11 september 1918 woensdag. Sint Niklaas.

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog online
van 4-9-2018 tot en met 15-9-1918 (10-9 uitgezonderd) geen nieuws

tot en met 12-9-1918 geen nieuws  overgeschreven uit NRC

verordeningen
No. 84. 11. september 1918.
Verordening –uithangen betreffende de aangifte van slachtingen.
Artikel, 1. Ter uitbreiding der verplichting tot de aangifte van slachtingen aan huis en van noodslachtingen verordening 3534 van 7 juni 1917, betreffende het slachten aan huis van rundvee, kalveren, varkens, schapen en geiten (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hi. 3867) — verorden ik hierbij, dat ook elke andere slachting van slachtvee [runderen (kalveren er hij begrepen), varkens, schapen, geiten] binnen 24 uren, onder opgave van de diersoort, schriftelijk moet worden aangegeven bij den bevoegden burgemeester, die, zoals tot dusver, de aangiften aan den Kreischef overmaakt.
De houder van de slachterij en de onderzoekende veearts of keurmeester zijn verplicht de aangifte te doen. Slachtingen in openbare slachthuizen zijn aan te geven aan het bestuur van het slachthuis, dat deze aangiften, op de daartoe bestemde lijst.en overgedragen, regelmatig aan den burgemeester moet mededelen.
Artikel. 2. Overtredingen worden met een gevangenisstraf van ten minste een maand en ten hoogste een jaar en met een geldboete van ten minste 1000 mark en ten hoogste 10.000 mark of met een dezer straffen gestraft. Bovendien kan de verbeurdverklaring van het dier, dat geslacht is zonder dat de voorgeschreven aangifte gedaan werd, of van de opbrengst van den verkoop uitgesproken worden. – De poging tot overtreden is strafbaar. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 3. Deze Verordening wordt 3 dagen na haar bekendmaking van kracht.
Brussel , den 27 Augustus 1918.

No. 84.-11. september 1918.
Verordening -uithangen betreffende de verplichting te slachten in openbare slachthuizen en in bijzonder toegelaten private slachter||en, alsmede betreffende de keuring van ingevoerd vlees.
Art. 1. Slachtvee [runderen (kalveren er bij inbegrepen) , varkens, schapen, geiten] mag alleen in openbare slachthuizen of in bijzonder toegelaten private slachterijen worden geslacht. In gemeenten waar geen openbare slachthuizen bestaan, bepalen de Kreischefs na de Kreisveterinare (arrondissementsveeartsen) te hebben gehoord, waar het vee moet geslacht worden. Waar geen openbare slachthuizen bestaan, zullen zoveel doenlijk slechts de slachterijen worden toegelaten van slachters, die regelmatig het bedrijf uitoefenen. De Gouverneure (gouverneurs) kunnen voorschrijven, dat het openbaar slachthuis een gemeente ook door de slachters van naburige gemeenten, tegen betaling van de geldende rechten, moet gebruikt worden. De aldus aangewezen slachterijen moeten in de betrokken gemeenten ter algemene kennis worden gebracht. Het is verboden in andere slachterijen te slachten. Deze schikking is niet toepasselijk op noodslachtingen en slachtingen aan huis, die overeenkomstig de Verordening van 7 juni 1917, betreffende het slachten aan huis van rundvee, kalveren, varkens, schapen en geiten (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 3867), gedaan worden. De slachter moet over alle slachtingen boekhouden overeenkomstig bijgaand model.
Art. 2. De Gouverneurs kunnen beschikken, dat het in bepaalde gemeenten ingevoerd vlees dadelijk na den invoer naar een keurdienst wordt gebracht en dat het slechts in den handel mag komen, nadat het door dun dienst vrijgegeven is. art,

Art. 3. Wie deze Verordening of de grond et van uitgevaardigde schikkingen overtreedt, wordt met een gevangenisstraf van ten minste 1 maand en ten hoogste jaar en met een geldboete van ten minste 1000 en ten hoogste 10.000 mark, of met een dezer straffen gestraft. Daarenboven kan het vlees dat voortkomt van in strijd met het verbod geslachte dieren, of in strijd met de getroffen schikkingen in den handel wordt gebracht, of de opbrengst van den verkoop, verbeurdverklaard worden. De poging tot overtreden is strafbaar. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 4. Deze Verordening wordt van kracht 3 dagen na de bekendmaking van de toegelaten slachterijen,
Brussel, den 27 Augustus 1918.
No. 84. 11. september 1918.
Opmerkingen uitgevoerd naar Ter plaatse verkocht
Levend gemerkt en prijs van het dier
Naam en adres van den vroegeren bezitter
Geiten Schapen Varkens i 1
Kalveren tot 5 maanden
Jonge runderen van 3 m. tot 2 j.
Koeien Ossen Stieren ¦1 i 1 1

No. 84. 11. september 1918.
Verordening betreffende de bescherming van inrichtingen voor elektrische lichten drijfkrachtoverbrenging. art, L Wie binnen het gebied van het Generaal Gouvernement inrichtingen voor elektrische overbrenging met opzet beschadigt of verstoort, wordt met een gevangenisstraf van ten hoogste 10 jaar gestraft, zover volgens de bestaande wetten en verordeningen, geen zwaardere straf is voorzien.
Benevens de gevangenisstraf kan een geldboete van ten hoogste 25.000 mark opgelegd worden. De poging tot overtreden is strafbaar.
Slechts op verzoek van de Hauptstelle fur Gas, Wasser und Elektrizitat (Hoofdkantoor voor gas, water en elektriciteit) te Brussel, wordt een vervolging ingesteld.
Art. 2. De krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 3. Wordt de dader niet ontdekt, dan heeft de gemeente, op welker gebied de beschadiging of de bedrijfsstoring werd gepleegd, zich aan geldboeten of aan andere straffen te verwachten.
Brussel, den 29 augustus 1918
No. 84. 11. september 1918.
Verordening betreffende de voorwaarden tot aanvaarding en de toegangsexamens aan de Technische Hogeschool b|j de Staatsuniversiteit te Gent Overeenkomstig Artikel 15 der Verordening van 15 Augustus betreffende de oprichting een Technische Hogeschool hij de Staatssuniversiteit te Gent, worden, aangaande de voorwaarden tot aanvaarding en de toegangsexamens aan deze Hogeschool, volgende bepalingen uitgevaardigd:
Art. 1. Als gewone studenten der Technische Hogeschool kunnen door den Rector der Universiteit worden ingeschreven personen, die in het bezit zijn van een getuigschrift van bekwaamheid tot de studie aan die Hogeschool en het voornemen te kennen geven, de door het gewoon programma voor elk regelmatig examen tot het bekomen van de verschillende graden en diploma’s voorgeschreven colleges en oefeningen te volgen. art, 2. Het door Artikel 1 vereiste getuigschrift wordt verkregen door het met goed gevolg afleggen van een toegangsexamen, ten overstaan van een hij de Technische Hogeschool ingestelde commissie of ten overstaan van de goedkeuringsjury (voorzien hij Artikel 7 en volgende der wet van 10 April 1890—3 juli 1891, gewijzigd bij Verordening van 13 juli 1917 — C. C. nu 3387). Dit toegangsexamen wordt afgenomen volgens een der hiernavolgende programma’s A, B, C en I).
A. Het examen volgens het programma A geeft toegang tot het eerste studiejaar in de afdelingen: 1, der burgerlijke bouwkunde; III. der werktuigbouwkunde,IV der scheepsbouwkunde en der elektrotechniek; V. der mijnbouwkunde.

Het loopt over de volgende vakken:
a) de Nederlandse taal en letterkunde;
b) drie andere talen, door den examinandus te kiezen uit de volgende: Duits, Engels, Frans, Italiaans, klassieke talen;
c) de geschiedenis en de aardrijkskunde;
d) de rekenkunde en de stelkunde;
e) de meetkunde;
f) de driehoeksmeting;
g) de analytische meetkunde van het platte vlak;
h) de beschrijvende meetkunde met toepasselijk tekenen;
i) de natuurkunde; k) het handtekenen. 344
Het examen volgens programma A treedt in de plaats van het voorbereidend examen tot verwerving van den wettelijke graad van kandidaat-ingenieur voorzien bij artikel 12 der wet van 10 April 1890.
B. Het examen volgens programma B geeft toegang tot het eerste studiejaar in de afdeling: II. der bouwkunst. Het loopt over de volgende vakken:
a) de Nederlandse taal en letterkunde;
b) drie andere talen, door den examinandus te kiezen uit de volgende: Duits, Engels, Frans, Italiaans, klassieke talen;
c) de geschiedenis en de aardrijkskunde;
d) de rekenkunde en de stelkunde;
e) de meetkunde;
f) de driehoeksmeting;
h) de beschrijvende meetkunde met toepasselijk tekenen;
i) de natuurkunde;
k) het handtekenen
l) het ornamenttekenen,
C. Het examen volgens programma C geeft toegang tot het eerste studiejaar in de afdeling: V. der nijverheidskundige en der scheikundige technologie. Het loopt over de volgende vakken:
a) de Nederlandse taal en letterkunde;
b) drie andere talen, door den examinandus te kiezen uit de volgende: Duits, Engels, Frans, Italiaans, klassieke talen;
c) de geschiedenis en de aardrijkskunde;
d) de rekenkunde en de stelkunde;
e) de meelkunde;
f) de driehoeksmeeting;
h) de beschrijvende meetkunde met toepasselijk tekenen;
i) de natuurkunde;
j) de scheikunde;
k) het handtekenen.
D. Het examen volgens programma D geeft toegang tot de studie voor den graad van kandidaat bouwleider. Het loopt over de volgende vakken:
a) de Nederlandse taal;
b) twee andere talen, door den examinandus te kiezen uit de volgende: Duits, Engels, Frans, Italiaans, Latijn;
c) de geschiedenis en de aardrijkskunde;
d) de rekenkunde en de stelkunde;
e) de meetkunde;
f) de driehoeksmeting;
h) de beschrijvende meetkunde met toepasselijk tekenen;
i) de natuurkunde;
k) het handtekenen.

De houders van een bekrachtigd getuigschrift, waaruit blijkt, dat zij met vrucht een zesjarigen cursus van de Grieks-Latijnse van de Latijnse of van een der beide afdelingen van de moderne humaniora tot en met de klasse der Retorica hebben gevolgd, zijn vrijgesteld van het gedeelte van het toegangsexamen, aangeduid met de letters h) en c) der onderscheidene programma’s. Op verzoek van den belanghebbende kan, in uitzonderlijke gevallen, door den voorzitter der commissie worden toegestaan:
1. Het vak
a) van een der programma’s A, B, C o/ D te vervangen door een andere taal en letterkunde dan de Nederlandse, mits het Nederlands worden opgenomen onder de drie (of twee) talen, waarin volgens letter h) examen moet worden afgelegd;
2, Voor een der drie (of twee) te kiezen talen een andere taal op te geven dan de onder h) opgenoemde. De uitvoerige omschrijving van de onderscheiden programma s der toegangsexamens wordt bij Verordening van den Minister van Wetenschappen en Kunsten geregeld.
Art. 3. De toegangsexamens worden jaarlijks in twee zittijden afgenomen, waarvan de eerste in augustus en de tweede in oktober plaats heeft. In bijzondere omstandigheden kan door den Minister van Wetenschappen en Kunsten op andere tijdstippen een buitengewone zittijd worden bepaald. De aanvangsdag van elke zittijd wordt, ten minste een maand te voren, in het Wet en Verordeningsblad, benevens in twee plaatselijke Gentse bladen bekend gemaakt, en in de Universiteitsgebouwen uitgehangen. Tegelijk wordt te kennen gegeven, waar en wanneer gelegenheid bestaat tot inschrijven . Bij deze inschrijving behoort te worden aangegeven volgens welk der programma’s A, B, C en D, alsook in welke der talen, opgesomd onder b) in die programma s, men examen wenst af te leggen.
Art. 4. De commissie, belast met het afnemen van de examens, bestaat uit ten minste vijf leden. Voorzitter er van is de bestuurder der Technische Hogeschool of zijn plaatsvervanger. De overige leden worden op voorstel van den Raad van Professoren door den Minister van Wetenschappen en Kunsten voor een jaar benoemd. De voorzitter draagt, bij verhindering van een der leden, zorg voor geschikte plaatsvervanging, benevens bij gebleken noodzakelijkheid voor het examen in vreemde talen, voor geschikte aanvulling.
Art. 5. Het examen in ieder vak moet zoveel mogelijk afgenomen worden door den professor of docent die aan de Hogeschool in dat vak onderwijs geeft. Behalve professoren en docenten aan de Technische Hogeschool kunnen, zo nodig, ook professoren en docenten in de faculteiten of aan de andere bij de Universiteit bestaande hogere scholen tot de commissie behoren en met het afnemen van de examens belast worden.
Art. 6. De examens worden voor een gedeelte schriftelijk, voor een gedeelte mondeling afgenomen. Het mondeling gedeelte heeft plaats in het openbaar. Examinandi mogen bij het examen geen toehoorders zijn. De overige bepalingen betreffende de wijze, waarop de examens zijn af te nemen, worden vastgesteld in een reglement, dat door den Raad van Professoren wordt opgemaakt. Dit reglement behoeft de goedkeuring van den Minister van Wetenschappen en Kunsten.
Art. 7. De uitslagen der examens voor ieder vak worden door de betreffende examinatoren vastgesteld. Voor ieder ingeschreven kandidaat beslist de examencommissie bij meerderheid van stemmen der leden, die aan de ondervraging hebben deelgenomen, alsmede van den voorzitter, of het examen al dan niet met goed gevolg is afgelegd. Bij staking van stemmen wordt de uitslag als ongunstig beschouwd.
Art. 8. Aan elke geëxamineerde, die het examen met goed gevolg heeft afgelegd, wordt een getuigschrift afgeleverd. Het formulier hiervan wordt bij ministeriële verordening vastgesteld.
Art. 9. Jonge lieden die de vereiste voorwaarden om als gewone studenten te worden aangenomen niet ten volle vervullen, maar toch kunnen bewijzen, voldoende bekwaamheid te bezetten om de studiën, waarin zij meldng stellen, met vrucht te volgen, kunnen door den Rector der Universiteit als vrije studenten der Technische Hogeschool worden ingeschreven. Het onderzoek naar hun bekwaamheid is opgedragen aan de examencommissie vernoemd in Artikel 4, die over hare beslissing verslag uitbrengt aan de Rector.
Art. 10. Personen van rijpere leeftijd kunnen tot afzonderlijke colleges of oefeningen door den Rector der Universiteit als toehoorders aan de Technische Hogeschool worden toegelaten, mits goedvinden van de betreffende professoren of docenten en op gunstig advies van den Raad van Professoren der Hogeschool, Overgangsbepalingen .
Art. 11. Tot het eerste studiejaar in de onderscheiden afdelingen der Technische Hogeschool kunnen, in het academisch jaar 1918—1919, als gewone studenten worden toegelaten ook degenen, die voor de bevoegde commissie bij de Staatsuniversiteit te Gent met goed gevolg examen hebben afgelegd volgens het programma, tot nog toe geldende voor het voorbereidend examen tot den wettelijke graad van kandidaat ingenieur en omschreven in het ministerieel besluit van 30 januari 1897.
Art. 12. Tot het eerste studiejaar voor den wetenschappelijke graad van leerling-ingenieur ( Artikel 16 der verordening van 15 augustus 1918, C. FI. lllh 1854/18) en van kandidaat-bouwleider ( Artikel 12 der zelfde verordening) kunnen, in het academisch jaar 1918—1919, als gewone studenten worden toegelaten degenen, die voor de bevoegde commissie bij de Staatsuniversiteit te Gent met goed gevolg examen hebben afgelegd volgens het programma, tot nog toe geldende voor het toegangsexamen tot de studie voor den graad van leerling-ingenieur en van leerling civiel conducteur, en omschreven in het ministerieel besluit van 20 januari 1897.
Art. 13. Alle gewone of vrije studenten der voormalige technische scholen bij de Staatsuniversiteit te Gent kunnen, in het academisch jaar 1918—1919, hunne studiën aanvangen of voortzetten als gewone of vrije studenten in de overeenkomstige afdeling der Technische Hogeschool, mits zich ie gedragen naar de aanwijzingen van den Raad van Professoren.
Art. 14. Voor alle verdere aangelegenheden, in verband met de toelating tot de Technische Hogeschool, waarin vooralsnog geen regeling is getroffen, gelden de wettelijke voorschriften en reglementen betreffende de voormalige technische scholen, toegevoegd aan de faculteit der Wiskunde en der Natuurwetenschappen der universiteit te Gent.
Brussel den 29 Augustus 1918
affiches uit de collectie KOKW

19180907 Prijs 1 kg boter aan de voortbrenger

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s