17 augustus 1918 zaterdag. Temse.

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 5 tot 21 augustus geen nieuws vermoedelijk door graanmeting activiteit
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 14-08-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC

verordeningen

No. 76. 14. augustus 1918.

Verordening –uithangen waar de verplichting wordt opgelegd het afsluiten van overeenkomsten op het vervoer te water aan een voorafgaande toelating te onderwerpen.

Art. I. Het afsluiten van overeenkomsten betreffende het verhuren van private schepen of betreffende het aangaan van goederenvervoer te water (huur-, vrachten sleepovereenkomsten), is onderworpen aan de toelating van het Generalgouvernement, Abteilung Ih (Wassertransporte (Generaal Gouvernement, Afdeling Ih [Vervoer te water]) of van een van het Generalgouvernement afhangend Hafenamt (Havenambt). leder der verdragsluitende partijen is er voor verantwoordelijk, dat de te sluiten overeenkomsten, met het oog oj) de verkrijging der toelating, aan een der hiervoren bedoelde diensten worden voorgehouden.

Art. II. Aan diensten van het Generalgouvernemten of aan afzonderlijke vervoerondernemingen kan, doch uitsluitend door het Generalgouvernement een algemene toelating worden verleend lot het af sluiten van dergelijke overeenkomsten.

Art. III. Het afsluiten van overeenkomsten betreffende het vervoer van stukgoederen is niet aan een toelating onderworpen.

Art. IV. Wie de bepaling van Artikel I overtreedt, wordt met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of met een geldboete van ten hoogste 50.000 mark gestraft ; beide straffen kunnen ook te gelijkertijd uitgesproken worden.

Art. V. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd. Brussel, den 30 juli 1918

No. 76. 14. augustus 1918.

Verordening. Artikel 1 der Verordening van 3 April 1917 (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 331, hl. 3558), over het verborgen houden van wapens en schietvoorraad, luidt voortaan als volgt : Het is aan de bevolking verboden wapens te vervaardigen en in bezit te houden. Het Generalgouvernement (Generaal Gouvernement) behoudt zich het recht voor uitzonderingen toe te staan. Brussel, den 30 juli 1918,

No. 76. 14. augustus 1918.

 

Verordening ??* houdende inrichting van een dienstelle der Sittenpolizei fiir Gross-Brussel (bijgevoegde dienst van de zedenpolitie voor Groot-Brussel) te Halle. Ter aanvulling van mijn Verordening van 13 Februari 1915, houdende inrichting van een zedenpolitie te Groot Brussel , bepaal ik het navolgende : Te Halle wordt voor het gebied der gemeente een Neberistelle der Sittenpolizei fur Gross-Brussel ingericht. De kosten vallen ten laste van de gemeente Halle.

Brussel den In Augustus 1918,

No. 77. 17. augustus 1918.

Verordening -uithangen tot de Verordening van S5 April 1918, over de benuttiging van boter en melk. Ter uitvoering van de Verordening van 25 April 1918, over de benutting van boter en melk ( Artikelen 9, 10 en 11) verorden ik voor Vlaanderen het navolgende:

Art. 1. Om de twee maanden bepaalt de bevoegde Zivilkommissar (burgerlijke Kommissaris) , welke hoeveelheid boter en melk de gemeente te leveren heeft Die hoeveelheid wordt vastgesteld op grond van het aantal melkkoeien der gemeente, zonder dat daarbij de tijdelijk droogstaande koeien in mindering worden gebracht. De omslag der af te leveren hoeveelheid op de afzonderlijke bezitters van koeien geschiedt door den burgemeester der gemeente, met de medewerking en onder het toezicht van den Zivilkommissar Het aandeel der droogstaande koeien moet over de melkgevende koeien verdeeld worden. Het is geoorloofd, de daaruit voortvloeiende afleveringsverplichting der onderscheiden bezitters van koeien verschillend vast te stellen, derwijze dat de bezitters van een klein aantal koeien in verhouding een geringer aandeel hebben af te leveren, terwijl de bezitters van een groter aantal koeien dienovereenkomstig meer wordt ten laste gelegd. Indien een gemeente de haar opgelegde hoeveelheid boter en melk niet aflevert, moet zij eerst haar verplichting dienaangaande nakomen, alvorens zij het recht kan verlangen in het verbruik van haar inwoners te voorzien.

Art. 2, De prijzen zijn voorshands als volgt vastgesteld:
A, voor boter, per kg. 1. ongezouten boter met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen fr, 7.70 *
2. gezouten boter met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen 7.30
3. melkerijboter, voorzien van het ambtelijk kontroolmerk en met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen 8.70
4. ongezouten boter met meer dan 18 % doch niet meer dan 50 % vreemde bestanddelen 3.90
5. gezouten boter, met meer dan 18 % doch niet meer dan 50 % vreemde bestanddelen 3.60 *
De prijzen gelden voor boter ter plaats van vooribrer ging genomen, met inbegrip van de gebruikelijke verpakking in perkamentpapier. De groothandelaar en de kleinhandelaar mogen bij den verkoop van de boter 40 centiem, doch in het geheel niet meer dan 80 centiem per kilogram als bijslag voor den voortverkoop in rekening brengen. De onder 3 vermelde melkerijboter moet, in zover zij wordt afgeleverd (Art. 4), volgens nadere aanduiding van den Staatskommissar des Belgischen Buttervertriebsverhandes** (Stoatskommissaris van den Belgischen Boterbond) van een kontroolmerk te voorzien zijn.

  1. voor voile melk, afgehaald ter leveringsplaats (melkerijen), 45 centiem fer Hier melk met een vetgehalte van ten minste 2.6 %. De Zivilkommissar is gerechtigd, naar gelang van de plaatselijke verhoudingen, den prijs tot 50 centiem te verhogen, of tot 40 centiem te verlagen. Hij i& verder gerechtigd voor melk, met een geringer dan het voorgeschreven vetgehalte, den prijs overeenkomstig te verlagen.

Art. 3. Het is verboden boter te verwerken, inzonderheid boter te gebruiken tot het vervaardigen van zeep. Voor de bereiding van kaas blijft de bepaling vervat in Artikel 6 der Verordening van 25 April 1918 van kracht.

Art. 4. De landbouwer kan, nadat hij zich van de hem opgelegde leveringsverplichting heeft gekweten, viij over de hem overblijvende melk en boter beschikken. Hij is niet verplicht, daarbij de in Artikel 2 vastgestelde prijzen in acht te nemen; hij kan die prijzen overschrijden in zover hij de bepalingen van de Verordening van 10 juni november 1917 tegen den woekerhandel in dagelijkse Artikelen niet overtreedt. Voor het vervoer van boter of melk zijn geen vervoer of toelatingsbewijzen vereist.

Art. 5. Voor den beroepshandel in melk en boter is een bijzondere toelating van den Zivilkommissar van de plaats waar de handel gevestigd is, vereist. Het toelatingsbewijs moet voorzien zijn van den stempel van den Zivilkommissar en van dien van den Staatskommissar des Belgisch en Buttervertriehsverhandes . Voor de leden van den Belgischen Buttervertriehsverhand” (Belgischen Boterhond) is de hiervorenvermelde toelating niet vereist. De opneming van nieuwe leden in den Buttervertriehsverhand kan enkel met toestemming van den Staatskommissar geschieden.

Art. 6. De Prasidenten der Zivilverwaltung (Voorzitters van het burgerlijk bestuur) zijn gemachtigd het hun krachtens Artikel 8 der Verordening van 25 April 1918 toegekend recht, om de gemeenten of de voortbrengers van boter of melk geldboeten op te leggen, op de Zivilkommissare over te dragen. Die geldboeten kunnen opgelegd worden met de verplichting, dat zij door de gemeenten en de afzonderlijke aan de afleveringsverplichting onderworpen bezetters van koeien gezamenlijk verschuldigd zijn.

Brussel , den 24 juli 1918.

19180808 Betreffende groenten en peulvruchten

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s