20 juli 1918 zaterdag. Sint Niklaas

 

Mr Van Lierde geeft zijn ontslag op ‘t stadhuis.
zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 29-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 69. 20. juli 1918.
Verordening houdende wijziging van het koninklijk besluit van 15 juni 1897, betreffende de inrichting der provinciale gouvernementen, alsmede van het koninklijk besluit van 16 juni 1897, betreffende de inrichting der arrondissementskommissariaten.
Art. 1. Voor de benoeming der ambtenaren en beambten van bureeloverste af naar beneden, kan voorshands worden afgeweken van de bepalingen onder Artikel 8, lid 2 en 3 van het koninklijk besluit van 15 juni 1897 betreffende de inrichting der provinciale gouvernementen, in de bewoording der koninklijke besluiten van 10 Augustus 1911 en van 11 Mei 1912, alsmede van de voorwaarden gesteld in Artikel 7, lid 1 en 2, van het koninklijk besluit van 16 juni 1897, betreffende de inrichting der arrondissementskommissariaten, in de bewoording van het koninklijk besluit van 10 Augustus 1911.
Art. 2. De „Verwaltungschef {Hoofd van het burgerlijk bestuur) is gemachtigd, uitvoeringsbepalingen uit te vaardigen. Grosses Hauptquartier, den 24 juni 1918.
No. 69. 20. juli 1918.
Verordening betreffende het aangaan van leningen door de stad Gent Op grond van de door den burgemeester der stad Gent, na raadpleging der schepenen, genomen besluiten i. van 29 April 1918, betreffende het aangaan eener lening van 15 miljoen frank, ter bestrijding van inkwartieringsonkosten, door uitgifte van 30.000 kasbons 4 % van 500 frank, terugbetaalbaar op 1 juni 1924, 2. van 5 Met 1918, betreffend de uitgifte van 313.600 kasbons van 5 frank, terugbetaalbaar op 1 januari 1920, ter betaling der lopende uitgaven en voor inkwartieringsonkosten, wordt het gemeentebestuur der stad Gent hierbij gemachtigd bedoelde leningen aan te gaan,
Brussel , den 20 juni 1918.
No. 69. 20. juli 1918.
Verordening houdende verlenging van een lening der stad Gent. De gemeenteraad der stad Gent heeft den 7 mei 1917 besloten, hij de Maatschappij van het Gemeentekrediet, voor den duur van den oorlog, een lening aan te gaan van een miljoen frank per maand en, den 24 september 1917, het maandelijks bedrag dier lening te verhogen op anderhalf miljoen. Bij mijn besluiten C. FI. V 4394 van 7 juli 1916 en C. FI. V 2655 van 11 April 1918, heb ik bedoelde lening voor een termijn gaande tot 30 juni 1918 goedgekeurd. Hierbij wordt de goedkeuring tot het aangaan van een maandelijkse lening van anderhalf miljoen frank verlengd voor een termijn gaande tot 30 juni 1919.
Brussel , den 20 juni 1918.
No. 69. 20. juli 1918.
Beschikking. art, 1. De hierna vermelde personen zijn benoemd tot leden van de jury die dit jaar belast is met het afnemen van het examen van leraar en van lerares in de gymnastiek hij het middelbaar en middelhaar normaal onderwijs : Verbeke Robrecht, opziener van het onderwijs in de gymnastiek bij de inrichtingen van middelbaar onderwijs {voorzitter) ; Bezio, leraar aan het koninklijk Atheneum te
Antwerpen {sekretaris) ; Dr. Seuntjes, te Brussel ; Melemans, leeraar aan de Rijks lagere Jongensnormaalschool te Lier ; Van Breedam, lerares aan de Rijkslagere Meisjesnormaalschool te Laken.
Art. 2. De Verwaltungschef {Hoofd van het burgerlijk bestuur) is gemachtigd, afwezige leden te doen vervangen. De voorzitter van de jury moet de leden van de jury en de kandidaten oproepen.
art, 3, De Verwaltungschef voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel , den 29 juni 1918.
No. 69.-20. juli 1918.

*Beschikking. Ari, 1. De hierna vermelde personen zijn benoemd tot leden van de jury, die dit jaar beiast is met het afnemen van hei examen van leraar en van lerares in de lichamelijke opvoeding hij het middelbaar onderwijs : Voorzitter : Verbeke, Robrecht, opziener van het middelhaar onderwijs. Leden : Dr. Douss, docent aan de Universiteit te Gent ; Robeius Julius leraar aan het koninklijk Atheneum te Gent ; Verdonck, M., leraar aan de Rijks middelbare Normaalschool te Gent ; Van Driessche, leraar aan de Rijks middelbare Jongensschool te Ronse.
Art. 2. De „Verwaltungschef {Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is gemachtigd, afwezige leden te doen vervangen.
Art. 3. De jury duidt onder haar leden een sekretairis aan.
Art. 4. De voorzitter van de jury moet de leden van de jury en de kandidaten oproepen.
Art. 5. De Verwaltungschef voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze Beschikking belast,
Brussel den 6 juli 1918.
No. 69. 20. juli 1918.

Verordening houdende oprichting van een Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht in Vlaanderen. Onder inwerkingstelling van Artikelen 7 en 46 der verordening van 14 Maart 1918, betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen {Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, Nr. 38, hl. 371), verorden ik het navolgende :
Art. 1. Bij het ministerie van Nijverheid en Arbeid wordt een Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht opgericht. De Hogere Raad verricht de werkzaamheden, die hem door wetten en besluiten opgelegd worden {zie inzonderheid Artikel 9, lid 5, Artikel 15, lid 2, Artikel 27, lid cijfer 4, Artikelen 28 en 30 der Verordening van 14 maart 1918). Hij oefent voor het overige slechts een raadgevende werking uit in zover geen andere voorschriften getroffen worden. De Hogere Raad wordt door de regering geraadpleegd over aangelegenheden van algemeen belang inzake sociale verzekering, namelijk bij de voorbereiding en de ten uitvoer inbrengen der wetten en besluiten betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom. Hij kan eveneens aan de regering wijzigingen of aanmeldingen der wetten en besluiten beide en de de sociale verzekering voorstellen,
art, 2, De Hogere Raad is samengesteld uit 13 leden. De aangenomen verzekeringsinstellingen en de gewestelijke kassen van vooruitzicht wijzen daarvan, telkens voor den duur van zes jaar, zeven leden aan ; de regering benoemt de anderen; onder deze laatsten moet ten minste een actuaris een geneesheer en een apotheker zijn. De regering benoemt voorlopig al de leden van den Hogere Raad, totdat de eerste verkiezingen hebben plaats gehad ( Artikel 46 van de Verordening van 14 maart 1918). Bij deze benoeming wordt bepaald, wie na deze verkiezingen zal aftreden.
Art. 3. De Hogere Raad heeft een voorzitter en een bestendigen verslaggever. Zij worden door de regering onder de leden voor den duur van zes jaar benoemd. De voorschriften betreffende de gedeeltelijke vernieuwing van de leden (artikel 5) zijn niet toepasselijk op den voorzitter en den bestendigen verslaggever. De Hogere Raad verkiest uit zijn midden een ondervoorzitter. Het ministerie van Nijverheid en Arbeid kan aan den Hogere Raad secretarissen toevoegen ; zij zijn geen leden van den Hogere Raad,
Art. 4. De verkiezingen voor den Hogere Raad zijn geheim, Zij worden gehouden volgens een door den Hogere Raad op te maken verkiezingsreglement, het welk aan de goedkeuring onderworpen is van het ministerie van Nijverheid en Arbeid, dat tevens voor de ambtelijke bekendmaking er van te zorgen heeft voor de verkozenen is het vereist aantal plaatsvervangers te verkiezen.
Art. 5. Alle drie jaar wordt tot een gedeeltelijke vernieuwing van den Hogere Raad overgegaan. Na het verstrijken van de drie eerste jaren treedt de helft of, in de gegeven omstandigheden, de kleinste groep der gekozen en benoemde leden af ; drie jaar later de andere leden, en zo voort. De volgorde waarin de leden aftreden wordt de eerste maal door het lot aangeduid. De aftredende leden blijven hun ambt waarnemen, totdat hun opvolgers hun ambt aanvaard hebben. Aftredende leden kunnen herkozen of herbenoemd worden.
Art. 6. De voorzitter stelt de dagorde der zittingen vast Hij opent, leidt en sluit de besprekingen. Is hij verhinderd, dan wordt hij door den ondervoorzitter of, zo ook deze verhinderd is, door den oudste van de ter zitting aanwezige leden vervangen.
Art. 7, De bestendige verslaggever voert de lopende zaken en bewaart de akten. Hij geeft in de zittingen verslag over de punten die op de dagorde staan en stelt over elke zitting een geschreven verslag op, dat aan de goedkeuring van den voorzitter moet onderworpen worden en aan het ministerie van Nijverheid en Arbeid over te leggen is.
Art. 8. De Hogere Raad houdt eenmaal per jaaar, in den regel gedurende de maand mei, zijn gewone zitting. Hij kan te allen tijde door de regering of door den voorzitter tot een buitengewone zitting opgeroepen worden.
Art. 9. Afgezien van spoedeisende gevallen, moet de dagorde ten minste veertien dagen voor de zitting aan de leden worden medegedeeld. Zij moet terzelfder tijd aan het ministerie van Nijverheid en Arbeid overgelegd worden. Zo nodig kunnen er afschriften der bescheiden, die tot grondslag zullen dienen bij de besprekingen, worden bijgevoegd.
Art. 10. De Hogere Raad is bevoegd geldige besluiten te nemen wanneer ten minste zeven leden aanwezig zijn. De besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen van de ter zitting aanwezige leden. Staking van stemmen geldt als verwerping van het voorstel. Indien geteld minder dan zeven leden aanwezig zijn, wordt de zitting verdaagd. De niet opgekomen leden worden alsdan nogmaals uitgenodigd. Bij de nieuwe beraadslaging wordt over de vroegere dagorde gestemd en een geldig besluit genomen, onverschillig hoeveel leden er aanwezig zijn.
Art. 11. Er wordt een raadgevende commissie van vijf leden samengesteld, om de bij den Hogere Raad in te dienen overeenkomsten van de verzekeraars met geneesheren en apothekers ( Artikel 7, lid 5, van de Verordening van 14 maart 1918) te onderzoeken. De bestendige verslaggever, alsook een geneesheer en een apotheker, beide laatsten door de regering benoemd ( Artikel 2, lid 1, dezer *Verordening), maken deel uit van de raadgevende commissie. De twee overige leden worden door den Hogere Raad uit zijn midden verkozen. De leden der commissie duiden een voorzitter aan. De commissie staat door bemiddeling van den bestendigen verslaggever rechtstreeks in verbinding met de verzekerden en hun bonden, alsook net de geneesheren, apothekers en hun beroepsverenigingen. De commissie kan tussen de verzekerden en de geneesheren en apothekers gerezen geschillen door een scheidsrechterlijke uitspraak beslechten, wanneer zij daartoe door de partijen wordt uitgenodigd.
Art. 12. In zover de standregelen van de verzekerden of van hun bonden voor de beslechting der geschillen betreffende de verzekeringsbijdragen geen scheidsrechterlijke rechtspleging voorzien, beslist de Hogere Raad als scheidsgerecht binnen de perken zijner bevoegdheid ( Artikel 30 van de verordening van 14 maart 1918) en regels van de daarbij te volgen rechtspleging. De beslissing kan worden opgedragen aan een uitpraakkommissie, bestaande uit drie leden. In zover de Hogere Raad in deze gevallen niet zelf beslist, zorgt hij ervoor, binnen de perken zijner bevoegdheid, dat de scheidsrechterlijke rechtspleging doorgevoerd en, dat de aan den rechthebbende toegekende schadevergoeding uitbetaald wordt.
Art. 13. De regering kan naar de zittingen van den Hogere Raad een of meer vertegenwoordigers afvaardigen, die, wanneer zij den wens daartoe te kennen geven, steeds moeten worden gehoord. De Hogere Raad kan een dergelijke afvaardiging aanvragen. Hij kan ook andere personen, inzonderheid vertegenwoordigers der verzekerden of hunner bonden, alsook andere belanghebbenden, tot zijn besprekingen ontbieden en rechtstreeks horen.
Art. 14. De Hogere Raad kan nadere bepalingen uitvaardigen nopens den gang zijner werkzaamheden.
Art. 15. Aan de leden van den Hogere Raad, de secretarissen en de in Artikel 13 bedoelde personen, worden vergoedingen voor reis en verblijfkosten, alsook zitpenningen toegekend. Bovendien worden de bestendige verslaggever en de secretarissen voor hun werkzaamheden vergoed. Het bedrag dier vergoedingen en zitpenningen wordt door de regering bepaald.
Art. 16. De kosten van den Hogere Raad vallen ten laste van den Staat. Zij worden geboekt op Artikel 27a der begroting van het ministerie van Nijverheid en Arbeid.
Art. 17. Het ministerie van Nijverheid en Arbeid en het ministerie van Financiën zijn met de uitvoering dezer
Verordening belast.
Brussel , den 4 juli 1918.

affiches uit de collectie KOKW

19180719 Verwerken van fruit