20 juli 1918 zaterdag. Sint Niklaas

 

Mr Van Lierde geeft zijn ontslag op ‘t stadhuis.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 29-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 69. 20. juli 1918.
Verordening houdende wijziging van het koninklijk besluit van 15 juni 1897, betreffende de inrichting der provinciale gouvernementen, alsmede van het koninklijk besluit van 16 juni 1897, betreffende de inrichting der arrondissementskommissariaten.
Art. 1. Voor de benoeming der ambtenaren en beambten van bureeloverste af naar beneden, kan voorshands worden afgeweken van de bepalingen onder Artikel 8, lid 2 en 3 van het koninklijk besluit van 15 juni 1897 betreffende de inrichting der provinciale gouvernementen, in de bewoording der koninklijke besluiten van 10 Augustus 1911 en van 11 Mei 1912, alsmede van de voorwaarden gesteld in Artikel 7, lid 1 en 2, van het koninklijk besluit van 16 juni 1897, betreffende de inrichting der arrondissementskommissariaten, in de bewoording van het koninklijk besluit van 10 Augustus 1911.
Art. 2. De „Verwaltungschef {Hoofd van het burgerlijk bestuur) is gemachtigd, uitvoeringsbepalingen uit te vaardigen. Grosses Hauptquartier, den 24 juni 1918.
No. 69. 20. juli 1918.
Verordening betreffende het aangaan van leningen door de stad Gent Op grond van de door den burgemeester der stad Gent, na raadpleging der schepenen, genomen besluiten i. van 29 April 1918, betreffende het aangaan eener lening van 15 miljoen frank, ter bestrijding van inkwartieringsonkosten, door uitgifte van 30.000 kasbons 4 % van 500 frank, terugbetaalbaar op 1 juni 1924, 2. van 5 Met 1918, betreffend de uitgifte van 313.600 kasbons van 5 frank, terugbetaalbaar op 1 januari 1920, ter betaling der lopende uitgaven en voor inkwartieringsonkosten, wordt het gemeentebestuur der stad Gent hierbij gemachtigd bedoelde leningen aan te gaan,
Brussel , den 20 juni 1918.
No. 69. 20. juli 1918.
Verordening houdende verlenging van een lening der stad Gent. De gemeenteraad der stad Gent heeft den 7 mei 1917 besloten, hij de Maatschappij van het Gemeentekrediet, voor den duur van den oorlog, een lening aan te gaan van een miljoen frank per maand en, den 24 september 1917, het maandelijks bedrag dier lening te verhogen op anderhalf miljoen. Bij mijn besluiten C. FI. V 4394 van 7 juli 1916 en C. FI. V 2655 van 11 April 1918, heb ik bedoelde lening voor een termijn gaande tot 30 juni 1918 goedgekeurd. Hierbij wordt de goedkeuring tot het aangaan van een maandelijkse lening van anderhalf miljoen frank verlengd voor een termijn gaande tot 30 juni 1919.
Brussel , den 20 juni 1918.
No. 69. 20. juli 1918.
Beschikking. art, 1. De hierna vermelde personen zijn benoemd tot leden van de jury die dit jaar belast is met het afnemen van het examen van leraar en van lerares in de gymnastiek hij het middelbaar en middelhaar normaal onderwijs : Verbeke Robrecht, opziener van het onderwijs in de gymnastiek bij de inrichtingen van middelbaar onderwijs {voorzitter) ; Bezio, leraar aan het koninklijk Atheneum te
Antwerpen {sekretaris) ; Dr. Seuntjes, te Brussel ; Melemans, leeraar aan de Rijks lagere Jongensnormaalschool te Lier ; Van Breedam, lerares aan de Rijkslagere Meisjesnormaalschool te Laken.
Art. 2. De Verwaltungschef {Hoofd van het burgerlijk bestuur) is gemachtigd, afwezige leden te doen vervangen. De voorzitter van de jury moet de leden van de jury en de kandidaten oproepen.
art, 3, De Verwaltungschef voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel , den 29 juni 1918.
No. 69.-20. juli 1918.

*Beschikking. Ari, 1. De hierna vermelde personen zijn benoemd tot leden van de jury, die dit jaar beiast is met het afnemen van hei examen van leraar en van lerares in de lichamelijke opvoeding hij het middelbaar onderwijs : Voorzitter : Verbeke, Robrecht, opziener van het middelhaar onderwijs. Leden : Dr. Douss, docent aan de Universiteit te Gent ; Robeius Julius leraar aan het koninklijk Atheneum te Gent ; Verdonck, M., leraar aan de Rijks middelbare Normaalschool te Gent ; Van Driessche, leraar aan de Rijks middelbare Jongensschool te Ronse.
Art. 2. De „Verwaltungschef {Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is gemachtigd, afwezige leden te doen vervangen.
Art. 3. De jury duidt onder haar leden een sekretairis aan.
Art. 4. De voorzitter van de jury moet de leden van de jury en de kandidaten oproepen.
Art. 5. De Verwaltungschef voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze Beschikking belast,
Brussel den 6 juli 1918.
No. 69. 20. juli 1918.

Verordening houdende oprichting van een Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht in Vlaanderen. Onder inwerkingstelling van Artikelen 7 en 46 der verordening van 14 Maart 1918, betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen {Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, Nr. 38, hl. 371), verorden ik het navolgende :
Art. 1. Bij het ministerie van Nijverheid en Arbeid wordt een Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht opgericht. De Hogere Raad verricht de werkzaamheden, die hem door wetten en besluiten opgelegd worden {zie inzonderheid Artikel 9, lid 5, Artikel 15, lid 2, Artikel 27, lid cijfer 4, Artikelen 28 en 30 der Verordening van 14 maart 1918). Hij oefent voor het overige slechts een raadgevende werking uit in zover geen andere voorschriften getroffen worden. De Hogere Raad wordt door de regering geraadpleegd over aangelegenheden van algemeen belang inzake sociale verzekering, namelijk bij de voorbereiding en de ten uitvoer inbrengen der wetten en besluiten betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom. Hij kan eveneens aan de regering wijzigingen of aanmeldingen der wetten en besluiten beide en de de sociale verzekering voorstellen,
art, 2, De Hogere Raad is samengesteld uit 13 leden. De aangenomen verzekeringsinstellingen en de gewestelijke kassen van vooruitzicht wijzen daarvan, telkens voor den duur van zes jaar, zeven leden aan ; de regering benoemt de anderen; onder deze laatsten moet ten minste een actuaris een geneesheer en een apotheker zijn. De regering benoemt voorlopig al de leden van den Hogere Raad, totdat de eerste verkiezingen hebben plaats gehad ( Artikel 46 van de Verordening van 14 maart 1918). Bij deze benoeming wordt bepaald, wie na deze verkiezingen zal aftreden.
Art. 3. De Hogere Raad heeft een voorzitter en een bestendigen verslaggever. Zij worden door de regering onder de leden voor den duur van zes jaar benoemd. De voorschriften betreffende de gedeeltelijke vernieuwing van de leden (artikel 5) zijn niet toepasselijk op den voorzitter en den bestendigen verslaggever. De Hogere Raad verkiest uit zijn midden een ondervoorzitter. Het ministerie van Nijverheid en Arbeid kan aan den Hogere Raad secretarissen toevoegen ; zij zijn geen leden van den Hogere Raad,
Art. 4. De verkiezingen voor den Hogere Raad zijn geheim, Zij worden gehouden volgens een door den Hogere Raad op te maken verkiezingsreglement, het welk aan de goedkeuring onderworpen is van het ministerie van Nijverheid en Arbeid, dat tevens voor de ambtelijke bekendmaking er van te zorgen heeft voor de verkozenen is het vereist aantal plaatsvervangers te verkiezen.
Art. 5. Alle drie jaar wordt tot een gedeeltelijke vernieuwing van den Hogere Raad overgegaan. Na het verstrijken van de drie eerste jaren treedt de helft of, in de gegeven omstandigheden, de kleinste groep der gekozen en benoemde leden af ; drie jaar later de andere leden, en zo voort. De volgorde waarin de leden aftreden wordt de eerste maal door het lot aangeduid. De aftredende leden blijven hun ambt waarnemen, totdat hun opvolgers hun ambt aanvaard hebben. Aftredende leden kunnen herkozen of herbenoemd worden.
Art. 6. De voorzitter stelt de dagorde der zittingen vast Hij opent, leidt en sluit de besprekingen. Is hij verhinderd, dan wordt hij door den ondervoorzitter of, zo ook deze verhinderd is, door den oudste van de ter zitting aanwezige leden vervangen.
Art. 7, De bestendige verslaggever voert de lopende zaken en bewaart de akten. Hij geeft in de zittingen verslag over de punten die op de dagorde staan en stelt over elke zitting een geschreven verslag op, dat aan de goedkeuring van den voorzitter moet onderworpen worden en aan het ministerie van Nijverheid en Arbeid over te leggen is.
Art. 8. De Hogere Raad houdt eenmaal per jaaar, in den regel gedurende de maand mei, zijn gewone zitting. Hij kan te allen tijde door de regering of door den voorzitter tot een buitengewone zitting opgeroepen worden.
Art. 9. Afgezien van spoedeisende gevallen, moet de dagorde ten minste veertien dagen voor de zitting aan de leden worden medegedeeld. Zij moet terzelfder tijd aan het ministerie van Nijverheid en Arbeid overgelegd worden. Zo nodig kunnen er afschriften der bescheiden, die tot grondslag zullen dienen bij de besprekingen, worden bijgevoegd.
Art. 10. De Hogere Raad is bevoegd geldige besluiten te nemen wanneer ten minste zeven leden aanwezig zijn. De besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen van de ter zitting aanwezige leden. Staking van stemmen geldt als verwerping van het voorstel. Indien geteld minder dan zeven leden aanwezig zijn, wordt de zitting verdaagd. De niet opgekomen leden worden alsdan nogmaals uitgenodigd. Bij de nieuwe beraadslaging wordt over de vroegere dagorde gestemd en een geldig besluit genomen, onverschillig hoeveel leden er aanwezig zijn.
Art. 11. Er wordt een raadgevende commissie van vijf leden samengesteld, om de bij den Hogere Raad in te dienen overeenkomsten van de verzekeraars met geneesheren en apothekers ( Artikel 7, lid 5, van de Verordening van 14 maart 1918) te onderzoeken. De bestendige verslaggever, alsook een geneesheer en een apotheker, beide laatsten door de regering benoemd ( Artikel 2, lid 1, dezer *Verordening), maken deel uit van de raadgevende commissie. De twee overige leden worden door den Hogere Raad uit zijn midden verkozen. De leden der commissie duiden een voorzitter aan. De commissie staat door bemiddeling van den bestendigen verslaggever rechtstreeks in verbinding met de verzekerden en hun bonden, alsook net de geneesheren, apothekers en hun beroepsverenigingen. De commissie kan tussen de verzekerden en de geneesheren en apothekers gerezen geschillen door een scheidsrechterlijke uitspraak beslechten, wanneer zij daartoe door de partijen wordt uitgenodigd.
Art. 12. In zover de standregelen van de verzekerden of van hun bonden voor de beslechting der geschillen betreffende de verzekeringsbijdragen geen scheidsrechterlijke rechtspleging voorzien, beslist de Hogere Raad als scheidsgerecht binnen de perken zijner bevoegdheid ( Artikel 30 van de verordening van 14 maart 1918) en regels van de daarbij te volgen rechtspleging. De beslissing kan worden opgedragen aan een uitpraakkommissie, bestaande uit drie leden. In zover de Hogere Raad in deze gevallen niet zelf beslist, zorgt hij ervoor, binnen de perken zijner bevoegdheid, dat de scheidsrechterlijke rechtspleging doorgevoerd en, dat de aan den rechthebbende toegekende schadevergoeding uitbetaald wordt.
Art. 13. De regering kan naar de zittingen van den Hogere Raad een of meer vertegenwoordigers afvaardigen, die, wanneer zij den wens daartoe te kennen geven, steeds moeten worden gehoord. De Hogere Raad kan een dergelijke afvaardiging aanvragen. Hij kan ook andere personen, inzonderheid vertegenwoordigers der verzekerden of hunner bonden, alsook andere belanghebbenden, tot zijn besprekingen ontbieden en rechtstreeks horen.
Art. 14. De Hogere Raad kan nadere bepalingen uitvaardigen nopens den gang zijner werkzaamheden.
Art. 15. Aan de leden van den Hogere Raad, de secretarissen en de in Artikel 13 bedoelde personen, worden vergoedingen voor reis en verblijfkosten, alsook zitpenningen toegekend. Bovendien worden de bestendige verslaggever en de secretarissen voor hun werkzaamheden vergoed. Het bedrag dier vergoedingen en zitpenningen wordt door de regering bepaald.
Art. 16. De kosten van den Hogere Raad vallen ten laste van den Staat. Zij worden geboekt op Artikel 27a der begroting van het ministerie van Nijverheid en Arbeid.
Art. 17. Het ministerie van Nijverheid en Arbeid en het ministerie van Financiën zijn met de uitvoering dezer
Verordening belast.
Brussel , den 4 juli 1918.

affiches uit de collectie KOKW

19180719 Verwerken van fruit

Advertenties

19 juli 1918 vrijdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 17 07 1918 tot en met 19 07 1918 geen nieuws
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 29-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC

verordeningen
No. 68. 17. juli 1918
Uitvoeringsbepalingen tot de verordening van 4 Juli 1918 betreffende de „Erntekommissionen*’ (Oogstkommissies).
L Vaststelling van den voorraad broodkoren.
1. De ..Provizial-Erntekommissionen’* (Pr.-fi.-K.) {provinciale Oogstkommissies) stellen vast, hoeveel broodkoren {naar soorten ingedeeld) bij elke landbouwer en in elke gemeente aanwezig is,
2, De zentral-Ernte-Kommission** (Z.-E.-E.) {centrale Oogstkommissie) stelt op grond van de haar door de Pr.-E.K, of elke provincie aangegeven etappe en op grond van een door mij bevolen opneming van den oogst, de in het ganse gebied van het Generaal Gouvernement aanwezige hoeveelheid broodkoren vast.
3. Het Nationaal Hulpen Voedingskomiteit {N. K.} mag kennis nemen van de ingezamelde gegevens.
II. Aankoop van het in beslag genomen broodkoren,
1. De prijs per 100 kg. inlands broodkoren mag hij den verkoop door den verbouwer voor tarwe 48 frank spelt 39 „ rogge. 43 masteluin 47 „ niet overtreffen.
Het koren moet van goede hoedanigheid en droog zijn, Voldoet het niet aan deze voorwaarden, zo moet de prijs verlaagd worden. Kan men het niet eens worden, dan beslist het Centraal Oogstkantoor {Bureau central des Recoltes) te Brussel. De hoogste prijzen gelden voor leveringen zonder zak. De verbouwer moet het koren op den spoorwagen op het dichtst hij zijn boerderij gelegen station, of in de naaste opslagplaats van het N, K. leveren.
2. leder landhouwer is er persoonlijk voor verantwoordelijk, dat de hij hem ingeoogste hoeveelheid broodkoren, met afhouding van de tot eigen verbruik en als zaaikoren vrijverklaarde hoeveelheden, op de door de bevoegde Pr.-E.-K. bepaalde termijnen, aan het N. K, afgeleverd wordt. Behalve den belanghebbenden landhouwer, zijn al de andere landhouwers, die de gemeente bewonen, alsook de gemeente zelf mede verantwoordelijk. Ingeval de maatregelen, welke de Pr.-E.-K. geschikt achten om het koren op te eisen, tot geen uitslag leiden, zijn de voorzitters van de Pr.-E.-K. gerechtigd : voor dk ontbrekend kilogram broodkoren van bestuurswege een bedrag tot 10 mark in te vorderen ten laste van den oorspronkelijk in gebreke gebleven zijnde landbouwer, of ten laste van de met hem verantwoordelijk zijnde personen of van de gemeente, den betrokken landbouwer, of verschillende of al de landhouwers, die in de gemeente wonen, het recht te onttrekken om in het eigen verbruik te voorzien en ze voor hun voeding naar het N, K» te verwijzen. De ten gevolge daarvan vrij gekomen hoeveelheden broodkoren zijn door de Pr.-E.-K. tegen den hoogsten prijs op te eisen.
c) de hoeveelheden broodkoren, die binnen een door den voorzitter van de Pr.-E.-K, bepaalden termijn niet geleverd worden, zonder betaling verbeurd te verklaren. De bepalingen van § 9 der Verordening houdende inbeslagneming van broodkoren, zijn toepasselijk op de naar hand van vorenstaande bepalingen verbeurdverklaarde voorraden of ingevorderde geldsommen,
3. Het N. K, is verplicht van het koren, dat niet voor zaaikoren of tot eigen verbruik vrijverklaard is, binnen de door de voorzitters van de Pr.-E.-K, vastgestelde termijnen op te kopen. Het moet het aangekocht koren naar de opslagplaatsen en molens voeren en het aldaar opstapelen. Het N. K. moet het koren volgens de door mij, op voorstel van de Z.-E.-K. bepaalde maalgraden, laten malen, Het moet het koren in de opslagplaatsen voor bederf bewaren. Het koren moet zo bewaard worden, dat de stapels te allen tijde aan een onderzoek kunnen onderworpen worden,
4, De inbeslagneming blijft ook ten aanzien van hei N. K, van kracht, Het N. K, is niet gerechtigd over het broodkoren of over het meel te beschikken, alvorens het door de Pf,-E,-K, vrijverklaard is. De voorzitter van de Pr,-E,-K, is gerechtigd, met het oog op het toezicht over de opneming en ter uitvoering van den opkoop al de vereiste schikkingen te treffen.
III. Vrijverklaring van de inbeslagneming.
1, De vrijverklaring van de inbeslagneming geschiedt door de Pr.-E.-K.
2. De vrijverklaring van het zaaikoren en van het koren voor eigen verbruik, geschiedt onder de volgende voorwaarden :
a) Op grond van de opneming der akkervlakten in het jaar 1918 zal, ten voordele van de landhouwers, van elke soort koren per hektaar als zaaikoren worden vrijverklaard : rogge 175 kg. wintertarwe 190 „ zomertarwe 200 „ spelt • 250 „ masteluin 185 „ Ingeval de akkervlakte van het aanstaande jaar of de verdeling er van ten opzichte van het voor gaande jaar een wijziging ondergaat, moet de betreffende landbouwer daarvan, ten laatste op 1 november een door zijn burgemeester gewaarmerkte aangifte aan de bevoegde Pr.-E.-K. doen geworden. Deze is bevoegd, de hoeveelheid vrij te verklaren zaaigoed in overeenstemming te brengen met de voorgestelde wijziging. De Pr.-E.-K. zullen te dien opzichte nadere bepalingen treffen. Indien een landhouwer, ter verbetering van zijn zaaikoren, beter zaaigoed wenst aan te schaffen, moet hij, door bemiddeling van den burgemeester zijner gemeente, ten laatste op 1 november 1918, een desbetreffende aanvraag bij de bevoegde Pr.-E.-K. indienen. Verleent deze laatste haar toestemming, dan kan de landhouwer het verlangd zaaigoed bekomen van de voor het N. K. vrijverklaarde hoeveelheden koren, en wel tegen een prijs, die met den alsdan vastgestelde hoogsten prijs uit opslagplaats of molen kan gelijk staan. De landbouwer moet de hoeveelheden broodkoren van eigen voortbrengst, die hij ten gevolge van het bijkopen van zaaikoren in zijn bedrijf over heeft, aan het N, K. afleveren. De Pr.-E.-K. zal den Landbouwer laten weten in hoever hij, ten gevolge van den aankoop van zaaikoren, meer te leveren heeft aan de opkopers van het N. K.
b) De ondernemers van landbouwbedrijven met een gezamenlijke akkervlakte van ten minste 1 hektaar, mogen uit hun voorraden voor de voeding der personen van hun bedrijf, het personeel inbegrepen, per hoofd en per nuland 10 kg. tarwe, rogge en masteluin of 13,5 kg. spelt gebruiken. De nodige hoeveelheid voor heel het jaar blijft bij de bewaarnemers in bewaring. Bij de toewijzing van broodkoren voor eigen verbruik van den verbouwer moet in de eerste plaats spelt, dan masteluin en ten slotte tarwe worden vrijverklaard, en wel in de hier aangeduide volgorde. De vrijverklaring van broodkoren voor het eigen verbruik van den verbouwer zal, behoudens afwijkende bepaling, op 15 van elke volgende maand in dezelfde hoeveelheden en op gelijke wijze  geschieden, zoals de Pr.’E.-K, of de eerste maal voor den tijd van 15 September tot 15 oktober 1918 zullen bepalen. De ondernemers van landbouwbedrijven met een gezamenlijke akkervlakte van minder dan 1 hektaar, mogen de in hun bedrijf verbouwde hoeveelheden broodkoren uitsluitend voor hun eigen verbruik bezigen, maar niet verkopen. De Pt.’E.’K,, die met het toezicht over het gebruik van den oogst dezer landbouwers belast zijn, zullen te dien opzichte nadere bepalingen treffen, dit geldt eveneens voor de regeling van het arenlezen en de behandeling van de daaruit genomen voorraden, Wanneer het aan der in aanmerking komende personen, notas het werd vastgesteld op den grondslag van de uitkomsten der bij Verordening van 20 April 1918 Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, hl. 419/20) bevolen opneming, in den loop van het jaar vermindert, mag ook slechts een naar verhouding kleinere hoeveelheid koren worden verbruikt
Dergelijke wijzigingen moeten binnen een week ter kennis worden gebracht van den burgemeester der gemeente. Deze moet de mededeling onverwijld overmaken aan de Pr.-E.-K., die alsdan de voor het eigen verbruik van den landbouwer vrijverklaarde hoeveelheid doet wijzigen en voor het invorderen van het overschot zorgt.
c) De Pr.-E.-K. zullen aan elken landbouwer, die meer dan 1 hektaar akkervlakte bebouwt, afzonderlijk mededelen hoeveel koren hij als zaaigoed en voor eigen verbruik mag overhouden. Al het broodkoren, dat de landbouwer in zijn bedrijf meer verbouwt, dan hem als zaaigoed en voor eigen verbruik werd vrijverklaard, moet hij aan het Nationaal Hulpen Voedingskomiteit verkopen.
3. Voor het overige stelt de Z.-E.-K., in overeenstemming met het N. K., maandelijks de hoeveelheid koren of meel vast, die in elke provincie voor het verbruik vrij te verklaren is.
4. De Pr.-E.-K. verlenen het N. K. machtiging, om over de in de provincie vrijverklaarde hoeveelheden broodkoren te beschikken. Het N. K. moet kunnen bewijzen, uit welke stapels het de vrijverklaarde hoeveelheden afhaalt.
IV. Verkoopprijzen.
1. Ik bepaal elke maand, op voorstel van de Z.-E.-K., de door het N. K. te berekenen verkoopprijzen voor gedorst broodkoren, meel, zemelen en brood.
2. De Z.-E.-K. neemt den aankoopprijs van het inlands koren, alsmede den prijs van het ingevoerd koren, dien het N. K. haar onder overlegging van bewijsstukken moet mededelen tot grondslag voor de door haar voorgestelde verkoopprijzen waarbij een bij overeenkomst te bepalen toeslag toegelaten is. De overeen te komen toeslag is bestemd om een risicofonds samen te stellen. De Z.-E.-K. stelt het hoogste bedrag vast, waaruit dit fonds mag bestaan. Bereikt het fonds een hoger dan het vastgesteld bedrag, dan moet het overschot gebruikt worden om in den eerstvolgende termijn den broodprijs ie verminderen.
3. Het N. K. is verplicht de aankoopprijzen, onder overgave van de bewijsstukken in de te delen.
V. Bepalingen betreffende het toezicht.
1, De burgemeesters zijn er voor verantwoordelijk, dat op het gebied van hun gemeenten niet in strijd met de inbeslagneming gehandeld wordt.
2, De Pr.-E. K. laten door geschikte personen nagaan, of niet onbevoegd over het in beslag genomen koren beschikt wordt en of alleen de vrijverklaarde hoeveelheden aan de verbruikers ten goede komen. De personen, die daarmede belast zijn, moeten hun opdracht door een getuigschrift van den voorzitter der Pr.-E.-K. kunnen bewijzen ; zij hebben te allen tijde toegang tot alle opslagplaatsen, zolders en molens, om zich van den omvang en den toestand der voorraden, alsook van de manier waarop deze bewaard worden, te komen overtuigen.
3, Het N. K. moet boekhouden over den aankoop, den afzet en de berging van de aan gekochte hoeveelheden koren, evenals over het malen en over de voorraden meel en zemelen. De boeken moeten nauwkeurige gegevens bevatten over al wat er binnenkomt en uitgaat en te allen tijde een klaar overzicht geven over de in de verschillende omschrijvingen aanwezige voorraden en over de wijzigingen die daaraan werden toegebracht
4. Op dezelfde wijze moet worden boekgehouden over de gezamenlijke uitgaven, welke door aankoop, afzet, bergen, malen en verdelen of door andere oorzaken ontstaan. De boeken moeten ook doorlopend de ontvangsten, voortkomend van den verkoop van gedorst broodkoren, van meel, zemelen of door andere oorzaken ontstaan, bevatten.
5. Over de aangekochte en aan de opslagplaatsen, molens, enz. voortgeleverde hoeveelheden koren moeten bijzondere lijsten opgemaakt worden, die de soort, het gewicht, den eenheidsprijs en het betaald bedrag dienen te vermelden. Van deze lijsten moet een afschrift aan de verkopers en een aan de Pr.-E.-K. afgeleverd worden.
6. Het N. K. moet verder den 15 en den laatsten van elke maand verzamelstaten over al de binnen de betreffende provincie aangekochte en aan de opslagplaatsen, molens, enz. geleverde hoeveelheden koren, volgens gemeenteomschrijvingen gerangschikt, in twee exemplaren bij de Pr.E.-K. inleveren. De bergplaatsen moeten daarop aangeduid staan. De Pr.-E.-K. moet nagaan, of de verzamelstaten met de lijsten [zie nummer 5) overeenkomen. De Pr.-E.-K. levert een afschrift van de verzamelstaten aan de Z.-E.-K., die deze staten in daartoe bestemde boeken zal inschrijven.
7. De Z.-E.-K. bepaalt, in overeenstemming met het N. K., de hij het boekhouden in acht te nemen grondslagen, evenals de bijzonderheden over vorm en inhoud van de met het oog op het toezicht dienende lijsten en staten. Zij neemt in elk afzonderlijk geval de vereiste maatregelen voor de uitvoering van de gezamenlijke toezichtswerkzaamheden.
8. Het N. K. is verplicht, te allen tijde de over den aankoop, den afzet en de berging gehouden boeken en lijsten, evenals de over de ontvangsten en uitgaven gehouden boeken te laten inzien en de juistheid er van te laten onderzoeken. De Z.-E.-K. is met het toezicht belast.
VI. Overschotten. De overschotten, die het N, K. bij den aan en verkoop van broodkoren overhoudt, en die hij het beëindigen van den oorlog nog voorhanden zijn, moeten ter beschikking van de bestendige afvaardigingen gesteld worden, naar verhouding van de in elke provincie voor het verbruik vrijverklaarde hoeveelheden broodkoren of meel {nr, III, 3) ; deze overschotten zijn voor menslievende doeleinden binnen de provincies te gebruiken.
VII. Slotbepaling. De beheerkosten van de Z.-E -K. en van de Pr.-E.-K, worden beschouwd als staatsuitgaven.
Brussel, den 4 juli 1918,
No. 68. 17. juli 1918.

Verordening –uithangen
betreffende het bereiden van meel en het vervoeren van broodkoren.
§ 1. Het bereiden van meel en het uitbuilen van het meel mag alleen geschieden in molens, die tot hoofdbedrijf dienen en die een maalverlof van de „Provinzial-Ernte-Kommission provinciale Oogstkommissie) verkregen hebben. Het maalverlof is herroepelijk en kan aan voorwaarden verbonden worden. Maaltoestellen die, volgens aard en omvang, als bijbedrijf dienen van een andere nijverheid, mogen mits goedkeuring van de bevoegde ,,Provinzial-Ernte-Kommission” in gang gehouden worden.
§ 2. Het is verboden, om het even welke handmolens en toestellen, die voor het malen van koren geschikt en tot het uitoefenen van een huis of bijbedrijf bestemd zijn, te vervaardigen, aan te bieden, te koop te stellen en te verkopen, te kopen of anderszins te verwerven.
§ 3. De maalgraad, zowel voor het inlands als voor het ingevoerd koren, blijft tot nader bericht op ten minste 97 % vastgesteld. Deze maalgraad is zo te verstaan, dat al het broodkoren, met de zemelen, geheel moet worden uitgemalen. De vastgestelde maalgraad geldt eveneens voor het koren, dat voor de voeding van de verbouwers zelf dient. De molens, die de toelating hebben om broodkoren te malen, zijn verantwoordelijk voor het nakomen van bovenstaand voorschrift betreffende den maalgraad. De voorgeschreven vaststelling van den maalgraad geldt niet voor het koren, dat uitsluitend voor het verbruik in het Etappenen Operatiegebied gemalen wordt. Het Nationaal Komiteit moet aan de bevoegde „Provinzial-Ernte-Kommissionen” de molenaars bekendmaken, die gerechtigd zouden zijn van deze uitzonderingsbepaling gebruik te maken. Deze zijn aan een nauwkeurig toezicht van de bevoegde „Provinzial-Ernte Kommissionen” onderworpen. Dit toezicht zal uitgeoefend worden overeenkomstig de onderrichtingen, die de .Zentral-Emte-Kommission” (centrale Oogstkommissie) te dien einde zal geven.
§ 4. De voorzitters van de Provinzial-Ernte-Kommissionen” zijn gemachtigd, met het oog op de rechtstreekse levering van meel, alsook met het oog op de bereiding van gebak, voor zieke en zwakke personen of tot godsdienstige doeleinden, aan de molens te dien einde door het Nationaal Komiteit aangeduid, vergunning te geven om op een geringere dan den bij deze Verordening vastgestelde maalgraad te malen. Het Nationaal Komiteit moet de hoeveelheden koren die in de bedoelde molens voor een fijner gemaal nodig zijn, ter beschikking stellen van de bevoegde ,Provinzial-EmteKommissionen. De Provinziallernte-Kommissionen’ hebben er voor te zorgen, dat het op last van het Nationaal Komiteit fijner gemalen meel, enkel en alleen gebruikt wordt om er in de door de voorzitters van de „Provinzialernte-Kommissionen*’ bij wijze van uitzondering toegelaten bakkerijbedrijven gebak van te maken voor zieke en zwakke personen en tot godsdienstige doeleinden, ofwel om als meel aan zieke en zwakke personen of tot godsdienstige doeleinden te worden afgeleverd.
§ 5. Het maalverlies mag bij het bereiden van med niet meer dan 2 % bedragen.
§ 6. Voor ieder vervoer van broodkoren is een vervoer bewijs vereist.
§ 7, De Provinzialernte-Kommissionen mogen hun omschrijvingen binnen de grenzen van de bepalingen dezer Verordening, uitvoeringsbepalingen en, inzonderheid de met het oog op het uitoefenen van toezicht op de molens en voor het vervoer vereiste voorschriften uitvaardiigen.
§ 8. Overtredingen van deze bepalingen worden gestraft met de straffen, voorzien in *§9 van de Verordening, houdende inbeslagneming van het broodkoren. Inzonderheid bij verheling of ongeoorloofde benutting, tekoopstelling of verwerving van maaltoestellen, moet de verbeurdverklaring of de onbruikbaarmaking van deze voorwerpen uitgesproken worden. De verbeurdverklaring van in strijd met het verbod gemalen en gebuild meel moet eveneens worden uitgesproken. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel , den 4 juli 1918.
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening –uithangen betreffende de bakkerijwaren.
§ 1. Het is verboden meel en meelachtige stoffen te gebruiken om van beroepswege banketbakkerijwaren te bakken. Het is eveneens verboden deze waren te koop te stellen.
§2. Al banketbakkerijwaar in den zin van deze verordening wordt beschouwd alle gebak, dat meel of meelachtige stoffen bevat en dat door toevoeging van andere bestanddelen van om het even welken aard, h.v. van vet, zoetende middelen, honig, fruit, eiwit, chokolade, amandels, of door een bijzondere wijze van bakken, de kentekenende eigenschappen van gewoon brood verloren heeft,
§ 3. Dit verbod geldt voor alle beroeps en nijverheidsbedrijven, inzonderheid voor banketbakkerijen, biscuit-, cakes-, beschuiten koekjesfabrieken, gasthoven, dranken spijshuizen, gaarkeukens, verversing- en verenigingslokalen,
§ 4. De voorzitters van de „Provinzial-Ernte-Kommissionen” (provinciale Oogstkommissies) kunnen uitzonderingen toestaan voor de fabrieken, die gebak voor zieke en zwakke personen en tot godsdienstige doeleinden maken.
§ 5. De voorzitters van de „Provinzial-Ernte-Kommissionen” zijn bevoegd :
a) met het oog op de uitvoering dezer Verordening, al de nodige vaststellingen te doen,
b) buiten de straffen voorzien onder § 6, 1. zakenhuizen, bakhuizen en bakinrichtingen, die in strijd met het verbod gemalen meel gebruiken of op ongeoorloofde wijze banketbakkerijwaren maken, alsook verkoophuizen, die in strijd met het verbod gebakken brood of op ongeoorloofde wijze gemaakte banketbakkerijwaren te koop stellen, te sluiten,( het in strijd met het verbod gebakken brood, cd de op ongeoorloofde wijze gemaakte banketbakkerijwaren en al de medevoorraden, die tot het maken van verboden brood of banketbakkerijwaren bestemd zijn, zonder betaling verbeurd te verklaren. De verbeurdverklaarde voorwerpen moeten ten bate van de bevolking gebruikt worden.
§ 6. Wie de bepalingen van deze Verordening overtreedt, wordt met ten hoogste 6 maand gevangenis en met ten hoogste 2.000 mark geldboete of met een van deze beide straffen gestraft. Bij het opleggen van de geldboete, moet de straf vastgesteld worden op het meervoud van de waarde van het in strijd met het verbod bereid gebak. De poging tot overtreden is strafbaar. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel den 4 juli 1918,
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening betreffende de liquidatie van percelen. Nadat de liquidatie van een perceel bevolen is, kan de liquidator te allen tijde de overeenkomsten inzake de gebruikmaking van dat perceel, inzonderheid huren pachtovereenkomsten, met inachtneming van een opzegging termijn van 3 weken opzeggen, zonder daarbij rekening te houden met den voorzien en geldigheidstermijn dier overeenkomsten.
Brussel , den 4 juli 1918,
No. 68. 17. juli 1918.
Ik heb opdracht gegeven, van de ambtelijke lijst der gemeenten {vgl. mijn besluit van 26 April 1916, M. V. Bl. Nr. 55, ht. 1260) een tweede, gewijzigde uitgave te doen verschijnen. Duitse diensten moeten voor de schrijfwijze van de gemeenten van Vlaanderen zich richten naar deze nieuwe lijst der gemeenten ; de vet gedrukte naam is daarbij te gebruiken. De andere, in de lijst in gewonen druk aangegeven namen van gemeenten, mogen alleen dan gebruikt worden, wanneer bijzondere redenen daartoe aanleiding geven. De uitgave van een lijst der plaatsen, die geen gemeenten zijn, blijft voorbehouden.

Brussel, den 29 juni 1918.
affiches uit de collectie KOKW

18 juli 1918 donderdag.

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
nieuws overgeschreven uit NRC

19180718 – Tegenoffensief der Fransen bij Soissons, de Duitser aan de Marne teruggeworpen, 29.000 krijgsgevangenen en 400 Kanonnen genomen. 

verordeningen

No. 67. 13. juli 1918.
Bij besluit van 29 juni 1918 van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Huibrecht Harrewijn, burgerlijk ingenieur te Ekeren, benoemd tot hoofdopziener van den technische gezondheidsdienst bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Brussel , den 3n juli 1918.
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening houdende opheffing van vroegere broodkorenverordcningen.
De Verordeningen van 19 juli 1917 over de inbeslagneming van het broodkoren (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 4012/13), betreffende de Erntekommissionen’ (Oogstkommissies) (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 401516) en de uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 4018/20), over het malen en vervoeren van broodkoren (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 4024), houdende verbod om banketbakkerijwaren te bakken {Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, de Verordeningen van 23 februari 1918 over het malen en vervoeren van broodkoren (Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, hl. 192) en houdende verbod om bakkerijwaren te bakken (Wet en
Verordeningsblad voor Vlaanderen, hl. 193) zijn hierbij opgeheven. De bepalingen van de hierbij opgeheven Verordeningen zijn toepasselijk op strafbare handelingen, begaan voor de uitvaardiging van deze Verordening Hetzelfde geldt wat betreft de vrijverklaring van de hoeveelheden koren uit den oogst 1917, die tot eigen verbruik van de verbruikers bestemd zijn.
Brussel , den 4n Juli 1918.
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening houdende inbeslagneming van bet broodkoren.
§ 1. Het broodkoren van om het even welke soort, namelijk rogge, tarwe en spelt, zowel ongemengd als met andere planten of stoffen vermengd, dat gedurende het oogstjaar 1918 binnen het gebied van het Generaal Gouvernement verbouwd werd, is hierhij, van zodra het afgemaaid wordt, ten bate van de burgerlijke bevolking van het Generaal Gouvernement in beslag genomen. De inbeslagneming omvat ook het uit in beslag genomen koren gemalen meel om het even of het ongemengd of met andere stoffen vermengd is,ende daaruit bereide bakkerijen deegwaren. De inbeslagneming is voor het stro opgeheven hij het uitdorsen, voor de zemelen bij het uitmalen. De inbeslagneming omvat het koren en meel uit vroegere oogstjaren, ook zover dit hetzij voor eigen voeding van den verbouwer, hetzij voor zaaigoed bestemd was, doch daartoe niet werd gebruikt.
§ 2. Zover door de hiernavolgende bepalingen geen andere schikkingen worden getroffen is het verboden aan de in beslag genomen voorraden wijzigingen toe te brengen of er bij overeenkomst verdrag, panding of verpanding over te beschikken.
§ 3. De bezitter van in beslag genomen voorraden is gerechtigd en verplicht al de tot het behoud der voorraden vereiste maatregelen te nemen ; hij is gerechtigd en verplicht ze te dorsen.
§ 4. In geval de bezitter van in beslag genomen voorraden een tot het behoud daarvan ver eiste maatregel niet neemt binnen den termijn, die hem door de bevoegde overheid voorgeschreven werd, kan de overheid die maatregel op kosten van den bezetter door een derden persoon laten uitvoeren, Hetzelfde geschiedt, wanneer de bezetter het broodkoren niet dorst binnen den termijn, die hem door de bevoegde „Provinzial-Ernte-Kommission” {provinciale Oogstkommissie) werd voorgeschreven.
§ 5. De bezitter van in beslag genomen broodkoren is verplicht, waarachtige aangiften te doen over de in zijn bezit zijnde en de hem toebehorende voorraden en over den werkelijke toestand, op grond waarvan het broodkoren voor het eigen verbruik zal vrijverklaard worden, alsook over de wijzigingen, die naderhand in dien toestand voorkomen,
§ 6. Het in beslag genomen broodkoren zal tegen gereed geld aangekocht en, als brood, meel en zemelen, ter beschikking gesteld worden van de hbvolking van het Generaal Gouvernement. Voor het gebruik van vrijverklaard broodkoren tot andere doeleinden dan tot het bereiden van brood is, zover bij Verordening niet anders wordt bepaald, in elk afzonderlijk geval de goedkeuring der „Zentral-Ernte-Kommission” {centrale Oogstkommissie) nodig.

§7, Aan het Nationaal Hulpen Voedingskomiteit verleen ik het uitsluitend recht, de in beslag genomen voorraden ook uit den broodkorenoogst van 1918, en de mogelijke overschotten aan broodkoren uit vroegere oogstjaren, tegen een door mij vast te stellen eenheidsprijs op te kopen. De inbeslagneming wordt door dezen aankoop niet opgeheven.
§ 8. Ik behoud mij het recht voor, desnoods een hoeveelheid van ten hoogste 10.000 ton van het in beslag genomen koren toe te wijzen aan de door mij aan te duiden belanghebbenden, ten einde er moutkoffie van te maken.
§ 9.
a) Wie in beslag genomen voorraden onbevoegd van de hand doet of ze onbevoegd verwijdert uit de gemeente, waarin ze in beslag genomen zijn, wie ze beschadigt, vernielt, verheelt, onbevoegd verwerkt, vervoedert of anderszins verbruikt,
b) Wie in beslag genomen voorraden onbevoegd verkoopt, koopt, pandt, verpandt of op enige andere wijze vervreemdt of verwerft
c) tot de verplichtingen onder § 3 en 5 dezer verordening niet nakomt, wordt met ten hoogste 5 jaar gevangenis of met ten hoogste 100.000 mark geldboete gestraft ; ook kunnen gevangenisstraf en geldboete te zamen worden uitgesproken. De voorraden en inrichtingen, die voor strafbare handelingen bestemd waren of gediend hebben, moeten verbeurdverklaard worden. De poging tot overtreden is strafhaar. Indien de overtreding is begaan met het inzicht, een ongeoorloofde winst op te strijken, kan naast de gevangenisstraf ook een geldboete worden uitgesproken, ten belope van tienmaal den hoogsten prijs voor elk kilogram broodkoren of meel, dat het voorwerp van de overtreding uitmaakt. De geldboete mag niet meer dan 100.000 mark en niet minder dan 25 mark bedragen. De verbeurdverklaarde voorraden moeten, door tussenkomst van de „Provinzial ErnteKommission’\ aan het bevoegd provinciaal Komtieit worden toegewezen. Dit koren volt ook na de toewijzing onder toepassing van de
Verordeningen over de inbeslagneming, Het Komiteit hetaalt de verbeurdverklaarde waren aan de „Provinzial Ernte-Kommission. Deze stort het daarvoor ontvangen bedrag niet in de krijgsschatkist, maar staat het af aan de bestendige afvaardigingen, om het voor menslievende doeleinden binnen de provincies te gebruiken. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
§ 10. Het uitvaardigen van uitvoeringsbepalingen blijft voorbehouden.
Brussel , den 4n Juli 1918.
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening betreffende de „Erntekommissionen” (Oogstkommissies)»
§ 1. De „Zentral-Ernte-Kommission” (centrale Oogstkommissie) en de „Provinzial-Ernte-Kommissionen” (provinciale Oogstkommissies) blijven dis overheden bestaan.
§ 2. De ,Zentral’Ernte’Kommission” is een rechtstreeks onder mij staande overheid ; haar voorzitter, haar leden en dezer bestendige plaatsvervangers worden door mij benoemd. Het voorzitterschap is opgedragen aan een vertegenwoordiger van het Generaal Gouvernement. De leden van de commissie zijn :
a) de „Verwaltungschefs” {Hoofden van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen en voor Wallonië ; het ondervoorzitterschap is aan een van heide opgedragen ; een vertegenwoordiger van :
b) de „Politische Abteilung” {Politieke Afdeling),
c) den „Generalkommissar fur die Banken’* (Algemene Kommissaris voor de banken),
d) de Armeeintendantur des Generalgouvememenis” (Intendantie van het leger hij het Generaal Gouvernement),
e) de „Veterinarabteilung des Generalgouvemements” {Veeartsenijkundige Afdeling hij het Generaal Gouvernement),
f) het Nationaal Komiteit,
g) de Commission for Relief.
Bij staking van stemmen beslist de stem van den voorzitter. De voorzitter heeft het recht, deskundigen met raadplegende stem op de zittingen uit te nodigen. De besprekingen geschieden in de Duitse taal.
§ 3. De „Emtekommission” voor elke provincie bestaat uit :
a) den „Prasident der Zivilverwaltung” {Voorzitter van het burgerlijk bestuur) of dezes plaatsvervanger, cds voorzitter ;
b) twee officieren of ambtenaren, leden van de „Ftrtschaftsaiisschuss” (Economische Kommissie) der provincie ;
c) een lid van de Bestendige Afvaardiging ;
d) een vertegenwoordiger van den graanhandel der provincie ;
e) een vertegeriwoordiger van den landbouw der provincie. De leden vermeld onder otoie mogen in den regel niet tergelijkertijd leden van het Nationaal Hulpen Voedingskomiteit zijn. De Gouverneur der provincie benoemt de leden der kommissie, evenals een bestendigen plaatsvervanger voor elk lid. Bij staking van stemmen beslist de stem van den voorzitter. De voorzitter is bevoegd deskundigen met raadplegende stem op de zittingen uit te nodigen. De voorzitter heeft het recht tegen de besluiten der kommissie verzet aan te tekenen en, door tussenkomst van den „Verwaltungsclief en van de Zentral-Ernte-Kommission’\ mijn beslissing in te roepen.
§ 4. De ,,Zentral-Emte-Kommission” heeft te bepalen welke hoeveelheden telkens van de inbeslagneming vrijgegeven en ter beschikking der bevolking gesteld mogen worden. Zij oefent toezicht uit op de broodbevoorrading van de Belgische bevolking en moet inzonderheid er voor zorgen, dat van den gehele Belgische broodkorenoogst van 1918, na afhouding van het vereiste zaaikoren, maandelijks niet meer dan 1/12 verbruikt wordt. Zij heeft bovendien besluiten te nemen inzake de rantsoenen per kop van de bevolking, de inkoopprijzen van het gedorst broodkoren, het malen en de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, van meel, zemelen en brood. De besluiten moeten door mij goedgekeurd worden. De ,,Zentral-Ernte-Kommission'” geeft, door tussenkomst van den „Verwaltungschef\ de nodige aanwijzingen aan de „Provinzial’Ernte-Kommission” ; vraagpunten van zeer groot belang onderwerpt zij vooraf aan mijn beslissing ; zij oefent toezicht uit op de uitvoering van haar aanwijzingen.
§ 5. De „Erntekommission” van elke provincie is belast met de maandelijkse vrijverklaring van het broodkoren. De vrijverklaring geschiedt op grond van de statistieken ; deze moeten door haar opgemaakt en bestendig bijgehouden worden. De kommissie oefent toezicht uit op de eigene en, desvoorkomend, op de uit andere provincies aangevoerde voorraden, op het in acht nemen der vastgestelde prijzen en op het nakomen der uitgevaardigde  Verordeningen en bepalingen, evenals over het algemeen, op al de bedrijfshandelingen van het bijzonder kantoor, dat door het Nationaal Komiteit in elke provincie voor aankoop en bedeling van het inlands broodkoren zal worden opgericht. De werking van dit bijzonder kantoor moet met den werkkring van de betrokken „Provincial-Ernte-Kommission” overeenkomen. Zij is gerechtigd te dien einde aan de Belgische gemeenten aanwijzingen te geven ; zij is inzonderheid alleen bevoegd wat betreft de onder § 4 van de Verordening, houdende inbeslagneming van het broodkoren, vermelde schikkingen,
§ 6. Wie de tot de uitvoering van deze Verordening uitgevaardigde voorschriften en aanwijzingen niet nakomt, wordt gestraft overeenkomstig § 9 van de
Verordening houdende inbeslagneming van het broodkoren.
§ 7. Ik behoud mij het uitvaardigen van uitvoeringsbepalingen voor,
Brussel , den 4 juli 1918.

affiches uit de collectie KOKW

19180718 Betreffende beperking in gebruik van gas en elektriciteit

17 juli 1918 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 17 07 1918 tot en met 19 07 1918 geen nieuws
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met  17-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC

verordeningen
tot en met  17 07 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

Kemmel schuilplaats onder de kerk

16 juli 1918 dijnsdag. Sint Niklaas.

‘t Laatste koper wordt opgeeischt afficheeren de Duitschers. Patatten 1,25 fr. de kgr.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 17-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC

tot en met 17 07 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

Kemmel ruïnes van het dorp

15 juli 1918 maandag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
nieuws overgeschreven uit NRC

19180715 – 3de Duits offensief bij Reims, enige gemeenten genomen, de Duitser overschrijdt de Marne, 24.000 krijgsgevangenen. 
verordeningen
tot en met 16 07 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

postkaart Kemmel ruines van het dorp c

14 juli 1918 zondag. Sint Niklaas

 Geen nieuws. (deze datum staat niet vermeld)

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot  en met 16 07 1918 geen nieuws
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met  14-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC

verordeningen
tot en met  16 07 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

postkaart Kemmel ruïnes van het dorp b

13 juli 1918 zaterdag. Sint Niklaas

Melk kost 1 fr. de liter. Tegenwoordig krijgen we maisbrood te eten.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 14-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No.67.13 juli 1918

Bij besluit van 29 juni 1918 van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Huibrecht Harrewijn, burgerlijk ingenieur te Ekeren, benoemd tot hoofdopziener van den technische gezondheidsdienst bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Brussel ,  3 Juli 1918.
affiches uit de collectie KOKW

19180713 Uitvoeringsbepaling inbeslagneming Cichoreiwortels

12 juli 1918 vrijdag. Sint Niklaas

Aardappelen 1,50 fr: de kgr.
Voor de eerste maal krijgen we patatten van ‘t komiteit 1kgr. per persoon en per week aan 0,35fr. de kgr.
Kinderen onder de 3 jaar, persoonen boven de 75 jaar en zieken moeten zich op het stadhuis voor de nieuwe stedelijke melkverdeeling laten inschrijven.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 14-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 12-07-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

19180709 Uitvoeringsbepaling inbeslagneming gerst enz