27 juli 1918 zaterdag.Sint Niklaas.

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 25-07 1918 tot en met 31-7-1918 geen nieuws
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met  29-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC

verordeningen
tot en met  30 07 1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 71. 27. juli 1918.

Uitvoeringsbepalingen tot de Verordening van 1 Februari 1918, houdende inbeslagneming van gerst enz. Ter uitvoering van de Verordening van 21 Februari 1918, houdende inbeslagneming van gerst enz., bepaal ik voor Vlaanderen het navolgende :
Art. 1. De „Gerstenzentrale der Verwaltungschefs fur Flandern und Wallonien {Gerstcentrale hij de Hoofden van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en Wallonie) te Brussel verkrijgt het uitsluitend recht om zomer en wintergerst op te kopen. De vastgestelde prijs : 46 fr. per 100 kg., is te verstaan voor levering zonder zak, vrachtvrij op de door de „Gerstenzentrale* daartoe aangeduide afleveringsplaats {spoorwegstation, scheepsladingsplaats, opslagplaatsen, afnemers) ; ingeval de afstand naar de aangeduide afleveringsplaats meer dan 15 km. bedraagt, wordt een bijzondere vergoeding betaald volgens het ter plaatse gebruikelijk voerloon. De prijs voor gerst van middelmatige hoedanigheid. De „Gerstenzentrale* bepaalt, behoudens de beslissing van het ,,Gerstenschiedsgericht* (scheidsgerecht voor de gerst), den prijs voor gerst van mindere hoedanigheid. De „Gerstencentrale* is gerechtigd, voor gerst, die binnen den bepaalden termijn niet geleverd is, kleinere prijzen te betalen.

Art. 2. De ,,Gerstenzentrale” stelt de leveringsplicht vast overeenkomstig § 3 der Verordening van 21 februari 1918, houdende inbeslagneming van gerst. De gemeente regelt, behoudens de beslissing van den „Zivilkommissar (burgerlijke Kommissaris) , de verdeling van de te leveren hoeveelheden over de afzonderlijke landbouwers der gemeente. Het zaaigoed voor den volgenden oogst is niet uitgesloten van de leveringsplicht. De ,gerstenzentrale” levert het eventueel terug aan de gemeenten, die het, volgens een bijzonder verdelingsplan, aan de landhouwers zullen onderverdelen. De landbouwers moeten de af te leveren gerst regelmatig oogsten en bewaren, de hun opgelegde te leveren hoeveelheden op de daartoe door de „Prasidenten der Zivilverwaltung (Voorzitters van het burgerlijk bestuur) gestelde termijnen dorsen en ze, op de door de „Gerstenzentrale” daartoe gestelde termijnen, afleveren. Het is verboden gerstvelden om te ploegen, gerst te snijden op den halm alvorens tot den oogst wordt overgegaan, gerst te beschadigen, te vernielen, te verwerken of te gebruiken, inzonderheid ongedorste, gedorste, geruwde of gemalen gerst te vervoederen. Het is eveneens verboden gerst, het zaaigoed er bij begrepen, dat den landbouwer beschikbaar gelaten is, te verkopen, te kopen of op om het even welke andere wijze van de hand te doen of aan te schaffen, alsook gerst te verwerken tot mout. Dit verbod geldt evenzeer voor de gerst, die met liet oog op de verwerking toebedeeld was {met uitzondering van afval van gerst), voor toebedeelden mout of voor moutkiemen. Wordt tot de verwerking tot mout van de toebedeelde gerst om een of andere reden niet overgegaan, bv. wegens sluiting der bedrijven, dan moeten de aldaar aanwezige voorraden, tegen terugbetaling van den koopprijs of ingeval een waardevermindering is ingetreden, tegen betaling van een dienovereenkomstig lageren prijs aan de Gerstenzentrale teruggegeven worden. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, der Verordening van 21 februari 1918, mogen de landbouwers vrij beschikken over de gerst, die zij overhouden, nadat zij zich door bemiddeling der gemeente van hun leveringsplicht hebben gekweten. De Gerstenzentrale* is gerechtigd uitzonderingen toe te laten op de bepalingen van dit artikel. Voor het verwerken van gerst tot mout is in ieder geval de toelating van de Gerstenzentrale vereist.

Art. 3. Gedorste of ongedorste gerst, afval van gerst, gerstemeel, mout en moutkiemen, ook wanneer deze voortbrengselen niet uit het gebied van het Generaal Gouvernement afkomstig zijn, m ogen alleen m£t een vervoerbewijs vervoerd worden. Gerst, afval van gerst en gemouten gerst in hoeveelheden van ten hoogste 5 kg. zonder vervoerbewijs worden vervoerd. De vervoerbewijzen worden door de „Gerstencentrale” afgeleverd.Deze is gerechtigd,de bevoegdheid tot het afleveren dier bewijzen over te dragen ov de „Zivilkommissare** , alsook de kantons, die zich van de hun opgelegde leveringsplicht hebben gekweten, te ontslaan van de verplichte vervoerbewijzen.

Art. 4. Worden, overeenkomstig § der Verordening van 21 Fehruari 1918, andere veldvruchten onteigend in plaats van de te leveren doch niet geleverde gerst, of wordt er, overeenkomstig § 4, tot de verbeurdverklaring van gerst overgegaan, dan worden de onteigende veldvruchten tegen betaling van de passende prijswaarde aan de „Gerstenzentrale overgelaten, die ze ten bate van de burgerlijke bevolking zat gebruiken.

Art. 5. De leden van de„Gerstenzentrale met uitzondering van de vertegenwoordigers van de „Zivilverwaltung* (burgerlijk bestuur), ontvangen een vergoeding van 25 frank voor elke dag, waarop een zitting plaats heeft, benevens de terugbetaling der reiskosten ; de vergoeding der gerstkommissionnarissen is bepaald op 50 centiem voor elke 100 kg. gerst, die uit hun werkkring aan de Gerstenzentrale” afgeleverd zijn. Bovendien is de „Gerstenzentrale” gerechtigd, voor bijzondere diensten een toelage toe te kennen. Voor mouterijresten, wordt de prijs vastgesteld op 9 frank per 100 kg. droog gewicht van de veraccijnsde, voor het brouwen benuttigde grondstof, af brouwerij.

Art. 6. leder landbouwer die gerst verbouwd heeft, is verplicht, aan de gemeente alsook aan de lasthebbers der Duitse overheid, naar Arbeid al de nodige aangiften te doen, en de door hem gedorste gerst, onmiddellijk na het dorsen aan te geven, ter inschrijving in een oogstboek, dat de gemeenten, volgens nadere bepaling van de gerstenzentrale verplicht zijn te houden. De lasthebbers der Duitse overheid hebben toegang tot al de plaatsen der boerderij ; zij mogen inzage nemen van mogelijk gehouden zakenboeken, Verder moet aan de lasthebbers der ,,Gerstenzentrale* of der „Zivilkommissare toegang worden verleend tot al de plaatsen, waar gerst, moutkiemen of mout worden vervaardigd, bewaard of verwerkt.

Art. 7. De „Prasidenten der Zivilverwaltung zijn gemachtigd de hun krachtens 4 der Verordening van 21 februari 1918 toegekende bevoegdheden op de „Zivil kommissare over te dragen. De gemeente en de met de levering in gebreke gebleven zijnde landbouwers kunnen gezamenlijk worden verantwoordelijk gesteld voor de nakoming der verplichtingen. Aan de gemeenten, die de opgelegde leveringsplicht niet nakomen, kan opgedragen worden, de ontbrekende hoeveelheid uit de hand op te kopen uit de overschotten, waarover de landbouwers beschikking gelaten werd.
Brussel den 9 juli 1918

No. 71. 27. juli 1918.
Uitvoeringsbepalingen –uithangen betreffende de inbeslagneming der cichoreiwortelen (suikerwortelen). Ter uitvoering der Verordening van 21 Fehruari 1918 van den heer Generaal Gouverneur, houdende inbeslagneming van de gerst, de haver, de aardappelen, de tabak en de cichorei {suikerij), bepaal ik voor Vlaanderen het navolgende:

Art. 1. Alle cichoreiwortelen, met inbegrip der wortelen van witloof, zijn in beslag genomen. De in beslag genomen cichoreiwortelen moeten regelmatig geoogst worden, Zij mogen niet verbruikt, inzonderheid niet vervoerd of vervoerd worden ; ook mag er nieti door overeenkomst over beschikt worden. Nadat zij zich van de hem opgelegde leveringsverplichting heeft gekweten, mag de verbouwer vrij beschikken over de overblijvende hoeveelheden. Zonder toelating van de „Zichorienabteilung* (Cichorei afdeling) van de „Zentral-Einkaufs-Geseilschaft* (Centrale Aankoopmaatschappij) te Brussel, is het branden van de cichoreiwortelen verboden.
Art. 2. De „ZichorienAbteilung* stelt de te leveren hoeveelheden vast op den grondslag van ten hoogste 15.000 kg. per hektaar voor wortelen van witloof en 21.000 kg, per hektaar voor andere cichoreiwortelen.
Art. 3. De Zichorien Abteilung der Zentral Einkaufs Gesellschaff te Brussel is alleen gemachtigd de in beslag genomen cichoreiwortelen op te kopen. Zij gebruikt ze ten bate der burgerlijke Belgische bevolking. De opkoop geschiedt met gereed geld door de opkopers der ,,Zichorxenabteilung die te dien einde door deze afdeling voorzien zijn van een schriftelijk bewijs. De Zichorienabteilung* is gemachtigd, de cichoreiwortelen die. Binnen een door den bevoegden„Zivilkommissar burgerlijken Kommissaris) vastgestelden termijn niet geleverd zijn, tegen de helft van den vastgestelde prijs over te nemen.
Art. 4. Zonder vervoerbewijs mogen binnen het Generaal Gouvernement geen cichoreiwortelen worden vervoerd. De Zichorienabteilung* is belast met het af leveren der vervoerbewijzen.
Art. 5. De „Prasidenten der Zivilverwalturig* (Voorzitters van het burgerlijk bestuur) zijn gemachtigd, de kun krachtens § 4 der Verordening van 21 februari 1918 toegekende bevoegdheden over te dragen op de „Zivilkommissare”.
Brussel , den 13 juli 1918.

No. 71. 27. juli 1918.
Verordening -uithangen betreffende beperking in het verbruik van gas en elektriciteit De bepalingen van Artikel 2 der Verordening van 22 september 1917 (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België betreffende de beperking in het verbruik van gas en elektriciteit, luiden met ingang van 1 augustus 1918 als volgt: art, 2. De prijzen, voor den verbruiker, zijn als volgt vastgesteld:
Gas: voor elk doeleinde op 45 centiem per kubieken meter;
Elektriciteit : voor verlichting, op 80 centiem per kilowattuur; voor andere doeleinden moet per maand 35 centiem per kilowattuur voor de eerste 2000 kilowattuur worden berekend. De prijzen bij overeenkomst voor een bepaalde som vastgesteld zijn naar verhouding te verhogen. De tussenhandelaars voor de levering van gas en elektriciteit moeten aan de leverende fabrieken, tot dekking van de verhoogde zelfkosten, een vergoeding betalen waarvan het bedrag geval van betwisting door de Hauptstelle fur Gas, Wasser und Elektrizitat (Hoofdkantoor voor gas, water en elektriciteit) te Brussel, wordt vastgesteld. De Verordening van 23 Mei 1918 (Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, hl 521, voor Wallonië, 61. 425) betreffende hetzelfde onderwerp, wordt hierdoor niet gewijzigd.
Brussel , den 18 juli 1918.

No. 71. 27. juli 1918.
Bekendmaking betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidatie van vijandelijke ondernemingen {Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 253 van 13 September 1916 en Nr. 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België gelegen grondeigendom van de Franse weduwe Auguste (Eugenie) Martin Martin Lierse Steenweg 18, te Mortsel bij Antwerpen De heer Dr. Ochwadt, Meir 14, te Antwerpen, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 20 juli 1918.

19180724 Uitvoeringsverordening benuttiging melk

Advertenties