31 januari 1918 donderdag . Sint Niklaas

Geen Nieuws

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 29.01.1918 tot en met 01.02-1918: Geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 31-01-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 30-01-1918 geen verordeningen

Diksmuide generaal zicht op de Ijzer (gisteren iets fout gelopen bij publiceren)

Advertenties

30 januari 1918 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 29.01.1918 tot en met 01.02-1918: Geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 31-01-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 30-01-1918 geen verordeningen

No. 10. – 31. januari 1918.
Verordening ***
betreffende de aangifte en de inbeslagneming van telefoon-schakelborden in het gebied van het Generaal gouvernement in België.
1. Al de telefoon-schakelborden, met behulp waarvan ten minste 10 telefoonposten kunnen aangesloten worden, zijn aan te geven.
2. De aangifte moet ten laatste op 15 februari 1918, met opgave van soort en herkomst (Staats- of privaatinrichtingen) en aanduiding van het perceel {naar gemeente, straat en huisnummer) op hetwelk de telefooninrichting zich bevindt, schriftelijk gedaan zijn bij de „Kaiserlich Deutsche Post- und Telegraphenverwaltung in België” {Keizerlijk Duits Beheer van Posterijen en Telegrafen in België), Hertogstraat 4, te Brussel.
3. Tot de voorgeschreven aangifte zijn verplicht :

a) de eigenaar,
b) al wie de telefooninrichtingen in bewaring heeft (bezitter, beheerder),
c) al wie tot eigen baat of tot andermans baat gerechtigd is over de telefooninrichtingen te beschikken, Wanneer een hunner op regelmatige wijze aangifte doet, zijn de anderen van deze verplichting ontslagen.
4. De onder cijfer 1 bedoelde telefooninrichtingen worden hierbij in beslag genomen. Om het even welke beschikking daarover, hetzij door handel, verwerking, gebruik of vernieling, is verboden.
5. Wie de bepalingen van deze verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt gestraft met ten hoogste 2 jaar gevangenis en met ten hoogste 20 000 mark geldboete, of met een dezer straffen, zover een andere strafwet geen zwaarder straf voorziet. Bovendien is verbeuring in geval van nalatigheid toegelaten ; in geval van opzettelijke overtreding is zij geboden. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 18 januari 1918,
No. 10. – 31. januari 1918.
Verordening
over het heffen van de staatsbelastingen en van de provincietaxes in het arrondissement Nijvel. Aangezien het arrondissement Nijvel bij verordening van 13 April 1917 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 335 van 19 april 1911) opgehouden heeft deel uit te maken van de provincie Brabant en bij de provincie Henegouwen ingedeeld is, verorden ik het navolgende :
Art. I. § 1. Met ingang van 1 januari 1918 gaan, inzake het beheer der rechtstreekse belastingen, tolrechten en accijnzen voor het gebied van het arrondissement Nijvel, al de bevoegdheden en ambtswerkzaamheden van den Bestuurder der belastingen voor de provincie Brabant en van dezes ondergeschikte beambten over op den Bestuurder der belastingen voor de provincie Henegouwen, en op dezes ondergeschikte beambten.
§ 2. Al de ambtsverrichtingen en maatregelen van beheer, die op het arrondissement Nijvel betrekking hebben en door den Bestuurder der belastingen voor de provincie Brabant en dezes ondergeschikte beambten voor 1 januari 1918 getroffen zijn, blijven rechtsgeldig.
§ 3. Met ingang van 1 januari 1918, is de Bestuurder der belastingen voor de provincie Henegouwen uitsluitend en alleen bevoegd inzake de op het arrondissement Nijvel betrekking hebbende aangelegenheden van het beheer der rechtstreekse belastingen, tolrechten en accijnzen. Dit geldt evenzeer voor de eerst na bedoeld tijdstip vervallende zaken, als voor de reeds vroeger in behandeling genomen, nog hangende aangelegenheden, inzonderheid ook voor achterstallige aanslagen, alsmede voor de rechtspleging inzake bezwaarschriften en verhaal.
Art. II. § 1. De provincietaksen, die voor de provincie Henegouwen gelden, zowel de opcentiemen van de staatsbelastingen als de bijzondere taksen, worden in het arrondissement Nijvel eerst van af 1 januari 1918 gelieven. In het arrondissement Nijvel zijn voor het dienstjaar 1917 de provincietaksen der provincie Brabant nog geldig.
§ 2. De bestendige afvaardiging van de provincie Henegouwen is, met betrekking tot het arrondissement Nijvel, bevoegd te beslissen inzake het verhaal tegen den aanslag in de provinciale bijzondere taksen over het jaar 1917.
Brussel, den 19 januari 1918.
affiches uit de collectie KOKW

postkaart Dixmuide Dodengang

28 januari 1918 maandag Sint Niklaas

’t Vleesch kost reeds 13 fr: de kgr.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 29.01.1918 tot en met 01.02-1918. Geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 31-01-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 30-01-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

19180124 Verbod kappen struikgewas voor brandhout

27 januari 1918 zondag Sint Niklaas

Keizers verjaardag! Parademarch op de Groote Markt van 3000 Duitschers. Fakkeltocht, danspartijen, enz

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 29.01.1918 tot en met 01.02-1918 geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 31-01-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 30-01-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 9. – 27. januari 1918.
Beschikking.
Op grond van de wetten van 1 juni 1850, 15 juni 1881, 19 Mei 1914, van het koninklijk besluit van 24 december 1912 en van mijn verordening van 10 november 1917, beschik ik het navolgende :
Art. 1. Te Gent wordt een Rjks middelbare Meisjes-normaalschool met voorbereidende afdeling opgericht. In beide scholen is het Nederlands de voertaal van het onderwijs.
Art. 2. De Rijks middelbare Meisjesnormaalschool omvat drie afdelingen, te weten : een letterkundige afdeling, een wetenschappelijke afdeling en een afdeling voor Germaanse talen.
Art. 3. In de laagste klas van de voorbereidende afdeling worden bij het begin van het eerste schooljaar leerlingen aanvaard, die met goed gevolg het uitgangsexamen hebben doorstaan aan een Rijks of gemeentelijke middelbare school, of die met goed gevolg een toelatingsexamen hebben afgelegd over de leerstof van het leerplan der middelbare scholen. In de hoogste klas worden de leerlingen aanvaard, die met goed gevolg het examen hebben doorstaan over de leerstof van de laagste klas der voorbereidende afdeling. De examens worden afgenomen door een jury, samengesteld uit leden van het onderwijzend personeel ; de bestuurster der school neemt het voorzitterschap waar ; zij stelt tevens de jury samen en roept deze ook bijeen. De bestaande verordeningen zijn van toepassing op de examens die later zullen worden afgenomen.
Art. 4. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen wordt met de uitvoering van deze beschikking belast.

Brussel, den 10 november 1917.
No. 9. – 27. januari 1918.
Beschikking.
Art. 1. Op grond van de wetten van 1 juni 1850, 15 juni 1881 en 19 mei 1914, wordt te Gent een Rijks middelbare Meisjesschool met voorbereidende afdeling opgericht.
Art. 2. Bedoelde onderwijsinstelling is onmiddellijk na de afkondiging van deze beschikking te openen.
Art. 3. Het ministerie van Wetenschappen en Kunsten zal de vereiste maatregelen treffen, om de uitvoering te verzekeren van artikel 9 der wet van 15 juni 1881, ter zake van de verplichtingen der gemeente Gent.
Art. 4. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen wordt met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 10 november 1917,
No. 9. – 27. januari 1918.
Bekendmaking. ***
Met ingang van 1 februari 1918 zijn binnen het gebied van het Generaal Gouvernement tot inbeslagnemingen en tot het doen van de daartoe vereiste vaststellingen alleen gerechtigd, de houders van een bewijskaart van het hieronder- staande model, die op hun naam opgemaakt, met dienstzegel en dienststempel voorzien is en bovendien de opgave van den geldigheidsduur draagt. Elk misbruik van deze kaarten zal zwaar gestraft worden.
Brussel, den 8n januari 1918,

No. 9. – 27. januari 1918.

Beschikking. Onder opheffing van de beschikking van 3 April 1915 {Wet- en Verordeningsblad, hl. 417), bepaal ik op grond van artikel 2 der verordening van 3 februari 1915, betreffende wijziging der wet van 10 Vendémiaire van het jaar , over de verantwoordelijkheid der gemeenten voor diefstallen, plunderingen en gewelddaden, het navolgende :
De heer Dr. Paul Ehlers, Rechtsanwalt te Hamburg, wordt tot voorzitter benoemd van het overeenkomstig de hiervoren bedoelde verordening ingestelde scheidsgerecht. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen wordt met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 12n januari 1918.
No. 9. – 27. januari 1918.
Verordening houdende verlening van de rechtspersoonlijkheid aan de „Deutsche Schulverein” te Brussel.
Art. 1. Aan de Deutsche Schulverein” te Brussel worden de rechten van een rechtspersoon toegekend.
Art. 2, Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze verordening belast.
Brussel, den 17n januari 1918.

voorblad j’ai vu 17 02 1917

24 januari 1918 donderdag . Sint Niklaas

Rogge kost 2,00 fr: de kgr!

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 25.01.1918 tot en met 26.01-1918 geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 31-01-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 26-01-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

19180122 Verduistering na invallen duisternis

23 januari 1918 woensdag . Sint Niklaas

Geen nieuws

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 22.01.1918 tot en met 23.01-1918 geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 31-01-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC

affiches uit de collectie KOKW

verordening No. 8. 23. januari 1918.
Verordening. Overeenkomstig de verordening van 9 augustus 1917, over de ambtelijke taal in Vlaanderen; Overeenkomstig de verordening van 13 Juni 1917 {C. G. 111 3386), Wordt bepaald: Enig artikel. De getuigschriften en diploma*s, af te leveren door de Middenjury voor hoger onderwijs voor het Vlaams bestuursgebied aangesteld ter begeving van de wettelijke graden 1. van kandidaat en van doctor in de verschillende faculteiten {A, B, C, D) en II. van kandidaat-ingenieur en van ingenieur in technische vakken, zijn op te maken overeenkomstig de hiernavolgende modellen:
FORMULIEREN DER GETUIGSCHEIFTEN EN DIPLOMA’S.
A. FACULTEIT DER WIJSBEGEERTE EN LETTEREN.
1) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het kandidaat sexamen in de wijsbegeerte en letteren. Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. Wij, Voorzitter secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het eerste gedeeîte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren; Gezien de tvet van 10 Ajpril 1890, betreffende de begeving der wetteîijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora vereist hij artikeî 5 der wet van 10 April 1890, welke getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld hij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890 ter uitvoering van artikel 11 dier wet. {Desvoorkomend „ Aangezien de heer ,geboren te , houder is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, hij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd”). Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren [vermelden: „voorbereidend tot de rechtsgeleerdheid” of „voorbereidend tot het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren, groep ” (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890)] uitmaken. Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot de verdere examens vmg worden toegelaten, Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890 betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd.
Aldus gedaan te De Secretaris, , den, De Voorzitter, De Examinatoren, {Handtekening van den houder van het getuigschrift of diploma.) (Bekrachtigingsformulier) .
2) Diploma van kandidaat in de wijsbegeerte en le 1 1 er en.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te ,een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren [(vermelden: voorbereidend M de rechtsgeleerdheid” of voorbereidend tot het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren, groep. …” {groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890)] uitmaken: Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren, groep ” {groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1),
8) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het Doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en leiteren ; Gezien de wet van 10 April 1890 betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen)f geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren voorbereidend tot het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren groep (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum); Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) (en des voorkomend bijvoegen: „en in , door den examinandus gekozen vak”)y welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren groep …. (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de loet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1).

4)Diploma van doctor in de wijsbegeerte en letteren.
a) Afgeleverd na het afleggen van het examen in twee gedeelten.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wijf voorzitter secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden in het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren, groep {groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) {desvoorkomend bijvoegen: „en in , door den examinandus gekozen vak”), welke vakken het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren, groep …. {groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken; Aangezien hij een proefschrift over , weienschappelijk vraagstuk in verhand met voormelde groep, heeft ingediend en in het openbaar verdedigd; Aangezien hij een openbare les heeft gegeven over onderwerp door de Faculteit of commissie opgegeven {desvoorkomend weg te laten); Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van doctor in de wijsbegeerte en letteren. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1),
6)Afgeleverd na het afleggen van een enig examen.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het doctoraai examen in de wijsbegeerte en letteren; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen ), geboren te , een diploma heeft overgelegd, van kandidaat
in de wijsbegeerte en letteren, voorbereidend tot het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren, groep (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) afgeleverd den {datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum); Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) en in , door den examinandus gekozen vak, welke vakken het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren, groep (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken; Aangezien hij een proefschrift over , wetenschappelijk vraagstuk in verhand met voormelde groep, heeft ingediend en in het openhaar verdedigd; Aangezien hij een openbare les heeft gegeven over , onderwerp door de Faculteit of commissie opgegeven (desvoorkomend weg te laten); Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van doctor in de wijsbegeerte en letteren. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden -nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1).
B. FACULTEIT DER RECHTSGELEERDHEID.
5) Diploma van kandidaat in de rechtswetenschap. Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden,Vlaanderen. W , voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het kandidaatsexamen in de rechtswetenschap; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren voorbereidend tot de rechtsgeleerdheid, afgeleverd den (datum) door , en behoorlijk bekrachtigd den (datum); Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het kandidaatsexamen in de rechtsgeleerdheid uitmaken; Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van kandidaat in de rechtsgeleerdheid. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 7).
6) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap. Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. ij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de rechtswetenschap afgeleverd den (datum) door , en behoorlijk bekrachtigd den (datum); Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken; Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldu gedaan te , den,,,. [Handtekeningen : zie formulier ï).
7) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: [vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1).
8) Diploma van doctor in de rechtswetenschap.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het derde gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde van het examen) en den (datum) (waarde van het examen), het eerste en het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte de volgende vakken omvat {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) en het tweede de volgende {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde); Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het derde gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken;
Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van dokter in de rechtswetenschap. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier I),
9) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-notaris.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-notaris; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; % Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890 ter uitvoering van artikel 11 dier wet; {desvoorkomend: f, Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te houder is van een getuigschrift, waaruit hlijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd.”) Aangezien hij (waarde van het examen) het eerste gedeelte van het examen van kandidaat notaris heeft afgelegd hetwelk de volgende vakken omvat: wakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), alsook oplossingen van vraagstukken uit de praktijk en ontwerpen van notariële akten. {Vermelden: 1° de vakken waarover deze vraagstukken en ontwerpen notariële akten hebben gelopen, 2° of de akten in het Nederlands of in het Frans, in beide talen, of ook in het Duits werden opgesteld); Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1),
10) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het examen van kandidaat-notaris.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van h et tweede gedeelte van het examen van kandidaat-notaris; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den {datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), inbegrepen het oplossen van vraagstukken uit de praktijk en ontwerpen van notariële akten, welke vakken het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-notaris uitmaken; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde; vakken vermelden waarover de opgeloste vraagstukken uit de praktijk en ontworpen notariële akten hebben gelopen), alsook oplossingen van vraagstukken uit de praktijk en ontwerpen van notariële akten. (Vermelden: 1° de vakken waarover deze vraagstukken en ontworpen notariële akten hebben gehopen, 2° of de akten in het Nederlands of in het Frans, in beide talen, of ook in het Duits werden opgesteld, en desvoorkomend bijvoegen: „zoals bij het vorige gedeelte”), welke vakken het tweede gedeelte van het examen van kandidaat-notaris uitmaken; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) lot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1),
11) Diploma van kandidaat-notaris.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van liet der de gedeelte van het examen van kandidaat-notaris; Gezien de wet van 10 April 1890 betreffende de begeving van wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien deheer {naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit hlijkt dat hij respectievelijk den. . . . {datum) (waarde van het examen) en den (datum) (waarde van het examen) j het eerste en het tweede gedeelte van het examen van kandidaat-notaris heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte de volgende vakken omvat: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), en het tweede de volgende: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), en heide examens, het oplossen van vraagstukken uit de praktijk en ontwerpen van notariële akten; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde; de vakken vermelden waarover de opgeloste vraagstukken uit de praktijk en de ontworpen notariële akten hebben gelopen), alsook het oplossen van vraagstukken en het ontwerpen van notariële akten, {vermelden: 1° de vakken waarover deze vraagstukken en ontworpen notariële akten hebben gelopen; 2° of de akten in h et Nederlands of in het Frans, in beide talen, of ook in het Duits werden opgesteld, en desvoorkomend bijvoegen: „zoals hij de vorige gedeelten”), welke vakken het derde gedeelte van het examen van kandidaat-notaris uitmaken; Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van kandidaat-notaris, Ten oorkonde waarvan mj hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1).
12) Diploma van doktor in de rechtswetenschap en van kandidaat-notaris.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het derde gedeelte van het examen van doctor in de rechtswetenschap en van het examen van kandidaat-notaris (bijzonder examen) ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde van h et examen) en den {datum) (waarde van liet examen) het eerste en het tweede gedeelte van liet doctoraal examen in de rechtswetenschap heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte de volgende vakken omvat : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) en het tweede de volgende : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het derde gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken, en in de volgende vakken : {opsommen, in de door de wet aangeduide volgorde, de vakken van het examen van kandidaat-notaris, die geen deel uitmaken van het kandidaats of van het doctoraal examen in de rechtswetenschap) , welke vakken het bijzonder examen van kandidaat-notaris uitmaken, ingesteld hij artikel 16 der wet van 10 April 1890 ; Aangezien in dit bijzonder examen hij de vakken, onder nrs. 4 tot 9 van artikel 17 der wet van 10 April 1890 voorzien, waren hegrepen het oplossen van vraagstukken uit de praktijk en het ontwerpen van notariële akten, daartoe behorende ; Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) de graden van doctor in de rechtswetenschap en van kandidaat-notaris, Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1).
c. FACULTEIT DER WISKUNDE EN DER NATUURWETENSCHAPPEN.
13) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wis en natuurkunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wis en natuurkunde ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van middelbare studiën, vereist hij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld hij Koninklijk besluit van 14 Oktober 1890 ter uitvoering van artikel 11 dier wet {desvoorkomend : „ Aangezien de heer geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, hij artikel 12 der wet van 10 April 1890 vereist, met goed gevolg heeft afgelegd ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wis en natuurkunde uitmaken {desvoorkomend bijvoegen : „en hij een praktisch examen in de proefondervindelijke natuurkunde heeft afgelegd”) ; Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. dus gedaan te. , den {Handtekeningen : zie formulier 1),
14) Diploma van kandidaat in de wis en natuurkunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen {pf „het kandidaatsexamen”, in de wis en natuurkunde ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wis en natuurkunde uitmaken ; {voor het geval van een enig examen wordt deze overweging vervangen door de volgende : „Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te. . . ., houder is van een getuigschrift van middelbare studiën vereist bij artikel 5 der wet van 10 Afril 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld hij Koninklijk besluit van 14 Oktober 1890 ter uitvoering van artikel 11 dier wef\ of door de volgende : Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit hlijkt dat hij het voorbereidend examen, hij artikel 12 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd”) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen (of, volgens het geval: „het kandidaatsexamen”) in de wis en natuurkunde uitmaken ; (desvoorkomend bijvoegen : ,,en hij een praktisch examen in de proefondervindelijke natuurkunde heeft afgelegd”) ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de wis en natuurkunde. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de loet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1),
15) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wis en natuurkunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het gedeelte van het doctoraal examen in de wis en natuurkunde; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de wis en natuurkunde, afgeleverd den {datum) door en behoorlijk bekrachtigd den {datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wis en natuurkunde uitmaken; Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890 betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier i).
16) Diploma van doctor in de wisen natuurkunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. Wijf voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen {of het „doctoraal examen”) in de wis’ en natuurkunde. Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen, in de wis en natuurkunde uitmaken ; {voor het geval van een enig examen, wordt deze overweging door de volgende vervangen : ..Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een behoorlijk bekrachtigd diploma heeft overgelegd van kandidaat in de wis en natuurkunde, afgeleverd den (datum) door “) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), en verder een grondig examen {voor groep D mathematische sterrenkunde en aardmeetkunde) en voor groep E proefondervindelijke natuurkunde en mathematische natuurkunde) bijvoegen : „alsook een praktisch examen”) in de vakken van groep {groep aanduiden volgens artikel 19 van de wet van 10 April 1890), welke vakken het laatste gedeelte van liet doctoraal examen (of Jiet doctoraal examen”) in de wiS’ en natuurkunde uitmaken ; ofioel : „Aangezien de heer (waarde van het examen) een grondig examen (desvoorkomend bijvoegen, in geval van groep E en groep D : alsook eenpraktischexamen”) heeft afgelegd in de vakken van groep (groep aanduiden volgens artikel 19 van de wet van 10 April 1890), welke vakken het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de wisen natuurkunde uitmaken ;”) Aangezien hij een proefschrift over , wetenschappeîijk vraagstuk {of vraagstukken) tot voornoemde groep behoorende, heeft ingediend en in het openbaar verdedigd ; Aangezien hij twee openbare lessen heeft gegeven, de eene in de wiskunde over , de tweede in de proefondervindelijke natuurkunde over , ontwerpen door de Faculteit of commissie aangeduid. {Desvoorkomend deze overweging weglaten). Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornam n) den graad van doctor in de wisen natuurkunde, Ten oorkonde waarvan udj hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den {Handtekeningen: zie formulier 1),
17) Getuigschrift van het eerste gedeelte van hetcandidaatsexa men i n de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de geneeskundeofde artsenijbereidkunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der weitelijke graden. Vlaanderen. Wijy voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast m t het afnemen van het eerste gedeelie van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tût de artsenijbereidkunde ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld hij Koninklijk besluit van 14 Oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet ; [desvoorkomend wordt deze overweging door de volgende vervangen : ,, Aangezien de heer (naam envoornamen), geboren te , hoicder is van een getuigschrift, waaruit hlijkt dat hij het voorbereidend examen, hij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd” ;] Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsomm n in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijhereidkunde, uitmaken ; {desvoorkomend bijvoegen : „en hij een microscopische demonstratie heeft gehouden ;”) Aangezien hij ook examen heeft afgelegd over de hijgevoegde lessen, vereist hij artikel 20 der wet van 10 April 1890 ; Verklaren dat de heer tot de verdere examens mag worden toegelaten, Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1).
18) Diplomavan kandidaat in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de geneeskunde of de artsenijhereidkunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wette lijke graden. Vlaanderen. Wijy voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen {of „het kandidaatsexamen”) in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijhereidkunde ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving van wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs. Aangezien de heer {naani en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgeîegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuunvetenschappen voorbereidend tot het doctoraat in de natuunvetenschappen of tot de artsenijhereidkunde, uitmaken; [yoor het geval va7i een enig examen, wordt deze overweging vervangen door de volgende : „ Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, vereist hij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk tverd goedgekeurd door de jury ingesteld hij Koninklijk besluit van 14 Oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet ;” of door de volgende : „ Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit hlijkt dat hij het voorbereidend examen, hij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgeîegd” ;] Aangezien hij (waarde van het examen) examen
heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen {of ,Jiet kandidaatsexamen”) in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkundey uitmaken ; Aangezien hij eenpraktischexamen in de scheikunde heeft afgelegd en een microscopische demonstratie heeft gehouden ; Aangezien hij ook examen heeft afgelegd over de hijgevoegde lessen vereist hij artikel 20 der icet van 10 April 1890 ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de natuunvetenschappen. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Idus gedaan te , den (Handtekeningen
zie formulier 1).
19) Diploma van kandidaat in de natuurwetenschappen, vo o r b e r ei d e n d tot de geneeskunde (e en i g examen).
Middenjury voor hoger onderwijs tot begeving der wettelijke graden. Vlaanderen, Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door
de Regering helast met het afnemen van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, vereist hij artikel 5 der wet van 10 April 1890 y welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld hij Koninklijk besluit van 14 Oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet [desvoorkomend: ,, Aangezien de heer {naam. en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dut hij het voorbereidend examen, hij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd”;’} Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het kandidaatsexameri in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, uitmaken ; Aangezien hij eenpraktischexamen in de scheikunde heeft afgelegd en een microscopische demonstratie heeft geJiouden ; Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van kandidaat in de natuurwetenschapfen. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1).
20) G e t u i g s c h r i f t van het eerste gedeelte van het doctoraaLexamen in de natuurwetenschappen.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de natuurwetenschappen ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van candidaat in de, natuurwetenschappen voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijhereidkunde, afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij ( waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) van groep (groep aanduiden volgens artikel 21 der wet van 10 April 1890), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de natuunvetenschappen uitmaken ; (desvoorkomend bijvoegen : „en hij eenpraktischexamen heeft afgelegd in de vakken dezer groep”) ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldiis gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1). 21) Diploma van doctor indenatuurwetenschappen.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begemng van wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen (of : „het doctoraal examen”) in de natuurwetenschappen ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door , en waaruit hlijkt dathij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) van groep {g oep aanduiden volgens artikel 21 der wet van 10 April 1890), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de natuurwetenschappen uitmaken ; [voor het geval van een enig examen, wordt deze overweging door de volgende vervangen : „ Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het dodoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijhereidkunde, afgeleverd den {datum) door en behoorlijk bekrachtigd den {datumy ;] Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft af gelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) van groep (groep aanduiden volgens artikel 21 der wet van 10 April 1890), welke vakken het laatste gedeelte van het doctoraal examen (of „het doctoraal examen”) in de natuurwetenschappen uitmaken, en hij eenpraktischexamen in de vakken dezer groep heeft af gelegd ; Aangezien hij een proefschrift heeft ingediend over. . . . , vraagstuk {of vraagstukken) hehoorende tot de vakken van het examen ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van doctor in de natuurwetenschappen. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betref fende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1).
D. FACULTEIT DER GENEESKUNDE. 22) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de genees-,heelen verlosk u n d e.
Middenjury voor hoger ondenvijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het kandidaatsexanien in de genees-, heelen verloskunde ; Gezien de wet van 10 April 1890, betref fende de begeving der wettelijke graden en het ‘programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de natuurwetenschappen, afgeleverd den {datum) door en behoorUjk bekracJitigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakke7i : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de genees-, heelen verloskunde uitmaken ; (desvoorkomend bijvoegen : „en hij eenpraktischexamen heeft afgelegd, bestaande in gewone of macrpscopische en in microscopischs demonstraties”) ; Verklaren dat de heer [naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. AîdîiS ,gedaan te , den (Handteeke7iingen : zie formulier 1).
23) Diploma van kandidaat in de g e n e e s-, h e e 1en verloskunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met h et afnemen van h et tweede gedeelte van het kandidaatsexamen in de genees-, lieelen verloskunde Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving van wettelijke graden en het programvia der examens van hoger onderwijs ; Aangezien deheer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den {datum) door en waaruit hlijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd m de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de geneeskunde uitmaken, en hij eenpraktischexamen heeft afgelegd, hestaande in gewone of macroscopische en in microscopische demonsiraties ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgeîegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het laatste gedeelte van het kandidaatsexamen in de genees-, heelen verloskunde uitmaken, en hij eenpraktisch examen heeft afgeîegd, hestaande in gewone of macroscopische en in microscopische ontleedkundige demonstraties ; Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van kandidaat in de genees-, heelen verloskunde. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeîeverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formuîier 1),
24) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heelen verloskunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der weitelijke graden. Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heelen verloskunde; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de genees-, heelen verloskunde, afgeleverd den {datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heelen verloskunde uitmaken, en hij eenpraktisch examen heeft afgelegd, hestaande in microscopische demonstraties van pathologische ontleedkunde ; Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd, AldiLS gedaan te , den
{Handtekeningen : zie formulier 1),
25) Getuigschriftt van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heelen verloskunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden.
Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met Jiet afnemen van h et tweede gedeelte van h et doctoraal examen in de genees-, heelen verloskunde ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door , en waaruit hlijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heelen verloskunde uitmaken, en hij eenpraktischeocamen heeft afgelegd, hestaande in microscopische demonstraties van pathologische ontleedkunde ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel’ en verloskunde uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der icet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid < »’ romens, werden nageleefd. Aldv;S gedaan te , den (Handtekeningen : zie fornmlier 1),
26) D i p 1 o m a v a ii doctor in de geneesh e e 1en v e r 1 o sk u n d e.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wette lijke graden. Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het der de gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heelen verloskunde ; Gezien de wet van 10 April 1890, betref fende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , twee getuigscJiriften heeft overgelegd, afgeleverd door , en waaruit hlijkt dat hij respectievelijk den [datum) (waarde van het examen) en den {datum) (waarde van het examen) het eerste en het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heelen verloskunde heeft afgelegd, welke gedeelten omvatten, het eerste, de volgende vakken {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), alsook een practiscli examen hestaande in microscopische demonstraties van pathologische ontleedkunde, het tweede, de volgende : {vak-ken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Aangezien hij. . . . (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het derde gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, h.eelen verloskunde uitmaken, en liij daarenhoven tiuee practische examens heeft afgelegd, hestaande: het eerste in macroscopische demonstraties van pathologische ontleedkunde, het tweede in demonstraties van plaatsheschrij vende ontleedkunde ; Aangezien hij door getuigschriften {of : „door een getuigschrift, waarvan het emstig karakter wordt hevestigd door de geneeskundige commissie der provincie {jpromncie aanduidenY* of „door den algemeenen opziener van den gezondheidsdienst des legers”) heeft hewezen dat hij, gedurende ten minste twee jaar na het hekomen van den graad van kandidaat in de genees-, heelen verloskunde, met vlijt en goed gevolg, de geneeskundige, de heelkundige, de oogheelkundige en de verloskundige kliniek heeft bezocJit ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van doctor in de genees-, heelen verloskunde. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1).
27) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het apothekersexamen.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het eerste gedeelte van het apothekersexamen ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijhereidkunde, afgeleverd den (datum) door en behoorlijk hekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) het eerste gedeelte van het apothekersexamen heeft afgelegd, hetwelk de volgende vakken omvat : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der loet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1),
28) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het apothekersexamen.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het tweede gedeelte van het apothekersexamen ; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het apothekersexamen uitmaken ; Aangezien hij (waarde van het examen) het tweede gedeelte van het apothekersexamen heeft afgelegd, hetwelk omvat de volgende praktische examens : twee scheikundige bewerkingen, een algemene analyse, een toxicologisch onderzoek, een onderzoek van aard om de vervalsing van genees of levensmiddelen vast te stellen en een microscopisch onderzoek ; Aangezien hij een kwantitatieve bepaling omtrent de tweede of der de of vierde analytische bewerking heeft gedaan ; Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1).
29) Diplom a van apotheker.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen.
Wijf voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het derde gedeelte van het apothekersexamen ; Aangezien de heer {naam en voornamen) twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door , en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde van het examen) en den (datum) (waarde van het examen) het eerste en het tweede gedeelte van het apothekersexamen heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte omvat de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de het aangeduide volgorde), het tweede de volgende praktische examens : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Aangezien hij , (waarde van het examen) het derde gedeelte van het apothekersexamen heeft afgelegd, hetwelk de volgende vakken omvat : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), alsook een praktisch examen, bestaande in twee officinale en drie magistrale artsenijbereidingen ; Aangezien hij heeft bewezen door driemaandelijkse getuigschriften, behoorlijk gelegaliseerd en afgeleverd door een>en apotheker, die zijn ambt openhaar uitoefent (of : „doof een getuigschrift, afgeleverd door den algemenen opziener van den gezondheidsdienst des legers”) dat hij, na het afleggen van het tweede gedeelte van het apothekersexamen, een jaar proeftijd in een apothekerei heeft doorgebracht ; Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van apotheker. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, loerden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1).
E. TECHNISCHE VAKKEN. 30) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van kandidaat ingenieur.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving van wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg het voorbereidend examen heeft afgelegd, voorzien bij artikel 12 dezer wet; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur uitmaken; Aangezien hij grafische werken heeft uitgevoerd in verband met (vakken aanduiden); Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten; Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens,, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1).
31) Diploma van c a n d i d a a t-i n g en i e u r.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen, Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het tweede gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den , door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur uitmaken; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur uitmaken; Aangezien hij een praktisch examen heeft afgelegd in de algemene scheikunde en grafische werken heeft uitgevoerd in verband met (vakken aanduiden); Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van kandidaat-ingenieur. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1) .
32) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van burg e r lij k m ij n-i n g en i e u r.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het eerste gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur; Gezien de loet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma van kandidaat ingenieur heeft overgelegd, afgeleverd den door en behoorlijk bekrachtigd den ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) welke vakken h t eerste gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur uitmaken; Aangezien hij een praktisch examen heeft afgelegd in de analytische scheikunde en grafische werken heeft uitgevoerd in verhand met {vakken aanduiden); Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April , betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den (Handtekeningen
zie formulier 1).
33) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen.
Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den door. . . .,en waaruit blijkt dat hij …. (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur uitmaken; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur uitmaken; Aangezien hij een praktisch examen heeft afgelegd in de nijverheidsscheikunde en hij grafische werken heeft uitgevoerd in verhand met {vakken aanduiden); Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 april 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier).
34) Diploma van burgerlijk mijningenieur.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden, Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van het derde gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer {naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door , en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde van het examen) en den . . . (datum) (waarde van het examen), het eerste en het tweede gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte de volgende vakken omvat: (vakken opsommen), en het tweede de volgende: {vakken opsommen); Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het derde gedeelte van het examen van burgerlijk mijningenieur uitmaken, en hij grafische ¦ werken heeft uitgevoerd in verhand met (vakken aanduiden); Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van burgerlijk mijningenieur. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1).
35) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering helast met het afnemen van liet eerste gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke houwkunde; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma van kandidaat-ingenieur heeft overgelegd, afgeleverd den door en behoorlijk bekrachtigd den ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde uitmaken, en hij grafische werken heeft uitgevoerd in verband met (vakken aanduiden); Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens werden nageleefd. Aldus gedaan te , den (Handtekeningen : zie formulier 1),
36) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde.
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke houwkunde; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den door ,en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken {vakken opsommen), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke houwkunde uitmaken; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke houwkunde uitmaken, en hij grafische werken heeft uitgevoerd, in verband met {vakken aanduiden); Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , de (Handtekeningen : zie formulier 1).
37) Diploma van ingenieur van burgerlijke bouwkunde
Middenjury voor hoger onderwijs ter begeving der wettelijke graden. Vlaanderen. Wij, voorzitter, secretaris en leden der Middenjury door de Regering belast met liet afnemen van het derde gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke houwkunde; Gezien de wet van 10 April 1890, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van hoger onderwijs; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den. . . . (waarde van het examen) en den (waarde van het examen) het eerste en het tweede gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke houwkunde heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte de volgende vakken omvat: …. (vakken opsommen) en het tweede de volgende: (vakken opsommen); Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het derde gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke houwkunde uitmaken, en hij grafische werken heeft uitgevoerd in verhand met {vakken aanduiden); Hebben verleend en verlenen den heer {naam en voornamen) den graad van ingenieur van burgerlijke houwkunde; Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te , den {Handtekeningen : zie formulier 1). Brussel, den 14n Januari 1918.

 

affiche KOKW invoeren legitimatiekaarten