30 april 1916 zondag Sint Niklaas

#ww1 Geen vleesch deze week.
De Duitscher die anders het vleesch leverde levert nu geene koeien meer. De beenhouwers moeten nu zelf hunne beesten aan de Duitscher aanduiden doch zij hebben deze week te weinig tijd gehad om koeien te zoeken en daardoor geen vleesch in de gansche stad deze week.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
niets overgeschreven uit NRC

Verordening betreffend de voertaal in de lagere scholen, aangenomen en aanneembare scholen in de gemeenten der taalgrens. Voor de gemeenten der taalgrens wordt, in uitvoering van artikel 20 der organieke wet van 15 Juni 1914 op het lager onderwijs, het volgende beschikt:
Art. 1. Tot de gemeenten der taalgrens behoren de volgende gemeenten:
(Voor de namen zie Duitse tekst hieronder).
I. An der deutsch-wallonischen Sprachgrenze :

1. in der Provinz Luttich:
Andrimont, Anbel mit Ausnahme des Teiles La Clouse, Bilstein, Clermont, Limburg-Dolhain, Thimister.

2. in der Provinz Luxemburg:
Alt-Salm (Vielsalm), Feiteler ohne Wiesenbach und Bôdingen, Holdingen (Halanzy) ohne Bettenhofen und Esch auf «der Hurt, Hollingen (Hollange).

II. An der vlamisch-wallonischen Sprachgrenze :
1 In der Provinz Luttich:
Bernau, Bettenhoven (Bettinoonrt), Bombaye, Borgworm (Waremme), Haccourt, Lixhe, Roost-Kremwik, Visé (Wesent).

2. in der Provinz Limburg:
Bitsingen, Eben-Emaal, Herstappe, Kruisworm (Corswarem), Otringen (Otrange), Kukkelingen op den Jeker, Ter Naaien (Lanaye). Wonk.

3. in der Provinz Brabant:
Bevekom (Beauvechain), Eigen Brakel (Braine-rAlleiid), Kasteel-Brakel (Braine-le-Châteaii), Klabeek (Clabecq), Nethen, Quenast, Rebecq-Rognon, Sinte-Renelde (Saintes), Sluizen (L’Ecluse), Ter Hulpen (La Hulpe). Tweebeek (Tubize), Waterloo, Waver.

4. in der Provinz Hennegau:
Ellezele (Elleselles), Evregnies Lettelingen (Petit-Enghien), Mark, Schalafie (Escanaffles), St. Léger, Steenput (Estaimpuis), Twee Akkers (Acren les deux), Vloesberg (Flobecq), Warcoing, Wattripont.

5. in der Provinz Ostflandern:
Amougies, Orroir, Rozenaken (Russeignies).

6, in der Provinz Westflandern :
Dottenys (Dottignies). Herseeuw (Uerseaux), \ Lowingen (Luiiige), Moescroen (Mouscron) Nederwaasten (Bas-Warneton), Ploegsteert, Waasten (Warneton).

Art. 2. Op de gemeenten, die aan de taalgrens liggen, zijn de bepalingen van de Verordening van 25 Februari 1916 (Wet- en Verordeningsblad nr. 186) van toepassing, met dien verstande, dat op de formulieren (artikelen 1 en 7) aan de Duits-Waalse taalgrens ook de Duitse taal in aanmerking komt en de Iste zin van artikel 15 volgenderwijze luidt:
Eén maand na de afkondiging van deze Verordening zijn voor den eersten (jongsten) jaargang geen tweetalige klassen meer toegelaten; de leerlingen uit zulke, tot nu bestaande klassen, vormen den grondslag voor nieuwe Vlaamse, Franse of Duitse klassen.
Brussel, den 29n April 1916.

Afbeelding uit de verordeningen verschenen in Brussel (start zomeruur)

Advertenties

29 april 1916 zaterdag Sint Niklaas

Niets aan te stippen.

niets overgeschreven uit NRC tot en met 2-5
zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

Op grond van art. 1 en 3 der Verordening van 8 April 1916, betreffend het wegbrengen en benuttiging van gestorven en tot menselijke voeding ongeschikte geslachte dieren en gedeelten van dieren (Wet- en Verordeningsblad nr. 202), wordt het volgende ter kennis gebracht:

Art. 1. Als inrichtingen voor krengbenuttiging (art. 1) gelden voorshands de vilderijen te:
Schoten bij Antwerpen
Deurne bij Diest
St. Pieters Jette bij Brussel
Sluize bij Tongeren
Vaux-sous-Chèvremont bij Luik
Laroche arrondissement Marche
Libramont provincie Luxemburg
Andenne provincie Namen
Châtelet bij Charleroi
Fayt-lez-Manage arrondissement Charleroi
Pont-Allant bij Maubeuge
Blaton provincie Henegouwen
Pecq bij Doornik.

Art. 2. De omschrijvingen ter inlevering van de onder 1 vermelde inrichtingen voor krengbenuttiging worden aïs volgt begrensd:
1. Inrichting voor krengbenuttiging Schoten:
a) arrondissement Antwerpen
b) arrondissement Mechelen
c) het gedeelte van het arrondissement Turnhout, ten W. der spoorlijn Lier-Herentals-Turnhout gelegen.

2. Inrichting voor krengbenuttiging Deurne:
a) het gedeelte van het arrondissement Turnhout, ten 0. der spoorlijn Lier-Herentals-Turnhout gelegen.
b) arrondissement Maaseik
c) de gedeelten der arrondissementen Hoei-Borgworm en Leuven, ten N.-O. der spoorlijn Mechelen-Leuven- Borgworm gelegen
d) het arrondissement Hasselt, behalve de ten Z. der gemeente Weier gelegen zuidspits en de gemeente Zutendaal.

3. Inrichting voor krengbenuttiging St. Pieters Jette : ,
a) arrondissement Brussel
b) arrondissement Nijvel
c) het gedeelte van het arrondissement Leuven, ten Z.-W. der spoorlijn Mechelen-Leuven-Borgworm gelegen.

4 Inrichting voor krengbenuttiging Sluize:
a) arrondissement Tongeren
b) gemeente Zutendaal en de ten Z. van Weier gelegen zuidspits van het arrondissement Hasselt.

5. Inrichting voor krengbenuttiging Vaux-sous Chèvremont :
a) arrondissement Luik
b) arrondissement Verviers, behalve de gemeenten Bra en Lierneux
c) het gedeelte van het arrondissement Hoei-Borgworm, dat ten 0. der lijn Boëlhe-Darion-Omal deze plaatsen inbegrepen), en ten 0. der spoorlijn Omal-Hoei-Clavier tot aan de provinciegrens in de nabijheid der plaats Bende, ligt.

6. Inrichting voor krengbenuttiging Laroche:
a) arrondissement Bastnach
b) arrondissement Marche
c) de zuidspits van het arrondissement Verviers met de gemeenten Bra en Lierneux
d) het gedeelte van het arrondissement Dinant, dat ten Z. der spoorlijn Havelange-Ciney-Ivoir, ten O. der spoorlijn Ivoir-Dinant-Heer en ten N. van den steenweg van Givet-Beauraing-Pondrome (Beauraing en Pondrome inbegrepen) ligt
e) gemeente Martelingen, arrondissement Arel (Aarlen).

7. Inrichting voor krengbenuttiging Libramont:
a) arrondissement Arel (Aarlen) (behalve Martelingen)
b) arrondissement Neufchateau
c) het gedeelte van het kanton Givet, liggend ten Z. van den steenweg Givet-Beauraing-Pondrome (Beauraing en Pondrome niet inbegrepen).

8. Inrichting voor krengbenuttiging Andenne:
a) het gedeelte van het arrondissement Hoei-Borgworm, dat ten Z. der spoorlijn Leuven-Luik, ten W. der gemeenten Boëlhe-Darion-Omal (deze niet inbegrepen) , dit is. ten W. der spoorlijn Omal-Hoei- Clavier tot aan de provinciegrens in de nabijheid der plaats Bende, ligt
b) het ten N. der spoorlijn Havelange-Giney-Ivoir- Anhée-Bioul gelegen gedeelte van het arrondissement Dinant
c) het gedeelte van het arrondissement Namen, dat ten 0. der spoorlijn Grand-Leez-Gembloers-Jemeppe sur Sambre d. i. ten 0. van de gemeenten Ham sur Sambre, Fosse, Bioul (deze plaatsen inbegrepen) ligt.

9. Inrichting voor krengbenuttiging Châtelet:
a) het ten W. der spoorlijn Grand-Leez-Gembloers-Jemeppe s/Sambre, d. i. ten 0. van de gemeenten Ham s/Sambre, Fosse, Bioul (deze plaatsen met inbegrepen) liggend gedeelte van het arrondissement Namen
b) het ten W. der spoorlijn Bioul-Anhée-Dinant-Blaimont (deze plaatsen niet inbegrepen) liggend gedeelte van het arrondissement Dinant
c) het ten W. der spoorlijn Givet-Révin liggend gedeelte van het hanton Givet
d) arrondissement Philippeville
e) arrondissement Charleroi, behalve het ten W. der spoorlijn Buzet-Luttre-Courcelles-Piéton-Anderlues gelegen gedeelte
f) het gedeelte van het arrondissement Thuin, dat ten 0. der spoorlijn Landelies-Thuin en Thuin-Beaumont (beide laatste plaatsen niet inbegrepen), evenals ten Z. van den steenweg Beaumont-Leugnies, ligt (Leugnies niet inbegrepen).

10. Inrichting voor krengbenuttiging Fayt-lez- Manage :
a) het ten W. der spoorlijn Buset-Luttre-Courcelles- Piéton-Anderlues liggend gedeelte van het arrondissement Charleroi
b) het ten W. der spoorlijn Landelies-Thuin (Landelies niet inbegrepen) en ten W. der spoorlijn Thuin Beaumont en ten N. van den steenweg Beaumont- Leugnies gelegen gedeelte van het arrondissement Thuin
c) het voormalige arrondissement Zinnik, uitgenomen het ten W. van de plaats Bever (Biévène) en van het station Silly liggend gedeelte.

11. Inrichting voor krengbenuttiging Pont-Allant bij Manbeuge: het tot het General-Gouvernement behorende kanton Maubeuge.

12. Inrichting voor krengbenuttiging Blaton:
a) het ten W. van Bever en het station Silly gelegen gedeelte van het voormalige arrondissement Zinnik
b) arrondissement Bergen
c) arrondissement Doornik, behalve het voor de inrichting tot krengbenuttiging Pecq aangewezen werkelijk gedeelte.

13. Inrichting voor krengbenuttiging Pecq:
a) het tot het General-Gouvernement behorende gedeelte van het arrondissement Kortrijk.
b) het gedeelte van het arrondissement Doornik, dat ten N. der spoorlijnen Rijsel-Doornik en Doornik- Quartes, d. i. ten O. der grens van het voormalig arrondissement Ath van Quartes tot Wattripont ligt.

Als „engere omschrijvingen ter aflevering” (art 3, nr. 2a gelden de voor elke inrichting voor krengbenuttiging vastgestelde omschrijvingen ter aflevering, uitgezonderd de hierachter vastgestelde verzamelomschrijvingen, uit welke het wegvoeren van wege de gemeenten aan de bevoegde .,verzamelkantoren” (art. 3, nr. 2b) moet geschieden.
De gemeenten, waar verzamelkantoren bestaan, behoren tot de engere omschrijving voor aflevering der bevoegde inrichting voor krengbenuttiging. In deze gemeenten gestorven dieren worden aldus ter plaatse door het vilderijgespan afgehaald.

Tot verzamelkantoren worden verklaard:
1. Voor de Inrichting voor krengbenuttiging Deurne :
a) Mol: voor het ten N. der Schelde-Maasvaart gelegen gedeelte van het arrondissement Turnhout. zoverre het tot de omschrijving ter aflevering der bevoegde inrichting voor krengbenuttiging Deurne behoort. Afleveringskantoor te bevragen bij de plaatselijke Kommandantur.
b) Peer: voor het arrondissement Maaseik, behalve de gemeenten Neerpelt, Overpelt, Lommel, Eksel, Hechtel, Helchteren, Houthalen. Afleveringskantoor te bevragen bij den gemeentesecretaris.

2. Voor de Inrichting voor krengbenuttigiiig St. Pieters Jette: Waver: voor dat gedeelte der arrondissementen Nijvel en Leuven, dat ten 0. van de spoorlijn Charleroi-Ottignies-Waver-Leuven ligt. Onder de op dese spoorlijn liggende plaatsen leveren alleen Limelette, Limai, Bierges, Gastuche, Archennes en Florival aan het verzamelkantoor Waver af. — Afleveringskantoor: Stal voor het afgekeurde in het slachthuis.

3. Voor de Inrichting voor krengbenuttiging Vaux-sous-Chèvremont :
a) Battice: voor het Noordelijk gedeelte van het arrondissement Verviers tot aan den steenweg Herve-Batice-Welkenraed; verder voor de ten Z. van dezen steenweg gelegen gemeenten Grand- Rechain, Petit-Rechain en Chaineux.Afleveringskantoor te bevragen bij de plaatselijke Kommandantur.
b) Pepinster: Voor het middengedeelte van het arrondissements Verviers, ten Z. van de onder a) beschreven verzamelomschrijving Battice tot aan de gemeente Francorchamps (deze inbegrepen). Niet inbegrepen zijn de gemeenten Xhendelesse, Soiron en Olne, welke tot de engere omschrijving voor aflevering der inrichting voor krengbenuttiging Vaux-sous-Chèvremont behoren. Afleveringskantoor te bevragen bij de plaatselijke Kommandantur.
c) Aywaille: voor dat gedeelte der arrondissementen Hoei-Borgworm en Luik, dat ten Z.-O. der spoorlijn Ouffet-Rivage, Sprimont (deze plaatsen inbegrepen) en Louveigné ligt en voor het overblijvend gedeelte van het arrondissement Verviers, behalve de gemeenten Bra en Lierneux, welke tot de engere afleveringsomschrijving der inrichting voor krengbenuttiging Laroche behooren. Afleveringskantoor te bevragen bij de plaatselijke Kommandantur.

4. Voor de Inrichting voor krengbenuttiging Laroche :
Scy voor het gedeelte der boven aangeduide afleveringsomschrijving der inrichting voor krengbenuttiging Laroche, dat ten W. van de rivier Wimbe en den steenweg Villers-sur-Lesse-Haversin- Barvaux-Maffe-Bonsin (deze plaatsen inbegrepen) ligt. Afleveringskantoor te bevragen bij de Rijkswacht te Scy.

5. Voor de Inrichting voor krengbenuttiging Libramont
a) Houdemont voor het arrondissement Arel (Aarlen) uitgenomen de gemeente Martelingen (tot de afleveringsomschrijving Laroche behorend) en de gemeenten Muno, Fontenoille, Chassepierre, Ste. Cécile, Florenville, Lacuisine, Izel, Chiny, Les- Bulles, Jamoigne, Termes en Rossignol, die tot de engere afleveringsomschrijving Libramont behoren. — Afleveringskantoor te bevragen bij den burgemeester.
b) Gedinne, voor bet Zuidelijk gedeelte van het arrondissement Dinant, ten Z. van den steenweg Givet- Beauraing-Pondrome (Beauraing en Pondrome niet inbegrepen) voor de gemeenten Bagimont, Sugny, Pussenmange en voor het ten 0. der spoorlijn Givet-Révin gelegen gedeelte van het kanton Givet. Afleveringskantoor te bevragen bij de plaatselijke kommandantur:

6. Voor de Inrichting voor krengbenuttiging Châtelet Philippeville, voor het gedeelte der arrondissementen Thuin en Philippeville-Givet, dat ten Z. der plaatsen Sivry, Renlies, Vergnies-Erpion, Daussois, Jamiolle, Jamagne, Franchimont, Romedenne en Agimont ligt (al deze plaatsen uitgezonderd). Afleveringskantoor te bevragen bij de plaatselijke Kommandantur.

7. Voor de Inrichting voor krengbenuttiging Blaton : Cuesmes, voor het arrondissement Bergen behalve het gedeelte, dat ten W. der spoorlijn Valencijn- St. Ghislain en St. Gislain, Sirault-Ath ligt.
Brussel, den 2n Mei 1916.

28 april 1916 vrijdag Sint Niklaas

Alle bosschen van Sint Nikolaas worden door het Duitsch legerbeheer in beslag genomen afficheeren de Duitschers. De schoonste sparren worden uitgedaan en naar het front gestuurd.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
overgeschreven uit NRC
19160428 – Aan de Naromeren nemende Duitschers eenige loopgrachten van den Rus en 6000 Russen gevangen. De Rus heeft voordeelen op andere punten van het front. 
19160428 – Kus-el-Amara door den Turk ingenomen 13.300 Engelschen hebben zich door honger en ziekte verplicht overgegeven. 

Verordening betreffend het aanslaan en stapelaangeven van mangaan, wolfram, chromium, molybdaenium, vanadium, titanium, kobalt, nikkel, enz.

Artikel 1.
Inbeslagneming. Alle stapels der hierachter opgesomde klassen, in vasten en vloeiharen toestand, worden hierbij in beslag genomen:
Klasse 1. Mangaan als metaal en in ijzerlegeringen (ferromangaan en spiegelijzer).
Klasse 2. Mangaan in ertsen en slakken.
Klasse 3. Wolfram als metaal en als wolframijzer (ferrowolfram).
Klasse 4. Wolframstaal met ten minste 1 % wolframgehalte.
Klasse 5. Wolfram, in ertsen, in slakken, in bij- en tussenproducten.
Klasse 6. Chromium als metaal en als chromiumijzer (ferrochromium).
Klasse 7. Chromiumstaal met ten minste 0,5 % chromiumgehalte.
Klasse 8. Chromium in ertsen, in zouten, in slakken, in bij- en tussenproducten.
Klasse 9. Molybdaenium als metaal en in legeringen (ferromolybdaenium).
Klasse 10. Molybdaenium in ertsen, in slakken, in bij- en tussenproducten.
Klasse 11. Vanadium als metaal en in legeringen (ferrovanadium) .
Klasse 12. Vanadium in ertsen, in zouten, in zuren, in slakken, in bij- en tussenproducten.
Klasse 13. Titanium als metaal en in legeringen (ferrotitanium) .
Klasse 14: Titanium in ertsen, in slakken, in bij- en tussenproducten.
Klasse 15. Kobalt als metaal en in legeringen (ferrokobalt).
Klasse 16: Kobalt in ertsen, in zouten, in slakken, in bij- en tussenproducten.
Klasse 17: Nikkel als metaal en in legeringen.
Klasse 18. Nikkel in ertsen, in zouten, in slakken, in hij- en tussenproducten.
Klasse 19: Ferrosilicium, ferrofosfoor, silicospiegels silicomangaanaluminium.
Klasse 20. Staalijzer en spiegelijzer met 3-20 % mangaangehalte.
Klasse 21. Haematietruwijzer.
De inbeslagneming strekt zich hij de vorenstaande ijzerlegeringen ook uit op afval en oud materiaal, evenals op afgewerkt en half afgewerkte werktuigen.

Artikel II.
Personen, vennootschappen, enz. die onder toepassing der Verordening- vallen. Vallen onder toepassing dezer Verordening:
a) alle nijverheidsondernemers en -huizen, in wier bedrijven de onder art. I opgesomde voorwerpen voortgebracht of verwerkt of gebruikt of verbruikt worden, in zoverre de stapels zich hij hen in bewaring of onder toltoezicht bevinden;
b) alle personen en huizen, die zulke voorwerpen wegens hun handelsbedrijf of anders uit winstbejag in bewaring hebben, zoverre de stapels zich hij hen in bewaring of onder toltoezicht bevinden;
c) alle gemeenten, openhaar rechtelijke lichamen en verenigingen, in wier bedrijf zulke voorwerpen voortgebracht of verwerkt of verbruikt worden, of die zulke voorwerpen in bewaring hebben, in zoverre de stapels zich hij hen in bewaring of onder toltoezicht bevinden. Bij stapels, die op vreemde zolders, in stapelplaatsen en andere bergplaatsen liggen, zijn, bijaldien hij, die gerechtigd is om er over te beschikken, zijn stapels niet zelf onder slot houdt, de héritiers der betreffende bewaarplaatsen voor het naleven dezer Verordening verantwoordelijk. Zijn binnen het gebied des General-Gouvernements hijhuizen voorhanden (bijfabrieken, bijwinkels, bijkantoren en dergelijke) zoo is het hoofdhuis gehouden ook voor deze bijhuizen aan te geven.

Artikel III.
Werking der inbeslagneming.
1. De onder art. II vermelde personen, vennootschappen enz. zijn voor de goede bewaring en het ter beschikking houden der in beslag genomen voorwerpen verantwoordelijk.
2. Alle gebruik der in beslag genomen voorwerpen is enkel mits uitdrukkelijke toelating der Afdeling voor Handel en Nijverheid (Abteilung fur Handel und Gewerbe), Kunstherlevingslaan 30, Brussel, veroorloofd. Zoverre de voorwerpen op het ogenblik van het van kracht worden dezer Verordening tot het in gang houden van het bedrijf vereist zijn, wordt het gebruik ervan, totdat de Afdeling voor Handel en Nijverheid er over beslist heeft, op een zonder verwijl in te dienen aanvraag in den tot dan bestaande omvang toegelaten.
3. Alle rechtzakelijke beschikkingen over de in beslag genomen voorwerpen, uitgezonderd de beschikkingen door de Afdeling voor Handel en Nijverheid uitdrukkelijk toegelaten, zijn verboden en van geen waarde.

Artikel IV. Stapelaangifte.
Alle stapels der onder art. I in beslag genomen voorwerpen in vasten en vloeiharen toestand moeten, onder aangifte van hoeveelheid, stapelplaats en eigenaar, ten laatste den In Juni 1916 hij de Afdeling voor Handel en Nijverheid, Kantoor voor grondstoffenbeheer (Abteilung fur Handel und Gewerbe, Bohstoffverwaltungsstelle)
Kunstherlevingslaan, 30, Brussel, schriftelijk aangegeven worden. Indien enkele der onder art. I opgesomde voorwerpen voorts in België ingevoerd of nieuw gewonnen worden, zoo moet dese aangroei voor het einde der maand, waarin de invoer of de voortbrenging geschiedt, hij voornoemd kantoor aangegeven worden. Gehouden aan te geven zijn de onder art II vermelde personen, vennootschappen, enz.

Artikel V.
Strafbepalingen. Met ten hoogste 5 jaar gevangenis of ten hoogste 20.000 mark boete wordt gestraft:
a) wie zonder toelating der Afdeling voor Handel en Nijverheid de onder art. I opgesomde voorwerpen verkoopt of koopt of er anders rechtzakelijk over beschikt;
b) wie onbevoegd deze voorwerpen wegbrengt of het daarin besloten metaal op enige andere wijze aan de inbeslagneming onttrekt;
c) wie deze voorwerpen zonder de voorgeschreven toelating in zijn bedrijf gebruikt:
d) wie verzuimt de voorgeschreven stapelaangifte te doen of een valse of onvolledige aangifte doet; e) wie op enige andere wijze deze Verordening overtreedt. de poging tot overtreding is strafbaar. Buiten deze straf kan het voorwerp, waarop de overtreding betrekking heeft, van bestuurswege voor het Duitse Rijk zonder vergoeding verbeurd verklaard worden. Bevoegd zijn de Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken.
Brussel, den 22n April 1916.

afbeelding illustrierter Kriegskurier 32 jaargang 2

27 april 1916 donderdag Sint Niklaas

Niets te melden.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit NRC
19160427 – 2 lichte kruisers, n’en torpedojager, 2 voorpostbooten en n’en hulpkruiser der Engelschen in de Noordzee tot zinken gebracht, door een Duitsch smaldeel dat de Engelsche kusten kwam beschieten en bij een Engelsch Wachtschip in de Noordzee door de Duitschers getorpedeerd. Het Engelsch linieschip Russell loopt op eene mijn in de Middelandsche zee en zinkt. 
19160427 – 8 ste Zeppelinaanval op Engeland. 
19160427 – De Duitsche U boot C5 door de Engelschman vernield bemanning gered. 
19160427 – Een Deensche boot loopt op eene mijn en zinkt. 

AANHANGSEL
Bij de verordening over het vervoer van goederen binnen het Generalgouvernement.
Kolom 1.
Goederen, waarvoor een vervoertoelating vereist is:
a) metaalbewerkingsmachines ;
b) elektrische machines, transformatoren en toestellen;
c) overzees hout, notelaarhout, alle hout uit de bergplaatsen te Antwerpen (binnenfortenlijn), pletmateriaal (halffabrikaten allerhand, zoals metaalstaven, staafijzer, billettes, platen, enz.}. ijzer- en staalplaten hoven 1 mm. dikte, spoorstaven en ander materiaal voor veld- en buurtspoorwegen. Er is geen vervoertoelating vereist voor het wegbrengen uit bergplaatsen, van vrachten beneden 10 ton, noch voor vervoer van platen uit bergplaatsen van tussenhandelaars ;
d) motorwagens, motorwielen (delen en onderdelen ervan), ruwe gummi, ruwe rehgom en reJcgom, gummihanden, oude gummi en gummiafval, spiritus, benzine, zuiver benzol, en solventnafta;
e) levens- en genotmiddelen en voederstoffen, evenals vee en paarden, die uit het gebied der Kommandanteur Maubeuge in het Belgische tolgebied binnengebracht worden;
f) bijproducten uit het koksbedrijf, uitgenomen zuiver benzol en solventnafta;
g) bijproducten der gasinrichtingen, inbegrepen benuttigde gaszuiveringsstoffen en uitgenomen gashohs, zuiver benzol en solventnafta;
h) minerale, dierlijke en plantaardige olie- en vetstoffen en de overblijfsels ervan, uitgenomen boter, benzine, zuiver benzol en de uit teer gewonnen stoffen; verder lakken, olieverven, petroleum, verfoplossingsmiddelen, hors, beenderen, horens, hoeven, beendermeel, beendergort, afval van leder om lijm te koken, voederstoffen uit kreng- en pensbenuttigingsinrichtingen, schoenblink, allerhande zeep en calciumcarbid.
Een vervoertoelating is niet vereist voor zendingen, bestemd voor de vetsmelterij van J. Weinhausen, Brussel;
i) vensterglas hoogstens 1.8 mm. dik, alle flessen met hoogstens 250 gr. inhoud;
k) 1. wol, katoen, vlas, hennep, jute, zijde en alle half- en deelfabrikaten daaruit (daaronder te verstaan alle tusschengraden van grondstof tot afgewerkte ware). Afval en vodden daarvan en de daaruit gewonnen voortbrengselen.
2. papierafval
3. alle ruwe, half- en heelfabricaten uit lood, hardlood, koper, messing, roodkoper, brons, aluminium, fijnzink, zink, nikkel, tin, zover het geen kunst- of kunstnijverheidsvoorwerpen betreft,
4. chloorkalk, zwavel, zwavelhoudende grondstoffen, zwavelzuren vrij en in alle verbindingen, salpeterzuren vrij en in alle verbindingen, allerhande aniline- en teerverven en in alle vermengingen, aluin, zwavelzure aluminiumoxyde, gezuiverde geconcentreerde en watervrije ammoniak,
5. alle vorenstaande onder a tot g niet opgesomde goederen, die aangeslagen of moeten verklaard worden.
Van de vorenstaande onder k opgesomde goederen is
echter geen vervoertoelating vereist voor:
a) gemaakte kledingstukken,
b) gemaakt ondergoed,
c) wollen of katoenen stofcoupons, kleermakersartikelen, katoenen en linnen naaigarens in afzonderlijke zendingen beneden 10 kgr.,
d) kanten, borduursels, passementen en knopen,
e) katoenen en zijden linten, ook veters (rijgsnoeren),
f) hoeden, mutsen dassen,
g) voetekleding uit wol, katoen, zijde.
h) rijglijven,
i) nagemaakt pelswerk,
k) touwwerk in afzonderlijke zendingen beneden 50 kgr.,
l) kunstbloemen,
m) alle monsterzendingen.
Kolom 2.
Kantoren, die de toelating geven:
a) General der Fussartillerie heim General-Gouvernement in Belgien (Wetstraat, 10, Brussel).
b) Maschinenheschaffungsstelle der Koniglichen Feldzeugmeisterei, (Èuyshroeckstraat, 74, Brussel).
c) General des Ingénieur- und Pionierkorps heim Generalgouvernement in Belgien (Wetstraat, 10, Brussel).
d) Leitung des Kraftfahrwesens heim Generalgouvernement in Belgien (Wetstraat, 10, Brussel.)
e) Kommandant van Mauheuge.
f) Kohlenzentrale in Belgien (Kanselarijstraat, 19, Brussel).
g) Haupstelle fur Gas, Wasser und Electrizitât (Koningstraat 66, Brussel).
h) Oelzentrale in Belgien (Koloniënstraat 54, Brussel.)
i) Bergverwaltung Charleroi.
k) Verwaltungschef heim Generalgouverneur in Belgien, Ahteilung fur Handel und Gewerbe (Kunsthervelingslaan, 30, Brussel).

koning Albert te Steenstraet afbeelding uit l’Illustration april 1916

26 april 1916 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

uit NRC overgeschreven
19160426 – Zeppelinaanval op Engeland. 

Verordening *** over het vervoer van goederen binnen het Generalgouvernement.

Art. 1. Voor het vervoer van de in kolom 1 van het aanhangsel hij deze Verordening opgesomde goederen binnen het Generalgouvernement (Bekendmaking van 19 December 1915 des Generalgouverneurs in België, Wet- en Verordeningsblad bis. 1436), is de toelating van het in kolom 2 aangeduide dienstkantoor nodig.

Art. 2. De toelating wordt gegeven door het opzetten van een vierkanten stempel 4 ; 4 cm. groot, waarin de ronde rijksadelaarstempel staat met het randschrift van het kantoor, dat ze verleent, en de woorden: Vervoer van …. naar. . . . toegelaten’ den datum, waarop ze verleend wordt, en de handtekening van een officier of beambte.
De vervoertoelating is geldig voor drie weken te rekenen van den dag waarop ze gegeven werd, bijaldien in de toelating niet uitdrukkelijk een andere geldigheidsduur vastgesteld is.
Binnen 24 uur na het voltrokken vervoer, moet de toelatingsbrief naar het afleverend kantoor teruggezonden worden. Deze bepaling geldt niet voor spoor en scheepsverzendingen. De voorschriften des Gouvernement Antwerpen over het vrijgeven der in Antwerpen gesperde goederen vallen niet onder toepassing van vorenstaande bepalingen.

Art, 3. Met ten hoogste drie jaar gevangenis en met ten hoogste 30.000 mark boete of met één van heide wordt gestraft, wie de bepalingen dezer verordening overtreedt. De poging tot overtreding is strafhaar. Naast de straf Jean ook verbeurdverklaring der goederen uitgesproken worden.
Bevoegd zijn de Duitse krijgsrechtbanken.

Art. 4. De bepalingen der Verordening van 17. Januari 1916 met bijgaande uitvoeringsvoorschriften van 17 Januari 1916 (Wet- en Verordeningsblad hls. 1525 en 1529 over het vervoer van aardappelen blijven van kracht. De bepalingen der Belgische tol- en accijnswetten betreffend vervoerbewijzen voor tolverschuldigde waren blijven van kracht. Brussel, den 15n April 1916.

postkaart feestzaal Berkenboom kalkstraat 28

25 april dinsdag. Sint Niklaas

Tegenwoordig veel volk aan den Amerikaanschen winkel. Alles begint reeds te mankeeren daardoor veel vraag naar de Amerikaansche waren. Van de Amerikaansche bruine boonen waar men destijds zoo op geschimpt heeft kan men maar 1/2 rantsoen meer krijgen zoveel vraag is er naar.

overgeschreven uit NRC
19160425 – 19160426 – Engelse en Belgische vliegmachines werpen bommen op Mariakerken. 
19160425 – 3 Nederlandsche stoomschepen op mijnen geloopen in de Noordzee. 
19160425 – Zeppelinaanval op Engeland. 

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
AMBTELIJKE BERICHTEN. —
Ministerie van wetenschappen en kunsten.
BEHEER VAN HET LAGER ONDERWIJS,
Examen van onderwijzer voorzien bij artikel 24 der samengeordende regelingswet.
Oproep tot de kandidaten.
Jury s worden belast met het afnemen, in Juli 1916, van het examen door artikel 24 der samengeordende regelingswet op het lager onderwijs ingesteld.
De personen, die wensen dit examen af te leggen, moeten minstens 19 jaar oud zijn op 15 December 1916; niemand kan van deze voorwaarde ontslagen worden.

Zij moeten voor den 10n Juni 1916, bij het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, hun vraag indienen, op ongezegeld papier geschreven, opgesteld naar onderstaand model.
Deze moet vergezeld gaan:
1° van een uittreksel der geboorteakte van den kandidaat;
2° Van een getuigschrift van zedelijkheid en goed gedrag afgeleverd door het bestuur der gemeente waar de kandidaat woonachtig is;
3° Van een geneeskundig getuigschrift, verklarende dat de kandidaat door geen gebrekkelijkheid aangetast is, van aard het gezag, dat de onderwijzer op zijne leerlingen moet hebben, te verminderen;
4° Van een verklaring, de getuigschriften en diploma’s opgevende, waarvan de kandidaat houder is, met aanduiding der inrichtingen waar ze afgeleverd werden.
N. B. Het uittreksel der geboorteakte en het getuigschrift van zedelijkheid moeten op zegel geschreven worden, overeenkomstig de voorschriften van het Zegelwethoek van 25 Maart 1891.

De aspiranten worden te gepasten tijde door de zorgen van den voorzitter der jury bijeengeroepen.

Model van de vraag ter inschrijving voor het examen van onderwijzer of van onderwijzeres.
De ondergetekende {naam, voornamen, beroep), wonende te , {straat, nummer, zoo nodig), provincie ,
geboren te ,den 18 , wenst zich te laten inschrijven op de lijst der personen die, in 1916. het examen van onderwijzer –onderwijzeres door artikel 24 der samengeordende regelingswet op het lager onderwijs willen afleggen.
( hij/zij biedt zich aan als onderwijzer/onderwijzeres voor de Vlaamse plaatsen /voor de Waalse plaatsen)
(Dagtekening).
(Handtekening)
.
Model voor het Geneeskundig getuigschrift.
Ik ondergetekende (naam, voornamen en adres), doctor in de geneeskunde, enz., verklaar dat M. . . (naam, voornamen en adres), met geen der kwalen behept is welke opgesomd zijn in de onderrichting die gevoegd was bij het ministerieel aanschrijven van 31 December 1897 (beheer van het lager onderwijs, 2e afdeling, nr. 13. 1201), noch met andere Lichaamsgebreken, die aan het gezag dat een onderwijzer aver zijne leerlingen behoort te hebben, afbreuk zouden kunnen doen. ,den 19
(Handtekening).
afbeelding http://www.culy.nl/inspiratie/de-7-meest-gegeten-bonen/

24 april 1916 maandag.Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org
niets overgeschreven uit NRC

Overeenkomstig de Verordening van 17 Februari 1915 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België nr. 41 van 20 Februari 1915) heb ik, in vervanging van den als dwangbeheerder aftredende Heer Wilhelm Tang, tot dwangbeheerder der Banque de Paris et des Pays-Bas, te Brussel, den heer Leopold Haensch benoemd.
Brussel, den 27n April 1916.

Overeenkomstig de Verordening van 17 Februari 1915 des Heren Generalgouverneurs in Belgje (Wet en Verordeningsblad nr. 41 van 20 Februari 1915) heb ik, naast de reeds benoemde dwangbeheerders, in vervanging van den aftredende Heer Wilhelm Tang tot dwangbeheerder der volgende banken: (Voor de namen zie hierboven) .
Brussel, den 27n April 1916.

23 april 1916 zondag Sint Niklaas

Paschen vandaag en geen vleesch. We krijgen ons rantsoen enkel morgen daar de Duitscher te laat doen slachten heeft en het vleesch nog te versch is.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

Verordening betreffende de wijziging der tax op de kinemavertoningen en de toepassing der tax op andere openbare vermakelijkheden.

Art. 1. § 1. De tax waaraan, krachtens artikel één der wet van 3 September 1913, de ondernemers van kinemavertoningen zijn onderworpen, wordt op de inrichters van alle openbare vertoningen, concerten, bals, wedrennen, spelen of andere vermakelijkheden toepasselijk gemaakt.
Met wijziging in artikel één van voormelde wet, wordt het bedrag der tax eenvormig gesteld op tien ten honderd van het totaal der ruwe ontvangsten hoe ook genaamd; worden alleen daarvan afgetrokken, de sommen welke afstand aan menslievende werken behoorlijk is bewezen.
§ 2. De taxe wordt onderscheidenlijk op vier, zes of acht frank per dag gesteld voor de ondernemers of inrichters wier totaal van de ruwe ontvangsten, gedurende de helft een maand gedaan, gemiddeld minder is dan zestig, tachtig of honderd frank per dag van vertoning of van vermakelijkheid.
§ 3. Worden vrijgesteld, degenen wier gemiddelde som van gemelde ontvangsten minder is dan veertig frank per dag van vertoning of van vermakelijkheid.

Art. 2. § 1. Geen provincie- en gemeenteopcentiemen mogen op die tax gesteld worden.
§ 2. Echter wordt van de tax één achtste aan de provincie en drie achtsten aan de gemeente toegekend.
§ 3. Desgevallende, wordt het bedrag dier aandelen afgetrokken van de bijzondere provincie- of gemeentebelastingen, welke op de openbare vertoningen of andere vermakelijkheden gelegd zijn.

Art 3. Artikelen 2, 10 en 11 der wet van 3 September 1913 vervallen; de andere bij de tegenwoordige Verordening.
Deze Verordening wordt met ingang van 16 Mei 1916 van kracht.
Brussel, den 23n April 1916.
afbeelding Pasen uit l’événement

22 april 1916 zaterdag Sint Niklaas

We moeten voor de 5de maal onze kaart op ’t stadhuis van de Duitscher laten afstempelen voor het maandelijks toezicht van het Duitsch meldeambt.
Leonie Lentacker en haar vader trekken elk 3,00 fr van het ondersteuningscommiteit voor de volgende week.
Geen enkele Duitscher mag van nu af aan niet meer in gelijk welk café komen en dat in heel het land door.
Hier in Sint Nikolaas hangt er voor ieder café een opschrift in de Duitsche tale, dat de ingang aan Duitsche legeraanhoorigen verboden is.
De persoon die bier aan een Duitscher schenkt kan gestraft worden met eene boete van 1000 tot 5000 Mark.

niets overgeschreven uit NRC
zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

Wijziging’ in de bewoording der Bekendmaking van 7 April 1916 G. G. Ild nr. 20002.
De Bekendmaking van 7 April 1916 G. G. Ild 20002, hlz. 1916-1919 in het Wet- en Verordeningsblad, wordt aïs volgt gewijzigd:
1. Onder nr. II, achtste alinea, moet tussen de woorden “worden” en “alleen toegestaan” worden ingelast “over het algemeen”
2. Nr. II, tiende alinea, enz. bekomt volgende bewoording: Het rijwielverkeer is in het gehele gebied des G. G. alleen binnen de steden, in den omvang door de Gouverneurs vastgesteld, personen toegelaten, die in dese steden woonachtig zijn.
Buiten de gemeente omschrijving is het rijwielverkeer, en wel alleen mits het nemen van een rijwielpaspoort, toegestaan aan: dokters, veeartsen, beambten in den dienst van het Duits bestuur (deze laatsten echter alleen onder uitdrukkelijke, schriftelijke toelating van den hoven hen staanden Gouverneur) binnen den kring hunner werkzaamheid; bedienden en arbeiders voor het verkeer tussen hun woning en werkplaats; scholieren voor het verkeer tussen hun woning en school.
3. Alinea 14 en volgende bekomen het opschrift „Verordening over paswezen en rijwielverkeer.

21 april 1916 vrijdag Sint Niklaas

Geen nieuws.

Uit Nrc overgeschreven
19160421 – De Italiaan neemt de Lanabergpas en enige bergen in. 
19160421 – Trebizonde door de Rus genomen die reeds 150 km ver in den Turk zijn land zit. 

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

Verordening betreffend de voertaal in de lagere gemeentescholen, in de aangenomen en aanneembare scholen van het Vlaamse land. Voor het Vlaamse land wordt, in uitvoering van art. 20 der organische wet van 15 Juni 1914 op het lager onderwijs, het volgende beschikt:

Art. 1. Tot het Vlaamse land in den zin van dit besluit behoren, de bij koninklijke besluiten van 31 Mei 1891 en van 10 Januari 1896 (Moniteur belge van 12 Juni 1891 en van 23 Januari 1896) opgesomde gemeenten, Gemmenich uitgezonderd.
Voor de bij Groot-Brussel behorende gemeenten: Anderlecht, Etterbeek, Jette, Koekelberg, Laken, St.-Jans-Molenheek, Ukkel en Vorst, gelden de bijzondere
bepalingen van het besluit van 25 Februari1916 (Wet- en Verordeningsblad nr. 186) en der daartoe uitgevaardigde uitvoeringsbepalingen van 18 Maart 1916 (Wet- en Verordeningsblad nr. 192).

Art. 2. In het Vlaamse land geldt de Vlaamse taal als moedertaal der kinderen, zoo niet het gezinshoofd in ene bijzondere, hij het aangeven van het kind overgelegde schriftelijke verklaring, ene andere taal als moeder- of omgangstaal van het kind aangeeft.
Deze verklaring moet voor den helen duur van ’s kinds schoolplicht in het schoolarchief bewaard worden.

Art. 3. De gebeurlijke verklaring van het gezinshoofd wordt door het schoolhoofd getoetst om te zien, of het kind in staat is, in de aangegeven taal met vrucht de lessen te volgen. Dit onderzoek moet steunen op: de afstamming van het kind, de omgangstaal zijner naaste omgeving en inzonderheid de kennissen van het kind zelf. Beslist het schoolhoofd, dat het kind niet in staat is, in de aangegeven taal met vrucht de lessen te volgen, zoo moet hij dit besluit op de verklaring van het gezinshoofd neerschrijven, dit zonder verwijl het gezinshoofd mededelen, en er op wijzen dat het hem, overeenkomstig art. 20 der wet, vrijstaat bij het schooltoezicht in beroep te komen; dezes beslissing moet eveneens op de verklaring van het gezinshoofd worden aangetekend.

Art 4. Nadere voorschriften betreffende de wijze waarop de nauwgezetheid van het onderzoek en de juistheid van de beslissing van het schoolhoofd (art. 3) door het schooltoezicht zullen verzekerd en nagegaan worden, blijven voorbehouden.

Art. 5. Is voor een kind de voertaal overeenkomstig bovenstaande voorschriften vastgesteld, dan blijft deze bepaling zolang van kracht, aïs het kind ene der in het opschrift van dit besluit opgesomde scholen bezoekt.

Art. 6. Wordt ene school door kinderen met verschillende moedertaal bezocht, zoo wordt het onderwijs in de taal der meerderheid der leerlingen gegeven. Het is verboden klassen of afdelingen met dubbele voertaal in te richten. Evenwel zal gezorgd worden, dat, wanneer in enen jaargang ten minste 20 leerlingen zijn, wier moedertaal niet de voertaal is, voor deze ene eigene klas ingericht wordt. De ondersteuning door den staat geschiedt volgens de voorschriften van het besluit van 20 September 1898.

Art. 7. Zijn er in ene school kinderen met verschillende moedertaal, zoo zal het schoolhoofd kort na aanvang van het schooljaar, den kantonnale schoolopziener kennis geven van het aantal kinderen, die in elke jaargang zitten en welke bijzondere klassen en afdelingen voor hen ingericht werden.

Art. 8. Aan het onderwijs in de moedertaal moeten ten minste worden besteed:
In den eersten graad 6 volle schooluren per week
tweeden graad 5 volle schooluren per week
derden graad 4 volle schooluren per week
vierden graad 4 volle schooluren per week.

Art. 9. Het blijft de gemeente of het schoolbestuur vrij, ene of meer talen dis vrij leervak, op het leerplan op te nemen. Opdat hierdoor echter het grondig aanleren der moedertaal niet geschaad worde, mag voorshands met dit onderwijs niet voor het 6e schooljaar warden aangevangen en mogen er niet meer dan drie voile of zes halve uren wekelijks aan besteed worden.

Art. 10. Geen onderwijzer mag in ene klas onderwijs geven, indien hij de voor deze klas vastgestelde voertaal niet volkomen machtig is.

Art 11. Geen onderwijzer mag, behalve hij het onder art. 6 en 9 voorzien onderwijs, de leerlingen in het vrij gebruik der moedertaal beperken.

Art. 12. Handboeken en leermiddelen voor de afzonderlijke vakken moeten in de taal opgesteld zijn, die voor dit vak als voertaal voorgeschreven is. Voor diplomas en getuigschriften moet de voertaal der klas worden gebruikt, waartoe de leerling behoort. Hetzelfde geldt voor de bekendmakingen van het schoolbestuur en de schriftelijke mededeelingen aan de ouders der leerlingen.

Art. 13. Worden vorenstaande bepalingen of de op grond ervan genomen schikkingen van het schooltoezicht of van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten niet nageleefd, zo loopt de gemeente of het schoolbestuur gevaar, dat hun de staatsondersteuning geheel of gedeeltelijk onttrokken wordt.

Art. 14. De voorschriften van deze Verordening worden voor de twee jongste jaargangen twee weken na de afkondiging, voor het overige met aanvang van het schooljaar 1916/17 van kracht.
Brussel, den 22n April 1916.