18 september 1918 woensdag. Sint-Niklaas.

Geen nieuws.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog online
van 17-9-2018 tot en met 24-9-1918 geen nieuws
tot en met 19-9-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen
tot en met 17 09 1918 geen verordeningen

No. 86. 18. september 1918.
Verordening van 13 April 1917, betreffende de afscheiding van het arrondissement Nivelles (Nijvel) van de provincie Brabant (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 3597), keur ik hierbij goed de hiernavolgende vermogensrechtelijke verdeling tussen de provincies Brabant en Henegouwen, die mij door de Verwaltungschefs (Hoofden van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen en Wallonië werd voorgelegd, en verorden ik dat volgens deze wordt te werk gegaan.
Brussel , den 29 Augustus 1918.

No. 86. 18. september 1918.

Vermogensrechtelijke verdeling tussen de provincies Brabant en Henegouwen, naar aanleiding van de afscheiding van het arrondissement Nivelles (Nijvel) van de provincie Brabant.
Art. 1. Te rekenen van 1 januari 1917, zijn al de inkomsten, die de provincie Brabant op grond der Artikelen 3-17, 22-27, 33, 38, 40 en 42 van haar begroting voor het jaar 1917 — hieronder steeds begroting genoemd —, gerechtigd was in het arrondissement Nivelles (Nijvel) te heffen, aan de provincie Henegouwen afgestaan. In zover de provincie Brabant reeds inkomsten in het arrondissement Nivelles heeft geheven, is zij verplicht deze aan de provincie Henegouwen over te maken. 374

Art. 2. De provincie Henegouwen bekomt 1/10 van het aandeel van den Staat in de onkosten ontstaan uit de inrichting van voordrachten bestemd voor de vroedvrouwen der provincie, voorzien in Artikel 32 der begroting.
Art. 3. De provircie Henegouwen maakt geen aanspraak op de inkomsten, voorzien in Artikelen 1, 2, 19, 20, 21, 28-31, 35, 36, 37, 39, 43, 46 en 47 van de begroting. Betreffende de opbrengst der buurtspoorwegen waarvan de provincie aandeelhoudster is ( Artikel 18 der begroting) wordt naar Artikel 10 dezer verdeling verwezen.
Art. 4. De sommen, die werkelijk betaald werden uit het staatsaandeel van 200.000 frank in de gewone onderhoudskosten der wegen van groot verkeer ( Artikel 41 der begroting), moeten tussen de provincies Henegouwen en Brabant worden verdeeld naar verhouding van de lengte dezer verkeerswegen in het arrondissement Nivelles en in de provincie Brabant (zonder Nivelles).
Art. 5. De provincie Brabant moet de sommen, die door de gemeenten van het arrondissement Nivelles moeten worden gestort voor de onkosten van den burgerlijke stand ( Artikel 44 der begroting), voor het gehele jaar 1917 innen, doch anderzijds de daarmede overeenstemmende uitgaven ( Artikel 143 der begroting) voor dit arrondissement bestrijden.
Art. 6. Het gemeen fonds van de provincie Henegouwen int voor geheel het jaar 1917 de stortingen toeUce door de gemeenten van het arrondissement Nivelles moeten gedaan worden voor de verzameling van het gemeen fonds ( Artikel 46 der begroting), Het heeft anderzijds de uitgaven voor dit arrondissement te zijnen laste.
Art. 7. In zover in Artikelen 5 en 10 van deze verdeling niet anders is bepaald, vallen te rekenen van 1 januari 1917 ten laste van de provincie Henegouwen, al de uitgaven die het provinciaal bestuur voor het arrondissement Nivelles te doen heeft, inzonderheid die, welke de provincie Brabant, op grond van haar begroting, verplicht was te doen voor het tijdperk ingaande met 1 januari 1917, De uitgaven voor het arrondissement Nivelles, die dientengevolge ten laste van de provincie Henegouwen komen, doch reeds door de provincie Brabant zijn gedaan, moeten aan deze laatste worden terugbetaald. Daarentegen moet de provincie Henegouwen, in zover niet anders is bepaald in Artikelen 16, 17 en 18 van deze verdeling, niet bijdragen tot de andere uitgaven, die de provincie Brabant nog op grond van haar begroting voor het jaar 1917 te doen heeft.
Art. 8. De percelen, gebouwen, straten en wegen met den aankleve daarvan, die in het arrondissement Nivelles gelegen zijn en tot heden aan de provincie Brabant toebehoorden alsook de daaraan verbonden rechten en verplichtingen, benevens alle andere in dit arrondissement aanwezige voorwerpen die op 1 januari 1917 het eigendom waren van de provincie Brabant, worden beschouwd als zijnde van dit tijdstip af in het uitsluitend eigendom- en beschikkingsrecht van de provincie Henegouwen overgegaan. De provincie Brabant kan uit hoofde van de overdracht dezer percelen, gebouwen, straten, wegen en voorwerpen, geen aanspraken op schadeloosstelling ten laste van de provincie Henegouwen doen gelden. De provincie Henegouwen kan van de provincie Brabant voor het verder onderhoud en beheer geen bijdrage vergen. Te rekenen van 1 januari 1917, neemt de provincie Henegouwen de door de provincie Brabant aangegane verplichtingen inzake het bouwen van de inrichting voor zwakzinnige kinderen te Waterloo over; zij moet aan de provincie Brabant 9/10 der door deze voor het gebouw bestede uitgaven, waaronder is begrepen de koopprijs van den grond, terugbetalen.
Art. 9. De percelen, gebouwen, straten en wegen met den aankleve daarvan, die in de arrondissementen Brussel 876 en Leuven gelegen zijn en het eigendom uitmaken der provincie Brabant, alsook de daaraan verbonden rechten en verplichtingen, benevens allle verdere voorwerpen die aan die provincie toebehoren en in deze beide arrondissementen gelegen zijn, blijven het uitsluitend eigendom der provincie Brabant. De provindeHenegouwkan geen rechten als medeeigenares noch aanspraak op schadeloosstelling doen gelden. De provinde Brabant kan van de provincie Henegouwen voor het verder onderhoud en beheer geen bijdrage vergen.
Art. 10. De rechten en verplichtingen van de provincie Brabant inzake de in het arrondissement Nivelles gelegen buurtspoorwegen: Wavre (Waver Jodoigne (Geldenaken) Braine-l’Alleud (Eigen-Brakel) -Wavre Waterloo-Mont-Saint Jean worden geheel op de provincie Henegouwen overgedragen. De rechten en verplichtingen der provincie Brabant inzake de deels in het arrondissement Nivelles en deels in de provincie Brabant gelegen buurtspoorwegen: Brussel-Kleine Hut en uitloper Leuven Jodoigne TervurenTienen Braine-l’alleud-Halle Nivelles-Braine-l’alleud-Rebecq-Eogrum Brainele Comte ’s Graven-Brakel) Braine-le-Conte-Soignies (Zinnik)-Rebecq-Bognon Soignies-NiveUes CourceUes-Iruxmrt-Gembloux (Gembioers) Jodoigne Tienen-Sint Truiden zijn gescheiden naar evenredigheid van de lengte der baanvakken die in het arrondissement Nivelles en in de provincie Brabant — in hun nieuwe grenzen — gelegen e%jn. Als dag der scheiding is de 1e Juni 1917 vastgesteld, Het grondgebied is ook van toepassing op de tot nu toe reeds voldane beloften van betaling.
Art. 11. Het baar vermogen der provincie Brabant bestaat uit:
1. Een tegoed der provincie hij de Algemene Spaar en Lijfrentkas ten belope van ongeveer 124.000 frank.
2. Een inschrijving van 890.000 frank op het Belgisch Grootboek der Openbare Schuld.
3. Een inschrijving van 675.000 frank op het Belgisch Grootboek der Openbare Schuld. De provincie Brabant moet van het bedrag onder cijfer 1 Vio afstaan aan de provincie Henegouwen. Over de bedragen onder cijfers 2 en 3 kan op het ogenblik niet worden beschikt, aangezien de betreffende bescheiden niet ter plaatse zijn. In zover de provincie Brabant later over het bedrag onder cijfer 2 weder kan beschikken, moet zij daarvan 1/10 afstaan aan de provincie Henegouwen. Tegenover het tegoed onder cijfer 3, staat een schuld der provincie Brabant van ongeveer hetzelfde bedrag, die voortspruit uit een bouwovereenkomst en waarover nog een rechtsgeding aanhangig is. Dit tegoed blijft onverdeeld onder het beheer der provincie Brabant, totdat het rechtsgeding is leslist. Blijft er alsdan een overschot, zo is de provincie Brabant verplicht daarvan 1/10 aan de provincie Henegouwen te betalen. Wordt echter de provincie Brabant veroordeeld tot betaling ener som die, te samen met de kosten, meer bedraagt dan het tegoed, dan is de provincie Henegouwen verplicht 1/10 van het ontbrekende te haren laste te nemen. Verder bestaat er geen baar vermogen dat moet worden verdeeld. Blijft er na de definitieve vaststelling der rekeningen van inkom ten en uitgaven der provincie Brabant voor het jaar 1916 een overschot in kas, dan moet daarvan aan de provincie Henegouwen 1/10 worden uitgekeerd. Is er een tekort, dan is de provincie Henegouwen verplicht, daarvan 1/10 aan de provincie Brabant te betalen. De provincie Brabant heft in het arrondissement Nivelles de achterstallige provinciebelastingen, rechten en alle andere inkomsten tot de definitieve vaststelling der rekeningen van inkomsten en uitgaven der provincie Brabant voor het jaar 1916. Van dan af heft de provincie Henegouwen in het arrondissement Nivelles de nog achterstallige gelden, terwijl de provincie Brabant beschikt over de achterstallige belastingen uit de arrondissementen Brussel en Leuven, die naderhand binnenkomen.
Art. 12. De provincie Brabant behoudt het legaat Victor Mabille ten behoeve der arme blinden. De inwoners van het arrondissement Nivelles behouden echter hun recht op ondersteuning uit het legaat.
Art. 13. De schulden van de provincie Brabant bestaan uit een in het jaar 1895 bij de Algemene Spaar en Lijfrentkas aangegane lening van 11.285.000 frank, waarvoor jaarlijkst 2 1/2% interest te betalen en tot ten laatste op 31 Decemher 1925 alle jaren 1/30 van het oorspronkelijk opgenomen bedrag af te lossen is. Op 1 januari 1917 beliep het op die lening nog verschuldigde bedrage. 298.000frank; hiervan komen ten laste der provincie Henegouwen 429.800 frank. Te rekenen van 1 januari 1917 moet de provincie Henegouwen, door bemiddeling van de kas der provincie Brabant op elken vervaldag de op haar aandeel vallende interesten en aflossing betalen.
Art. 14. De ambtenaren, beambten en bedienden van de provincie Brabant, die den dag van de afscheiding van het arrondissement Nivelles aldaar hun standplaats hadden, worden beschouwd als zijnde in dienst van de provincie Henegouwen te rekenen van 1 januari 1917. Hun aanspraak tegenover de provincie Brabant op wedde en pensioen en op verzorging van hun achtergelaten betrekkingen blijft bestaan en moet door de provincie Henegouwen worden vervult te rekenen van 1 januari 1917 is de verplichting tot bijdrage in de pensioenkas van Brabant overgedragen van de provincie Brabant op de provincie Henegouwen, Deze laatste zal de betreffende ambtenaren, beambten en bedienden regelmatig hun bijdrage te storten in de pensioenkas van Brabant.
Art. 15. De provincie Henegouwen neemt geen deel aan de betaling der wedden en der later toe te kennen pensioenen of aan de verzorging der nagelaten betrekkingen enz. van alle ambtenaren, beambten en bedienden der provincie Brabant, die niet onder toepassing vallen van Artikel 14.
Art. 16. Zover voormalige ambtenaren en beambten der provincie Brabant of hun nagelaten betrekkingen onmiddellijk uit de kas der provincie Brabant pensioen ontvangen, moet de provincie Henegouwen van 1 januari 1917 af aan de provincie Brabant op het einde van elk jaar, 1/10 van de uitgekeerde gelden terugbetalen.
Art. 17. Zolang het arrondissement Nivelles nog tot het ambtsgebied van den provincialen veearts van Brabant behoort, moet de provincie Henegouwen 1/10 van dezes bezoldiging te haren laste nemen.
Art. 18. De studiebeurzen, toelagen en aanmoedigingen, die de provincie Brabant op grond van de Artikelen 51, 58, 72, 79 en 80 van de begroting voor het jaar 1917 verleent aan leerlingen, normalisten enz. in het arrondissement Nivelles, zijn voor dit jaar ten laste van de provincie Henegouwen.
Art. 19. Heeft deze verdeling voor een van beide provincies de verplichting tot uitkering van een kapitaal ten gevolge, dan volstaat het dat het aandeel der schuld, dat volgens Artikel 13 te haren laste valt, dienovereenkomstig wordt verhoogd.
Art. 20. Betwistingen betreffende de uitvoering dezer verdeling, worden door een scheidsgerecht, bestaande uit drie leden, beslecht; de bestendige afvaardigingen van beide provincieraden benoemen daartoe elk een scheidsrechter. Deze scheidsrechters kiezen een hoofd. Kunnen zij het over de keus niet eens worden, dan stelt elk van hen een persoon als hoofd voor; in dat geval beslist het lot, getrokken door den provincialen sekretaris, die de oudste in dienst is.
No. 86. 18. september 1918.
Bekendmaking. –uithangen
In uitvoering van Artikel 4 der Verordening van Z5 April 1918 van den heer Generaal Gouverneur en ter wijziging van Artikel 2 der uitvoeringsverordening van 24 juli 1918 tot deze verordening, worden hierbij de prijzen, die te rekenen van 15 September 1918 voor 1 kg. boter aan den voortbrenger worden betaald, als volgt vastgesteld: 1. ongezouten boter, met ten hoogste 18% vreemde bestanddelen fr. 10.25 2. gezouten boter, met ten hoogste 18% vreemde bestanddelen fr. 9.75 3. melkerijboter, voorzien van het ambtelijk kontroolmerk en met ten hoogste 18% vreemde bestanddelen fr. 11.50 4. ongezouten boter, met meer dan 18% doch niet meer dan 50% vreemde bestanddelen fr. 5.25 5. gezouten boter, met meer dan 18 % doch niet meer dan 50% vreemde bestanddelen fr. 4.75 De prijzen gelden ter plaats van voortbrenging, met inbegrip van de gebruikelijke verpakking in papier. De bijslag voor den voortverkoop der boter door den groothandelaar en den kleinhandelaar , mag voor elk van hen niet meer dan 60 centiem, dus in t geheel niet meer dan 1.20 frank per kg., bedragen.
Brussel , den 5 september 1918.
No. 86. 18. september 1918.
Verordening betreffende de aansprakelijkheid van de ondernemers van buurtspoorwegen inzake ongeoorloofd vervoer.
Enig Artikel
In zover bij Verordening straffen zijn voorzien op het vervoer van levensmiddelen en veldvruchten en zonder bijzondere toelating, zijn die straffen, behalve op den dader zelf, ook toepasselijk op den ondernemer van den buurtspoorweg, waarop het ongeoorloofd vervoer geschiedt, tenzij bewezen is dat een schuldige handeling of een verzuim vanwege den ondernemer of zijn aangestelden niet aanwezig is. De Militairgouvemeur (Krijgsgouverneurs) zijn gerechtigd, de ondernemers van buurtspoorwegen met een grote boete te bedreigen voor elk geval, dat een ongeoorloofd vervoer met behulp van den buurtspoorweg mogelijk wordt gemaakt door schuldige handelingen of verzuimen vanwege den ondernemer of zijn aangestelden, en, zodra na de bedreiging een ongeoorloofd vervoer plaats vindt, deze boeten vast te stellen en in te vorderen.
Brussel , den 5 september 1918.
affiches uit de collectie KOKW

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s