31 augustus 1918 zaterdag. Sint Niklaas

Patatten 1fr: de kgr.

Geen nieuws.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
nieuws overgeschreven uit NRC
19180831 – Bailleul en den Kemmelberg door de Engelsman bezet 
verordeningen

No. 81. 31. augustus 1918.
Verordening ter uitvoering van artikel 1 der Verordening van 4 juni 1918, betreffende de voertaal in de inrichtingen voor middelbaar onderwijs. De termijn (10 September 1918), bepaald in de verordening van 5 Augustus 1918 (C. FI Ille 4800, Wet en Verordeningsblad, bl 761) wordt tot op 15 oktober 1918 uitgesteld.
Brussel den 27 augustus 1918.
No. 81. 31. augustus 1918.
Bekendmaking betreffend het bekleden van ambten b de Duitse gerechtsoverheden in Vlaanderen.
De heer Generaal Gouverneur heeft benoemd:
1. tot Prâsident des Kaiserlichen Obergerichts” (Voorzitter van het Keizerlijk Opperste Gerechtshof) voor Vlaanderen te Brussel: den heer Koenige, Beichsgerichtsrat;
2. bij het KaiserHches Bezirksgericht” (Keizerlijke distriktrechtbank) te Brussel: tot toezichtvoerend Bezirksrichter (distriktrechtet): den heer Dr. Forstmann, Koniglich Pre,ssischen Landgerichtsdirektor, Geheimen Ju tizrat; tot , .Bezirksrichtem : den heer Dr. Hesleneld, Konigiich Baerischen Oherlandesgerichtsrai; den heer Dr, Wrede, Kânigiich Preussischen Landgerichtsrat; den heer Hetihner, Konigiich Sachsischen Oberamts richter; den heer Dr, Wolfhard, Grossherzoglich Badischen Landgerichtsrat;
3. bij de Staatsanwaltschaft” (parket) te Brassel: tot Ersten Staatsanwalt” (eerste lid van het parket): den heer Dr. Tittei, Konigiich Sachsischen Oberstaatsanwalt; iot Siaatsanwalten\ den heer Dr. Kaiser, Konigiich Sachsischen Staatsanwalt; den heer Dr, Hesse, Konigiich Preussischen AmtS richter; den heer Bendheim, Hessischen Rechtsanioalt; den heer Dr. Wunderlich, Preiissischen Rechtsanwalt; den heer Ritter, Konigiich Baerischen Amtsanwalt; den heer Kuttig, Konigiich Preussischen Gerichtsassessor; den heer Strzoda, Konigiich Preussischen Gerichts assessor;
4. tot Justizkommissaren** (rechterlijke kommissarissen) te Bnissel: bij het Jv tizkommis$ariat F* (gerechtelijk kommissariaat I): den heer Dr, Dealer, Wûrttemhergischen BechtsanwaXt; den heer Goldmann, Preussischen RechUanicalt und Notar; bij het Justizkommissari€U IF: den heer Ju stizrat MarxJieimer, Preustisehen Rechtsanuxilt; den heer Ullmer, Badischen Rechtsanwalt;
5. bij het Kaiserliches Bezirksgericht” te Antwerpen : tot toezichtvoerend Be2irksrichter\den heer Dr. BartelS Rat am Hanseatischen Oberlandesgericht Hamburg; tot Bezirksrichtern” : den heer Dr. Schuherg, Grossherzogiich Badischen Landgerichtsrat; den heer Keuneke, Hamburgischen Amtsrichter; den heer Kuntze, Konigiich Preussischen Landgerichtsrat;
6. bij de Staatsanwaltschaft” te Antwerpen: tot Ersten Staatsanwalt” : den heer Dr. Hollaender, Konigiich Preussischen Landgerichtsdirektor; tot ,,Staatsanwalten” : den heer Dr. Fromm, Hamburgischen Landrichter; den heersteinhomer, Liibeckischen Bechtsanwalt; den heer Klockgether, Bremischen Amtsrichter;
7. tot Justizkommissar” te Antwerpen: den heer Daugardt, Reichslandischen Rechtsanwalt;
8. bij het Kaiserliches Bezirksgericht” te Leuven: tût toezichtvoerend Bezirksrichter*: den heer Hertzog, Konigiich Baerischen Oheramtsrichter;
9. bij de Staatsanwaltschaft” te Leuven: tot toezichtvoerend StaatsanwalV : den heer Schumacher Konigiich Baerischen Oheramtsrichter; tot Staatsanwalf\den heer Dr. Borner, Konigiich Preussischen Gerichtsassessor;
10. bij het Kaiserliches Bezirksgericht* te Hasselt: tot toezichtvoerend Bezirksrichter*\ den heer List, Konigiich Baerischen Amtsrichter; IL bij de Staat8anwaltschaft* te Hasselt: tot toezichivoerend StaatsanwalV\den heer Dr. Mielke, Koniglich Pretissùchen Landrichter; tot SUiatsanwalV\ den heer Dr. Erich Schulz, Koniglich Preussischen Gerichtsassessor.
Brussel, den 16 augustus 1918.
No. 81. 31. augustus 1918.
Beschikking. art, 1. In uitvoering van Artikel 2 der Verordening Illdk van 8 Augustus 1918 van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Richard De Cneudt, afdelingsoverste aan het ministerie van Wetenschappen en Kunsten, benoemd tot hoofd der hij het Hoger vermeld ministerie ingestelde bijzondere kommissie, die belast is met de uitvoering van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in de nieuwe onderwijsverordeningen, Hij voert den persoonlijke titel van bestuurder aan het ministerie van Wetenschappen en Kunsten en geniet, benevens zijn huidige wedde, een maandelijkse vergoeding van 200 frank (tweehonderd frank), waarop geen afhouding mag worden gedaan.
Art. 2. De Verwaltungschef (Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is met de uitvoering dezer beschikking belast,
Brussel , den 17 Augustus 1918.
No. 81. 31. augustus 1918.
Beschikking.
Art. 1. Zijn benoemd tot leden van de jury, die dit jaar belasti is met het afnemen, te Gent, van het examen van lerares in de huishoudkunde hij het middeibaar onderwijs en met de leergangen voorbereidend tot dat examen:
Voorzitster: Mevr. Sondervorst Verhuch, opzienster van het middelbaar onderwijs; Secretaresse: Mej. È. De Guchtenaere, bestuurster der Rijks Middelbare Meisjesnormaalschool te Gent;
Leden: 1. Mevr. Schram-Van de Wal, lerares te Schaarbeek; 2. Mevr. Van Herstraeten, lerares te Gent; 3. de heer Dr. jur. Van Acker, leraar aan de Rijks Middelbare Normaalschool te Brussel.
Art. 2. De Verwaltungschef* (Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is gemachtigd afwezige juryleden te doen vervangen.
Art. 3. De secretaresse van de jury roept de leden van de jury alsook de kandidaten ter zitting op.
Art, 4. De Verwaltungschef voor Vlaanderen is met de uitvoering dezer *Beschikking belast.
Brussel , den 17 Augusttis 1918.
No. 81, 31. augustus 1918.

Bekendmaking. Bij Verordeningen van 30 juli en 5 augustus 1918 van den heer Generaal Gouverneur in België, zijn in het Vlaams bestuursgebied de in onderstaande lijst opgesomde Belgische postbeambten en -bedienden bevorderd tot den dienstgraad, aangegeven in de 3e kolom:

Postontvangerij naam Dienstgraad
Mechelen 2 Daemêf J. eerstaanw. hoofdbesteller
Brussel Hoofd beheer der Posterijen Stnavt L. 0, bureeloverste
Brussel 1 Coeman, A. J, L, eerstaanw. hoofdbesteller
Brussel 1 Verbist, A. eerstaanw. hoofdbesteller
Brussel 1 Bacu, J. F. eerstaanw. hoofdbesteller
Brussel 1 Vanderwaeren, P. eerstaanw. hoofdbesteller
Brussel 1 Prince, V. eerstaanw. hoofdbesteller
Brussel 1 Hoders, J. eerstaanw. hoofdbesteller
Brussel 1 De Pauto, P. J. eerstaanwezend. hoofdbesteller
Brussel Patrie, V. J. 0. Le Brun, A, J, eerstaanwezend hoofdbesteller
postontvangerij naam Dienstgraad
BrussdiDienst der Spaarkas) Simon, V. J. hoofdklerk
BrussdiDienst der Spoorwegkantoren) Danhier, A. 0. F. hoofdklerk
Aniwerpen 1 Klebanck, F. J. H. bureeloverste
Antwerpen 1 Naets, P. A. hoofdklerk
Antwerpen 1 Ceulemans, J. A, hoofdklerk
Antwerpen 7 Cleman, E. J. hoofdklerk
Boom Van Uffelen, J. L. hoofdklerk
Lier VandenBusch,A.A.F. bureeloverste
Sint-Niklaas Metsers, H. H. M. hoofdklerk
Brussd 1 Blanjean, G. J. hoofdklerk
Brusâd 1 Dubois, 0. D. J. hoofdklerk
Laken 1 Van Musen, J. M. bureeloverste
Ukkel 1 Thidmans, C. H. hoofdklerk
Leuven 1 Dekeser, J. B. hoofdUerk
Leuven 1 WUmes, C. J, E. hoofdklerk
Brussel den 14 Augustus 1918.
No. 81. 31. augustus 1918.
Bekendmaking. De heer Generaal Gouverneur heeft, hij beschikking van 17 Augustus 1918, het aan Professor Dr. Hoffmann, rector der Universiteit te Gent, verleend verlof tot een jaar verlengd; diens vervanging als rector blijft opgedragen aan Professor Dr. Speleers.
Brussel , den 17 Augustus 1918.

affiches uit de collectie KOKW

Postkaart : Nieuwpoort de Kerk

Advertenties

30 augustus 1918 vrijdag. Temse

Geen nieuws.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
nieuws overgeschreven uit NRC

19180830 – De Duitser trekt zich op de Somme terug, Noyon, Roy Chaulnes door de entente bezet. 

verordeningen

No. 80. 28. augustus 1918.
Verordening. Onder gedeeltelijke buitenkrachtverklaring van artikel 66, lid 1, der provinciale wet van 30 April 1836, en ter aanvulling mijner
Verordeningen van 17 maart 1917 en 7 februari 1918, betreffende het overdragen van bevoegdheden der Belgische provinciale raden op de Prasidenten der Zivilverwaltungen* (Voorzitters van het burgerlijk bestuur) (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 3460, en Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, hl. 88), worden de . Prasidenten der Zivilvenoaltungen der provincies van het Vlaams bestuursgebied gemachtigd, in vervanging der provinciale raden, na raadpleging van de bestendige afvaardigingen, voor zover deze hun werkzaamheden uitoefenen, de rekeningen van de inkomsten en uitgaven ook voor de jaren voorafgaande aan het dienstjaar 1915 vast te stellen.

Brussel den 6 juli 1918, De hierbovenstaande Verordening wordt voor het Belgisch  Etappengebied van kracht verklaard.

Grosses Hauptquartier, den 30 juli 1918.

affiches uit de collectie KOKW

postkaart: Nieuwpoort de kerk 2

28 augustus 1918 woensdag. Temse.

Geen nieuws.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 29-08-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 80. 28. augustus 1918.
Verordening houdende Instelling van een bijzondere Commissie bij het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten.
Art, 1, Bij het ministerie van Wetenschappen en Kunsten wordt een bijzondere commissie ingesteld, die belast is met de uitvoering van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in de Verordening van 4 juni 1918 j houdende wijziging der wet van 15 juni 1914 tot regeling van het hoger onderwijs, en in de Verordening van dezelfden datum betreffende de voertaal in de middelbare onderwijsinrichtingen.
Art. 2. De commissie staat onder de leiding van een bijzonder hoofd, dat den persoonlijke titel voert van bestuurder aan het ministerie. Zij is verder samengesteld uit het vereist aantal leden, die dit ambt ofwel als bijbetrekking uitoefenen ofwel eershalve bekleden, benevens het nodig ondergeschikt personeel. Het hoofd der commissie geniet een maandelijkse vergoeding van 200 frank ; de leden, die hun ambt als bijbetrekking uitoefenen, genieten een maandelijkse toelage van 100 frank ; die, welke hun ambt eersthalve bekleden, een maandelijkse vergoeding van 120 frank.
Art. 3. Behoudens het recht der algemene bestuurders van het middelbaar en van het lager onderwijs om de commissie opdrachten te geven, en den plicht van het hoofd der commissie om aan beide algemene bestuurders verslag te doen, staat de commissie zelfstandig naast de afdelingen van middelbaar en lager onderwijs. Ten einde de algemene bestuurders in kennis te stellen met alle aangelegenheden, die hun afdelingen betreffen, wordt de briefwisseling van de commissie met derde personen of met overheden aan de algemene bestuurders van het middelbaar en van het lager onderwijs ter inzage medegedeeld.
Art. 4. De schoolopzieners moeten voor de gemeenten van Groot-Brussel en van de taalgrens (vgl. Artikel 9 der Verordening van 4 juni 1918, houdende wijziging der wet tot regeling van het lager onderwijs, en Artikel 1 der verordening van 4 juni 1918, betreffende de voertaal in de middelbare onderwijsinrichtingen) aan het hoofd der commissie de namen opgeven van de kinderen, die volgens de verklaring van de hoofden der scholen het onderwijs met het Nederlands als voertaal niet kunnen volgen. Elk dezer kinderen wordt door twee leden van de commissie ondervraagd. Het Hoofd van de commissie maakt de lijst van de kinderen, die volgens den uitslag van de ondervraging, het onderwijs met het Nederlands als voertaal niet kunnen volgen voor de wettelijke erkenning aan den minister over.
Art. 5. Op voorstel van het hoofd der commissie, kunnen telkens twee leden van de commissie worden afgevaardigd om door het bijwonen van het onderwijs en het stellen van vragen, toezicht uit te oefenen op het naleven van de voorschriften betreffende het gebruik der talen in de Klassen der scholen, vermeld in Artikel 9 van de Verordening van 4 juni 1918 het lager onderwijs, en in Artikel 1 der Verordening van dezelfden datum, betreffende de voertaal in de middelbare onderwijsinrichtingen. Het hoofd der commissie brengt regelmatig verslag uit over den uitslag dezer schoolbezoeken. Er zal geen inmenging in de bevoegdheden van het algemeen schooltoezicht plaats hebben.
Art. 6. Alle bestuurs- en gemeenteoverheden evenals de schoolbesturen, schoolopzieners en onderwijzer zijn verplicht aan de uitvoering dezer Verordening m de te werken en aan de leden van de commissie iedere vereiste hulp te verlenen, inzonderheid de gewenste inlichtingen te verschaffen.
Art. 7. De .Verwaltungschef (Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is met de uitvoering dezer verordening belast.
Brussel, den 8 Augustus 1918,
No. 80. 28. augustus 1918.
Beschikking betreffende de benoeming der leden van de hogere Raad der instellingen van vooruitzicht in Vlaanderen. Op grond van Artikel 7 en 46 der Verordening van 14 maart 1918, betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen (Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, Nr. 38, hl. 371) en van Artikelen 2 en 3 der Verordening van 4 juli 1918, houdende oprichting van een Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht in Vlaanderen (Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, Nr. 69, hl. 662), beschik ik het navolgende :
Art. 1. Tot leden van den Hogere Raad, zijn voor de eerste maal benoemd, de heren :
1, J. fi. Bellefroid, beheerder van instellingen van vooruitzicht, te Antwerpen.
2 A. Brijs, beheerder van instellingen van vooruitzicht, bijgevoegd volksvertegenwoordiger, te Brussel.
3. E. Busson, beheerder van instellingen van vooruitzickt, te Antwerpen.
4. E, Everaerts, beheerder van instellingen van vooruitzicht, stadsbibliothekaris, te Oostende.
5. E, Goossens, voorzitter van een verbond van onderlingen bijstand, gewezen gemeenteraadslid, te Gent.
6. J. Impe, opziener der apotheken, te Brussel,
7. L. Masfranckx, bestuurder van verzekeringen en ociuafis, te Brussel ,
8 E. Primo, beheerder van instellingen van vooruitzicht, te Temse.
9. J. Rasschaert, nijveraar, te Wetteren.
10. L. Steven beheerder van instellingen van vooruitzicht, bijgevoegd volksvertegenwoordiger, te Brussel.
11. Dr. E. Verhees, algemeen secretaris van het ministerie van Nijverheid en Arbeid, te Brussel.
12. H. A, Vloemans, beheerder van instellingen van vooruitzicht, gewezen gemeenteraadslid, te Antwerpen.
13. Dr. J. Vogels, geneesheer, te Turnhout.
De heer Verhees is tot voorzitter, de heer Brijs tot bestendig verslaggever van den Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht benoemd. Nadat de eerste verkiezing voor den Hogere Raad heeft plaats gehad, treden de onder cijfers 1, 3, 4, 8, 9, 10 en 12 genoemde leden af, indien zij niet verkozen worden.
Art. 2. Het ministerie van Nijverheid en Arbeid is met de uitvoering dezer beschikking belast.
Brussel , den 8 Augustus 1918.
No. 80. 28. augustus 1918.
Beschikking. Krachtens artikel 14, 21 en 22 van het koninklijk besluit van 6 oktober 1855, betreffende de ambtelijke ijking der maten en gewichten, wordt besloten : Bij het ijken van de maten, gewichten en weegtoestellen, die gedurende het dienstjaar 1919 aan de ijking onderworpen zijn, zullen de ijkers, overeenkomstig de bestaande bepalingen, volgende ijken bezigen :
1, de thans gebruikte bestendige merken,
2. de periodieke letter u (omega) voor de maten en gewichten, en het cijfer 19 (negentien) voor de weegtoestellen.
Brussel , den 15 Augustus.
No. 80. 28. augustus 1918.
Verordening betreffende de academische wettelijke graden en diploma’s van kandidaat en doctor in de wijsbegeerte en letteren, Groep: Archeologie en Kunstgeschiedenis. Voor het Vlaams bestuursgebied bepaal ik :
art 1. Artikel 13 der wet van 10 April 1891, betreffende de begeving der wettelijke graden en het programma der examens van Hoger onderwijs, wordt aangevuld als volgt : Het examen tot den graad van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren omvat :  Voor de recipiendi, die zich voorbereiden tot den graad van Docter in de wijsbegeerte en letteren : C. kandidaten die zich voorbereiden tot de bijzondere studie van de archeologie en de kunstgeschiedenis : 1. Vertaling en verklaring van Latijnse schrijvers ; 2. Vertaling en verklaring van Duitse, Franse, Engelse of Italiaanse schrijvers (ten minste twee van de vier moderne talen komen in aanmerking) ; 3. Geschiedenis der Nederlandse letterkunde ; 4. Kort begrip der algemene letterkunde ; 5. Terminologie der kunstwetenschap ; 6. Overzicht van de kunstgeschiedenis der Oudheid ; 7. Overzicht van de kunstgeschiedenis van Europa.
Het examen omvat bovendien :
a) voor hen, die meer in het bijzonder de archeologie bestuderen : 1, Vertaling en verklaring van Griekse schrijvers ; 2, Geschiedenis der Oudheid ; 3, Aardrijkskunde der Oudheid;
b) voor hen, die meer in het bijzonder de kunstgeschiedenis bestuderen : 1, Vertaling en verklaring van Nederlandse schrijvers ; 2, Vaderlandse geschiedenis ; 3. Vaderlandse kunst topografie ; 4. Anthropogeographie van den Nederlandsen stam.
De vermelde vakken vereisen ten minste twee jaar studie; het examen wordt in twee gedeelten afgenomen ; de vermelde vakken gelden voor beide studiejaren, uitgenomen het kort begrip der algemene letterkunde, dat voorbehouden is voor het tweede studiejaar, en de anthropogeographie van de Nederlandse stam, die enkel voor het eerste studiejaar geldt. Bij ieder examengedeelte wordt een schriftelijk examen afgelegd ; dit examen omvat een opstel over de terminologie der kunstwetenschappen,
a) voor hen, die meer in het bijzonder de archaeologie bestuderen: een opstel over een onderwerp uit de kunstgeschiedenis der Oudheid ;
b) voor hen, die meer in het bijzonder de kunstgeschiedenis bestuderen : een opstel over een onderwerp uit de kunstgeschiedenis van Europa. Bij ieder examengedeelte behoort ook een proeve in de tekenkunst.
Art. 2. In Artikel 14 der wet van 10 april 1890/3 juli 1891, wordt voor de Staatsuniversiteit te Gent, een nieuwe groep aan de reeds bestaande vijf groepen toegevoegd, namelijk de groep : F. Archeologie en Kunstgeschiedenis.
De groep omvat volgende vakken :
a) voor hen, die meer in het bijzonder de archeologie bestuderen : 1. Encyclopedie der klassieke oudheidkunde ; 2. systeem en terminologie der kunstwetenschap ; 3. Kunstgeschiedenis der gehele Oudheid (Egypte, het oude Oosten, Griekenland, Rome) ; 4. Grondige verklaring van Nederlandse schrijvers ; 5. Grondige verklaring van Latijnse schrijvers (hoofdzakelijk bronnen van de kunstgeschiedenis der Oudheid) ; 6. Grondige verklaring van Griekse schrijvers (als onder 5); 7. Prehistorie ; 8. Ethnographie en kunst der natuurvolken ; 9. Esthetica ; 10. Psychologie ;
Of hen, die meer in het bijzonder de kunstgeschiedenis bestuderen : 1. Encylopedie der kunstgeschiedenis ; 2. Systeem en terminologie der kunstwetenschap ; 3. Kunstgeschiedenis der volken van Europa ; 4. Grondige kennis van de Nederlandse letterkunde ; 5. Vertaling en verklaring van laat-Latijnse schrijvers (hoofdzakelijk bronnen der middeleeuwse kunstgeschiedenis) ; 6. Grondige verklaring van Duitse, Franse, Engelse Italiaanse of Spaanse schrijvers (ten minste twee van de vijf moderne talen komen in aanmerking) ; 7. Kunst topografie van Europa ; 8. Kunstgeschiedenis van de volken van Voor-Azië ; 9. Esthetica ; 10. Psychologie. De vermelde vakken vereisen ten minste twee jaar studie. Het examen kan in eens of in twee gedeelten afgelegd worden. De slotbepalingen van Artikel 14, betreffende het indienen en verdedigen van een academisch proefschrift, gelden eveneens voor groep F.
Brussel , den 15 Augustv 1918.
No. 80. 28. augustus 1918.
Verordening betreffende de academische wetenschappelijke graden en diploma’s van kandidaat en licentiaat in de archeologie en de kunstgeschiedenis.
Art. 1. In aansluiting aan de Verordening van heden, betreffende de academische wettelijke graden en diploma’s van kandidaat en doctor in de wijsbegeerte en letteren, Groep : Archeologie en Kunstgeschiedenis worden, bij de Faculteit der wijsbegeerte en letteren van de Staatsuniversiteit te Gent de academische wetenschappelijke graden en diploma’s van kandidaat en licentiaat in de archeologie en de kunstgeschiedenis ingesteld.
Art. 2. Het onderwijs behelst de volgende vakken : 1. De oude en nieuwe kunstgeschiedenis; 2. De systematiek en terminologie der kunstwetenschap; 3. De kunst topografie; 4. De Latijnse taal; 6. De Nederlandse taal en letterkunde; 6. De algemene letterkunde; 7. De moderne vreemde talen; 8. De oude geschiedenis en aardrijkskunde; 9. De vaderlandse geschiedenis; 10. De prehistorie en de ethnographie; 11. De anthropogeographie; 12. De Estietica en de psychologie; 13. Het tekenen.
Art. 3. Niemand wordt tot het examen van licenciaat toegelaten, indien hij niet den graad van kandidaat verkregen heeft; niemand wordt tot het examen van kandidaat toegelaten, indien hij niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in hiernavolgend Artikel 4.
Art. 4. Tot de colleges in de archeologie en de kunstgeschiedenis, tot de academische wetenschappelijke graad van kandidaat in de archeologie en de kunstgeschiedenis, worden toegelaten:
a) de houders van een der goedgekeurde getuigschriften van volledig middelbaar onderwijs van den hogere graad, voorzien hij de Artikelen 5 lot 7 der wet van 10 April 1890/3 juli 1891, of, hij gebreke daarvan, van een getuigschrift van een der met goed gevolg afgelegde voorbereidende examens, voorzien hij de Artikelen 10 en 12 van voornoemde wet;
b) de houders van het eindgetuigschrift van de handelsafdeling aan een atheneum van het land, of aan een gemeentelijk of vrij onderwijsgesticht van dezelfde graad;
c) de houders van het einddiploma van een staatsmiddelbare normaalschool of van een middelbare normaalschool, die door den Staat erkend is;
d) zij, die met goed gevolg het toegangsexamen, voorzien hij hiernavolgend Artikel 5, hebben afgelegd, ten overstaan van een aan de Faculteit der wijsbegeerte en letteren ingesteld de commissie. In zover de diploma’s of getuigschriften waarvan sprake in lit. a), b), c) niet bewijzen, dat de houder een genoegzame kennis van het Latijn bezit, moet hij een aanvullend examen over dit vak afleggen. De hierboven bedoelde getuigschriften, moeten te rekenen van 1 januari 1920 door een onderwijsgesticht afgeleverd zijn, waar het onderwijs overeenkomstig de voorschriften van Artikelen 1 en 2 der Verordening van 4 juni 1918 ingericht is; de hierboven bedoelde examens moeten te rekenen van 1 januari 1920 in de Nederlandse taal afgelegd worden. Op voorstel van de Faculteit van wijsbegeerte en letteren, kan het ministerie van Wetenschappen en Kunsten vrijstelling van deze voorwaarden verlenen.
Art. 5. Het toegangsexamen, voorzien hij Artikel 4, lit. d), loopt over de volgende vakken: 1. De Nederlandse taal en, naar keus van den kandidaat twee der volgende talen: Duits, Frans, Engels, Italiaans; 2. De Latijnse taal; 3. De grondbegrippen der planimetrie en der stereometrie; 4. De grondbegrippen der algemene aardrijkskunde; 5. De algemene en de vaderlandse geschiedenis. Over de hierboven genoemde vakken wordt de kandidaat mondeling ondervraagd. Bovendien moet hij een schriftelijk examen afleggen, dat omvat: 1. Een vertaling uit het Latijn in het Nederlands; 2. Een vertaling uit het Duits Frans Engels of Italiaans in het Nederlands; 3. Een opstel over een onderwerp, rakende de kunstliteratuur of de geschiedenis.
Art. 6. Het examen tot den academische wetenschappelijke graad van kandidaat in de archeologie en de kunstgeschiedenis behelst de volgende vakken : 1. Vertaling en verklaring van Latijnse schrijvers; 2. Vertaling en verklaring van Nederlandse schrijvers; 3. Vertaling en verklaring van Duitse, Franse Engelse of Italiaanse schrijvers (ten minste twee van de vier moderne talen komen in aanmerking); 4. Geschiedenis der Nederlandse letterkunde; 5. Kart begrip der algemene letterkunde; 6. Terminologie der kunstwetenschap; 7. Overzicht van de kunstgeschiedenis der Oudheid; 8. Overzicht van de kunstgeschiedenis van Europa; 9. Geschiedenis en aardrijkskunde der Oudheid; 10. Vaderlandse geschiedenis en kunst topografie; 11, Anthropogeographie van den Nederlandse stam. De vermelde vakken vereisen ten minste twee jaar studie; het examen wordt in twee gedeelten afgelegd; de opgesomde vakken gelden voor beide studiejaren, uitgenomen het kort begrip der algemene letterkunde, dat voorbehouden is voor het tweede studiejaar en de anthropogeographie van den Nederlandse stam, die enkel geldt voor het eerste studiejaar. Bij ieder examengedeelte wordt een schriftelijk examen afgelegd; dit examen omvat:
a) Een opstel over de terminologie der kunstwetenschap;
b) Een opstel over een onderwerp uit de oude of nieuwe kunstgeschiedenis. Bij ieder examengedeelte behoort ook een proeve in de tekenkunst.

art, 7. Het examen tot den academische wetenschappelijke graad van licenciaat in de archeologie en de kunstgeschiedenis behelst de volgende vakken: 1. Systeem en terminologie der kunstwetenschap; 2. Oude en nieuwe kunstgeschiedenis ; 3. Verklaring van Latijnse schrijvers; 4. Grondige verklaring van Nederlandse schrijvers; 5. Verklaring van Duitse, Franse, Engelse, Italiaanse of Spaanse schrijvers (ten minste twee der vijf moderne talen komen in aanmerking); 6. Prehistorie; 7. Ethnographie; 8. Esthetica; 9. Psychologie; 10. Tekenen.
De vermelde vakken vereisen ten minste een jaar studie. Het examen wordt in eens afgenomen. Bij het examen behoort een schriftelijke verhandeling over een opgegeven onderwerp uit de oude of de nieuwe kunstgeschiedenis; de tijdsduur voor deze verhandeling bedraagt tweemaal 24 uren.
Art. 8. De examens (toegangsexamen, overgangsexamen, eindexamen) worden jaarlijks in twee zittingen, de eerste in juli, de tweede in oktober afgenomen. De inschrijvingen worden door het secretariaat der Universiteit aanvaard voor 1 juli, respectievelijk voor 1 oktober. Bij de inschrijving moet het examengeld ten bedrage van 36 frank voor het toegangsexamen, 50 frank voor de overgangsexamens en het eindexamen, alsmede 5 frank voor den dienst der examens, betaald worden.
Art. 9. De commissie die belast is met het afnemen der examens, bestaat uit ten minste 7 leden. Zij worden, op voorstel van de Faculteit, door het ministerie van Wetenschappen en Kunsten, voor een jaar benoemd. Het ministerie van Wetenschappen en Kunsten duidt onder de 7 leden den voorzitter aan. In geval van verhindering van een der leden, draagt de voorzitter zorg voor geschikte plaatsvervanging.
Art. 10. De examens worden in het openbaar gehouden. Zij worden ten minste acht dagen te voren in een plaatselijk blad en ad valvas in de Universiteit aangekondigd.
Art. 11. Ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd, wordt aan den geëxamineerde een getuigschrift afgeleverd. Het formulier van dit getuigschrift wordt door het ministerie van Wetenschappen en Kunsten vastgesteld.
Art. 12. Voor het overige zijn de bepalingen van het koninklijk besluit van 29 juli 1869, betreffende de academische wetenschappelijke en de eerstegraden toepasselijk.
Brussel , 8 augustus 1918.
No. 80. 28. augustus 1918.
Bekendmaking betreffende het buiten koers stellen van de nikkelen vijfentwintig pfennigmuntstukken. Bij bekendmaking van 1 augustus 1918 van den heer Reichskanzler (Rijkskanselier) (B. G. Bl, U. 990) zijn de nikkelen vijfentwintigp fennigstukken buiten koers gesteld. Te rekenen van 1 oktober 1918 zijn zij niet meer te beschouwen als wettig betaalmiddel. Binnen het Duits Rijk aanvaarden de Reichs und Landeskassen (rijks en landskassen) nog ten laatste tot 1 januari 1919 nikkelen vijfentwintigpfennigstukken tegen de wettige waarde hetzij in betaling, hetzij ter uitwisseling met Reichsbanknoten (rijksbankbriefjes), met Reich kassenscheine (rijkskasbons), met Darlehenskassenscheine (voorschotkasbons) of, voor bedragen van minder dan 1 mark met klinkende munt. Binnen het gebied van het Generaal Gouvernement in België worden nikkelen vijfentmntigjpfennigstukken ten laatste tot 1 januari 1919 in betaling of ter uitwisseling aangenomen door al de openbare Duitse kassen. Deze kassen zijn echter niet verplicht doorboorde of op andere wijze dan door den gewone omloop aan gericht verminderde alsook nagemaakte muntstukken in betaling of ter uitwisseling te aanvaarden.
Brussel , den 17 augustus 1918,
No. 80. 28. augustus 1918.
Verordening ter uitvoering van Artikel 9 der Verordening van 4 juni 1918, houdende wijziging van de wet van 15 juni 1914 op het lager onderwijs. De termijn (10 September 1918), bepaald in de verordening van 5 Augustus 1918 (C. FI. Illa, 4799, Wet en Verordeningsblad, hh 760), cijfer II, wordt tot op 15 oktober 1918 uitgesteld.
Brussel , den 27 augustus 1918

affiches uit de collectie KOKW

postkaarten wo1: Nieuwpoort Busstation

27 augustus 1918 dinsdag.Temse

Geen nieuws.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
Geen nieuws van 28 tot en met 30 augustus

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 29-08-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen
tot en met 29 08 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 79. 24. augustus 1918.

Bekendmaking. –uithangen
Op grond mijner Verordening van 4 juli 1918, betreffende de ,,Ernte-Kommissionen (Oogstkommissies), evenals der uitvoeringsbepalingen van 4 juli 1918 tot deze verordening, heb ik, op voorstel der Zentral Ernte-Kommission (Centrale Oogstkommissie) , de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, zemelen, meel en brood voorshands als volgt vastgesteld:

voor tarwe (mengtarwe) uit stapelplaats of molen geleverd frank 89.48 per 100 kg.
voor rogge (inlandse) uit stapelplaats of molen geleverd 52.20
voor ongepeide spelt uii stapelplcMts of moien geleverd frank 48.20 per 100 kg, voor masteluin uit stapelplaats of molen geleverd 66.20
voor zemelen uit stapelplaats of of molen geleverd * 21.50
voor tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd 112.47
voor roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd 61.10
voor masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd 65.22
voor tarwebrood aan verbruikers geleverd —.86 kg,
Deze hoogste prijzen worden op 1 Septemher 1918 van kracht.
De (provinciale Oogstkommissies) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten, op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen, Voor den verkoop van koren door de verbouwers aan het Nationaal Uvlpen Voedingskomiteit hlijven de hoogste prijzen, vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de verordening van 4 juli 1918, betreffende Emie-Kommietionen*, van kracht Brussel, den 15 Augusius 1918,

19180827 Verplichting slachten in openbare slachthuizen

26 augustus 1918 maandag. Sint Niklaas

De stedelijke melkverdeeling komt in voege; deze die er van genieten moeten zelf hunne melk bij de boeren afhalen aan 0,50 fr. de liter.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
nieuws overgeschreven uit NRC
19180825 – Bapaume en Bray door de Engelsman bezet.
19180825- Berat in Albanië door de Oostenrijkers hernomen. 

verordeningen

No. 79. 24. augustus 1918.
Bekendmaking. Hierbij wordt de aandacht gevestigd op Artikel 9 der verordening van 4 juni 1914, houdende wijziging der wet van 15 juni 1914 tot regeling van het hoger onderwijs.
Luidens bedoeld Artikel wordt, bij den aanvang van het schooljaar 1918/19, in alle lagere scholen van Staat en gemeente, in alle aangenomen en aanneembare lagere scholen, alsook in alle openbare en uit openbare middelen ondersteunde kindertuinen (bewaarscholen), scholen voor voortgezet hoger onderwijs, avondscholen, en bijzondere leergangen, het onderwijs uitsluitend in de landstaal, het Nederlands, gegeven. De gemeentebesturen, de schoolbesturen en de hoofden van onderwijsinrichtingen moeten de daartoe vereiste maatregelen door geposte voorstellen uitlokken en door eigen schikkingen voorbereiden.
Brussel , den 5 Augustus 1918,
No. 79. 24. augustus 1918.
Bekendmaking. Hierbij wordt de aandacht gevestigd op Artikel 1 der verordening van 4 juni 1918, betreffende de voertaal in de middelbare onderwijsinrichtingen. Luidens bedoeld Artikel wordt, hij den aanvang van het schooljaar 1918/19, in al de middelbare onderwijsinrichtingen van Staat, provincie en gemeente, met inbegrip van de daaraan verbonden kindertuinen en voorbereidende afdelingen, het onderwijs in alle vakken uitsluitend in de landstaal, het Nederlands, gegeven, met uitzondering van de nieuwe vreemde talen, welke door middel van deze talen zelf kunnen onderwezen worden. De provinciebesturen, de gemeentebesturen en de schoolhoofden van alle middelbare onderwijsinrichtingen van Staat provincie en gemeente, moeien de daartoe vereiste maatregelen door gepaste voorstellen aan het ministerie uitlokken en door eigen schikkingen voorbereiden.
Brussel , den 5 augustus 1918,
No. 79. 24. augustus 1918.
Beschikking.
Art. 1. Gedurende het groot verlof 1918 zullen te Brussel tijdeiijk voorbereidende leergangen tot het examen van kantonnaal schoolopziener worden gegeven.
Art. 2. Alleen de onderwijzers en leraars,die zich,naar het oordeel van het schooltoezicht, in de uitoefening van hun ambt onderscheiden door hun werkzaamheid en beroepsbekwaamheid kunnen tot bedoelde leergangen toegelaten worden. Om deze leergangen te volgen is bovendien vereist:
1. Dat de kandidaat het wettelijk getuigschrift van onderwijzer of van leraar bij het middelbaar onderwijs van den lageren graad bezit.
2. Dat hij gedurende ten minste 10 jaar werkzaam is geweest in een der hieronder opgesomde onderwijsinrichtingen: Gemeentescholen, door de gemeenten aangenomen scholen, bijzondere scholen, voorbereidende afdelingen bij de Rijks middelbare scholen, gemeentelijke middelbare scholen en bijzondere middelbare onderwijsinrichtingen, Rijksnormaalscholen en oefeningsscholen, door de regering erkende norm scholen en oefeningsscholen.
Art. 3. De aanvragen om toelating tot de leergangen en de in Artikel 2, lid 2, bedoelde bewijsstukken, moeten voor 15 Augustus 1918 op het ministerie van Wetenschappen en Kunsten ingediend zijn.
Art. 4. De leergangen omvatten: 1.
a) de grondbeginselen der zielkunde en har.. tot de opvoedkunde;
b) bei beredeneerd onderzoek van de opvoedingstelsel der opvoedkundigen, wier namen voorkomen op het programma van de geschiedenis der opvoedkunde (koninklijk besluit van 1 februari 1896,
c) opvoedingsleer;
d) fonetiek en beschaafde uitspraak.
e) Ontleding van het model-programma der lagere scholen en van het programma der oefeningen en bezigheden in de bewaarscholen,
f). De uitlegging van de wet tot regeling van het lager onderwijs en van de algemene beschikkingen en bepalingen, die ter uitvoering dier wet uitgevaardigd zijn.

Art. 5. De leraars, die met het geven van de hiervoren bedoelde leergangen belast zijn, ontvangen 25 frank vergoeding per les, alsmede een vergoeding voor reiskosten ten bedrage van 2 frank per vijf kilometer gewonen weg en van 1.25 frank per vijf kilometer spoorweg.
Art. 6. De Verwaltungschef (Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel , den 8 Augustus 1918.
No. 79. 24. augustus 1918.
Beschikking.
Art. 1. Ter vervanging van wijlen den heer Michot Uf Stingihamber Nerincx en Collart, zijn benoemd tot leden *van de kommissie van toezicht aan het koninklijk muziekkonservatorium te Brussel de heren: Dr. Karel Hendrickx, algemeen sekretaris aan het ministerie van Binnenlandse Zaken, Dr. Karel Borms, algemeen bestuurder (van het ministerie van Binnenlandse Zaken Hendrik Jacobs, bestuurder aan het ministerie van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen. Hektor Van de Velde, hoofdbouwmeester aan het ministerie van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen.
Art. 2. De Verwaltungschef (Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze *Beschikking belast.
Brussel , den 8 Augustus 1918.
No. 79. 24. augustus 1918.
Verordening.
Art. 1. Artikel 1 der Verordening C. C. Illa, 3387 van 13 juni 1917 wordt als volgi aangevuld: Aan elke jury wordt door het ministerie voor Wetenschappen en Kunsten een bestendig sekretaris toegevoegd. art,
2. De ,Verwaltungschefs (Hoofden van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn met de uitvoering van deze Verordening belast,
Brussel , den 8 Augicstus 1918,
No. 79. 24. augustus 1918.

Verordening betreffende de begeving van een leidende post bij het Belgisch beheer van Posterijen voor het Vlaams bestuursgebied.

Enig Artikel. Met ingang van 1 augustus 1918 wordt benoemd tot algemeen bestuurder hij het Algemeen Sekretariaat van het ministerie van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen voor het Vlaams bestuursgebied, te Brussel , de heer H. E. Jacobs, bestuurder van beheer aldaar. De Prasident der Kaiserlich Deutschen Postund Telegraphenverwaliung in Belgien” (Voorzitter van het keizerlijk Duits beheer van Posterijen en Telegrafen in België) is met de uitvoering van deze Verordening belast.
Brussel , den 9 augustus 1918.

affiches uit de collectie KOKW

19180827 Aangifte van slachtingen

25 augustus 1918 zondag. Temse

Geen nieuws.

Geen nieuws.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot tn met 25 augustus geen nieuws
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 24-08-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
19180825 – Bapaume en Bray door de Engelsman bezet.
19180825- Berat in Albanië door de Oostenrijkers hernomen. 

tot en met 28 08 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

controle mannelijke Belgen

24 augustus 1918 zaterdag. Sint Niklaas.

Geen nieuws.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 25 augustus geen nieuws
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 24-08-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen
No. 79. 24. augustus 1918.
verordening waar de Verordeningen van 3 februari 1915, van 13 oktober 1915 en van 15 mei 1916, over de oprichting van scheidsgerechten, opgeheven worden.
Art. 1. De
Verordening van 3 februari 1915, houdende wijziging van het decreet van 10 Vendémiaire van het jaar IV (2 oktober 1795) over de verantwoordelijkheid der gemeenten voor diefstallen, plunderingen en gewelddaden, de Verordening van 13 oktober 1915 houdende gedeeltelijke wijziging en aanvulling der Verordening van 3 februari 1915, alsook de Verordening van 27 Mei 1916, houdende wijziging van het decreet van 10 Vendémiaire van heit jaar IV worden hierbij opgeheven.
Art. 2. Voor het nemen van een beslissing inzake de verplichting tot schadevergoeding, in de gevallen voorzien onder Titel IV Artikel 1 en Titel V Artikel 1 van het decreet van 10 Vendémiaire van het jaar IV, zijn de op grond der Verordening van 6/7 April 1918, houdende instelling van Duitse rechtbanken voor burgerlijke rechtsgedingen, ingestelde  [keizerlijke distriktrechtbanken (Afdeling voor burgerlijke zaken)] bevoegd, naar den maatstaf van Artikel 10 dezer Verordening.
Art. 3. Titel V, Artikelen 2—8, van het decreet van 10 Vendémiaire van het jaar IV zijn op dergelijke aanspraken niet toepasselijk.
Art. 4. De voorschriften der Verordening van 6/7 april 1918 zijn, zover hieronder niet anders is bepaald, toepasselijk op de rechtspleging voor het Kaiserliches BezirksgerichV\
Art. 5. Artikel 21, lid 3, der Verordening van 6/7 AprU 1918 is op deze aanspraken niet toepasselijk. Artikel 21, lid 1, en Artikel 22, lid 1, van genoemde verordening, zijn slechts met dien verstande toepasselijk, dot, in zover de eiser afgewezen wordt, alleen de hare voorschotten voor het geding en van den rechterlijk commissaris dienovereenkomstig te zijnen laste vallen, geen taksen  en de overige, door een verliezende partij te dragen onkosten, door de staatskas overgenomen worden.
Art. 6. Artikel 23 der Verordening van 6/7 april 1918 is dienovereenkomstig toepasselijk op aanspraken, die op 1 Augustus 1918 bij de scheidsgerechten aanhangig zijn.
Art. 7. Deze Verordening treedt op 1 Augustus 1918 in werking.
Brussel , den In Augustus 1918.

No. 79. 24. augustus 1918.
Verordening (er uitvoering van Artikel 9 der Verordening van 4 juni 1918, houdende wijzigiug der wet van 15 juni 1914 tot regeling van het lager onderwijs. Op grond van Artikelen 15 en 16 der Verordening van 4 juni 1918, houdende wijziging der wei van 15 juni 1914 tot regeling van het lager onderwijs, worden hierbij onderstaande schikkingen getroffen.
Artikel 20 der wet van 15 juni 1914, tot regeling van het lager onderwijs, gewijzigd bij Verordening van 4 juni 1918, bepaalt, dat in de gemeenten van Groot-Brussel en in de gemeenten van de taalgrens, bij den aanvang van het schooljaar 1918/19, het Nederlands als voertaal wordt ingevoerd in alle uit openbare middelen ondersteunde kindertuinen en ten minste in de drie eerste studiejaren van de uit openbare middelen ondersteunde lagere scholen. Alleen die anderen, waarvan het bewezen is, dat zij het onderwijs door middel van het Nederlands niet kunnen volgen, mogen, op grond van een door den minister van Wetenschappen en Kunsten verstrekt bewijs, in Klassen met het Frans als voertaal onderwezen worden. In overeenstemming met dit voorschrift bepaal ik het navolgende:
I. De gemeentebesturen en de hoofden van uit openbare middelen ondersteunde kindertuinen en lagere scholen moeten de vereiste maatregelen met het oog op de invoering van het Nederlands als voertaal, in,de uit openbare middelen ondersteunde kindertuinen en in de drie eerste studiejaren van de uit openbare middelen ondersteunde lagere scholen, voorbereiden en ten uitvoer doen brengen.
II. De hoofden der scholen worden hierbij aangemaand, ten laatste op 10 September 1918, aan den bevoegden schoolopziener de namen op te geven van de kinderen, die 1. bij den aanvang van het schooljaar 1918/19, gedurende twee studiejaren, uitsluitend door middel van het Frans als voertaal, onderwijs genoten hebben, en die, naar de gewetensvolle mening van het hoofd der school, niet in staat zijn, bij den aanvang van het schooljaar 1918/19 het onderwijs door middel van het Nederlands te volgen. 2. reeds gedurende drie studiejaren of langer onderwijs genoten hebben door middel van het Frans, doch bekwaam geacht worden in de toekomst het onderwijs door middel van het Nederlands te volgen.
III.  Op 1 november 1918 moeten de hoofden der scholen dan den bevoegden schoolpziener de namen opgeven van de kinderen, die hij den aanvang van het schooljaar 1918/19 aan den leerplicht beginnen te voldoen, en die volgens de ervaring gedurende de eerste maand opgedaan, niet in staat zijn, het onderwijs door middel van het Nederlands te volgen.
Brussel, den 5 augustus 1918.
No. 79. 24. augustus 1918.
Verordening ter uitvoering van Artikel 1 der Verordening van 4 juni 1918, betreffende de voertaal in de middelbare onderwijsinrichtingen. Op grond van artikelen 4 en 5 der Verordening van 4 juni 1918, betreffende de voertaal in de middelbare onderwijsinrichtingen worden hierbij onderstaande schikkingen getroffen:
Artikel 1 der Verordening van 4 juni 1918, betreffende de voertaal in de middelbare onderwijsinrichtingen, bepaalt voor alle middelbare onderwijsinrichtingen van Staat, provincie en gemeente, dat bij den aanvang van het schooljaar 1918/19, in de gemeenten van Groot-Brussel , het Nederlands als voertaal wordt ingevoerd, in al de aan voornoemde middelbare onderwijsinrichtingen verbonden kindertuinen, in de drie eerste studiejaren van de voorbereidende afdelingen van de middelbare onderwijsinrichtingen, in het eerste studiejaar van de middelbare onderwijsinrichtingen, lageren graad, in de drie eerste studiejaren van de middelbare onderwijsinrichtingen, hogere graad, en in do bestaande Vlaamse afdelingen. Alleen die kinderen, waarvan het bewezen is, dat zij het onderwijs door middel van het Nederlands niet kunnen volgen, mogen, op grond van een door den minister van Wetenschappen en Kunsten verstrekt bewijs, in Klassen met het Frans als voertaal onderwezen worden. In overeenstemming mei dit voerschrift bepaal ik het navolgende:

i. De provincie  en de gemeenten, alsook de besturen van alle midelbare scholen van Staat, provincie en gemeente, moeten de vereiste maatregelen met het oog op de invoering van het Nederlands als voertaal in de bedoelde studiejaren en in de aan Hogervermelde scholen verbonden inrichtingen, voorbereiden en ten uitvoer doen brengen.

II. De hoofden der scholen worden hierbij aangemaand, ten laatste op 10 september 1918, aan den bevoegden schoolopziener de namen op te geven van de kinderen, die

1. bij den aanvang van het schooljaar 1918/19, gedurende twee studiejaren in de voorbereidende afdelingen van de middelbare onderwijsinrichtingen, hogere graad, onderwijs genoten hebben door middel van het Frans als voertaal en die, naar de gewetensvolle mening van het hoofd der school, niet in staat zijn, hij den aanvang van het schooljaar 1918/19 het onderwijs door middel van het Nederlands te volgen,

2. reeds gedurende drie studiejaren in de voorbereidende afdelingen der middelbare onderwijsinrichtingen, gedurende een studiejaar in de middelbare onderwijsinrichtingen, lageren graad, of gedurende drie studiejaren in de middelbare onderwijsinrichtingen, hogere graad, of langer, onderwijs genoten hebben door middel van het Frans, doch bekwaam geacht worden in de toekomst het onderwijs door middel van het Nederlands te volgen.

III. Op 1 november 1918 moeten de hoofden der scholen aan den bevoegden schoolopziener de namen opgeven van de kinderen, die hij den aanvang van het schooljaar 1918/19 hun middelbare studiën hebben begonnen,en die volgens de ervaring gedurende de eerste maand opgedaan,niet in staat zijn, het ondenwijs door middel van het Nederlands te volgen.
Brussel , den 5 Augustus 1918.
affiches uit de collectie KOKW

19180820 Bedekking alle verlichte openingen bij invallen duisternis

23 augustus 1918 vrijdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 25 augustus geen nieuws
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 24-08-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC

verordeningen
tot en met 23 08 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

19180817 Aflevering verlichtingstoestellen

22 augustus 1918 donderdag. Sint Niklaas

In de O.L.Vr. Presentatie Plezantstraat TS is eene vliegschool ingericht; een 100 tal Duitsche officieren volgen de cursussen; deze zijn bij de rijke menschen ingekwartierd en vliegen te Elversele en Waesmunster.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 19-08-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen
tot en met 23 08 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

19180816 Slachten mannelijke voor de teelt ongeschikte kalveren