7 september 1918 zaterdag. Temse

Geen nieuws.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog online
van 4-9-2018 tot en met 15-9-1918 (10-9 uitgezonderd) geen nieuws
tot en met 7-9-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen
tot en met 06 09 1918 geen verordeningen

No. 83. 7. september 1918.

Verordening betreffende de borgstelling van onder toezicht staande of onder dwangbeheer geplaatste verzekeringsondernemingen.
Enig Artikel. De Abteilung fur Handel und Gewerbe** (Afdeling voor Handel en Nijverheid) bij den Generaal Gouverneur in België is gerechtigd, van de verzekeringsondernemingen, die krachtens de Verordeningen van 26 november 1914 (Wet en Verordeningsblad voor de bezette gebieden van België, bl. 49), van 17 februari 1915 (Wet en Verordeningsblad, bl. 178) of van 23 juni 1917 (Wet en Verordeningsblad, bl. 3921) onder toezicht of dwangbeheer geplaatst zijn, met het oog op de levering van de bepalingen dezer Verordeningen, alsmede van de op grond dezer Verordeningen getroffen schikkingen, borgtocht en te eisen. De ,,Abteilung fiir Handel und Gewerbe** kan bedoelde borgtochten geheel of ten dele ten bate van het Duits Rijk vervallen verklaren, wanneer leden van den raad van beheer, bestuurders of aangestelden een overtreding begaan, Verdere maatregelen tegen de overtreders blijven voorbehouden,
Bruussel, den 23 Met 1918
No. 83. 7. september 1918.
Verordening tot verhoging van de porten en rechten op binnenlandse postverzendingen en telegrammen. Met ingang van 1 oktober 1918 gelden de porten en rechten, vermeld in de hiernavolgende label, voor binnenlandse postverzendingen en telegrammen,
Brussel 20 Augustus 1918.
TABEL van de porten en rechten, die met ingang van 1 oktober 1918 gelden voor binnenlandse postverzendingen en telegrammen.
Nummer Voorwerp Gewicht of bedrag Porten en rechten centiem
1 Brieven (zonder beperking van gewicht) tot 20 gr. 20 voor iedere 20 gr. meer 10
2 Postkaarten, en brief 10 met antwoord — 20
3 Onbedrukte stukken * (drukwerk tot 1kg.) to S Ogr 5 meer dan 50 en tot 100 gr. 10 100 250 15 250 500 30 500 1000 45
4 Opschreven stukken (zaakpapieren)(tot 1 hg.) tot 250 gr. 15 meer dan 250 en tot 500 gr. 30 meer dan 500 en tot 1000 gr. 45
5 Stalen van koopwaren (tot 350 gr.) tot 100 gr. 10 meer dan 100 en tot 250 gr. 15 meer dan 250 en tot 350 gr. 30
6 Paketten (tot 5 kg.) tot 5 kg. 75
7 Invorderingswaar zonder onderscheid van geden wicht 45
8 Postwissels(tot 800 mark) tot 5 mark 15 meer dan 5 en tot 100 M. 30 100 ,, 200 M. 45 200 ,, 400 M. 60 400 600 M. 75 600 ,, 800 M. 85
9 Telegrammen per woord 15(mtn. bedr.lfr.)
No. 83. 7. september 1918.
Verordening. De Artikelen 8 en 9 der wet van 15 juni 1914 tot regeling van het lager onderwijs, gewijzigd bij Artikel 3 der verordening van 4 juni 1918 houdende wijziging van Hogervermelde wet, worden voor het jaar 1918 door volgende bepalingen vervangen:
Art. 8. In de tweede helft van de maand augustus, moeten de gemeentebesturen de lijst van de schoolplichtige kinderen overmaken aan den kantonnale schoolopziener. Zij zullen daarvoor het formulier gebruiken dat tot dusver te dien einde voorgeschreven was. In de eerste helft van de maand september, wordt in iedere gemeente door de gemeenteoverheid een oproep, die door den bevoegden kantonnale schoolopziener ondertekend w, bij plakbrief ter algemene kennis gebracht, aan de gezinshoofden et aan te herinneren welke verplichting de wet hun oplegt en welke gevolgen het niet nakomen dezer verplichting na zich sleept. In dezen oproep dient de aandacht er nadrukkelijk op te worden gevestigd, dat het ieder gezinshoofd vrij staat, zijn kinderen te zenden naar de school welke hij verkiest (op voorwaarde nochtans, dat deze school voldoet aan de voorschriften der wet van 15 juni 1914, zoals die is gewijzigd bij Verordening van 4 juni 1918), en, dat het verboden is enigerlei dwang uit te oefenen om hem een school op te dringen, welke niet de school zijner keuze zou zijn. In den oproep dient verder uitvoerig de hoofden gewezen op de betekenis der getuigschriften van hoger onderwijs en op de gevolgen van het niet verwerven dezer getuigschriften voor het gezinshoofd en voor de kinderen ( Artikel 11, laatste lid, der wet van 15 juni 1914, zoals die is gewijzigd bij Verordening van 4 juni 1918, en Artikel 3 der Verordening van 4 juni 1918, betreffende den toegang tot openbare ambten), Er worden geen onderrichtingen noch aanmeldingskaarten meer gezonden, zoals dat tot dusver het geval is geweest. In vervanging van de aanmeldingskaarten, moeten de hoofden van scholen, 8 dagen na het hervatten der leergangen, den kantonnale schoolopziener een lijst overmaken van de kinderen, die het onderricht in hun school volgen.
Art. 9. Gezinshoofden, die binnen 8 dagen na de heropening van de scholen in de gemeeente, waar zij verblijf houden, hun kinderen noch in een gemeenteschool, noch in een aangenomen of aanneembare school hebben aangegeven, noch den kantonnale schoolopziener hebben medegedeeld waar zij liun kinderen laten onderwijzen, moeten door den kantonnale schoolopziener met de post schriftelijk worden aangemaand, binnen 8 dagen het bewijs te leveren, dat zij aan de verplichting, hun door Artikel 1 der wet van la juni 1914 tot regeling van het lager onderwijs opgelegd, voldoen. Is die aanmaning bij het verstrijken van den termijn zonder gevolg gebleven, dan moet de kantonnale schoolopziener de nalatige gezinshoofden, wegens het niet nakomen der hun door Artikel 1 der wet opgelegde verplichting, bij de voor de bestraffing van schoolverzuimen bevoegde overheid aanklagen.
Brussel , den 22 Augustus 1918.

No. 83. 7. september 1918.
Verordening.
Art, 1, Voor de huishoudscholen van den lageren graad en de kinderkribben binnen het Vlaams bestuursgebied, die een staatstoelage genieten, wordt een staatstoezicht ingesteld, Een opzienster zal met het toezicht belast worden.
Art. 2, De opzienster pleegt overleg met de besturen der betreffende inrichtingen en bezoekt ten minste tweemaal jaars de huishoudscholen en kinderkribhen, die haar door het bestuur van het hoger onderwijs worden aangewezen. Om de drie maanden brengt zij aan het ministerie van Wetenschappen en Kunsten verslag uit over den toestand der inrichtingen en over haar bevindingen, gedurende de schoolbezoeken opgedaan. Artikelen 2,7 en 9 van de Algemene Verordening op het schooltoezicht van 21 September 1884, zijn dienovereenkomstig van toepassing inzake bevoegdheid, benoeming en ontslag.
Art. 3. De toezichtsdienst omvat 3 klassen. De wedde, aan iedere klasse verbonden, is vastgesteld als volgt : le*Klasse 3500-4000 frank 2e 3000-3300 3e 2500-2800 De verhogingen van wedden worden verleend na 4 jaren onberispelijken dienst. De opzienster le klasse, die gedurende 4 jaren de hoogste wedde van 4000 frank genoten heeft, kan een buitengewone verhoging van 500 frank bekomen.
Art. 4. De vergoedingen voor reis en verblijfkosten worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen, die bij koninklijk besluit van 30 April 1885 voor de 4e klasse getroffen zijn, met inachtneming van mijn Verordening van 30 maart 1918.
Art. 5. De Verwaltungschef (Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is met de uitvoering dezer verordening belast.
Brussel , den 22 Augustus 1918.
*No. 83. 7. september 1918.
Verordening betreffende de vergoeding voor dienstreizen.
Art. 1, De in de bestaande tarieven voorziene vergoedingen voor reis en verblijfkosten wegens dienstreizen van staatsambtenaren en bedienden en van andere in het belang van den Staat werkzame personen, zijn voor het gebied van het Belgisch Beheer van Posterijen voor het Vlaams bestuursgebied, voorshands algemeen met 50 % verhoogd.
Art. 2. De ,Kaiserlich Deutsche Postund Telegraphenverwaltung in Belgien (keizerlijk Duits Beheer van Posterijen en Telegrafen in België) is gemachtigd zelfstandig andere hoogste en geraamde bedragen vast te stellen dan die, welke naar de bestaande bepalingen voor reis en verblijfkosten bij dienstreizen vastgesteld zijn of vastgesteld kunnen worden.
Art. 3. De bepalingen van deze Verordening zijn met terugwerkende kracht toepasselijk op dienstreizen, die sedert 1 oktober 1917 ondernomen werden.
Art. 4. De Prasident der Kaiserlich Deutschen Postund Telegraphenverwaltung in Belgien (Voorzitter van het keizerlijk Duits Beheer van Posterijen en Telegrafen in België) is met de uitvoering dezer Verordening belast.
Brussel, 22 Augustus 1918.
No. 83. 7. september 1918.
Bekendmaking. De heer Generaal Gouverneur heeft bij beschikking van 24 Augustus 1918 de heer B. J. Hubreghts, buitengewoon professor in de faculteit der Rechtsgeleerdheid bij de Universiteit te Gent, op zijn verzoek uit zijn ambt van beheerder der Universiteit te Gent ontslagen en hoofdingenieur professor E. P. Van den Berghe, bestuurder der aan de Universiteit te Gent toegevoegde Technische Hogeschool tot beheerder benoemd.
Brussel den 24 Augustus 1918,
No. 83. 7. september 1918.
Beschikking, betreffende de bevoegdheid der twee provinciale opzieners van het Beheer der rechtstreekse belastingen en en accijnzen in Brabant. Aangezien bij Verordening van 13 April 1917 (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr. 335 hl. 3597 en vlg.), het arrondissement Nijvel van de provincie Brabant gescheiden en aan de provincie Henegouwen toegevoegd werd; Aangezien verder bij Verordening van 19 januari 1918 (Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, nr. lO bl. 88 en vlg.) de nodige schikkingen getroffen zijn, met het oog op het heffen der staats en provincie belastingen in het arrondissement Nijvel; Aangezien eindelijk bij besluit van 25 April 1918 van den heer Generaal Gouverneur (Wet en Verordeningsblad nr. 44 bl. 432 en vlg.), de inrichting van het Beheer der rechtstreekse belastingen, tollen en accijnzen in de provinciën Brabant en Henegouwen dienovereenkomstig gewijzigd werd: Beschik ik, op grond van Art. 9 van het koninklijk besluit van 30 december 1913 (Staatsblad van 7 januari 1914, nr. 7), met betrekking op de bevoegdheden der provinciale opzieners van het Beheer der rechtstreekse belastingen, tollen en accijnzen, in Brabant, met wijziging van Art. 2, leden 11 en 111, van het besluit van 22 oktober 1912, van den Minister van Financiën, v. 3031 [zie bijlage B van voornoemd koninklijk besluit t van 30 december 1913), het navolgende:
Enig Artikel.
De Inspectie-Noord omvat: de gebieden der belastingcontroles Aarschot, Diest, Laken, Leuven (le Afd.), Leuven (2e Afd.), Sint-Jans-Molenbeek, Sint Joost-ten-Noode, Schaarbeek, Tienen (le Afd.), Tienen (2e Afd.) en VUvoorde. De Inspektie-Zuid omvat:
1) de gebieden der heUuting controles: Anderlecht, Assche, Brussel (le Afd.), Brussel (2e Afd.), Brussel (3e Afd.), Brussel (4e Afd.), Elsene, Halle, Leerbeek, Sint-GUlis en Ukkel;
2) de tolinspektie Brussel.
Brussel , den 29 Augustus 1918
No. 83. 7. september 1918.
Uitvoeringsbepalingen –uithangen tot de Verordening, houdende inbeslagneming van gerst, haver, rogge en late aardappelen, tabak en chicorei (suiker) uit den oogst van 1918.
Ter uitvoering der Verordening van 21 februari 1918, houdende inbeslagneming van gerst, enz. uit den oogst van 1918, bepaal ik voor Vlaanderen, betreffende de benuttiging van de late aardappelen, het navolgende:
Art. 1. De bevoegde ,,Zivilkommissar (burgerlijke Kommissaris) bepaalt welke hoeveelheid ieder gemeente af te leveren heeft. De verdeling der te leveren hoeveelheden over de verschillende landbouwers geschiedt door de gemeente, onder het toezicht van den Zivilkommissar\ Landbouwers, die niet meer aardappelen hebben verbouwd dan 1 are per kop van hun gezin, kunnen door de gemeente van de afleveringsverplichting ontslagen worden; ook kan de gemeente, bij de verdeling van de af te leveren hoeveelheden, rekening houden met het verschil in het voortbrengingsvermogen van den grond, met de algemene uitgestrektheid van het aardappelland, met het aantal personen waaruit een gezin bestaat en met andere soortgelijke omstandigheden; een en ander evenwel onder het beding, dat de hoeveelheid, die de gemeente in het gebied af te leveren heeft, daardoor niet verminderd wordt, Zolang overeenkomstig Artikel 3, de vrije koop en verkoop in een arrondissement niet toegelaten mogen de aardappelen alleen opgekocht worden door de ,,Kartoffel versorgungsstelle der Verwaltungschefs fur Flandern und Wallonien (Aardappelbevoorradingskantoor bij de Hoofden van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en voor Wallonië), te Brussel. Het opkopen, laden en verzenden der aardappelen geschiedt hetzij door de bevoegde Zivilcommisareen hun opkopers, hetzij door de anderszins door de Kartoffelversorgungsstelle gemachitigde opkoopkantoren.
Art. 2. De afleveringsplichtige moet de hem opgelegde hoeveelheden afleveren, tenzij hij bewijst dat hij, buiten zijn schuld, daartoe niet in staat is. De Zivilkommissare zijn gerechtigd, termijnen voor te schrijven voor het indienen van bezwaren tegen de vastgestelde te leveren hoeveelheid en de behandeling der bezwaren te regelen; zij zijn ook bevoegd, de gemeente of den afzonderlijke verbouwer een geldboete van 1 tot 10 mark op te leggen voor ieder kilogram, dat te weinig wordt afgeleverd. De gemeente en de te weinig leverende landbouwers kunnen voor de betaling dier geldboete hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. De Zivilkommissare” zijn bovendien gerechtigd, nadere schikkingen uit te vaardigen, betreffende den aard der leveringen en het tijdstip waarop zij behoren te geschieden; zij zijn inzonderheid ook gemachtigd gedeeltelijke leveringen te gelasten en den inkoopprijs te verlagen voor de aardappelen, die niet binnen den door hen voorgeschreven termijn afgeleverd werden. De inkoopprijs bedraagt, overeenkomstig § 2 van de verordening van 21 februari 1918, 25 frank per 100 kg. De af te leveren aardappelen moeten goed uitgezocht worden; zij moeten, zorgvuldig van aarde ontdaan, ten minste 3×4 cm dik zijn . De gemeenten zijn gerechtigd, bij den verkoop der aardappelen aan de verbruikers, tot dekking van de onkosten een passende bijslag te doen betalen. Winst mogen zij daarbij niet verwezenlijken. art, 3. Zolang al de gemeenten van een arrondissement de hun opgelegde afleveringsverplichting niet nagekomen zijn of de vervulling er van niet gewaarborgd hebben, is het verboden binnen het arrondissement aardappelen te kopen of te verkopen of er op eenige andere wijze over te beschikken; voor het vervoer van aardappelen is alsdan een vervoerbewijs vereist. Dit geldt ook voor voorgewende overschotten.
De Zimlkommissar is gerechtigd, reeds op een vroeger tijdstip den handel en het vervoer vrij te verklaren in gedeelten van het arrondissement of in gemeenten die zich van hun afleveringsverplichting gekweten hebben. Alle verdragen, in strijd met deze bepaling gesloten, zijn ongeldig. De termijn, waarop al de gemeenten van een arrondissement worden aanzien als hebbende hun aflevering gedaan of gewaarborgd, wordt door den Zivilkommissar in het arrondissement of in de gemeente bij plakbrief ter openbare kennis gebracht. Van dan af mogen de aardappelen binnen het arrondissement zonder de minste beperking gekocht, verkocht en vervoer d worden. Voor het vervoer naar een ander arrondissement, is de toelating vereist van den Zivilkommissar* van het arrondissement van herkomst, tenzij de handel in beide arrondissementen vrijverklaard is.
Art. 4. Het rantsoen voor verbruikers die hun aardappelen niet zelf hebben verbouwd, is vastgesteld op 200 gr. per kop en per dag. De gemeenten zijn gerechtigd, uit de hoeveelheden, die zij overeenkomstig Artikel 1 moeten opbrengen, met inachtneming van dit rantsoen, te voorzien in de behoefte van de eigen verbruikers, die zelf geen aardappelen hebben verbouwd. De bevoorrading binnen de gemeente geschiedt door bemiddeling van den burgemeester. Deze geeft de vervoertoelating door het afleveren van vervoerbewijzen.
Art. 5. In zover een gemeente, die de benodigde hoeveelheid aardappelen voor haar inwoners niet kan winnen op eigen gebied, doch de ontbrekende hoeveelheid uit een andere gemeente van hetzelfde arrondissement kan betrekken, geschiedt haar bevoorrading door bemiddeling van den Zivilkommissar Deze geeft de vervoertoelating binnen het arrondissement door het afleveren van vervoerbewijzen.
Art. 6. Inzover een arrondissement de benodigde hoeveelheid aardappelen niet uit eigen voorraden kan betrekken (verbruiksarrondissementen), geschiedt de bevoorrading door de arrondissementen, waar de aardappelverbouw de behoeften van het arrondissement overtreft (lever end arrondissement) en wel door bemiddeling van de Kartoffelversorgungsstelle Deze geeft de vervoertoelating door het afleveren van vervoerbewijzen of door het afstempelen van vrachtbrieven.
Art. 7. Het is verboden:
a) aardappelen voor nijverheidsdoeleinden te gebruiken of uit inlandse aardappelen gewonnen voortbrengselen te koop te stellen of te verkopen;
b) aardappelen te vervoederen, vooraleer het arrondissement de opgelegde hoeveelheid heeft afgeleverd ( Artikel 3),
Art. 8. Van de aardappelen, die den landbouwer overblijven nadat de afleveringsverplichting is nagekomen, moet hij vooreerst het nodige plantgoed voor den verbouw in het jaar 1919 afnemen. De voor plantgoed bestemde hoeveelheid is te bepalen volgens de oppervlakte, die in 1918 met aardappelen beplant was, en wel tegen 2000 kg. per ha. De Zivilkommissar is gerechtigd, de voor plantgoed bestemde hoeveelheid te verhogen, volgens een door de gemeente op te maken verdelingsrooster. Het is verboden plantgoed te verbruiken of er anderszins over te beschikken. Nopens het ruilen van plantgoed worden nadere bepalingen uitgevaardigd.
Art. 9. De burgemeester kan, zelfs alvorens de gemeente zich van de haar opgelegde leveringsverplichting heeft gekweten, den uitvoer toestaan van de voortbrengst van 1 are per hoofd van het gezin, aan personen die niet in de gemeente woonachtig zijn, doch er aardappelen verbouwd hebben. Aanvragen tot vervoer van aardappelen van eigen gewin moeten, op het daartoe voorgeschreven formulier, gericht worden aan den burgemeester der gemeente waar zij werden gewonnen. De formulieren zijn verkrijghaar hij de Zivilkommissare De Zivilkommissar bepaalt of en in welke mate de leveringsverplichting van de gemeente ten gevolge van dezen uitvoer wordt verminderd.
Art. 10. De verbruiksgemeenten en de leverende gemeenten zijn verplicht, op aanzegging van de Kartoffelversorgungsstelle de vereiste opslagplaatsen in onberispelijke toestand ter beschikking te stellen voor de door de voortbrengers geleverde aardappelen. De gemeenten hebben het recht, te dien einde, zich op hun gebied bevindende opslagplaatsen in gebruik te nemen. De .Zivilkovimissaf stelt de daarvoor te betalen vergoeding vast ingeval geen overeenkomst getroffen wordt.
Art. 11. Personen die daartoe van de Kartoffeiversorgungsstelle of van de Zivilkommissare machtiging hebben bekomen, zijn gerechtigd percelen en lokalen van leveringsplichtigen te betreden, en de bebouwde oppervlakte alsook de aanwezige voorraden vast te stellen. Zij zijn eveneens gerechtigd reeds voor het einde van den oogst, den omvang van den gedeeltelijke oogst vast te stellen en het bewijs te vorderen waar het geoogste gedeelte zich bevindt.
Art. 12. Betwistingen betreffende leveringen van aardappelen worden uitsluitend door een scheidsgerecht beslecht, voor het tot elk nadere bepalingen voorbehouden blijven.
Art. 13. De aandacht van de belanghebbenden worden er op gevestigd, dat, wie de bepalingen dezer Verordening of de ter uitvoering er van uitgevaardigde aanwijzingen en schikkingen overtreedt, overeenkomstig § 7 der Verordening van 21 februari 1918, houdende inbeslagneming van gerst enz., met een geldboete van ten hoogste 20.000 mark of met een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaar wordt gestraft. Ook kan de verbeurdverklaring der voorwerpen waarmede de strafbare handeling werd begaan of die tot het ongeoorloofd vervoer van in beslag genomen veldvruchten hebben gediend, uitgesproken worden
Brussel den 11 september 1918,
affiches uit de collectie KOKW

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s