet aangeven.

Art. 3. De aangifte der stapels moet, naar aard en gewicht of aantal stuks van elke soort, ten laatste op 10 maart 1917 schriftelijk geschieden ; voor elke soort moet een staal bijgevoegd ivorden. De aangifte is te doen (yp formulieren, die bij den bevoegde Kreischef {Kommandant, Ahschyùfikommandeur) en op de onder artikel 1 aangeduide kantoren van aançifte kostelhos verkrijgbaar zijn gesteld. Tot maatstaf voor de aangifte dient de stapel zoals hij op den proefdag is. De bij artikel 1, 3e lid, voorgeschreven maandelijkse aangiften moeten uiterlijk op 10 van elke maand geschieden

Art. 4. De onder artikel 1 vermelde kantoren van aangifte zijn gerechtigd, de aan te geven stapels op te kopen. Bijaldien een onderhandse aankoop op grand van de volgens artikel 5 geldende prijsberekening niet tot stand kamt, kunnen de betreffende goederen onteigend worden. De onteigening geschiedt voor de goederen, aangeduid onder artikel 1, n” 1 tot 4, door het „Generalgouvernement Sektion K. B”, voor het overige door het „Militarisches Textilbeschaffungsamt”.

Art. 5. Bij onderhandsen aankoop zal de prijs tot grondslag dienen, die voor den 25n juli 1914 in België voor gelijksoortige goederen als fabrieksprijs in den handel gold, met een bijslag van 20 tot 45 %. Voor de onderhands aangekochte goederen, wordt bij de aflevering der waar 50 % op den vastgestelde prijs, het overige na onderzoek der goederen betaald. In geval van onteigening bekomt de afleveraar een opvorderingsbewijs over hoeveelheid, aard en waarde der goederen ; over de schadeloosstelling beslist de Rijkskommissie tot schadeloosstellingen {Reichsentschàdigungskommission) naar de bestaande grondregelen.

Art. 6. Afgezien van de verkopen waarvan sprake onder artikel 4, mogen de onder artikel 1, nrs 11 en 12, aangeduide goederen noch van de hand gedaan noch verwerkt worden. Van de andere goederen mag slechts het tiende deel der aan te geven stapels, buiten de verkopen aan voornoemde kantoren en vennootschappen, van de hand gedaan of verwerkt worden. Voor het overige mogen goederen van dezen aard noch van de hand gedaan noch verwerkt worden. Als verwerking in den zin van dat voorschrift geldt inzonderheid het spinnen, twijnen, verven, weven, breiden, versnijden, vaneenscheuren, verder verwerken, enz. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur, Afdeling voor handel en nijverheid (Verwaltungschef, Abteilung fur Handel und Gewerbe) alleen kan grotere hoeveelheden der hoger bedoelde goederen vrij verklaren.

Art. 7. De bezitters der overeenkomstig artikel 1 aan te geven voorwerpen zijn voor deze verantwoordelijk en verplicht, ze tot nader bericht te bewaren en zorgzaam te behandelen. Afgezien van de uitzonderingsbepaling van artikel 4, le lid, is ook elke verandering van bezit en van ‘plaats der aan te geven voorwerpen verboden.

Art. 8. Het vervoer van de hiervoren bedoelde goederen wordt met ingang van de van krachtwording dezer Verordening afhankelijk gesteld van een vervoertoelating, zoverre die niet reeds, krachtens de Verordening van 5 september 1916 op het vervoer, voor deze goederen vereist is. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur, Afdeling voor handel en nijverheid, verleent de vervoertoelatingen.

Art. 9. Wie de bepalingen dezer Verordening opzettelijk of uit grove nalatigheid overtreedt, wordt met ten hoogste een jaar gevangenis en met ten hoogste 20.000 mark boete, of met één van beide straffen gestraft, zoverre volgens de algemeen£ strafwet geen zwaardere straffen voorzien zijn. Daarbij is de verbeurdverklaring toegelaten van de voorwerpen, die het voorwerp uitmaken van de overtreding. In geval van opzettelijke overtredingen van deze Verordening moet de verbeurdverklaring worden uitgesproken. De poging tot overtreden is strafbaar.

Art, 10. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgshevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Art. 11. De voorschriften van artikelen 4, 5, 6, 7 en 9, Iste lid, 2de zin, dezer Verordening zijn met van toepassing Of de goederen, waarvan bewezen is, dot zij <yp den proefdag de eigendom waren van de „Commission for Relief in Belgium" of van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit. Brussel, den 14n februari 1917.
C. C. IV A 4500.

No. 315. — 25. februari 1917.
Verordening *** betreffende nijverheidsinrichtingen en werkhuizen.

§ 1. Van 1 maart 1917 af, mogen om het even welke nijverheidsinrichtingen, inzonderheid fabrieken, het werk niet meer voortzetten zonder de toestemming van het Hoofd van het burgerlijk bestuur, Afdeling voor handel en nijverheid [Verwaltungschef, Abteilung fur Handel und Gewerbe). Als fabrieken in den zin van dit voorschrift worden ook beschouwd werkhuizen, waarin meer dan 12 loonwerklieden — werkmeesters, meestergasten en opzieners inbegrepen — werken of waar motoren van meer dan 5 paardenkracht in gebruik zijn, of waar maandelijks meer dan 5 ton kolen of koks of andere brandstoffen verstookt worden. Onder voortzetting van het werk, in den zin van dit voorschrift, is te verstaan alle voortbrenging, verwerking en verbruik van grondstoffen, halfafgewerkte en afgewerkte fabrikaten, evenals elk verbruik daartoe van kolen, koks of andere brandstoffen.

§ 2. Van 1 maart 1917 af, is voor het bouwen van om het even welke werkinrichtingen, alsook voor het wijzigen van de gebouwen van dergelijke inrichtingen, de toestemming vereist van het Hoofd van het burgerlijk bestuur {Afdeling voor handel en nijverheid). De toestemming is eveneens vereist om de in gang zijnde werken tot opbouw of wijziging van gebouwen voort te zetten, zoo die werken op 1 maart nog niet voltooid zijn.

§ 3. De aanvragen om het werk te mogen voortzetten {§ 1), evenals de aanvragen om met het optrekken of wijzigen van gebouwen te mogen aanvangen of om deze werken te mogen voortzetten {§2), moeten in twee exemplaren bij den bevoegden voorzitter van het burgerlijk bestuur {Pràsident der Zivilverwaltung) ingediend worden. De aanvragen om het werk te mogen voortzetten moeten bevatten : 1. Beknopte aangifte bij benadering, van de voorhanden stapels aan kolen, koks, ijzer en staal ;

2. Aangifte van de waarde, van de hoeveelheid, alsook van de bestemming der lopende en der verder voorgenomen voortbrengst ;

3. Aangifte bij benadering van de toekomend maandelijkse benodigdheden aan hoofdzakelijk gebruikte grondstoffen, inzonderheid aan kolen, koks, ijzer en staal ; de 'plaats van waar deze grondstoffen betrokken worden, is daarbij aan te geven ;

4. Aangifte bij benadering, van het aantal spoor- of buurtspoorwagens en van de scheepsruimte, die voor het betrekken van de onder 3) vermelde hoeveelheden, evenals voor het vervoer van de voortbrengselen [nr 2) benodigd zijn. In de aanvragen om met het optrekken van gebouwen te mogen aanvangen of om den bouw er van te mogen voortzetten enz., dient de noodzakelijkheid en de dringendheid bewezen te worden ; ook is de aard, de hoeveelheid en de 'plaats vanwaar de nodige bouwstoffen betrokken worden op te geven.

§ 4. Voor de hieronder opgesomde soorten van bedrijven mag, zoverre de verschillende werken op het ogenblik van het van kracht worden dezer Verordening in gang zijn, het werk zonder toestemming {§ 1) worden voortgezet : Steenkolenmijnen, koksfabrieken, gaswerken, waterwerken, elektriciteit leverende fabrieken, die uitsluitend in het openbaar belang werken, fosfaatgroeven en -fabrieken, allerhande molens, buurtspoorwegen, trams,

§ 5. Wie de bepalingen dezer Verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt met ten hoogste 2 jaar gevangenis en met ten hoogste 100.000 mark boete, of met een van beide straffen gestraft. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgshevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 17n Februari 1917.
C. C. IV A 4907.

affiche verzameling KOKW controolplicht

24 februari 1917 zaterdag Sint Niklaas

Er komen hier 19 gedeporteerden uit Duitschland toe.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

overgeschreven uit NRC:
19170224 – 7 Nederlandsche stoomschepen in de Noordzee door de Duitschers getorpedeerd. 
19170224 – Petit Miraumont aan de Somme door de Engelsman genomen 

tot en met 27 2 1917 geen verordeningen

affiche verzameling KOKW
19170217 betreffende de bevoegdheid der oliecentrale in België

22 februari 1917 donderdag Sint Niklaas

Mama gaat gaat bij Albert naar Antwerpen; deze eender (onderlijnd)
Tegenwoordig eten wij alle middagen raapkolen! Ook eten bij gebrek aan iets anders. Alle scholen, betalende en anderen, van gansch België worden op bevel van Von Bissing den generaal goeverneur van België gesloten voor onbepaalden tijd; verders moeten alle winkel om 6 uur torenuur sluiten; en alle cafés en voedingswinkels mogen slechts 1 gazbek of gloeilamp gedurende den ganschen avond branden.
Al deze matregelen om kolen te sparen.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

tot en met 23 2 1917 niets overgeschreven uit NRC

tot en met 27 2 1917 geen verordeningen

affiches verzameling KOKW: 19170214 over de handel in stoffen van dierlijke en plantaardige vezels in de halfafgewerkte of afgewerkte fabrikaten

21 februari 1917 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

tot en met 23 2 1917 niets overgeschreven uit NRC

No. 313. — 20. februari 1917. 93
Verordening
waarbij overdrachten veroorloofd en bijkredieten verleend worden op de begrotingen van het dienstjaar 1916.
I. Overdrachten.
Art. 1. Worden toegelaten, ten belope van zeventig duizend honderd negen en zeventig frank acht en zestig centimen (fr. 70.179,68), de overdrachten op de begroting voor het dienstjaar 1916, omstandig vermeld in de bij de tegenwoordige Verordening gevoegde label A en belopende : Voor de begroting van Binnenlandse Zaken . fr. 15.000.— Voor de begroting van Wetenschappen en Kunsten fr. 25.179,68 Voor de begroting van Landbouw en Openbare Werken fr. 30.000.— Te samen fr. 70.179,68 II. Bijkredieten.
Art. 2. Bijkredieten te brengen op de begrotingen voor het dienstjaar 1916, ten belope van vier miljoen tweehonderd negen en vijftig duizend driehonderd vijf en vijftig frank {fr. 4.269.355) zijn geopend. Die door gewone middelen van de begroting te bestrijden kredieten zijn overeenkomstig de bij deze Verordening gevoegde tabel B verdeeld en belopen :
Voor de begroting der Dotatiën fr. 700.— Voor de begroting van Justitie fr. 400.000.— Voor de begroting van Wetenschappen en Kunsten fr. 328.800.— Voor de begroting van Nijverheid en Arbeid fr. 402.000.— Voor het bijvoeges van de begroting van Financiën fr. 2. 458. 855.— Voor de begroting van Landbouw en Openbare Werken fr. 669.000.—
Te samen fr. 4.259.355.—
Art. 3. Deze Verordening zal den dag harer afkondiging
in werking treden.
Brussel, den 10 februari 1917.

affiche verzameling KOKW
19170210 betreffende stroovlas bewerkt vlas en klodden

20 februari 1917 dijnsdag Sint Niklaas

Mama gaat naar Antwerpen, Albert stillekens. (onderlijnd)

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

Overgeschreven uit NRC
19170220 – Een Duitsche U boot loopt op de Nederlandsche kust en wordt geïnterneerd. 

No. 313. — 20. februari 1917.
Bekendmaking.
In uitvoering van artikelen 1 en 9 der Verordening van 13 december 1916, betreffende regeling van den handel in brandewijn en gist, werden de volgende benoemingen gedaan 1. De heer ritmeester Donnevert, tot voorzitter der Brandewijncentrale {Branntweinn-Zentrale) ;
2. De heer Assessor Zur Bonsen, tot ondervoorzitter der Brandewijncentrale ;
3. De heer Rechnungsrat Hoffmann, bij het burgerlijk bestuur {Zivilverwaltung) te Brussel, de heer J. Janssens, Beheerder-Algemeen Bestuurder, in het ministerie van Financiën, en de heer F. Springuel, fabrikant te Hoei, tot leden van den bijraad der Brandewijncentrale ;
4. De heer Referendar Dr. Beilner, bij het burgerlijk bestuur te Brussel, tot voorzitter, en de heren Jan Descampe, fabrikant te Gembloers, en Clemens Peeten, fabrikant te Velm, tot leden van het scheidsgerecht der Brandewijncentrale.
Brussel, den 5n februari 1917.

No. 313. — 20. februari 1917. 93
Verordening
waarbij overdrachten veroorloofd en bijkredieten verleend worden op de begrotingen van het dienstjaar 1916.
I. Overdrachten.
Art. 1. Worden toegelaten, ten belope van zeventig duizend honderd negen en zeventig frank acht en zestig centimen (fr. 70.179,68), de overdrachten op de begroting voor het dienstjaar 1916, omstandig vermeld in de bij de tegenwoordige Verordening gevoegde label A en belopende : Voor de begroting van Binnenlandse Zaken . fr. 15.000.— Voor de begroting van Wetenschappen en Kunsten fr. 25.179,68 Voor de begroting van Landbouw en Openbare Werken fr. 30.000.— Te samen fr. 70.179,68 II. Bijkredieten.
Art. 2. Bijkredieten te brengen op de begrotingen voor het dienstjaar 1916, ten belope van vier miljoen tweehonderd negen en vijftig duizend driehonderd vijf en vijftig frank {fr. 4.269.355) zijn geopend. Die door gewone middelen van de begroting te bestrijden kredieten zijn overeenkomstig de bij deze Verordening gevoegde tabel B verdeeld en belopen :
Voor de begroting der Dotatiën fr. 700.— Voor de begroting van Justitie fr. 400.000.— Voor de begroting van Wetenschappen en Kunsten fr. 328.800.— Voor de begroting van Nijverheid en Arbeid fr. 402.000.— Voor het bijvoegen van de begroting van Financiën fr. 2. 458. 855.— Voor de begroting van Landbouw en Openbare Werken fr. 669.000.—
Te samen fr. 4.259.355.—
Art. 3. Deze Verordening zal den dag harer afkondiging
in werking treden.
Brussel, den 10 februari 1917.

No. 313. — 20. februari 1917. 101
Verordening ***
betreffende stroovlas, bewerkt vlas en klodden.
Onder opheffing der Verordening van 27 mei 1916, betreffende vlas en werkklodden {Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België nr 218), wordt het volgende bepaald :

Art. 1. Wie stapels stroovlas, bewerkt vlas of klodden in bewaring heeft, is verplicht, de op den I sten van elke maand voorhanden hoeveelheden, gescheiden volgens stroovlas, bewerkt vlas en klodden en onder vermelding der eigenaars en der ligplaats, ten laatste den 5 den van elke maand aan te geven bij de gemeenteoverheid (burgemeester) der ligplaats. De gemeenten moeten door tussenkomst der burgemeesters, de binnen hun gemeente omschrijving voorhanden stapels stroovlas, bewerkt vlas en klodden, onder vermelding der eigenaars en der ligplaats, ten laatste den l On van elke maand bij de burgerlijke Kommissarissen {Zivilkommissare) aangeven.

Art. 2. Binnen het gebied van het Generalgouvernement worden voor bewerkt vlas en klodden van vroegeren en nieuwen oogst de volgende hoogste prijzen vastgesteld :
1. In water geroot vlas:
a) 250 tot 350 fr., naar gelang van de hoedanigheid, per baal van 104 kgr. bruto of 103 kgr. netto Kortrijks vlas,
h) 190 tot 250 fr., naar gelang van de hoedanigheid, voor 100 kgr. blauw Vlaanders vlas.
2. Op gras geroot vlas (veldroten). 130 tot 180 fr., naar gelang van de hoedanigheid, voor 100 kgr. gezwengeld, op gras geroot vlas, van om het even welke afkomst.
3. Klodden:
a) 80 fr., voor gezwingelde klodden van beste hoedanigheid,
h) 100 fr., voor zuivere naturen van beste hoedanigheid,
c) 120 fr. voor snutjes van beste hoedanigheid,
d) 140 fr. voor kammelingen (gehekelde) van beste hoedanigheid.
Voor stroovlas wordt de prijs berekend in verhouding tot de vastgestelde hoogste prijzen voor bewerkt {gezwingeld) vlas.
Voor mindere soorten of bij slechtere bewerking worden de hoogste prijzen naar evenredigheid verlaagd.

Art. 3. Elk vervoer van stroovlas, bewerkt vlas of klodden zonder toelating van de Afdeling voor handel en nijverheid, kantoor voor grondstoffen {Abteilung fur Handel und Gewerbe, Bohstoffenverwaltungsstelle), te Brussel, is verboden. Bewerkt vlas of klodden mogen maar verkocht worden aan :
1) de Afdeling voor grondstoffen te Gent, Gouvernementsraat
2) de vlaskantoren te Kortrijk en te Lokeren.
Mits toestemming van de Afdeling voor handel en nijverheid, kantoor voor grondstoffen, te Brussel, mag het stroovlas ter bewerking ook verkocht worden aan de inrichtingen voor het bewerken van het vlas in het vlasgebied van Kortrijk.

Art. 4. De stapels stroovlas, bewerkt vlas en klodden van vroegeren of nieuwen oogst moeten, op verlangen van No. 313. — 20. februari 1917. 103 de bevoegde burgerlijke Kommissarissen, afgestaan worden aan de ambtelijke kantoren, die in artikel 3 ander 1 en 2 zijn vermeld. Wordt men het niet eens over den verkoopprijs, dan wordt deze door bedoelde overheden vastgesteld, zoo nodig met raadpleging van een Belgische deskundige.

Art. 5. Wordt gestraft met ten hoogste drie jaar gevangenis en met ten hoogste 30.000 mark boete of met een van beide straffen :
1) wie zijn stapels niet bij de gemeenteoverheden aangeeft, wie ze niet op tijd aangeeft of wie een valse aangifte doet. Dezelfde straf is toepasselijk op de burgemeesters, die stapelaangiften niet of niet op tijd aan de burgerlijke Kommissarissen overmaken of aangiften overmaken waarvan zij weten of volgens de omstandigheden moeten weten, dat zij vals zijn.
2) wie de vastgestelde hoogste prijzen te boven gaat ;
3) men iemand anders uitnodigt tot het sluiten van een verdrag, waardoor de hoogste prijzen overschreden worden of zich tot zulk verdrag aanbiedt ;
4) me stroovlas, bewerkt vlas of klodden zonder toestemming vervoert ;
5) wie stroovlas, bewerkt vlas of klodden verkoopt aan anderen dan de in art. 3 onder 1 en 2 vermelde kantoren, of wie deze zonder toelating verkoopt aan de inrichtingen voor liet bewerken van het vlas, of wie deze anderszins van de hand doet ;
6) wie, ondanks het verzoek der bevoegde burgerlijke Kommissarissen, zijn stapels vlas, klodden en stroovlas niet aflevert aan de kantoren, die in art. 3 onder 1 en 2 zijn vermeld ;
7) Die stapels stroovlas, bewerkt vlas of klodden vernietigt of onbruikbaar maakt. De poging tot overtreding is strafbaar. De stapels, waarmede de overtreding werd begaan, moeten verbeurdverklaard worden. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den lO n februari 1917.
G. C. IV B 2208/11.

No. 313. — 20. februari 1917.

Verordening *** over den handel in zakken.
Art. 1. Al de op 1 maart 1917 (proefdag) binnen het gebied van het Generalgouvernement voorhanden stapels aan zakken van allen aard die geheel of gedeeltelijk uit textielgrondstoffen of uit andere daartoe dienende stoffen (surrogaten) vervaardigd zijn, worden overeenkomstig onderstaande bepalingen in beslag genomen, om het even of deze voorwerpen nieuw of reeds gebezigd of nog in gebruik zijn en onverschillig of zij al dan niet volkomen bruikbaar zijn.
De eigenaars, evenals zij die bedoelde voorwerpen in bewaring hebben, zoals pakhuishouders, verzenders, enz., moeten de zakken ten laatste op 10 maart 1917 bij de „Zentral- Einkaufsgesellschaft fur Belgien m. b. H., Abteilung Bindegarn”, Jonkerstraat 2, aangeven. Verder is ieder die, na den proefdag, aan te geven voorwerpen in bewaring ontvangt welke reeds voor dien dag aan zijn adres waren verzonden, verplicht daarvan aangifte te doen. Twijfelt iemand of zijn goederen al dan niet aan te geven zijn, zo moet hij ze aangeven. De aangifte moet schriftelijk gedaan worden op lijsten van aangifte, die bij den bevoegden Kreischef {Kommandant, Abschnittskommandeur) kosteloos te bekomen zijn. Voor de aangifte geldt de stapel, zoals hij op den proefdag is.

Art. 2. Zijn van de verplichting tot aangifte ontslagen, de eigenaars wier vooiraad niet groter is dan 50 zakken, welke voor eigen gebruik moeten dienen.

Art. 3. De „Zentral-Einkaufsgesellschaft fiir Belgien m. h. H., Abteilung Bindegam” is alleen gerechtigd, de overeenkomstig artikel 1 aan te geven stapels op te kopen. Voor zover geen onderhandse aankoop op grond der volgens artikel 4 te berekenen prijzen tot stand komt, mag het Generalgouvernemeîit, Sektion K. B., op voorstel van voormeld kantoor de betreffende goederen ten bate van dat kantoor onteigenen.

Art. 4. Bij onderhandse aankoop dient tot grondslag de prijs, die in België voor 25 juli 1914 voor soortgelijke goederen als verkoopprijs van den fabrikant in den handel gold ; bij dien prijs komt een bijslag van 30 tot 60%. De onderhands gekochte goederen worden, na onderzoek er van, met gereed geld betaald. In geval van onteigening ontvangt de leveraar een opeisingsbewijs {Beitreibungsanerkewitnis) waarin hoeveelheid, aard en waarde der goederen zijn aangegeven. De „Reichsentschàdigungskommission’ beslist overeenkomstig de bestaande grondregels over de schadeloosstelling.

Art. 5. Afgezien van den verkoop aan de „Zentral-Einkaufsgesellschaft fur Belgien, Abteilung Bindegarn’\ mogen de zakken, die overeenkomstig artikel 1 aan te geven zijn, niet van de hand gedaan worden. Het is ook verboden de zakken te verwerken.

Art. 6. De bezitters der aangegeven voorwerpen zijn verplicht, deze tot nader bericht te bewaren en met zorg te behandelen. Afgezien van de uitzonderingsbepaling van art. 5, is alle bezitsverandering van de aan te geven voorwerpen verboden. Het is toegelaten, voorshands die voorwerpen op regelmatige wijze verder te gebruiken.
Art. 7. Wie in het vervolg zakken nodig heeft, moet voor den In van elke maand, aan de „Zentral-EinkaufsgesellscJmft fiir Belgien, Abteilung Bindegarn” mededelen hoeveel zakken hem voor de volgende maand noodzakelijk zijn en waartoe zij moeten dienen. De „Zentral-Einkaufsgesellschaff’ beslist over de noodwendigheid en staat aan de verbruikers de benodigde zakken toe, mits betaling van een passende prijs ; hierbij bepaalt de „Zentral-Einkaufsgesellschaft” eveneens uit welke stof de te verlenen zakken zullen vervaardigd zijn ; inzonderheid kan zij ook zakken uit vervangingsstoffen [surrogaten) toestaan of het gebruik van zulke zakken bij wijze van ruiling bevelen.

Art. 8. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur bij den Generalgouverneur, afdeling voor handel en nijverheid {Verwaltungschef bei dem Generalgouverneur, Abteilung fur Handel und Gewerbe) is gemachtigd, voor bijzondere gevallen, inzonderheid ook voor afzonderlijke bedrijven of nijverheidstakken, uitzonderingen op het voorschrift dezer Verordening toe te staan.

Art. 9. Wie de voorschriften dezer Verordening opzettelijk of uit grove nalatigheid overtreedt, wordt met ten hoogste een jaar gevangenis en met ten hoogste 20.000 mark boete of met een van beide straffen gestraft, voor zover volgens algemene strafwetten geen zwaardere straffen voorzien zijn. Daarbij kunnen de voorwerpen, waarop de overtreding betrekking heeft, ten bate van de „Zentral- Einkaufsgesellschaft fur Belgien” verbeurdverklaard worden. Bij opzettelijke overtredingen dezer Verordening moet de verbeurdverklaring worden uitgesproken. De poging tot overtreding is strafbaar.
i
Art. 10. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Art. 11. De voorschriften van artikel 1, lid 1, van artikelen 3, 4, 5 en 6 en van artikel 8, lid 1, dezer Verordening zijn niet van toepassing op de goederen waarvan bewezen is, dat zij op den proefdag het eigendom waren van de Commission for Relief in Belgium of van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit.
Brussel, de 14 februari 1917.
C. C. IV A 4637.

No. 313. — 20. februari 1917.
Verordening betreffende inrichting van twee ministeriële afdelingen voor de Schoone Kunsten.
Art. 1. In het ministerie van Wetenschappen en Kunsten wordt voor het beheer van Schoone Kunsten een Vlaamse en een Waalse afdeling ingericht.
Art. 2. Voor de bevoegdheid van beide afdelingen en de uitvoering dezer Verordening, gelden de bepalingen der Verordeningen van 25 oktober 1916 {artikel 2) en van 13 december 1916 (Wet- en Verordeningsblad bl. 2930 en 3054). De overdracht der werkzaamheden op beide afdelingen geschiedt op 1 maart 1917.
Brussel, den 14n februari 1917.
C. C. III A 496.

No. 313. — 20. februari 1917.
Beschikking betreffende de gemeenschappelijke aangelegenheden van de Vlaamse afdelingen in het ministerie van Wetenschappen en Kunsten. Op grond van artikel 2 der Verordening van 13 december 1916 en op grond der Verordening fxm 14 februari 1917, C. C. III A 496, bepaal ik, onder wijziging van artikel 3 van het Besluit van 14 april 1899 van den Minister van Binnenlandse Zaken en openbaar Onderwijs:
Art. I. Voor de Vlaamse afdelingen in het ministerie van Wetenschappen en Kunsten wordt — onder afscheiding van het Algemeen Secretariaat — een afzonderlijke algemene rekendienst ingericht, waarvan de werking op 1 januari 1917 aanvangt en die, samen met de briefwisseling met het Rekenhof en het Ministerie van Financiën, onder een van de Algemene Bestuurders der Vlaamse afdelingen wordt geplaatst. Deze ambtenaar is ook belast met het waarnemen van de volgende dienstzaken der Vlaamse afdelingen :
1. Gemeenschappelijke aangelegenheden ;
2. Verdeling der ingekomen stukken, voor zover deze niet uitdrukkelijk tot een der afdelingen gericht zijn ;
3. Aangelegenheden betreffende het personeel {artikel 3, lid 1 van het Besluit van 14 april 1899) ;
4. Aanschaffing der benodigdheden, verzending en ambtelijke bekendmakingen {artikel 3, lid 5 van bet Besluit van 14 april 1899, Besluit van 15 juli 1885) ;
5. Opmaken der begroting {artikel 3, lid 7 van het Besluit van 14 april 1899). Art. II. Voor de regeling der onder artikel I vermelde aangelegenheden gelden de bestaande voorschriften met dien verstande, dat de met het waarnemen der aangelegenheden belaste Algemene Bestuurder in de plaats treedt van den Algemenen Sekretaris. Brussel, den 14n februari 1917.
C. C. III A 6811009.

affiche verzameling KOKW 19170209 Kolennood sluiting herbergen en cinema’s

19 februari 1917 maandag Sint Niklaas

Bij gebrek aan kolen is het in de gemeentescholen reeds acht dagen geene school meer. ’t Rantsoen brood wordt op 300 gram per man en per dag gebracht; er is vele armoede in de stad.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

tot en met 19 2 1917 niets overgeschreven uit NRC

No. 312. — 17. februari 1917.
Bekendmaking.
De Bijzondere Handelsschool der Universiteit te Gent wordt op 22 februari 1917 heropend. De voertaal van het onderwijs is er het Vlaamsch {Nederlands), uitgezonderd voor de voorlezingen in de vreemde talen, die in de betrokken taal mogen gehouden worden. Brussel, den 14m, februari 1917.

affiche verzameling KOKW 19170208 overmaken zendingen naar krijgsgevangenen