29 april 1917 zondag Sint Niklaas

Schrikkelijk veel armoede is er tegenwoordig hier in deze stad. Duizenden menschen moeten voorts op hunne 333 gr brood of 6 boterhammen, hunnen teljoor soepe en alle weken wat mosselen of vet of spek die ze in de winkels kunnen koopen en dat zoo alle dagen soep met brood. Ook sterven er velen.

Ziehier eenige prijzen op den dag van heden

Patatten 1,20 fr: de kgr.
Tarwemeel 7, 00 fr: de kgr.
Roggemeel 4,00 fr: de kgr.
Bloem 12,00 fr: de kgr.
Rijst 16,00 fr: de kgr.
Boter 14,00 fr: de kgr.
Eieren 0,50 fr: het stuk.
Vleesch 9,00 fr: de kgr.
Vermicel 14,00 fr: de kgr.

enz enz

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 29-04-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 29-04-1917 geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

postkaart zat ook bij de serie Palais de justice  Liege  waarom weet ik niet. Is wel postkaart van voor de oorlog 1914-1918

Advertenties

28 april 1917 zaterdag. Sint Niklaas

In de kazerne der Slachthuisstraat leveren wij aan den Duitschen om 22,90 frank koper in.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 29-04-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 29-04-1917 geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

laatste foto van deze serie
souvenir d’un grand blesse parijse fotograaf

27 april 1917 vrijdag. Sint Niklaas

Niets nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

tot en met 29-04-1917 geen nieuws  overgeschreven uit NRC

tot en met 29-04-1917 geen verordeningen

geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

nog een foto van dezelfde serie en periode
souvenir d’un grand blesse
Parijse fotograaf Raphael d Hondt

25 april 1917 woensdag. Sint Niklaas

Niets te melden.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

tot en met 24-04-1917 geen nieuws  overgeschreven uit NRC
19170425 – Samara in Mesopotamië door den Engelsman bezet. 

verordeningen

No. 338. – 25. april 1917

Verordening ***

betreffende het vervoer van goederen buiten het gebied van het Generalgouvernement naar spoorwegstations aan de Duits-Belgische grens.

 

Art. i. De toelating van het Hoofd van het burgerlijk bestuur {Verwaltungschef) bij den Generalgouvemeur in België is vereist voor het vervoer van levens-, genot- en voedermiddelen, vee en paarden binnen het gebied van het Generalgouvernement naar Angleur, Chênée, Henné Chatidjontaine, La Brouck, Trooz, Fraipont, Nessonvaux-Fraipont, GoJJontaine, Comesse, Pepinster, Ensival, Verviers-Oost, Verviers-West, Nasproiié, Dolhainy Dolhain-Buurtspoorweg, Welkenraad, Henri-Chapelle, Montsen, Moresnet, Bleyherg en Gemmenich. Dit voorschrift is niet toepasselijk op het vervoer voor de Commission for relief en voor het Nationaal Komiteit,

 

Art. 2. De toelating wordt verleend door het afdrukken van een stempel, waarin de ronde Rijksadelaarsstempel staat met, dis randschrift, den naam van de overheid die de toelating verleent. Het toelatingsbewijs moet binnen 5 dagen na verloop van den geldigheidsduur teruggegeven worden.

 

Art. 3. De bijzondere voorschriften van de andere Verordeningen over het vervoer van goederen blijven toepasselijk De voorschriften van de Belgische wetgeving inzake tol- en accijnzen betreffende de vervoerbewijzen van goederen, die aan rechten onderworpen zijn, blijven eveneens van kracht.

 

Art. 4. Wie de voorschriften van deze Verordening overtreedt wordt met ten hoogste 3 jaar gevangenis of met ten hoogste 30.000 mark boete, of met één van beide straffen gestraft.

De poging tot overtreden is strafbaar.

Naast de straf kan bovendien de verbeurdverklaring der goederen uitgesproken worden. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd»

Brussel, den 15n april 1917.

  1. C. VII 2207.

No. 338. – 25. april 1917.

Verordening, Aangifte Tan voorraden bout in het gebied van het Generalgouvernement «

Bij wijze van toelichting van mijn Verordeningen van 27 november 1915, Afd. J. Nr. 14146/15 {Wet- en Verordeningsblad Nr. 149 van 3 december 1915, bl. 1390) en van 16 juni 1916, Afd, J. Il Nr. 1071/16 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 225 van 22 juni 1916, bl. 2269), vestig ik de aandacht der belanghebbenden er op, dat al de voorraden hout, die bij invoerders, tussenhandelaars, verbruikers, schrijnwerkers, in fabrieken, enz. voorhanden zijn, moeten aangegeven worden. Alleen staande bomen vallen buiten de verplichte aangifte.

Brussel, den 17n april 1917.

Ik bepaal dat vorenstaande toelichting in de verschillende plaatsen hij plakbrief ter algemeene kennis gébmcht worde.

No. 338. – 25. april 1917.

Aanvulling *** van de Verordening over het aanslaan van woudbomen. (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 194 van 31 maart 1916, bl. 1833 en 1834). Aan de Verordening van 22 maart 1916, J. II. 121/16, over het aanslaan van woudbomen, is volgende wijziging toegebracht, die met ingang van heden in werking treedt. De vroegere Verordening is dienovereenkomstig terecht te brengen en te wijzigen.

  1. Bij § 2is onderstaand nieuw lid te voegen : De inbeslagneming kan ook bij Verordening van een der in § 1 opgesomde gouverneurs of commandanten bevolen worden, zover de inbeslagneming al de bomen van een bepaalde soort binnen het ambtsgebied van den betrokken gouverneur of commandant betreft.
  2. De tekst van § 3 luidt voortaan als volgt : De bezitter verliest het recht over de inbeslaggenomene bomen te beschikken, van het ogenblik af waarop het inbeslagnemingsbewijs hem overhandigd wordt, of van het ogenblik af van het van kracht worden der Verordening betreffende de inbeslagneming, uitgevaardigd door den in § 1 genoemden gouverneur of commandant. Het beschikkingsrecht gaat over op den gouverneur of commandant, die de inbeslagneming bevolen heeft.

Brussel, den 20n maart 1917

geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

afbeelding

R. Guilleminot Boespflug et Cie Paris librarie leprovost avranches

23 april 1917 maandag Sint Niklaas

Geene waren deze week in den Amerikaanse Winkel.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 24-04-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 337. – 23. april 1917.
Verordening waarbij een aanvullend tolrecht op de tabak wordt gevestigd.

Artikel 1.
Onbewerkte, niet vertolde tabak.
§ 1. De onbewerkte tabak van elke soort die na de inwerkingtreding van deze Verordening vertold wordt is belastbaar met een aanvullend tolrecht van 50 1. h, van de waarde, onberekend de invoerrechten voorzien bij artikelen 1 en 2 van de Verordening van 1 maart 1916, waarbij het toltarief en enkele accijnsrechten gewijzigd worden (Wet- en Verordeningsblad, bl. 1694).
§ 2. Als waarde geldt de prijs van de tabak op het ogenblik dat zij door den verkoper {handelaar)aan den bewerker (fabrikant) wordt geleverd, waarbij afslag, vergoeding van intresten, prijsverminderingen, enz., niet in rekening komen.
§ 3. Door verkoper wordt in den zin van deze Verordening verstaan, al wie met het aanvullend tolrecht belastbare tabak aan een fabrikant levert. Zover de fabrikant zelf onbewerkte tabak voortverkoopt, wordt hij als verkoper in den zin van deze Verordening beschouwd.
§ 4. Het aanvullend tolrecht wordt vastgesteld en geheven op het ogenblik dat de tabak door den fabrikant ter bewerking rechtstreeks ingevoerd, ofwel hetzij uit een openbaar entrepot, hetzij uit een bijzonder berg entrepot uitgeslagen wordt. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur {Verwaltungschef) is bevoegd uitzonderingen toe te laten voor het afhalen van kleine hoeveelheden.
§ 5. De tabaksverkopers zijn gehouden de ingevoerde met het aanvullend tolrecht belastbare tabak neder te leggen in een openbaar entrepot of in een bijzonder berg -entrepot, tot op het ogenblik dat zij ter bewerking door een fabrikant in bewaring overgenomen wordt (§4). Voor in- en uitslag van met het aanvullend tolrecht belastbare tabak, moeten zij overeenkomstig nadere, door het Tolbeheer uit te vaardigen voorschriften boeken houden, waarin inzonderheid de aankoopprijs, het gewicht en de benaming van de tabak, de verkoopprijs, alsmede de naam van den koper na te gaan zijn. Op verzoek van de met het toezicht belaste tolbeambten moeten de verkopers bun handelsboeken en geschriften vertonen, welke op aan- en verkopen van de buitenlandse tabak, alsmede op de daarvoor gedane en ontvangen betalingen betrekking hebben.
§ 6. Op verzoek van de met het toezicht belaste tolbeambten moeten de fabrikanten al de rekeningen vertonen over de betrokken tabak, en deze beambten desgewenst image laten nemen van de handelsboeken en geschriften, welke betrekking hebben op den aankoop en de betaling van buitenlandse tabak, alsmede op het voortverkopen er van, indien daartoe wordt overgegaan.
§ 7. De verkopers en de fabrikanten moeten hun handelsboeken, rekeningen en geschriften gedurende drie jaar bewaren,
§ 8. leder fabrikant, die met het aanvullend tolrecht belastbare tabak ter bewerking in zijn fabriek wenst in te slaan, is gehouden, uiterlijk een week voor den inslag in zijn bedrijf, op het bevoegd tolkantoor aangifte van de waarde te doen. In bepaalde gevallen kan het Hoofd van het burgerlijk bestuur den verkoper toelaten de aangifte, waartoe de fabrikant verplicht is, op zich te nemen.
§ 9. De aangifte van de waarde moet gestaafd zijn door.de rekening van den verkoper aan den fabrikant.Deze rekening mag enkel betrekking hebben op de aan vertolling te onderwerpen tabak. Zij strekt tot grondslag van de ambtelijke waarde raming.
De aangifte van de waarde moet inzonderheid den naam en de woonplaats van den verkoper en van den fabrikant, den te betalen aankoopprijs, den datum van aankoop, het land van herkomst, de gebruikelijke benarning der tabakssoort en het gewicht van de tabak vermelden. Indien de fabrikant onbewerkte tabak rechtstreeks uit het buitenland betrekt, wordt de prijs verhoogd met de vervoer-, verzekerings-, ladings-, opslag- en andere kosten, die voor het vervoer van de tabak tot in het tolbinnenland worden gevorderd. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur is gemachtigd voor deze waardeverhooging vaste rechten per 100 kilogram iahak te bepalen.
§ 10. Wanneer de aangifte van de waarde niet door een rekening in den zin van § 9 kan worden gestaafd, of wanneer het onmogelijk is den prijs vast te stellen, die door den fabrikant aan den verkoper voor den afstand van den tabak wordt betaald, moet als aan te geven waarde, op voet waarvan het aanvullend tolrecht zal worden berekend, de prijs genomen worden, dien de fabrikanten naar den algemenen toestand van de markt op het tijdstip dat de tabak ter vertolling wordt aangeboden, in dezelfde omstandigheden aan de verkopers moeten betalen voor tabak van dezelfde hoedanigheid.
§ 11. De prijs, in de aangifte van de waarde aangeduid, mag eerst dan tot maatstaf dienen voor de vaststelling van het aanvullend tolrecht, wanneer een door het Hoofd van het burgerlijk bestuur aangewezen deskundige het Tolbeheer heeft te kennen gegeven, dat de aangeduide prijs als betrouwbaar mag beschouwd worden.
§ 12. Wanneer het Tolbeheer of de aangewezen deskundige aan de nauwkeurigheid van de aangifte der waarde twijfelt, neemt men voor de waarde, welke tot maatstaf moet dienen bij het berekenen van het aanvullend tolrecht, den prijs dien de fabrikanten naar den algemenen toestand van de markt op het tijdstip dat de tabak ter vertolling wordt aangeboden onder dezelfde omstandigheden aan de verkopers moeten betalen voor tabak van dezelfde hoedanigheid. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur stelt voorgoed het bedrag van deze waarde vast.
§ 13. Het Tolbeheer en de deskundige zijn gemachtigd stalen te nemen van de ter vertolling aangeboden tabak. Voor de gelichte stalen wordt aan denfabrikant een vergoeding op voet van de aangegeven waarde toegekend.
§ 14. Nadat het aanvullend tolrecht betaald is, mag de tabak niet worden voortverkocht in onbewerkten staat, zonder voorafgaande toelating van het Hoofd van het burgerlijk bestuur.

Artikel 2,
Onbewerkte, vertolde tabak.
§ l.Opde buitenlandsche tabak, die op den datum van de inwerkingtreding van deze Verordening reeds volgens de begtaande wettelijke bepalingen vertoîd, doch nog niet verwerkt «, wordt een nakomend aanvullend recht van 50 t. h, der waarde gevestigd.
§ 2. Wie tabak van de onder § 1 vermelde soort in bewaring heeft, moet binnen 2 weken na de inwerkingtreding van deze Verordening, schriftelijke aangifte er van doen op het bevoegd tolkantoor, overeenkomstig nadere, door het Hoofd van het burgerlijk bestuur uit te vaardigen voorschriften.
§ 3. Heeft een verkoper de tabak in bewaring, dan moet deze laatste, overeenkomstig nader bij door het Tolbeheer voor te schrijven schikkingen en binnen 2 weken na de inwerkingtreding van deze Verordening, bedoelde tabak in een openbaar entrepot of in een bijzonder berg-entrepot neder leggen totdat zij ter bewerking door een fabrikant in bewaring overgenomen wordt. Uitzonderingen zijn enkel met toestemming van het Hoofd van het burgerlijk bestuur veroorloofd.
§ 4. De fabrikant die tabak ter bewerking bestemd en behorende tot de soort bedoeld onder § 1 bewaring heeft, moet op de aangifte (§ 2) ook de waarde er van aanduiden en bij het Tolbeheer het overeenkomstig aanvullend tolrecht binnen
3 dagen na de vaststelling betalen.
§ 5. Overigens zijn de voorschriften van artikel 1, §§ 2— 14 in dezelfden zin toepasselijk.

Artikel 3,
Bewerkte tabak.
§ 1, De bewerkte tabak {sigaren, sigaretten en andere bewerkte tabak), na het in werking treden van deze Verordening ter vertolling aangegeven, is onderworpen aan een aanvullend tolrecht van 50 1 h. der waarde omgerekend de invoerrechten voorzien bij artikelen 1 en 2 van de Verordening van 1 maart 1916, waarbij het toltarief en enkele accijnsrechten gewijzigd worden (Wet- en Verordeningsblad, bl 1694) en bij artikel 1 van de Verordening van 28 juni 1916 y waarbij het Toltarief gewijzigd wordt (Wet- en Verordening blad, bl. 2312).
AU waarde geldt de prijs betaald of te betalen door den invoerder. Deze is gehouden, bij de vertolling van de bewerkte tabak voor het vrij verkeer, aangifte van de waarde te doen, overeenkomstig nadere, door het Tolbeheer uit te vaardigen voorschriften, en de rekening van den leveraar er bij te voegen.
§ 2. De voorschriften van artikel 1, §§ 9—15, zijn hier insgelijks in de zelfde zin toepasselijk.
§ 3. Voor de bewerkte tabak ingevoerd door reizigers, bedraagt het aanvullend tolrecht 2.500 frank per 100 kilogram. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur bepaalt wat onder invoer door reizigers te verstaan is.

Artikel 4.
Uitvoeringsmaatregelen.
§ 1. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur is belast met het uitvaardigen der nodige uitvoeringsmaatregelen met het oog op de uitvoering van deze Verordening.
§ 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur is insgelijks gemachtigd, voor te schrijven dat het aanbieden ter vertolling van onbewerkte tabak slechts hij een of meer bepaalde tolkantoren en alleen op enkele daartoe vastgestelde dagen mag geschieden.
§ 3. De Belgische algemene tolvoorschriften zijn in de zelfde zin toepasselijk, zover in deze Verordening of in de uitvoeringsbepalingen daartoe geen andere maatregelen bepaald zijn.

Artikel 5.
Strafbepalingen.
§ 1. Het ontduiken van het aanvullend tolrecht, voorzien bij artikelen 1,2 en S, § 1, wordt in elk afzonderlijk geval met een boete van 10.000 tot 100.000 frank of, bijaldien de boete niet invorderbaar is, met 3 maanden tot 2 jaar gevangenis gestraft. Bovendien zal de in aanmerking komende tabak verbeurdverklaard worden of bijaldien zulks niet uitvoerbaar is, zal tot het betalen van de waarde veroordeeld worden.
§ 2. Wordt inzonderheid gestraft om het aanvullend tolrecht te hebben ontdoken :
1. Wie zonder toelating van het Hoofd van het burgerlijk bestuur onbewerkte tabak voortverkoopt, waarop het aanvullend tolrecht werd betaald (art. 1, § 14) ;
2. Wie in zijn hoedanigheid van verkooper, het voorschrift van artikel i, § 5, le zin, oj van artikel 2, § 3, overtreedt ;
3. Wie met het doel er gebruik van te maken, bij het vaststellen van het aanvullend tolrecht, onnauwkeurige rekeningen vertoont of onnauwkeurige afschrijven van rekeningen opmaakt, of wie bij het aangeven der waarde, van dergelijke onnauwkeurige geschriften gebruik maakt ;
4. Wie bij het aangeven van de waarde onnauwkeurige gegevens betreffende stellige feiten verstrekt ;
5. Wie verzuimt de bij artikel 2, § 2, voorziene aangifte te doen, of er onnauwkeurige gegevens betreffende stellige feiten in vermeldt.
§ 3. In geval van ontduiking van het bij artikel 3, § 3, voorzien aanvullend recht zal van 100 tot 2000 frank boete of, bijaldien de boete niet invorderbaar is, 8 dagen tot 3 maanden gevangenis uitgesproken worden. De bepaling van artikel 5, § 1, lid 2, is hier insgelijks van toepassing.
§ 4. Andere overtredingen van de voorschriften van deze Verordening of van de uitvoeringsbepalingen daartoe, worden, in elk afzonderlijk geval en voor zover zij niet onder de toepassing vallen van de straffen voorzien bij artikel 5, §§ 1, 2 en 3, met een boete van 500 lot 10.000 frank of, bijaldien de boete niet invorderbaar is, met één maand tot één jaar gevangenis gestraft,
§ 5. De algemene Belgische voorschriften aangaande de in tolzaken op te leggen straffen, zijn in de zelfde zin toepasselijk op de hier voorziene straffen.
§ 6. Naast de uitgesproken straffen, blijft bovendien het aanvullend tolrecht te betalen. Brussel, den 4n maart 1917.

No. 837. – 23. april 1917.
Bckendmakiug.
In uitwerking van artikel l § 11 der Verordening van 4 april 1917 waarbij een aanvullend tolrecht op de tabak wordt gevestigd, is de heer Hennann Stakelbeck, koopman te Brussel, tot deskundige aangesteld voor het vaststellen van de waarde, welke tot maatstaf dient voor het berekenen van het aanvullend recht op de tabak. Brussel, den 19 april 1917.
No. 337. – 23. april 1917.

Verordening ***
betreffende de uitbreiding van de zeden politie omschrijving Groot-Antwerpen op de gemeenten Hemiksem en Schelle. In aanvulling mijner Verordening van 6 maart 1915, betreffende de inrichting van een zedenpolitie te Antwerpen, enz., bepaal ik het navolgende :

Art. I. De gemeenten Hemiksen en Schelle zijn aangesloten hij de zedenpolitieomschrijving, ingericht voor de stad Antwerpen en de aangrenzende gemeenten.
Art. III. Artikel II der Verordening van 6 Maart 1915is op deze Verordening toepasselijk.
Brussel, den 19 april 1917.

geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

afbeelding Amerikaanse winkel

22 april 1917 zondag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 20-04-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 24-04-1917 geen verordeningen

No. 336. -22. april 1917.
MINISTERIE VAN WETENSCHAPPEN EN KUNSTEN. AFDELING LAGER ONDERWIJS.
Examen voor onderwijzers, voorzien bij artikel 4 der organieke wet. Oproep tot de kandidaten.
Jury’s zullen worden aangesteld om in Juli 1917 het examen voorzien bij artikel 24 der organieke wet af te nemen.
De kandidaten moeten den 3 december 1917 ten volle 19 jaar oud zijn. Op deze bepaling wordt geen uitzondering toegestaan.
Zij moeten hun aanvraag op ongezegeld papier en volgens onderstaand model opgesteld, voor 10 juni 1917 hij het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten indienen.
De kandidaten, die onderwijs wensen te geven in het Vlaams land of in het Duits taalgebied, moeten hun aanvraag sturen aan de Vlaamse afdeling van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten (Waterwerktuigstraat 12—14); degenen, die zich aanbieden voor het Walenland, aan de Waalse afdeling van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten (Liefdadigheidsstraat 25) (Verordening van 13 december 1916, Wet- en Verordeningsblad, nr. 288).
De aanvraag moet vergezeld gaan van :
1. een uittreksel uit de geboorteakte,
2. een getuigschrift van onbesproken gedrag, afgeleverd door de gemeente waar de kandidaat woont,
3. een geneeskundig getuigschrift verklarende dat de kandidaat aan geen lichamelijk gebrek lijdt, van aard om aan het gezag, dat hij als onderwijzer moet hebben, afbreuk te doen ;
4. een opsomming van de getuigschriften en diploma’s van den kandidaat, met aanduiding van de inrichtingen, die ze hebben afgeleverd.
N. B. Overeenkomstig de voorschriften van het Zegelwetboek van 25 maart 1891 moet het uittreksel uit de geboorteakte en het getuigschrift van onbesproken gedrag op gezegeld papier worden ingediend.
De aanzoekers zullen bijtijds door de zorgen van den voorzitter der jury opgeroepen worden,

Model van de aanvraag ter inschrijving voor het examen van onderwijzer of van onderwijzeres.
De ondergetekende {naam, voornaam, beroep),
wonende te,, .,, {straat, nummer, zoo nodig),
provincie ,
geboren te …. , den …. 18. . . .
wenst zich te laten inschrijven voor het in juli 1917 4 te houden examen van { onderwijzer onderwijzeres ) ” der organieke wet op het lager onderwijs.
Hij een
in het Vlaams land.
In het Duits landsdeel
in het Walenland.
{Dagtekening.)
{Handtekening.)

Model van het geneeskundig getuigschrift.
Ik ondergetekende (naam, voornamen en adres), dokter in de geneeskunde, enz., getuig dat, . . {naam, voornamen en adres van den aanzoeker),
aan geen der gebreken lijdt, die opgesomd zijn in het aanhangsel van het ministerieel besluit van 31 december 1897 {Beheer van het Lager Onderwijs 2e afdeling nr. 131201), en ook niet aan een lichamelijke kwaal onderhevig is, die aan het gezag, dat een onderwijzer over zijn leerlingen behoort te hebben, afbreuk zou kunnen doen. . . . . , den …. 19. ..
(Handtekening).
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

foto uit zelfde pakket Avranches niets genoteerd, zijn wel heel jonge mannekes

21 april 1917 zaterdag Sint Niklaas

Er worden 2 trams vol smokkelaars naar hier gebracht die door de Duitschers gevangen genomen zijn. De honger dwingt die menschen te smokkelen.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
nieuws overgeschreven uit NRC
19170421 – Gevecht in de Noordzee. 2 Duitsche torpedobooten in den grond geschoten.

tot en met 21-04-1917 geen verordeningen
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

kaartje verstuurd naar Lucien Dehousse avranches van Michel Thyssen

20 april1917 vrijdag. Sint Niklaas

 
Alle koper, tin, nikkel, uitgenomen de kunststukken wordt te St Nikolaas door den Duitscher opgeeischt.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

Door Raphael  overgeschreven uit NRC

19170420 – Tussen Condé en Suipe trekt de Duitser achteruit er zijn reeds 19000 Duitsers gevangen genomen en 100 kanonnen 

tot en met 21-04-1917 geen verordeningen

geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW

kaartje verstuurd 29 4 1915 aan 1sergeant secretaire  avranches