18 april 1918 donderdag. Temse

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
tot en met 26-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 17-04-1918 geen verordeningen

Nr 38 Verordening 8 april 1918  deel één

Betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen.
Eerste Titel
Algemene bepalingen.
Art. 1. Tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom worden behoudens de hierna vermelde uitzonderingen verzekerd al de arbeiders, helpers, werklieden,
leerlingen en andere bedienden van beiderlei geslacht, die tegen loon of wedde voor rekening van een bedrijfshoofd werken in het landhouw- of bosbedrijf, de nijverheid, de ambachten of den handel.
Deze bepaling geldt ook voor de arbeiders der openbare ondernemingen, tenzij deze, krachtens bijzondere wetten of verordeningen, in gelijke mate tegen voormelde risico’s gewaarborgd zijn.
Zijn niet verzekeringsplichtig de belanghebbenden, wier regelmatige wedde of loon 3.000 frank per jaar overschrijdt.
De zelfstandige arbeiders en zijn die krachtens lid 3 zijn vrijgesteld, kunnen de voordelen dezer wet genieten binnen de grenzen en onder de voorwaarden, bij bijzonder besluit vast te stellen.
Er wordt niet afgeweken van de wet van 5 juni 1911 op de ouderdomspensioenen ten bate van de mijnwerkers.

Art. 2. Verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid geschiedt, naar keuze van de belanghebbenden, hetzij door de erkende mutualistische verenigingen of hondskassen, voor dien dienst krachtens deze verordening aangenomen, hetzij door de gewestelijke kassen van vooruitzicht door deze verordening tot stand gebracht.

Art. 3. Verzekering tegen ouderdom geschiedt door de Algemene Lijfrentekas onder den waarborg van den Staat, en Brussel,
De artikelen 40 en 45 der wet van 16 maart 1865, houdende instelling van een Algemene Spaar- en Lijfrentekas, zijn niet van toepassing op wien, die krachtens artikel 1 van deze verordening verplicht zijn zich aan te sluiten.

Art. 4. De verplichte bijdragen moeten behoudens de toepassing van lid 1 van artikel 6 door den verzekerde gestort worden, bij de aangenomen mutualistische vereniging waarhij hij aangesloten is, zoo niet hij de bevoegde gewestelijke kas ; voor de verzekering tegen ouderdom mogen zij door den verzekerde rechtstreeks gestort worden in de Algemene Lijfrentekas of hij al de openbare inrichtingen, welke stortingen voor deze aannemen.
Het bedrijfshoofd mag den verzekerde niet verplichten deel uit te maken van een bepaalde mutualistische vereniging of van de gewestelijke kas, noch om beletten zich aan te sluiten hij de instelling welke hij heeft verkozen.

Art. 5. Voor den verzekeringsdienst mag door het bedrijfshoofd geen afhouding worden gedaan van het loon van den verzekerde, zo deze bewijst dat hij de vereiste stortingen deed. Met het oog op dat bewijs, levert de aangenomen mutualistische vereniging of de gewestelijke kas aan den verzekerde een getuigschrift af, dat deze aan zijn bedrijfshoofd moet overleggen. Dit getuigschrift blijft ter ontlasting van het bedrijfshoofd geldig zolang het niet is ingetrokken door de mutualistische vereniging of de kas waarvan het uitgaat.
Deze instellingen zijn, zolang het getuigschrift niet is ingetrokken, aansprakelijk voor de verplichte stortingen.
De verzekerde, die rechtstreeks hij de Algemene Lijfrentekas is aangesloten, vertoont, om de twee maanden, zijn boekje ten kantore waar hij zijn stortingen doet ; door dit kantoor wordt aan het bedrijfshoofd, op zijn aanvraag, of op de aanvraag van den verzekerde, te zijner ontlasting een getuigschrift van vertoon afgeleverd.

Art. 6. Bij gebrek aan de in artikel 5 voorziene getuigschriften, moet het bedrijf verplichte bijdragen afhouden van het loon en ze , op de tijdstippen bij bijzonder besluit bepaald, storten bij de mutualistische vereniging, door den verzekerde gekozen, of, zo niet, bij de gewestelijke kas voor den dienst van de verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid, en in de Algeeene Lijfrentekas voor den dienst van de ouderdomsverzekering.
Komt het bedrijfshoofd aan die verplichting te kort, dan is hij, ten verzoeke van den Staat of van de mutualistische vereniging waarvan de verzekerde deel uitmaakt, gehouden, persoonlijk de sedert ten hoogste vijf jaar verschuldigde en niet gestorte bedragen te betalen.De vrederechter doet daarover uitspraak, zonder kosten.

Art. 7. Een Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht wordt opgericht.
De Raad is samengesteld uit dertien leden ; daarvan worden zeven leden aangewezen door de aangenomen verzekeringsinstellingen en de Regering benoemt er zes ;onder dezen moeten ten minste één actuaris, één geneesheer en één apotheker zijn.
De aanwijzing der leden en de werking van den Raad worden bij bijzonder besluit geregeld.
De Raad heeft de bevoegdheden, hem toegekend bij de wetten en besluiten.
Tot den Raad behoort een raadgevende commissie waaraan kennis dient te worden gegeven van de overeenkomsten betreffende den genees- en artsenijkundigendienst.
De uitgaven betreffende de werking van den Hogere Raad komen ten laste van den Staat.

Art. 8. In elk bestuursarrondissement wordt ten minste één gewestelijke kas van vooruitzicht opgericht,
Echter kunnen de kassen, die minder dan twee duizend aangeslotenen tellen, op bij bijzonder besluit te bepalen wijze verenigd worden hetzij met elkaar, hetzij met andere kassen ten einde dit minimum te bereiken.
Alle andere kassen kunnen eveneens, op hun verzoek, in één kas verenigd worden.
Elke kas wordt beheerd door een college bestaande uit negen tot één en twintig leden ; daarvan wordt een derde door de beheerders der mutualistische verenigingen tegen gebrekkelijkheid aangewezen naar evenredigheid van het getal hunner aangeslotenen. Voorts worden twee mandaten aan een geneesheer en een apotheker opgedragen door de betrokken beroepsverenigingen. De overige leden worden door de regering benoemd en voor de helft na een tijdsverloop van zes jaar gekozen onder de aangeslotenen bij de gewestelijke kas. Nadere bepalingen worden gegeven in het bijzonder besluit tot oprichting der gewestelijke kassen.

Art. 9. De gewestelijke kas richt de verzekering tegen ziekte en gebrekkelijkheid in voor de belanghebbenden die hun woonplaats hebben binnen haar omschrijving en geen deel uitmaken van een aangenomen mutualistische vereniging.
Op de voordelen, bij de wet voorzien, hebben die verzekerden slechts aanspraak nadat zij gedurende ten minste een jaar onafgebrokeri hebben gestort.
De stortingen in de Algemene Lijfrentekas mogen insgelijks door de tussenkomst van de gewestelijke kas gedaan worden.
De genees en artsenijkundige dienst berust op de vrije keuze onder de geneesheren en apothekers van het gebied, die het door de gewestelijke kas bepaald tarief hebben aanvaard.
De kas kan geneeskundige raadgevers aanstellen, inzonderheid belast met het houden van toezicht op den genees en artsenijkundige dienst.
Op verzoek van de kas kan de Hogere Raad een geneesheer of apotheker uit bedoelden dienst sluiten om zwaarwichtige redenen die zijn persoon of zijn beroep betreffen.
De gewestelijke kassen mogen zich met een of meer mutualistische verenigingen van hun gebied verstaan om de genees en artsenijkundige diensten gemeenschappelijk in te richten, Zij kunnen hun verzekerden bij de mutualistische verenigingen besteden of onder toezicht plaatsen, mits der voorkeur, zowel van den verzekerde als van de verschillende verenigingen, in aanmerking genomen wordt. De overige bevoegdheden en de wijze van werking der kassen worden bij bijzonder besluit bepaald.

Art, 10. Als verzekeraars bezitten de gewestelijke kassen de rechtspersoonlijkheid. Zij genieten al de rechten en zijn onderworpen aan al de verplichtingen die aan de erkende mutualistische verenigingen bij de artikelen 7, 8, 9, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 28, 29, 30 en 31 der wet van 23 juni 1894 zijn toegekend of opgelegd.
affiches uit de collectie KOKW

postkaart Ieper  ruines oud hotel Gent

16 april 1918 dinsdag. Sint Niklaas

We worden graanopmeters te Temsche benoemd.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
18 tot en met 29 april Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog terug online
nieuws overgeschreven door Raphael uit NRC

19180416 – Aan de IJzer trekt de Engelsman zich op de Douve terug.
19180416 – Helsinfors in Finland door de Duitschers bezet.

tot en met 14-04-1918 geen verordeningen

No. 37. – 16. APRIL 1918.
Bij besluit van 4 april 1918, van den heer Generaal Gouverneur, is de heer H. Cels, bestuurder bij het provinciaal bestuur der provincie Antwerpen, voor een tijdsbestek van  6 jaren tot provinciaal griffier der provincie Antwerpen benoemd.
Brussel, den 8 april 1918.

No. 37. – 16. APRIL 1918.Bij Besluit van 4 april 1918, C. FI V M 190, van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Impe, apotheker te Kortrijk, met ingang van 1 februari 1918 benoemd tot apotheker-opziener bij het Vlaams Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Brussel, den 9 april 1918.
affiches uit de collectie KOKW

19180416 Hoogste prijzen

15 april 1918 maandag .Sint Niklaas

De 2e kolenverdeling voor St.Nikolaas begint heden. De Duitsche zomertijd neemt aanvang: de horloges worden 1 uur vooruit gezet (2,5 uur voor de Fransche Tijd.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog terug online

nieuws overgeschreven uit NRC

19180415 – Bailleul door de Duitsers bezet.

verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 37. – 15. APRIL 1918.
Beschikking.
Art. 1. Ter vervanging van de heren Gustaaf Lambrechts, overleden, en Loos, hoofdschoolopziener, die zijn ontslag gevraagd heeft zijn tot leden van den verbeteringsraad voor het lager onderwijs benoemd de heren De Vae, leraar aan het atheneum te Gent, en De Meyer, hoofdschoolopziener te Antwerpen.
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 4n april 1918.

No. 87. – 15. APRIL 1918.
Beschikking.
Aangezien de schepenen der stad Gent Coppieters, Heynderyckx en Anseele verklaard hebben, dat zij hun ambt als schepenen der stad Gent neerleggen, wordt
overeenkomstig de verordening van 16/18 maart 1918, betreffende het gemeentebestuur der stad Gent, in gemeen overleg met de Etappeninspektie van het 4 leger het navolgende bepaald :
§ 1. De schepen professor de Bruyneis als schepen der stad Gent afgezet.
§ 2, De heren Flancquart, advokaat, Wannyn, hoofd eener school, vander Spurt, tandarts, prof. Fomier en prof.Huybreghts zijn tot schepenen-kommissarissen der stad Gent benoemd.
Brussel, den 30n maart 1918.

19180415 Betreffende het verkeer van vlees

25 maart 1918 maandag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
22.3.1918: 24.03.1918 tot en met 30.03.1918 Geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 28.03-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 24-03-1918 geen verordeningen

No. 29. – 25. maart 1918.

Beschikking houdende instelling van een leergang in de Nederlandse uitspraak. Gedurende het aanstaande Paasverlof wordt in de Rijksnormaalschool te Brussel een leergang in de beschaafde Nederlandse uitspraak gegeven voor de leraars en leraressen der Rijks- en aangenomen normaalscholen van het Generaal Gouvernement: De leerkrachten van aangenomen normaalscholen, die den leergang volgen, hebben recht of dezelfde reis- en verblijfkosten als de leden van het onderwijzend personeel der Rijksnormaalscholen.
Brussel, den 13 maart 1918,
No. 29. – 25. maart 1918.
Verordening.
Art. 1. Ten einde de regeling mogelijk te maken van schuldvorderingen, die betrekking hebben op het dienstjaar 1916 en op vroegere dienstjaren, worden rijkskredieten verleend ten gezamenlijke bedrage van vijfhonderd en zesduizend zevenhonderd zes en negentig frank (fr. 506. 796), welke in te lassen zijn in de begrotingen voor de eerste helft van het dienstjaar 1917, te weten :
A. Op de begroting van het ministerie van Wetenschappen en Kunsten onder artikel 5 (Reis- en Verblijfkosten) fr. 360 „ „ 13 (Koninklijke Academie van Wetenschappen, letteren en schone kunsten van België) „ 100 „ „ 29 {Beheerskosten der Universiteiten) „ 38.000 „ „ 44 {Normaalscholen van den middelbaren graad) „ Z.408 „ „ 46 (Examenjury” s van het middelhaar onderwijs : reiskosten, enz.) „ 3.000 „ „ 47 {Examenjury’ 8 van het middelhaar onderwijs : beheerskosten) „ 200 „ „ 69 {Toelagen voor het hoger onderwijs) „ 335.000 256 „ „ Tl (Aanvullende toelagen en buitengewone toelagen te verlenen in geheel bijzondere geschillen, bij toepassing van de organieke wet op het lager onderwijs. {Onbepaald krediet) „ 60.000 „ – 77 (Aandeel van den Staat in de kosten van het godsdienstonderwijs) „ 35 „ „ 78 (Dienst der bewaarscholen en kinderkribben) „ 45.492 „ „ 97 (Beheerskosten voor het museum van het Jubelpark) „ 3.300 „ „ 102 {Koninklijke Commissie voor de Monumenten, aanwezigheidspenningen, enz. ) 1 „ 5. 400 „ „ 103 {Id. Reiskosten, enz.) „ 1.000 „ „ 113& {Onderhoud der universiteten) . . „ 5.000
B. Op de begroting van het ministerie van Landbouw en Openbare Werken,
Tabel A {Diensten van Landbouw) onder
artikel 34 (Hogere raad der bossen) r. 272 „ „ 5
Onderhoud der Staatsbossen) . . „ 1.168 „ „ 48
Braakland en domeinbossen : Bebossing, gezondmaking, aanlegging van ruimingswegen) „ 5. 061
Art» 2, De in artikel 1 verleende aanvullende kredieten zijn door de gewone ontvangsten der begroting te dekken.
Art. 3. Deze verordening treedt den dag haar afkondiging in werking.

Brussel den 14 maart 1918.
No. 29. – 25. maart 1918.
Bekendmaking. ” Op grond mijner verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies {Ernte-Kommissionen), evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 Juli 1917 tot deze verordening, heb ik, op voorstel der centrale Oogstkommissie {Zentral-Ernte-Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld :
voor tarwe (mengtarwe) uit stapelplaatss of molen geleverd frank 73.84 per 100 kgr,
– rogge {inlandsche) uit stapelploats of molen geleverd „ 38,20
masteluin uit stapelplaats of molen geleverd „ 40,49
ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd – 36,71
zemelen uit stapeljaats of molen geleverd „ 21,50
tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 82,73
roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 45,99
masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 48,35
tarwebrood aan verbruikers geleverd 0,69
Deze hoogste prijzen worden op 1 April 1918 van kracht. De provinciale Oogstkommissies {Provinzial-Ernte-Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten, op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogstenprijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen.
Voor den verkoop van koren door de verbouwers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de hoogste prijzen, vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies, van kracht. Brussel den 14n maart 1918
No. 29. – 25. maart 1918..
Beschikking. Ter vervanging van juffrouw Brabants, bestuurster van de Rijks middelbare meisjesschool te Lier, om gezondheidsredenen ontslagen van de deelneming aan de hij beschikking Illa, 1050 van 23 februari 1918 van den heer Generaal-Gouverneur ingestelde jury voor het afnemen der examens in de huishoudkunde, is benoemd tot lid van de jury mevrouw Steygers-Lotens, plaatsvervangende bestuurster van de Rijks middelbare meisjesschool te Laken.
Brussel, den 14 maart 1918.
No. 29. – 25. maart 1918.
Bekendmaking betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Gouverneur Generaal in België, heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 September 1916 en nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Maison Erard de Paris, Blondel & Co., Suce, Manufacture de Pianos’, te Brussel. De heer luitenant Maas, Oude Kleerkoopersstraat 24, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 19 maart 1918.
affiches uit de collectie KOKW

19180326 Oprichting Duitse rechtbanken

18 november 1917 zondag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
tot en met 19-11-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 416. – 18. november 1917.

Bekendmaking.
Als vervolg op de Verordening van 27 oktober 1917 (W.- en V. bl. 4660), is de prijs voor 500 gr. moutkoffie (torrealine), die door het Nationaal Komiteit wordt verkocht, tot nader bericht op 0.80 fr. vastgesteld.
Brussel, den Wn november 1917.
No. 416. – 18. november 1917.
Bekendmaking. *** Op grond mijner Verordening van 18 Juii 1917, betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kommissionen), evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 Juii 1917 tot deze Verordening, heb ik, op voorstel der centrale Oogstkommissie
(Zentral-Ernte-Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld :
voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 73.27 per 100 kgr. „
rogge uit stapelplaats of molen geleverd ;frank 37.26 per 100 kgr.
uit stapelplaats of molen geleverd „
uit stapelplaats of molen geleverd masteluin frank 41,20 per 100 kgr.
uit stapelplaats of molen geleverd ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd frank 40,06 per 100 kgr.
uit stapelplaats of molen geleverd zemelen uit stapelplaats of molen geleverd frank 21, 50 per 100 kgr.
uit stapelplaats of molen geleverd tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 81.00 per 100 kgr
voor roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd 43,.88 per 100 kgr
voor masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 47,94 per 100 kgr
voor tarwebrood aan verbruikers geleverd „ —.68 „ kgr.

Deze hoogste prijzen worden op 1 December 1917 van kracht.
De provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernte- Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen.
Brussel, den 13n november 1917.
No. 416. – 18. november 1917.
Bekendmaking. *** Ter uitvoering van artikel 6 der Verordening van 22 Augustus 1916 van den heer Generaal Gouverneur (Wet en Verordeningsblad, bl. 2559), zijn de prijzen voor 1 kgr. boter, bij den voortbrenger gekocht, van 15 november 1917 af als volgt vastgesteld :
1) Ongezouten boter, met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen fr. 7.70
2) Gezouten boter-, met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen fr 7.30
3) Melkerijboter, voorzien van het ambtelijk kontroolmerk en met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen fr 8.70
4) Ongezouten boter, met meer dan 18 % doch niet meer dan 50 % vreemde bestanddelen fr 3.90
5) Gezouten boter, met meer dan 18 % doch niet meer dan 50 % vreemde bestanddelen . . fr 3.60
De prijzen gelden voor boter ter plaatse van de voortbrenging genomen, met inbegrip van de gebruikelijke verpakking in perkamentpapier. De groothandelaar en de kleinhandelaar mogen bij den voortverkoop van de boter ieder 40 centiem, doch in het geheel niet meer dan 80 centiem per kilogram in rekening brengen.
Brussel, den 14n november 1917.
No. 416. – 18. november 1917.
Beschikking betreffende den verbeteringsraad voor net middelbaar onderwjjs in Vlaanderen. In uitvoering van de Verordening C. C. Illa 3388 van
13 Juni 1917, betreffende den verbeteringsraad voor het middelbaar onderwijs, worden hiernavermelde personen benoemd tot leden van den verbeteringsraad voor het middelbaar onderwijs in het Vlaams bestuursgebied :
1) de heer Tack, Pieter, gewoon eere-professor aan de hogeschool te Gent.
2) „ Brûlez, Fernand, buitengewoon professor aan de hogeschool te Gent.
3) „ Claeys, Renaat, buitengewoon professor aan de hogeschool te Gent.
i) „ De Braycker, César, gewoon professor aan de hogeschool te Gent.
5) „ De Decker, Josué, gewoon professor aan de hogeschool te Gent.
6) „ Maes, Viktor, studieprefect aan het koninklijk atheneum te Antwerpen.
7) „ Bossaerts, August, bestuurder van de Rijks middelbare Jongensschool te Antwerpen.
8) „ Goemans, Lodewijk, leraar in de geschiedenis aan het koninklijk Atheneum te Leuven.
9) „ Peeters, Edgar, leraar in de natuurwetenschappen aan het koninklijk atheneum te Antwerpen.
10) „ Libbrecht, G., eere-prefekt aan het koninklijk atheneum te Antwerpen.

Art. 2. Het Hoofd van het burgerhjk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking.
Brussel, den 8n november 1917

No. 416. – 18. november 1917.
Verordening (voor Vlaanderen) betreffende de hervorming van het middelbaar onderwijs van den lageren graad. Op grond van de wetten van 1 Juni 1850 en 15 Juin 1881, van het koninklijk besluit van 24 december 1912 en van de koninklijke besluiten over de regeling var middelbaar normaalondenwijs, verorden ik het navolgende:
Art. 1. Aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 241912 wordt volgend 2de lid toegevoegd : „Aan de Rijksmiddelbare normaalscholen in het Vlaams bestuursgebied kan een voorbereidende afdeling van twee schooljaren worden toegevoegd, waarin volgende vakken onderwezen worden: godsdienst, zedenleer, Nederlands Frans, Duits, Engels, Latijn, Grieks geschiedenis en aardrijkskunde, wiskunde, natuurwetenschappen, handelswetenschappen, tekenen, handenarbeid, huishoudkunde, gezondheidsleer en kinderverzorging, turnen, zang, snelschrift en machineschrift.”

Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur {Verwaltungschef) voor Vlaanderen bepaalt het leerplan voor de in artikel 1 aangegeven onderwijsvakken, de verplichte en vrije vakken, alsook den duur van het onderwijs in ieder vak.

Art. 3. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 december 1912 is ook toepasselijk op de voorbereidende afdeling der middelbare normaalscholen.

Art. 4. Het onderwijs in de voorbereidende afdeling van een middelbare normaalschool wordt gegeven door het onderwijzend personeel van die school.

Art. 5. De wedden van het onderwijzend personeel, de toelatings-, overgangs- en eindexamens, alsook het schoolreglement der voorbereidende afdeling zullen door bizondere Verordeningen geregeld worden.

Art. 6. Aan de leerlingen, die met goed gevolg het eindexamen van de voorbereidende afdeling hebben afgelegd, wordt een desbetreffend getuigschrift afgeleverd.

Art. 7. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze Verordening. Brussel, den Wn november 1917.

affiche uit de verzameling van het KOKW 19171114 Hoogste prijs Raygraszaad

2 juli 1917 maandag. Sint Niklaas

Alle paarden en karren moeten op bevel der Duitschers opgegeven worden voor 4 Juli.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 03-07-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
tot en met 2-07-1917 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

Lokeren verbod ijsroom maken en verkopen

23 october 1916 maandag Sint Niklaas

Van heden af krijgen alle kinderen der stadsscholen of lagere of aangenomen bewaarscholen enz, alle namiddagen gratis eene teljoor soepe met eenen koek. Deze soep wordt op Janssen fabriek in de Hofstraat gemaakt door Dhr Landsman uit de Statiestraat.
Mama gaat naar Antwerpen, Albert betert. (onderlijnd)

zie ook
http://www.oorlogsdagboek.org/

overgeschreven door Raphael uit NRC

No. 267. — 20. OKTOBER 1916.
Beschikking betreffend de voertaal in de door den Staat ondersteunde avondscholen. Betreffend de voertaal in de avondscholen, die krachtens de ministeriële beschikking van 21 september 1998 (Moniteur belge, nr. 265, bl. 4050) door den Staat worden ondersteunt, worden in aansluiting aan de bepalingen van artikel 20, lid 1 en 2, nit de wet van 15 Juni 1914 op het lager onderwijs de volgende schikkingen genomen:

Art. 1. In de avondscholen wordt het onderwijs in de moedertaal der leerlingen gegeven; in de bijzondere leergangen kan het onderwijs in alle of in enkele vakken niet alleen in de moedertaal, maar tegelijkertijd ook in een van de beide andere landstalen gegeven worden..

Art. 2. Als moedertaal van den leerling geldt de taal, waarin hij op de lagere en de middelbare school onderwijs genoten heeft. Het hoofd der avondschool is verplicht, bij het inschrijven van den leerling het overleggen van een getuigschrift over de voertaal te verlangen. Kan de leerling zulk getuigschrift niet overleggen, zoo stelt het schoolhoofd, na den leerling te hebben onderzocht vast, welke taal als moedertaal van den leerling zal gelden. De leerling en, zo hij minderjarig is, ook zijn ouders hebben het recht, bij het schooltoezicht verzet aan te teken en tegen de beslissing van het schoolhoofd. De moedertaal van elke leerling moet op de lijst der leerlingen aangeduid zijn.

Art. 3. De schoolopziener moet de school bezoeken en daarbij, zoverre nodig, het schoolhoofd raadplegen, de getuigschriften inzien en de leerlingen ondervragen, om zich te overtuigen, dat de vaststelling van de moedertaal nauwgezet is geschied. Over bezwaren gevallen moet aan den hoofdopziener verslag gegeven worden.

Art. 4. De beslissing die betreffend de moedertaal genomen is, blijft zolang geldig, als de leerling een door den Staat ondersteunde avondschool bezoekt.

Art. 5. Zijn er voor een leergang, afgezien van de onder artikel 1, lid 1 voorziene tweetalige leergangen, leerlingen met verschillende moedertaal ingeschreven, zoo moet het onderwijs in de taal van de meerderheid der leerlingen gegeven worden. Het is verboden, leergangen, klassen of afdelingen met dubbele voertaal in te richten. Wanneer, in Groot-Brussel en in de gemeenten aan de taalgrens in een leergang met 2 klassen ten minste 40 ten honderd, met 3 klassen ten minste 30 ten honderd, met meer dan 3 klassen ten minste 15 ten honderd, van het gezamenlijk aantal leerlingen een andere taal tot moedertaal heeft dan die welke als voertaal van den leergang geldt, dan moet voor die minderheid een bijzondere klas worden ingericht. In de overige gewesten zal men, in gelijke omstandigheden, zover doenlijk een zelfde regeling treffen. In het gebied van Groot-Brussel en der gemeenten aan de taalgrens zal men zich richten naar de beschikkingen van 18 maart 1916 (W. en V. nr. 192, bl. 1791) en van 29 April 1916 (W. en V. nr. 208 bî. 2089} van het Hoofd van het Burgerlijk Bestuur bij den Generaalgouverneur in België (Verwaltungschef).

afbeelding Belgisch dorp interneringsgroep Scheveningen uit de Prins

8 october 1916 zondag, Sint Niklaas

Mama gaat naar Antwerpen, Albert wandelt reeds (onderlijnd).
J. Lentacker heeft 12 frank van Mechelen Terneuzen over September.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit NRC
19161008 – Kroonstad in Zevenbergen door de Duitschers hernomen. 
19161008 – Le Sars aan de Somme door de Engelsman genomen. 

No. 259. — 29. SEPTEMBER 1916.
Te rekenen van 1 oktober 1916, zal het gedeelte van het Duits militair arrondissement Doornik, dat ten W. van den spoorweg Ronse—Leuze—Péruweh—Condé ligt, van de Etappeninspektie van het 6de leger afhangen.
Met ingang van dezelfden dag, zullen de gedeelten van bedoeld arrondissement, die tot het Generalgouvernement blijven behoren, het militair arrondissement Ath uitmaken. Het Hoofd van het voormalig arrondissement Doornik, zal den zetel van zijn beheer naar Ath overbrengen.
De bekendmaking van 19 december 1915 (la nr. 14881), in het Wet- en Verordeningsblad verschenen op bladzijde 1436, is dienovereenkomstig gewijzigd.
Brussel, den 27n september 1916.

afbeelding uit le Miroir septemeber 1916

1 oktober 1916 zondag Sint Niklaas

De Duitsche uur wordt 1 uur achteruit gezet, zoodat ze nu 1 uur op den Belgische tijd vooruitstaat.
Mama gaat naar Antwerpen, Albert betert (onderlijnd).
Onze jongens zijn reeds 26 volle maanden binnen.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

overgeschreven uit NRC
19161001 – De Serviërs doen vooruitgang op den Kaimakjalan. 
19161001 – Hermanstad door de Duitscher in Oostenrijk herbezet. De Roumeen rukt ten zuiden van Buckarest den Donau over Bulgarije in. 
19161001 – N’en Zeppelin boven Londen beneden geschoten., Baucourt l’Abaye aan de Somme door Engelsman bezet. 

9. Voorschriften over het gebruik der Duitse taal.
1. Het HoogDuits taalgebied in den zin van dit dienstbevel, omvat de volgende gemeenten:
(Voor de namen zie hierboven.)

2. Elk schrijven, dat door de Ministeries of de andere Middenbesturen te Brussel aan gemeenten en bijzonderen in het HoogDuits taalgebied gericht wordt, moet in de Duitse taal opgesteld zijn, tenzij de bestemmeling om een Vlaams of Frans antwoord verzocht of zelf in ’t Vlaams of in ’t Frans geschreven heeft. Hetzelfde geldt voor de bestuursoverheden en ambtenaren van den Staat, tot wier ambtsomschrijving plaatsen van het HoogDuits taalgebied behoren.

3. In het HoogDuits taalgebied moeten de bestuursoverheden en ambtenaren van den Staat in de onderlinge dienstbetrekkingen, evenals in hun dienstbetrekkingen met de Ministeries en in hun inwendigen dienst de Duitse taal gebruiken.

4. Alle bekendmakingen en mededelingen, die de overheden en de ambtenaren tot de bevolking richten, moeten binnen het HoogDuits taalgebied in de Duitse taal opgesteld zijn. Een Franse vertaling mag er aan toegevoegd worden, wanneer daartoe dringende behoefte bestaat. Dit is namelijk het geval in de gemeenten, waar een aanzienlijk deel der imwoners de Duitse taal niet machtig is.

III. Afzonderlijke bepalingen.
De bepalingen van bovenstaand dienstbevel zijn, overeenkomstig de wet van 24 Juni 1885 en die van 26 Augustus 1913, ook op de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen en op de Nationale Maatschappij der waterleidingen van toepassing.

IV. Slotbepaling.
De dienstbevelen van 22 Maart 1916, evenals de omzendbrieven van 29 April en 16 Juni 1916 aan de Algemene sekretarissen der Ministeries, houden hierbij op van kracht te zijn. Brussel, den 2n September 1916.

postkaart is van 1934 en van Stuyvenberggasthuis

30 september 1916 zaterdag Sint Niklaas

J.Lentacker trekt 60 frank voor de maand September voor zijn zoon Edmond in de Nationale bank, van den staat.
Leonie Lentacker verdient 5,00 fr deze week op de fabriek.

zie ook http://www.oorlogsdagboek.org

niets overgeschreven uit NRC

5. In de onderlinge dienstbetrekkingen der bestuursoverheden en ambtenaren van den Staat binnen het Vlaams gedeelte van het General-gouvernement, moet de Vlaamse taal gebruikt worden. Voor Groot- Brussel is de bepaling onder nr. 4, lid 2, op bedoelde dienstbetrekkingen van toepassing. In de dienstbetrekkingen der Ministeries en andere middenbesturen te Brussel met de onmiddellijk onder hen staande overheden in het Vlaams gedeelte van het Generalgouvernement, mag tot 1 Januari 1917 de Vlaamse of de Franse taal gebruikt worden. Van dat tijdstip af moeten ook deze dienstbetrekkingen uitsluitend in de Vlaamse taal gevoerd worden. Dit geldt nu reeds voor de dienstbetrekkingen der Ministeries met al de onmiddellijk onder hen staande overheden en ambtenaren binnen het gebied van het Generalgouvernement, die in hun hetrekkingen met de Ministeries de Vlaamse taal gebruiken.

6. In het Vlaams gedeelte van het Generalgouvernement, moet de Vlaamse taal hij de inwendige dienstbetrekkingen van elke overheid worden gebruikt. Dit geldt niet voor den inwendigen dienst der bestuursoverheden van den Staat in Groot-Brussel.

7. De bepalingen onder nrs. 1—6 zijn ook van toepassing, zoverre voor de schriftelijke betrekkingen der overheden formulieren gebruikt worden. De voorhanden stapels Franse formulieren mogen tot 1 Januari 1917 binnen het gebied van het Generalgouvernement veder worden gebruikt, ook indien zij met deze voorschriften niet overeenstemmen. Volgens mijn nadere bevelen zullen zij echter in het Vlaams gedeelte van het Generalgouvernement nu reeds geleidelijk verwijderd en voor de betrekkingen met de Waalse provinciën gebuikt worden tot zij uitgeput zijn. Bij elken nieuwen druk van formulieren moet de tekst ervan mijnen Generalreferenten ter goedkeuring worden voorgelegd.
Ik behoud mij het recht voor, omtrent de andere binnen de afzonderlijke diensttakken in gebruik zijnde formulieren (kasboeken, registers, enz.) bijzondere maatregelen te nemen, evenals in bijzondere gevallen uitzonderingen op bovenstaande bepaling toe te laten.

8. Naar den geest van de wet van 18 April 1898, moeten alle gedrukte of door enig ander mechanisch of scheikundig middel vermenigvuldigde ambtelijke omzendbrieven, in het Vlaams gedeelte van het Generalgouvernement in het Vlaams opgesteld zijn. Een Franse vertaling mag er aan toegevoegd worden. Alle bekendmakingen en mededelingen, die de overheden en de ambtenaren tot de bevolking richten, moeten in het Vlaamse land in het Vlaams opgesteld zijn. Een Franse vertaling mag er aan toegevoegd worden, wanneer daartoe dringende behoefte bestaat. Dit is namelijk het geval in de gemeenten waar een aanzienlijk deel der inwoners de Vlaamse taal niet machtig is. Daarentegen mogen wetenschappelijke en statistische uitgaven der Ministeries, die doorloopend het licht zien en, die tot nu toe uitsluitend in het Frans uitgegeven werden, zoverre er geen vertverven of verliezen van rechten uit voortvloeit, tot den In Januari 1917 nog verder uitsluitend in het Frans verschijnen.

afbeelding uit la Baïonnette september 1916