19 juli 1918 vrijdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 17 07 1918 tot en met 19 07 1918 geen nieuws
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 29-07-1918 en geen nieuws overgeschreven uit NRC

verordeningen
No. 68. 17. juli 1918
Uitvoeringsbepalingen tot de verordening van 4 Juli 1918 betreffende de „Erntekommissionen*’ (Oogstkommissies).
L Vaststelling van den voorraad broodkoren.
1. De ..Provizial-Erntekommissionen’* (Pr.-fi.-K.) {provinciale Oogstkommissies) stellen vast, hoeveel broodkoren {naar soorten ingedeeld) bij elke landbouwer en in elke gemeente aanwezig is,
2, De zentral-Ernte-Kommission** (Z.-E.-E.) {centrale Oogstkommissie) stelt op grond van de haar door de Pr.-E.K, of elke provincie aangegeven etappe en op grond van een door mij bevolen opneming van den oogst, de in het ganse gebied van het Generaal Gouvernement aanwezige hoeveelheid broodkoren vast.
3. Het Nationaal Hulpen Voedingskomiteit {N. K.} mag kennis nemen van de ingezamelde gegevens.
II. Aankoop van het in beslag genomen broodkoren,
1. De prijs per 100 kg. inlands broodkoren mag hij den verkoop door den verbouwer voor tarwe 48 frank spelt 39 „ rogge. 43 masteluin 47 „ niet overtreffen.
Het koren moet van goede hoedanigheid en droog zijn, Voldoet het niet aan deze voorwaarden, zo moet de prijs verlaagd worden. Kan men het niet eens worden, dan beslist het Centraal Oogstkantoor {Bureau central des Recoltes) te Brussel. De hoogste prijzen gelden voor leveringen zonder zak. De verbouwer moet het koren op den spoorwagen op het dichtst hij zijn boerderij gelegen station, of in de naaste opslagplaats van het N, K. leveren.
2. leder landhouwer is er persoonlijk voor verantwoordelijk, dat de hij hem ingeoogste hoeveelheid broodkoren, met afhouding van de tot eigen verbruik en als zaaikoren vrijverklaarde hoeveelheden, op de door de bevoegde Pr.-E.-K. bepaalde termijnen, aan het N. K, afgeleverd wordt. Behalve den belanghebbenden landhouwer, zijn al de andere landhouwers, die de gemeente bewonen, alsook de gemeente zelf mede verantwoordelijk. Ingeval de maatregelen, welke de Pr.-E.-K. geschikt achten om het koren op te eisen, tot geen uitslag leiden, zijn de voorzitters van de Pr.-E.-K. gerechtigd : voor dk ontbrekend kilogram broodkoren van bestuurswege een bedrag tot 10 mark in te vorderen ten laste van den oorspronkelijk in gebreke gebleven zijnde landbouwer, of ten laste van de met hem verantwoordelijk zijnde personen of van de gemeente, den betrokken landbouwer, of verschillende of al de landhouwers, die in de gemeente wonen, het recht te onttrekken om in het eigen verbruik te voorzien en ze voor hun voeding naar het N, K» te verwijzen. De ten gevolge daarvan vrij gekomen hoeveelheden broodkoren zijn door de Pr.-E.-K. tegen den hoogsten prijs op te eisen.
c) de hoeveelheden broodkoren, die binnen een door den voorzitter van de Pr.-E.-K, bepaalden termijn niet geleverd worden, zonder betaling verbeurd te verklaren. De bepalingen van § 9 der Verordening houdende inbeslagneming van broodkoren, zijn toepasselijk op de naar hand van vorenstaande bepalingen verbeurdverklaarde voorraden of ingevorderde geldsommen,
3. Het N. K, is verplicht van het koren, dat niet voor zaaikoren of tot eigen verbruik vrijverklaard is, binnen de door de voorzitters van de Pr.-E.-K, vastgestelde termijnen op te kopen. Het moet het aangekocht koren naar de opslagplaatsen en molens voeren en het aldaar opstapelen. Het N. K. moet het koren volgens de door mij, op voorstel van de Z.-E.-K. bepaalde maalgraden, laten malen, Het moet het koren in de opslagplaatsen voor bederf bewaren. Het koren moet zo bewaard worden, dat de stapels te allen tijde aan een onderzoek kunnen onderworpen worden,
4, De inbeslagneming blijft ook ten aanzien van hei N. K, van kracht, Het N. K, is niet gerechtigd over het broodkoren of over het meel te beschikken, alvorens het door de Pf,-E,-K, vrijverklaard is. De voorzitter van de Pr,-E,-K, is gerechtigd, met het oog op het toezicht over de opneming en ter uitvoering van den opkoop al de vereiste schikkingen te treffen.
III. Vrijverklaring van de inbeslagneming.
1, De vrijverklaring van de inbeslagneming geschiedt door de Pr.-E.-K.
2. De vrijverklaring van het zaaikoren en van het koren voor eigen verbruik, geschiedt onder de volgende voorwaarden :
a) Op grond van de opneming der akkervlakten in het jaar 1918 zal, ten voordele van de landhouwers, van elke soort koren per hektaar als zaaikoren worden vrijverklaard : rogge 175 kg. wintertarwe 190 „ zomertarwe 200 „ spelt • 250 „ masteluin 185 „ Ingeval de akkervlakte van het aanstaande jaar of de verdeling er van ten opzichte van het voor gaande jaar een wijziging ondergaat, moet de betreffende landbouwer daarvan, ten laatste op 1 november een door zijn burgemeester gewaarmerkte aangifte aan de bevoegde Pr.-E.-K. doen geworden. Deze is bevoegd, de hoeveelheid vrij te verklaren zaaigoed in overeenstemming te brengen met de voorgestelde wijziging. De Pr.-E.-K. zullen te dien opzichte nadere bepalingen treffen. Indien een landhouwer, ter verbetering van zijn zaaikoren, beter zaaigoed wenst aan te schaffen, moet hij, door bemiddeling van den burgemeester zijner gemeente, ten laatste op 1 november 1918, een desbetreffende aanvraag bij de bevoegde Pr.-E.-K. indienen. Verleent deze laatste haar toestemming, dan kan de landhouwer het verlangd zaaigoed bekomen van de voor het N. K. vrijverklaarde hoeveelheden koren, en wel tegen een prijs, die met den alsdan vastgestelde hoogsten prijs uit opslagplaats of molen kan gelijk staan. De landbouwer moet de hoeveelheden broodkoren van eigen voortbrengst, die hij ten gevolge van het bijkopen van zaaikoren in zijn bedrijf over heeft, aan het N, K. afleveren. De Pr.-E.-K. zal den Landbouwer laten weten in hoever hij, ten gevolge van den aankoop van zaaikoren, meer te leveren heeft aan de opkopers van het N. K.
b) De ondernemers van landbouwbedrijven met een gezamenlijke akkervlakte van ten minste 1 hektaar, mogen uit hun voorraden voor de voeding der personen van hun bedrijf, het personeel inbegrepen, per hoofd en per nuland 10 kg. tarwe, rogge en masteluin of 13,5 kg. spelt gebruiken. De nodige hoeveelheid voor heel het jaar blijft bij de bewaarnemers in bewaring. Bij de toewijzing van broodkoren voor eigen verbruik van den verbouwer moet in de eerste plaats spelt, dan masteluin en ten slotte tarwe worden vrijverklaard, en wel in de hier aangeduide volgorde. De vrijverklaring van broodkoren voor het eigen verbruik van den verbouwer zal, behoudens afwijkende bepaling, op 15 van elke volgende maand in dezelfde hoeveelheden en op gelijke wijze  geschieden, zoals de Pr.’E.-K, of de eerste maal voor den tijd van 15 September tot 15 oktober 1918 zullen bepalen. De ondernemers van landbouwbedrijven met een gezamenlijke akkervlakte van minder dan 1 hektaar, mogen de in hun bedrijf verbouwde hoeveelheden broodkoren uitsluitend voor hun eigen verbruik bezigen, maar niet verkopen. De Pt.’E.’K,, die met het toezicht over het gebruik van den oogst dezer landbouwers belast zijn, zullen te dien opzichte nadere bepalingen treffen, dit geldt eveneens voor de regeling van het arenlezen en de behandeling van de daaruit genomen voorraden, Wanneer het aan der in aanmerking komende personen, notas het werd vastgesteld op den grondslag van de uitkomsten der bij Verordening van 20 April 1918 Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, hl. 419/20) bevolen opneming, in den loop van het jaar vermindert, mag ook slechts een naar verhouding kleinere hoeveelheid koren worden verbruikt
Dergelijke wijzigingen moeten binnen een week ter kennis worden gebracht van den burgemeester der gemeente. Deze moet de mededeling onverwijld overmaken aan de Pr.-E.-K., die alsdan de voor het eigen verbruik van den landbouwer vrijverklaarde hoeveelheid doet wijzigen en voor het invorderen van het overschot zorgt.
c) De Pr.-E.-K. zullen aan elken landbouwer, die meer dan 1 hektaar akkervlakte bebouwt, afzonderlijk mededelen hoeveel koren hij als zaaigoed en voor eigen verbruik mag overhouden. Al het broodkoren, dat de landbouwer in zijn bedrijf meer verbouwt, dan hem als zaaigoed en voor eigen verbruik werd vrijverklaard, moet hij aan het Nationaal Hulpen Voedingskomiteit verkopen.
3. Voor het overige stelt de Z.-E.-K., in overeenstemming met het N. K., maandelijks de hoeveelheid koren of meel vast, die in elke provincie voor het verbruik vrij te verklaren is.
4. De Pr.-E.-K. verlenen het N. K. machtiging, om over de in de provincie vrijverklaarde hoeveelheden broodkoren te beschikken. Het N. K. moet kunnen bewijzen, uit welke stapels het de vrijverklaarde hoeveelheden afhaalt.
IV. Verkoopprijzen.
1. Ik bepaal elke maand, op voorstel van de Z.-E.-K., de door het N. K. te berekenen verkoopprijzen voor gedorst broodkoren, meel, zemelen en brood.
2. De Z.-E.-K. neemt den aankoopprijs van het inlands koren, alsmede den prijs van het ingevoerd koren, dien het N. K. haar onder overlegging van bewijsstukken moet mededelen tot grondslag voor de door haar voorgestelde verkoopprijzen waarbij een bij overeenkomst te bepalen toeslag toegelaten is. De overeen te komen toeslag is bestemd om een risicofonds samen te stellen. De Z.-E.-K. stelt het hoogste bedrag vast, waaruit dit fonds mag bestaan. Bereikt het fonds een hoger dan het vastgesteld bedrag, dan moet het overschot gebruikt worden om in den eerstvolgende termijn den broodprijs ie verminderen.
3. Het N. K. is verplicht de aankoopprijzen, onder overgave van de bewijsstukken in de te delen.
V. Bepalingen betreffende het toezicht.
1, De burgemeesters zijn er voor verantwoordelijk, dat op het gebied van hun gemeenten niet in strijd met de inbeslagneming gehandeld wordt.
2, De Pr.-E. K. laten door geschikte personen nagaan, of niet onbevoegd over het in beslag genomen koren beschikt wordt en of alleen de vrijverklaarde hoeveelheden aan de verbruikers ten goede komen. De personen, die daarmede belast zijn, moeten hun opdracht door een getuigschrift van den voorzitter der Pr.-E.-K. kunnen bewijzen ; zij hebben te allen tijde toegang tot alle opslagplaatsen, zolders en molens, om zich van den omvang en den toestand der voorraden, alsook van de manier waarop deze bewaard worden, te komen overtuigen.
3, Het N. K. moet boekhouden over den aankoop, den afzet en de berging van de aan gekochte hoeveelheden koren, evenals over het malen en over de voorraden meel en zemelen. De boeken moeten nauwkeurige gegevens bevatten over al wat er binnenkomt en uitgaat en te allen tijde een klaar overzicht geven over de in de verschillende omschrijvingen aanwezige voorraden en over de wijzigingen die daaraan werden toegebracht
4. Op dezelfde wijze moet worden boekgehouden over de gezamenlijke uitgaven, welke door aankoop, afzet, bergen, malen en verdelen of door andere oorzaken ontstaan. De boeken moeten ook doorlopend de ontvangsten, voortkomend van den verkoop van gedorst broodkoren, van meel, zemelen of door andere oorzaken ontstaan, bevatten.
5. Over de aangekochte en aan de opslagplaatsen, molens, enz. voortgeleverde hoeveelheden koren moeten bijzondere lijsten opgemaakt worden, die de soort, het gewicht, den eenheidsprijs en het betaald bedrag dienen te vermelden. Van deze lijsten moet een afschrift aan de verkopers en een aan de Pr.-E.-K. afgeleverd worden.
6. Het N. K. moet verder den 15 en den laatsten van elke maand verzamelstaten over al de binnen de betreffende provincie aangekochte en aan de opslagplaatsen, molens, enz. geleverde hoeveelheden koren, volgens gemeenteomschrijvingen gerangschikt, in twee exemplaren bij de Pr.E.-K. inleveren. De bergplaatsen moeten daarop aangeduid staan. De Pr.-E.-K. moet nagaan, of de verzamelstaten met de lijsten [zie nummer 5) overeenkomen. De Pr.-E.-K. levert een afschrift van de verzamelstaten aan de Z.-E.-K., die deze staten in daartoe bestemde boeken zal inschrijven.
7. De Z.-E.-K. bepaalt, in overeenstemming met het N. K., de hij het boekhouden in acht te nemen grondslagen, evenals de bijzonderheden over vorm en inhoud van de met het oog op het toezicht dienende lijsten en staten. Zij neemt in elk afzonderlijk geval de vereiste maatregelen voor de uitvoering van de gezamenlijke toezichtswerkzaamheden.
8. Het N. K. is verplicht, te allen tijde de over den aankoop, den afzet en de berging gehouden boeken en lijsten, evenals de over de ontvangsten en uitgaven gehouden boeken te laten inzien en de juistheid er van te laten onderzoeken. De Z.-E.-K. is met het toezicht belast.
VI. Overschotten. De overschotten, die het N, K. bij den aan en verkoop van broodkoren overhoudt, en die hij het beëindigen van den oorlog nog voorhanden zijn, moeten ter beschikking van de bestendige afvaardigingen gesteld worden, naar verhouding van de in elke provincie voor het verbruik vrijverklaarde hoeveelheden broodkoren of meel {nr, III, 3) ; deze overschotten zijn voor menslievende doeleinden binnen de provincies te gebruiken.
VII. Slotbepaling. De beheerkosten van de Z.-E -K. en van de Pr.-E.-K, worden beschouwd als staatsuitgaven.
Brussel, den 4 juli 1918,
No. 68. 17. juli 1918.

Verordening –uithangen
betreffende het bereiden van meel en het vervoeren van broodkoren.
§ 1. Het bereiden van meel en het uitbuilen van het meel mag alleen geschieden in molens, die tot hoofdbedrijf dienen en die een maalverlof van de „Provinzial-Ernte-Kommission provinciale Oogstkommissie) verkregen hebben. Het maalverlof is herroepelijk en kan aan voorwaarden verbonden worden. Maaltoestellen die, volgens aard en omvang, als bijbedrijf dienen van een andere nijverheid, mogen mits goedkeuring van de bevoegde ,,Provinzial-Ernte-Kommission” in gang gehouden worden.
§ 2. Het is verboden, om het even welke handmolens en toestellen, die voor het malen van koren geschikt en tot het uitoefenen van een huis of bijbedrijf bestemd zijn, te vervaardigen, aan te bieden, te koop te stellen en te verkopen, te kopen of anderszins te verwerven.
§ 3. De maalgraad, zowel voor het inlands als voor het ingevoerd koren, blijft tot nader bericht op ten minste 97 % vastgesteld. Deze maalgraad is zo te verstaan, dat al het broodkoren, met de zemelen, geheel moet worden uitgemalen. De vastgestelde maalgraad geldt eveneens voor het koren, dat voor de voeding van de verbouwers zelf dient. De molens, die de toelating hebben om broodkoren te malen, zijn verantwoordelijk voor het nakomen van bovenstaand voorschrift betreffende den maalgraad. De voorgeschreven vaststelling van den maalgraad geldt niet voor het koren, dat uitsluitend voor het verbruik in het Etappenen Operatiegebied gemalen wordt. Het Nationaal Komiteit moet aan de bevoegde „Provinzial-Ernte-Kommissionen” de molenaars bekendmaken, die gerechtigd zouden zijn van deze uitzonderingsbepaling gebruik te maken. Deze zijn aan een nauwkeurig toezicht van de bevoegde „Provinzial-Ernte Kommissionen” onderworpen. Dit toezicht zal uitgeoefend worden overeenkomstig de onderrichtingen, die de .Zentral-Emte-Kommission” (centrale Oogstkommissie) te dien einde zal geven.
§ 4. De voorzitters van de Provinzial-Ernte-Kommissionen” zijn gemachtigd, met het oog op de rechtstreekse levering van meel, alsook met het oog op de bereiding van gebak, voor zieke en zwakke personen of tot godsdienstige doeleinden, aan de molens te dien einde door het Nationaal Komiteit aangeduid, vergunning te geven om op een geringere dan den bij deze Verordening vastgestelde maalgraad te malen. Het Nationaal Komiteit moet de hoeveelheden koren die in de bedoelde molens voor een fijner gemaal nodig zijn, ter beschikking stellen van de bevoegde ,Provinzial-EmteKommissionen. De Provinziallernte-Kommissionen’ hebben er voor te zorgen, dat het op last van het Nationaal Komiteit fijner gemalen meel, enkel en alleen gebruikt wordt om er in de door de voorzitters van de „Provinzialernte-Kommissionen*’ bij wijze van uitzondering toegelaten bakkerijbedrijven gebak van te maken voor zieke en zwakke personen en tot godsdienstige doeleinden, ofwel om als meel aan zieke en zwakke personen of tot godsdienstige doeleinden te worden afgeleverd.
§ 5. Het maalverlies mag bij het bereiden van med niet meer dan 2 % bedragen.
§ 6. Voor ieder vervoer van broodkoren is een vervoer bewijs vereist.
§ 7, De Provinzialernte-Kommissionen mogen hun omschrijvingen binnen de grenzen van de bepalingen dezer Verordening, uitvoeringsbepalingen en, inzonderheid de met het oog op het uitoefenen van toezicht op de molens en voor het vervoer vereiste voorschriften uitvaardiigen.
§ 8. Overtredingen van deze bepalingen worden gestraft met de straffen, voorzien in *§9 van de Verordening, houdende inbeslagneming van het broodkoren. Inzonderheid bij verheling of ongeoorloofde benutting, tekoopstelling of verwerving van maaltoestellen, moet de verbeurdverklaring of de onbruikbaarmaking van deze voorwerpen uitgesproken worden. De verbeurdverklaring van in strijd met het verbod gemalen en gebuild meel moet eveneens worden uitgesproken. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel , den 4 juli 1918.
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening –uithangen betreffende de bakkerijwaren.
§ 1. Het is verboden meel en meelachtige stoffen te gebruiken om van beroepswege banketbakkerijwaren te bakken. Het is eveneens verboden deze waren te koop te stellen.
§2. Al banketbakkerijwaar in den zin van deze verordening wordt beschouwd alle gebak, dat meel of meelachtige stoffen bevat en dat door toevoeging van andere bestanddelen van om het even welken aard, h.v. van vet, zoetende middelen, honig, fruit, eiwit, chokolade, amandels, of door een bijzondere wijze van bakken, de kentekenende eigenschappen van gewoon brood verloren heeft,
§ 3. Dit verbod geldt voor alle beroeps en nijverheidsbedrijven, inzonderheid voor banketbakkerijen, biscuit-, cakes-, beschuiten koekjesfabrieken, gasthoven, dranken spijshuizen, gaarkeukens, verversing- en verenigingslokalen,
§ 4. De voorzitters van de „Provinzial-Ernte-Kommissionen” (provinciale Oogstkommissies) kunnen uitzonderingen toestaan voor de fabrieken, die gebak voor zieke en zwakke personen en tot godsdienstige doeleinden maken.
§ 5. De voorzitters van de „Provinzial-Ernte-Kommissionen” zijn bevoegd :
a) met het oog op de uitvoering dezer Verordening, al de nodige vaststellingen te doen,
b) buiten de straffen voorzien onder § 6, 1. zakenhuizen, bakhuizen en bakinrichtingen, die in strijd met het verbod gemalen meel gebruiken of op ongeoorloofde wijze banketbakkerijwaren maken, alsook verkoophuizen, die in strijd met het verbod gebakken brood of op ongeoorloofde wijze gemaakte banketbakkerijwaren te koop stellen, te sluiten,( het in strijd met het verbod gebakken brood, cd de op ongeoorloofde wijze gemaakte banketbakkerijwaren en al de medevoorraden, die tot het maken van verboden brood of banketbakkerijwaren bestemd zijn, zonder betaling verbeurd te verklaren. De verbeurdverklaarde voorwerpen moeten ten bate van de bevolking gebruikt worden.
§ 6. Wie de bepalingen van deze Verordening overtreedt, wordt met ten hoogste 6 maand gevangenis en met ten hoogste 2.000 mark geldboete of met een van deze beide straffen gestraft. Bij het opleggen van de geldboete, moet de straf vastgesteld worden op het meervoud van de waarde van het in strijd met het verbod bereid gebak. De poging tot overtreden is strafbaar. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel den 4 juli 1918,
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening betreffende de liquidatie van percelen. Nadat de liquidatie van een perceel bevolen is, kan de liquidator te allen tijde de overeenkomsten inzake de gebruikmaking van dat perceel, inzonderheid huren pachtovereenkomsten, met inachtneming van een opzegging termijn van 3 weken opzeggen, zonder daarbij rekening te houden met den voorzien en geldigheidstermijn dier overeenkomsten.
Brussel , den 4 juli 1918,
No. 68. 17. juli 1918.
Ik heb opdracht gegeven, van de ambtelijke lijst der gemeenten {vgl. mijn besluit van 26 April 1916, M. V. Bl. Nr. 55, ht. 1260) een tweede, gewijzigde uitgave te doen verschijnen. Duitse diensten moeten voor de schrijfwijze van de gemeenten van Vlaanderen zich richten naar deze nieuwe lijst der gemeenten ; de vet gedrukte naam is daarbij te gebruiken. De andere, in de lijst in gewonen druk aangegeven namen van gemeenten, mogen alleen dan gebruikt worden, wanneer bijzondere redenen daartoe aanleiding geven. De uitgave van een lijst der plaatsen, die geen gemeenten zijn, blijft voorbehouden.

Brussel, den 29 juni 1918.
affiches uit de collectie KOKW