31 mei 1916 woensdag Sint Niklaas

Papa gaat naar Antwerpen. Geen nieuws aldaar.
Door de Duitsch wordt er een taks van 1 per honderd gezet op allen verkoop, daardoor gaat allen groothandel stilvallen en stijgt natuurlijk alles in prijs.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit NRC
19160531 – In Oost West Afrika komt de portugees, te zamen met de engelschman en Transvalen een 20 km in de Duitsche kolonies vooruit. 

Verordening *** betreffend den handel in slachtvee.

Art. 1, Handel in allerhande slachtvee mogen alleen zulke personen uitoefenen, die 1) voor den 1n Augustus 1914 niet aan- en verkopen van slachtvee van beroep hadden en die
2) een toelatingsbewijs tot het voortzetten van hun handelsbedrijf in slachtvee bezitten. Bevoegd tot het afleveren van het toelatingsbewijs is de burgerlijke commissaris (Zivilkommissar) van het arrondissement, waarin het bedrijf van den handelaar gevestigd is. Dit toelatingsbewijs laat den handel in allerhande slachtvee toe binnen het gebied van het Generalgouvernement. De op grond der Verordening van 22 Februari 1916, betreffend den handel in rundvee en varkens (Wet- en Verordeningsblad bl. 1661) verleende toelatingsbewijzen blijven geldig. Ook deze geven het recht binnen het gebied van het Generalgouvernement voortaan handel te drijven in allerhande slachtvee.

Art. 2. Wie slachtvee aan veehandelaars van beroep verhoopt of van veehandelaars van beroep koopt, of als lasthebber voor dezer rekening verkoopt, is verplicht, zich ervan te overtuigen of deze personen de toelating hebben om handel te drijven in slachtvee en het vertoon van het voorgeschreven toelatingsbewijs (artikel 1, lid 2) te verlangen. Aan dit verlangen moet worden voldaan.

Art. 3. Overtredingen van vorenstaande bepalingen worden met ten hoogste één jaar hechtenis of gevangenis of met ten hoogste 10 000 mark boete gestraft. Ook kunnen beide straffen tegelijk worden toegepast Bovendien kan de verbeurdverklaring der waar uitgesproken worden.

Art. 4. Bevoegd zijn de Duitse krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers.

Art. 5. De Verordening van 22 Februari 1916 betreffend den handel in rundvee en varkens (Wet- Cr Verordeningsblad, hl. 1661) is opgeheven.
Brussel, den 30n Met 1916.

pagina uit de Illustré 1914 mei 1916

Advertenties

30 mei 1916 dinsdag. Sint Niklaas

In de Akademie, Brouwerstraat is een bestendig patatenbureel ingericht vanwege de stad, waar men aan 20 fr de 100 kilos zoveel patatten kan krijgen als men wil. Iedere boer moet van heden af alle weken 2 kgr boter per koei aan den Duitsch bezorgen (te bestellen op het stadhuis).

zie ook
http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit NRC
19160530 – In Tyrol neemt de Oostenrijker een Italiaans schanswerk. 
19160530 – Voor Salonika nemen de Bulgaren te zamen met de Duitschen het Grieksche fort Rupel aan de monding der Struma gelegen. De Grieken geven zonder tegenstand het fort over. 
19160530 – Voor Verdun neemt de Duitse enige Franse graven en 1300 gevangenen. 

Verordening betreffend wijziging van het decreet van 10 Vendémiaire van het jaar IV (2 Oktober 1795) over de verantwoordelijkheid der gemeenten voor diefstallen, plunderingen en gewelddaden. Met het oog op de vaststelling van de schade, in Augustus 1914, ten gevolge van baldadigheden in verscheidene gemeenten van Oost-Vlaanderen aangericht, en op het nemen van een beslissing over de verplichting tot schadevergoeding, worden artikelen 2-8 Titel V van het decreet van 10 Vendémiaire van het jaar IV door de volgende bepalingen vervangen.

Art. 1. Het vaststellen van de schade, evenals het nemen van een beslissing over de verplichting tot schadevergoeding geschiedt, in de gevallen voorzien onder Titel IV artikel 1 en Titel V artikel 1 van het Decreet, op aanvraag van den schadelijdende, door het scheidsgerecht voor de provincie Antwerpen opgericht (op grond der Verordening van 3 Februari 1915 van den Generalgouverneur in België (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België nr. 37).

Art. 2. Het scheidsgerecht regelt zelf zijn werkzaamheid. Het heeft het recht, getuigen en deskundigen onder eed te verhoren of te doen verhoren. Alle rechtbanken en overheden moeten aan het verzoek, te dien einde door den voorzitter gedaan, gevolg geven.

Art. 3. Het scheidsgerecht wordt door den voorzitter bijeengeroepen. Het beslist bij meerderheid van stemmen. Zijn beslissingen zijn onherroepelijk en onmiddellijk
uitvoerbaar.

Art. 4. Spreekt het scheidsgerecht een veroordeling tot schadevergoeding uit, zo wordt deze veroordeling door den voorzitter binnen de 3 dagen medegedeeld aan den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur (Prâsident der Zivilverwaltung) der provincie Oost- Vlaanderen. Deze zal ze binnen de 5 dagen aan het veroordeelde gemeentebestuur overmaken.

Art. 5. De gemeente moet het bedrag der schadevergoeding ter uitbetaling aan den rechthebbende binnen de 10 dagen storten in de kas of bewaargevingsplaats, welke de Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur daartoe zal aanduiden. Geschiedt deze storting niet op tijd, zo worden artikels 11 en 12 Titel V van het decreet dienovereenkomstig toegepast.

Art. 6. Het scheidsgerecht bepaalt naar vrije waardering de kosten van het geding, de onkosten der partijen inbegrepen. Het ereloon, dat de leden van het scheidsgerecht en den deskundigen voor hun bemoeiing toekomt, alsook de vergoeding der getuigen voor tijdverlet en reiskosten, worden door den voorzitter vastgesteld.

Art. 7. Werd een eis tot schadevergoeding reeds bij een andere rechtbank ingediend, zo gaat de verdere behandeling der zaak in den toestand, waarin zij zich bij het van kracht worden dezer Verordening bevindt, op het scheidsgerecht over.

Art. 8. Aanvragen om een beslissing over een eis tot schadevergoeding moeten ten laatste op 1 Juli 1916 ingediend worden. Voor na deze datum ingediende aanvragen bestaat geen aanspraak op behandeling door het scheidsgerecht.
A. H. Q, den 21n Mei 1916.
Der Oberfehlshaber,
herzog Albrecht von Württemberg

29 mei 1916 maandag. Sint Niklaas

Leonie Lentacker en haar vader trekken deze week elk 3,00 fr van het kommiteit.
Ons grijs brood kost van heden af 0,42 fr de kilo.

niets overgeschreven uit NRC
zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

Verordening *** betreffend vlas en klodden. Onder opheffing der Verordening van 10 Januari 1916 betreffend vlas en werkklodden (Wet en Verordeningsblad voor de belette streken van België, nr. 167), wordt het volgende bepaald:

Art. 1. Wie stapels bewerkt vlas of klodden in bewaring heeft, is verplicht, de op den eersten van elke maand voorhanden hoeveelheden, gescheiden volgens vlas en klodden, onder aangifte van de eigenaars en de stapelplaats, bij de overheid der gemeente (burgemeester), waar de stapelplaats zich bevindt, den 3n van elke maand aan te geven. De gemeenten moeten door tussenkomst der burgemeesters de stapels vlas en klodden, die in hun gemeenteomschrijving voorhanden zijn, gescheiden volgens vlas en klodden, onder aangifte van de eigenaars en de stapelplaats, bij de burgerlijke commissarissen tot den 5n van elke maand aangeven. De plicht van aangifte slaat niet op ruwe of stengelvlas.

Art. 2. Binnen het gebied van het Generalgouvernement worden voor vlas en klodden volgende hoogste prijzen vastgesteld:
1. In water geroot vlas.
a) 350 frank per baal van 104 kg. bruto of 103 kg. netto Kortrijks vlas van goede, sterke ketting en fijne vezelen, vrij van lemen (afschrapsels) en volkomen droog. Voor het zeldzame, allerfijnste Kortrijks vlas, dat zich buiten de genoemde eigenschappen nog door gans bijzondere fijnheid en sterkte, door de hoogste geschiktheid om gesponnen te worden en door een gelijkmatig lichte kleur onderscheidt en waarvan kop en voet volkomen zuiver bewerkt zijn, stijgen de hoogste prijzen tot 400 frank per baal van 104 kg. bruto of 103 kg. netto.
b) 250 frank de 100 kg. Vlaanderens blauwe vlassen van beste hoedanigheid en volkomen zuivere bewerking.
2. Op gras geroot vlas (Veldfoten). 180 frank per 100 kg. gezwingeld, op gras geroot vlas, om ’t even van welke herkomst, van beste hoedanigheid en volkomen zuivere bewerking.
3. Klodden.
a) 80 frank voor gezwingelde klodden, van beste hoedanigheid.
b) 100 frank voor zuivere naturen, van beste hoedanigheid.
c) 120 frank voor snutjes, van beste hoedanigheid.
d) IW frank voor kammelingen (gehekelde) van beste hoedanigheid. Voor mindere hoedanigheden en bij slechtere bewerking dalen de hoogste prijzen naar evenredigheid voor alle soorten van vlas en klodden.

Art. III. De verkoop van vlas of van klodden is alleen toegelaten aan:
1. de grondstofafdeling te Gent, Gouvernementsstraat 18
2. de vlaskantoren te Kortrijk en Lokeren,
3. de door den „Verwaltungschef bij den Generalgouverneur, afdeling voor handel en nijverheid, tot aankoop gemachtigde Belgische spinnerijen.

Art. 4. De tot 20 Juni 1916 niet verkochte stapels vlas en klodden uit vroegere oogstjaren moeten, op verzoek van de bevoegde burgerlijke commissarissen, aan de onder art. 3, nrs. 1 en 2 vermelde ambtelijke kantoren afgestaan worden. Wordt men het over den prijs niet eens, dan stelt genoemde overheid, bijgestaan door ten minste één Belgische deskundige, dezen vast.

Art. 5. Met ten hoogste één jaar gevangenis en met fen hoogste 20.000 (twintig duizend) mark boete of met één van beide wordt gestraft:
1. wie zijne stapels vlas of klodden bij de gemeenteoverheid niet of onjuist aangeeft,
2. wie de vastgestelde hoogste prijzen te boven gaat,
3. we iemand anders uitnodigt tot het sluiten van een verdrag, waardoor de hoogste prijzen overtroffen worden, of wie zich tot zulk verdrag aanbiedt,
4. wie vlas of klodden aan anderen dan aan de onder art. 3 vermelde kantoren verkoopt of van de hand doet,
5. wie na 20 Juni 1916 zijn oude stapels vlas of klodden, ondanks het verzoek der bevoegde burgerlijke commissarissen, niet hij de onder art. 3 nrs. 1 en 2 ver- vernielde kantoren inlevert,
6. wie stapels vlas of klodden vernietigt of onbruikbaar maakt,
7. burgemeesters, die de binnen hun gemeenteomschrijvingen voorhanden stapels vlas of klodden, welke hun bekend waren of naar de omstandigheden moesten bekend zijn, bij de burgerlijke commissarissen niet of onjuist aangeven. In de gevallen voorzien hij nrs. 1—6 kan bovendien de verbeurdverklaring van het vlas of van de klodden worden uitgesproken. Bevoegd zijn de Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers.
Brussel, den 27n Mei 1916.

afbeelding
http://users.skynet.be/ovo/SlijtenVanVlas.html#SlijtenVanVlas

28 mei 1916 zondag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

niets overgeschreven uit NRC
zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

verordening:
Lijst van gemeenten, aangesloten bij het verzendingskantoor voor de bevoorrading met vroege aardappelen (Verladerburo) bij den burgerlijken kommissaris (Zivilkommissar) te Mechelen.
Arrondissement Mechelen.

Alle gemeenten van het arrondissement met de volgende verzendingsstations:
Sint-Amands, Puurs, Hombeek, Mechelen-Hoofdstation, Mechelen-Nekkerspoel, Boischot, Heist-op-den Berg, Beerlaar, Nijlen.

Arrondissement Brussel-Land.

Gemeenten. Verzendingsstation.
Peizegem, Steenhuffel, Malderen . . MALDEREN.
Londerzeel, Ramsdonk, Nieuwenrode LONDERZEEL.
Kapellen op den Bosch, Nieuwenrode,
Humheek, Wolverthem . . . KAPELLENOPDENBOSCH.
Eppegem, Peuti, Perk, Elewijt, Weerde,
Zemst, Hofstade WEERDE

Arrondissement Leuven.
Hever, Boortmeerheek, Haacht, Keerhergen,
Tremeloo BOORTMEERBEEK.
Haacht, Tildonk, Werchter, Tremeloo, Baal WESPELAAR.
Rotselaar, Tildonk WIJGMAAL.
Rotselaar, Holsbeek, Sint-Pieters-Rode,
Houwaard, Kortijk-Dutsel, Nieuwrode,
Wezemaal, Werchter . . . ROTSELAAR.
Gelrode, Nieuwrode, Betekom, Baal GELRODE.
Aarschot, Rillaar, Scherpenheuvel,
Sichem, Messelbroek, Molenstede,
Testelt, Langdorp, Begijnendijk, Betekom AARSCHOT.

Vestinggebied Antwerpen.
Pulderbosch, Pulle, Zandhoven, Viersel BOUWEL en NIJLEN.
Emblehem, Broekhem, Ranst, Vremde,
Boekhout, Linth, Duffel, Koninkshoikt LIER.
Hove, Edegem, Aartselaar, Reet, Linth KONTICH-KAZERNEN.
Lier, Linth, Waarloos, Reet, Rumpst,
Sinte- Katelijne- Waver, Koninkshoikt DUFFEL.
Ruisbroek, Hingene PUURS.
Heindonk, Blaasveld, Willebroek. . HOMBEEK of MECHELEN.

Arrondissement Turnhout.
Turnhout, Oud-Turnhout, Arendonk,
Ravels, Weelde, Poppel. Merksplas.
Beerse, Vosselaar TURNHOUT.
Tielen, Lichtaart. Kasterlee, Gierle,
Wechelderzande, Sint-Pieters- Lille, Poederlee TIELEN.
Herenthals, Vorselaar, Grobbendonk. Herenthout HERENTHALS.
Olven, Oevel, Tongerloo ….. OLEN.
Geel, Oevel, Eindhout, Meerhout . . GEEL.
Noorderwijk, Morhhoven, Olen, Oevel,
Zoerle-Parwijs, Tongerloo,Hulshout NOORDER WIJK.
Westmeerheek, Houtvenne, Ramsel,
Herselt, Varendonk, Veerle, Vorst,
Westerloo,Zoerle-Parivijs, Hulshout WESTMEERBEEK
Bouwel, Vorselaar, Herenthout . . BOUWEL.

Hier heeft Raphaël jaren school gevolgd………zie je hem lopen……..

27 mei 1916 zaterdag. Sint Niklaas

We krijgen deze week elk 110 gram vleesch per persoon als rantsoen.
Gesmokkeld vleesch uit de omliggende gemeenten kan men krijgen aan 4,50 fr de kilo van den eenen of anderen boer die het voor u wilt koopen.
Leonie Lentacker verdiend deze week op de fabriek 5,75 fr.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

tot en met 29/5 niets overgeschreven uit NRC

Verordening*** betreffend het regelen der bevoorrading met vroege aardappelen.

Art. 1. Het ten nutte maken van den vroegen aardappeloogst van 1916 wordt het Aardappelbevoorradingskantoor (K. V. S.) te Brussel opgedragen. De K. F. S. zal zich, vooreerst in den vorm van onderhandse opkoop, de nodige hoeveelheid voor het gebruik aanschaffen met dien verstande, dat de aankoop van de vroege aardappelen bij de voortbrengers en de levering ervan in de afzetgebieden, aan een bij den burgerlijke kommissaris (Zivilkommissar) te Mechelen in te richten verzendingskantoor opgedragen wordt. De werkzaamheid van het verzendingskantoor strekt zich uit tot de gemeenten die op de hieronder volgende lijst vermeld staan.

Art. 2. Het begin van den vroegen aardappeloogst wordt door den „Verwaltungschef” bepaald.

Art. 3. De aankoop van vroege aardappelen geschiedt tegen den door den burgerlijke kommissaris te Mechelen, in overleg met het Aardappelbevoorradingskantoor vast te stellen dagprijs die voor de vroege aardappelen, welke op den betreffenden dag verhandeld worden als hoogste prijs geldt, in den zin der Verordening van 28 September 1915 „over het bestraffen van overtredingen tegen de hoogste prijzen’ (Wet- en Verordeningsblad blz. 1093.)

Art. 4. Voor het overige blijven de bepalingen der Verordening van 17 Januari 1916 betreffend de regeling van de aardappelbevoorrading (Wet- en Verordeningsblad, blz. 1525) van toepassing, zover in het vorenstaande geen andere regeling wordt bepaald. Voor het beslechten van alle bij het ten nutte maken van den vroegen aardappeloogst van 1916 voorkomende betwistingen, is het onder artikel 11 der Verordening van 17 Januari 1916 aangeduide scheidsgerecht uitsluitend bevoegd.

Art. 5. De „Verwaltungschef’ wordt met de uitvoering dezer Verordening belast. Hij is gemachtigd, wijzigingen aan de lijst der onder artikel 1 vermelde gemeenten toe te brengen.

Art. 6. Overtredingen van de op grond van artikel 5 genomen schikkingen worden met ten hoogste één jaar hechtenis of gevangenis of met ten hoogste 10,000 mark. boete gestraft. Beide straffen kunnen tegelijk worden uitgesproken. Bovendien kan verbeurdverklaring der waren uitgesproken worden. Bevoegd zijn de Duitse krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers. Brussel, den 27en Mei 1916.

nieuw aanwinst Presentatie binnenkoer kaart verstuurd 1902

26 mei 1916 vrijdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

Verordening *** betreffend vergaderingen en verenigingen.
Onder opheffing der Verordening van 16 Januari 1915 betreffend vergaderingen en politieke verenigingen (Wet- en Verordeningsblad nr. 34, blz. 119), verorden ik wat volgt:

Art. 1. Vergaderingen in open lucht zijn verboden.

Art. 2. Openbare vergaderingen zijn verboden, indien er politieke aangelegenheden moeten ter bespreking komen en daarover dient beraadslaagd te worden. In alle andere gevallen is een voorafgaande toelating nodig. Voor besloten vergaderingen is ook een voorafgaande toelating nodig. In plaats van een toelating volstaat de voorafgaande kennisgeving, wanneer het vergaderingen met zuiver kerkelijke-, gezellige-, wetenschappelijke-, beroeps- of kunstdoeleinden betreft.

Art. 4. Voor vergaderingen met godsdienstige doeleinden en zittingen van overheden binnen hun bevoegdheid, is noch toelating noch voorafgaande kennisgeving nodig.

Art. 5. Bevoegd tot het verlenen der toelating (artikel 2 en 3) en het aannemen der kennisgeving (artikel 3) is de Plaatskommandant en bij ontstentenis de Kreis-chef. De toelating moet ten minste 5 dagen te voren aangevraagd, de kennisgeving ten minste 3 dagen te voren medegedeeld worden. Plaats, tijd en doel der vergadering moeten worden aangegeven.

Art. 6. Verantwoordelijk voor overtredingen van de voorschriften onder artikel 1 tot 3 zijn niet enkel de beleggers, de inrichters en leiders. maar ook de deelnemers aan de vergaderingen.

Art. 7. Alle clubs en verenigingen met politieke doeleinden of ter bespreking van politieke aangelegenheden zijn gesloten. Het is verboden zulke clubs en verenigingen opnieuw op te richten. Strafbaar zijn leiders, stichters en leden dezer verenigingen.

Art. 8. Overtredingen dezer Verordening worden met ten hoogste een jaar of met ten hoogste 5000 mark boete gestraft. Beide straffen kunnen tegelijk uitgesproken worden.
Ter oordeelvelling zijn de krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers bevoegd.
Brussel, den 26n Met 1916.

voorblad 100 jaar geleden, munitiewerkplaats

25 mei 1916 donderdag Sint Niklaas

Ons rantsoen vlees per week wordt door de Duitscher vermindert op 125 gram per persoon.
145 kgr boter was er op de wekelijkse markt vandaag. De Duitschers nemen bijna alle boter voor hun eigen en laten niets voor de burgers over.
In eenige bakkerijen der stad is er geen brood vandaag bij gebrek aan Hollandsche gist. De arme menschen kunnen in de plaats daarvan op het stadhuis eenige kilos patatten bekomen om hunnen honger te stillen.

zie ook
http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit NRC
19160525 – In Tyrol neemt de Oostenrijker de Italiaanse steden Asi ago en Arsievi en enige kanonnen. 
19160525 – Voor Verdun herneemt de Duitser het fort van Douaumont. 

Verorderning
De met drie sterretjes gemerkte Verordeningen worden ook door middel van aanplakbrieven bekend gemaakt. Alle andere Verordeningen moeten door de gemeente-overheid volgens de gebruikelijke wijze van bekendmaken vooral aan de belanghebbenden medegedeeld worden.

Verordening ***betreffend overtredingen van schikkingen der krijgsbevelhebbers. Wie de door de krijgsbevelhebbers uitgevaardigde schikkingen ter regeling van het economische leven en het verkeer of ter bevordering van de gezondheid overtreedt, wordt, zover door andere bepalingen geen zwaardere straf vastgezet is, met ten hoogste 5 dagen gevangenis of met ten hoogste 50 mark boete gestraft. Zijn de overtredingen ook volgens het Belgisch recht strafbaar, zo blijft dit van kracht en blijven de Belgische overheden bevoegd, indien door de krijgsoverheid tegen de overtreders geen vervolging ingesteld wordt.
Brussel, den 25n Mei 1916.

24 mei 1916 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

overgeschreven uit NRC
19160524 – Voor Verdun neemt de Duitser het dorp Cummieres. 

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

Op grond mijner Verordeningen van 30 Juni en 23 Juli 1915 (nr. 5) betreffend den korenoogst van 1915, evenals mijner Verordening van 28 Augustus 1915 betreffend koren en meel uit vroegere oogstjaren, heh ik, op voorstel der Centrale Oogstkommissie (Zentral Ernte Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld:

voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd fr. 42.04 per 100 kg.
Rogge uit stapelplaats of molen geleverd fr.7, per 100 kg.„
masteluin uit stapelplaats of molen geleverd fr. 29,20 per 100 kg.
ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd fr. 25,12 per 100 kg.
tarwezemelen uit molen geleverd.fr 22.per 100 kg.
masteluinzemelen uit molen geleverd.fr 20,— >, per 100 kg.
roggezemelen uit molen geleverd.fr 18,— per 100 kg.
Tarwemeel aan bakkers of gebruikers geleverd fr. 52,79 per 100 kg.
roggemeel aan bakkers of gebruikers geleverd fr. 35,53 „ per 100 kg.
masteluinmeel aan bakkers of gebruikers geleverd fr. 36,46 per 100 kg.
tarwemeel op 60% of fijner gemalen, aan pasteihakkers geleverd fr. 80 per 100 kg.
roggemeel op 60% of fijner gemalen, aan pasteihakkers geleverd fr. 65 per 100 kg.
tarwebrood aan gebruikers geleverd fr. 0,46 „ kg.
Deze hoogste prijzen worden op 1 Juni van kracht.

Den Provincialen Oogstkommissies (Provincial Ernte Kommissionen) wordt de bevoegdheid verleend, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogste prijs voor tarwebrood, evenals hoogste prijzen voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen. Voor de verkopen der voortbrengers van tarwe en rogge aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de in mijne Bekendmaking van 10 Augustus 1915 (nr. 4a) vastgestelde hoogste prijzen van kracht.
Brussel, den 23n Mei 1916.

23 mei 1916 dinsdag Sint Niklaas

van nu af aan mogen we tot 10 uur B.T. ’s avonds op het grondgebied eener andere gemeente blijven zonder paspoort; na deze uur is men strafbaar afficheert de Duitscher.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
overgeschreven uit NRC
19160523 – In Mesopotamië heeft den Turk den rechteroever van den Tigris tot aan Kus-el-Amara ontruimd. 
19160523 – In Tyrol neemt de Oostenrijker twee dorpen van den Italiaan af en enige gevangenen. 
19160523 – Voor Verdun is het fort van Douaumont door de Fransen hernomen. 

Bekendmaking ** betreffend het opheffen der beslaglegging op het hooi uit het oogstjaar 1915. Mijne Verordening van 6 Augustus 1915 over de beslaglegging op het hooi uit het oogstjaar 1915 binnen de Belgische gewesten van het Generalgouvernement (Wet- en Verordeningsblad 1915, blz. 853-56), wordt hierbij opgeheven.
Brussel, den 15n Mei 1916.
uit NRC

afbeelding uit Illustré 1914 van juni 1916, buiten deze voorpagina lijkt het wel vrede in dit gecensureerd boekje

22 mei 1916 maandag Sint Niklaas

22 mei 1916 maandag
2de Patatdeeling aan de burgers aan 10 cens de kilo en 6 kilos per persoon. (is de derde patatdeeling)
Men wordt verzocht zich deze week op het stadhuis te laten opschrijven voor eene eier-boter-patatkaart, daardoor komt men in ’t bezit eener nieuwe kaart.
We hebben reeds de volgende rantsoeneringskaarten
1- Amerikaanschen Winkel
2- Broodkaart
3- Beenhouwerskaart
4- Boter-eier-en-patatkaart
Leonie Lentacker en haar vader trekken deze week elk 3,75 fr. van het ondersteuningskommiteit.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
niets overgeschrevn uit NRC

Met het oog op de uitvoering der volgende Verordeningen betreffend de voertaal in de lagere gemeentescholen, aangenomen en aanneembare scholen
1. van 22 April 1916 voor het Vlaamse land (Wet- en Verordeningsblad nr. 206),
2. van 29 April 1916 voor het Duitse taalgebied (Wet- en Verordeningsblad nr. 206),
3. van 30 April 1916 voor het Walenland (Wet- en Verordeningsblad nr. 210),
worden hierbij onderstaande schikkingen genomen.

1. Vaststellen van de moedertaal.
De eerste vereiste tot een nauwgezette uitvoering van artikel 20 der schoolwet, is de met de waarheid overeenkomende vaststelling der moeder- af omgangstaal van het kind. Als zulke geldt in het Vlaamse land de Vlaamse, in het Walenland de Franse en in het Duitse taalgebied de Duitse taal, indien het gezinshoofd hij het aangeven van een schoolplichtig geworden , niet in een bijzondere schriftelijke verklaring een andere taal als moeder- of omgangstaal aangeeft.
Onderzoek van de verklaring van het gezinshoofd. De afgelegde verklaring blijft geldig, zolang niet is gebleken, dat zij met de waarheid niet overeenkomt, d. i. dat het kind onbekwaam is, de lessen in de aangegeven taal met vrucht bij te wonen. De ondervinding heeft geleerd, dat de verklaringen van de gezinshoofden dikwijls aan een ernstig onderzoek moeten onderworpen worden. Zoo dient b. v. de veel verbreide mening bestreden, als zou de taal die in de bewaarschool gesproken wordt, noodzakelijkerwijze de moedertaal der kinderen zijn. Om nopens het onderzoek van de verklaring der gezinshoofden vollen waarborg te geven, moet het schoolhoofd, indien het zelf de taal, die voor de beslissing in aanmerking komt, niet of slechts onvolkomen machtig is, zich door twee onderwijzers doen bijstaan, die deze taal goed kennen. In dit geval moet het gemeentebestuur of het schoolbeheer de onderwijzers aanduiden, die met het schoolhoofd zullen deel uitmaken van de kommissie van onderzoek. De medewerking an onderwijzers ontslaat het schoolhoofd niet van de verantwoordelijkheid voor de nauwgezette uitvoering van het onderzoek.
Tot grondslagen voor dit onderzoek dienen: de afstamming van het kind, de door de ouders en de naaste omgeving van het kind gewoonlijk gebruikte taal en vooral de taalkennis van het kind zelf. Het beroep bij het schooltoezicht. In de gevallen voorzien onder artikel 3, 2de lid der Verordeningen, heeft het gezinshoofd het recht hij het schooltoezicht in beroep te gaan tegen de beslissing van het schoolhoofd. Ten einde met volle kennis van zaken een oordeel te kunnen vellen, zal de opziener zich naar de school begeven, om de verklaringen van het schoolhoofd te aanhoren en desnoods, ten overstaan van het schoolhoofd, den scholier opnieuw te ondervragen. De beslissing van den opziener moet op de verklaring (van het gezinshoofd) aangetekend worden.

II. Bepalen van de voertaal.
Bijzondere klassen voor de kinderen, die naar hun taal ingedeeld, de minderheid uitmaken. De moedertaal der meerderheid onder de leerlingen is de taal der school: in deze taal wordt het onderwijs in alle klassen en in alle vakken gegeven, zover niet voor een anderstalige minderheid onder de leerlingen een bijzondere klas is ingericht (artikel 6 lid 3 der Verordeningen). Dit geldt ook voor scholen en klassen, in welke kinderen, mits het betalen van schoolgeld, worden opgenomen. In geen geval is het geoorloofd, in de lagere klassen een andere taal als voertaal te gebruiken, dan in de hogere klassen, of zogezegde overgangsklassen met gemengde voertaal te laten voortbestaan. Voor een anderstalige minderheid mogen bijzondere klassen eerst dan ingericht worden, wanneer in enen jaargang ten minste 20 leerlingen zijn, wier moedertaal niet de voertaal der school is. Werd eenmaal zulke klas ingericht, zoo wogen de leerlingen ervan ook in latere jaargangen in een bijzondere klas verenigd blijven, zelfs dan, wanneer hun aantal beneden 20 valt. In deze klas moeten later binnenkomende kinderen van den zelfden jaargang met dezelfde moedertaal geplaatst worden.

III. Schooltoezicht.
Om het schooltoezicht in staat te stellen, de juistheid der verklaringen der gezinshoofden, de nauwgezetheid van het onderzoek der schoolhoofden, evenals de uitvoering der voorschriften op de voertaal doeltreffend na te gaan, moet het schoolhoofd het onder artikel 7 der Verordeningen voorgeschreven verslag aan den kantonnale schoolopziener binnen de veertig dagen na de heropening van het schooljaar indienen. De opziener moet in het begin van het schooljaar deze scholen bezoeken, in welke een aanzienlijk aantal leerlingen voorhanden is, wier moedertaal niet de voertaal der school is. Hij laat zich de verklaringen der gezinshoofden voorleggen: hij overtuigt zich door het aanhoren van het schoolhoofd en desnoods door het ondervragen van den leerling, of de verklaringen door het schoolhoofd nauwgezet getoetst werden. Hij stelt vast, of en in welken omvang voor de leerlingen, die naar hun taal ingedeeld, de minderheid uitmaken, bijzondere klassen werden of moeten worden ingericht; in het laatste geval doet hij onverwijld verslag aan den hoofdopziener, die zich met het gemeente- of schoolbeheer in betrekking stelt. Ook bij alle andere schoolbezoeken wijdt de opziener zijne aandacht aan deze punten en let verder op de bekwaamheid der onderwijzers op taalkundig gebied (artikel 11 der Verordeningen). Voor 1 November van elk jaar moet de hoofdopziener een naar gemeenten, schoolbeheren en scholen gerangschikt algemeen overzicht, waarin de op grond van artikel 7 der Verordeningen gedane opgaven samengevat zijn, bij het ministerie indienen. Dit zal hem een formulier voor de statistiek ter beschikking stellen. Tegelijkertijd moet de hoofdopziener de onderwijzers aanduiden, die aan de vereiste voorwaarde van artikel 11 niet voldoen, evenals de scholen, waarin een of ander punt van de voorschriften der verordeningen niet of op onnauwkeurige wijze ten uitvoer is gebracht.

IV. Verandering van school der kinderen.
De beslissing aangaande de moedertaal van een kind genomen, blijft geldig zoo lang dit kind een gemeenteschool, een aangenomen of aanneembare lagere school van hetzelfde taalgebied Verandert het kind van school (art. 5 der Verordeningen). dan geeft het schoolhoofd aan het gezinshoofd een bewijsschrift betreffend de taal, in dewelke het kind tot dan toe het onderwijs genoten heeft. Het hoofd der nieuwe school is verplicht bij het inschrijven van den scholier te verlangen, dat dit bewijsschrift hem voorgelegd worde. Is dit geschied, dan verzoekt hij het hoofd van de school, voorheen door het kind bezocht, hem de oorspronkelijke verklaring van het gezinshoofd te doen toekomen, en voegt dezelve bij het archief zijner school,

V. Eerbied voor de landstalen.
De leden van het onderwijzend personeel zijn al de landstalen eerbied verschuldigd. Het is hun streng verboden, zich bij het uitoefenen van het onderwijzersambt, met minachting over een der landstalen uit te laten.

VI. Overgangsbepalingen.
Om de nieuwe bepalingen voor beide eerste jaargangen van kracht te maken, moet de voertaal voor elke school onmiddellijk volgens de moedertaal der meerderheid onder de leerlingen bepaald worden; er dient tevens zorg voor gedragen, dat beide eerste jaargangen hun onderwijs uitsluitend in deze taal ontvangen. Komen er, naar aanleiding van dezen maatregel, verklaringen van gezinshoofden nopens de moedertaal hunner kinderen binnen, zo moeten deze verklaringen in den zin van artikel 3 der Verordeningen en hoofdstuk I dezer uitvoeringsvoorschriften behandeld worden; men zal ook onderzoeken of er reden bestaat, om bijzondere klassen voor een minderheid in taalopzicht (artikel 6 lid der Verordeningen) in te richten. Voor het sluiten van het huidige schooljaar, moet de kantonnale schoolopziener alle ter sprake komende scholen in ’t bijzonder bezoeken, om zich in den zin der betreffende bepalingen van hoofdstuk III dezer uitvoeringsvoorschriften ervan te overtuigen, dat voor beide eerste jaargangen de hiervoren aangeduide bepalingen regelmatig ten uitvoer zijn gebracht geworden. Komen twijfelachtige gevallen voor, dan moet hij den hoofdopziener daarover verslag doen. Voor het overige worden de Verordeningen met aanvang van het schooljaar 1916-1917 in hun geheel van kracht.
Brussel, den 17n Mei 1916.

door Raphael getekende rantsoenkaart (de originelen moesten immers binnengeleverd worden)