18 juli 1918 donderdag. Sint Niklaas.

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
nieuws overgeschreven uit NRC

19180718 – Tegenoffensief der Fransen bij Soissons, de Duitser aan de Marne teruggeworpen, 29.000 krijgsgevangenen en 400 Kanonnen genomen. 

verordeningen

No. 67. 13. juli 1918.
Bij besluit van 29 juni 1918 van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Huibrecht Harrewijn, burgerlijk ingenieur te Ekeren, benoemd tot hoofdopziener van den technische gezondheidsdienst bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Brussel , den 3n juli 1918.
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening houdende opheffing van vroegere broodkorenverordcningen.
De Verordeningen van 19 juli 1917 over de inbeslagneming van het broodkoren (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 4012/13), betreffende de Erntekommissionen’ (Oogstkommissies) (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 401516) en de uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 4018/20), over het malen en vervoeren van broodkoren (Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 4024), houdende verbod om banketbakkerijwaren te bakken {Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, de Verordeningen van 23 februari 1918 over het malen en vervoeren van broodkoren (Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, hl. 192) en houdende verbod om bakkerijwaren te bakken (Wet en
Verordeningsblad voor Vlaanderen, hl. 193) zijn hierbij opgeheven. De bepalingen van de hierbij opgeheven Verordeningen zijn toepasselijk op strafbare handelingen, begaan voor de uitvaardiging van deze Verordening Hetzelfde geldt wat betreft de vrijverklaring van de hoeveelheden koren uit den oogst 1917, die tot eigen verbruik van de verbruikers bestemd zijn.
Brussel , den 4n Juli 1918.
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening houdende inbeslagneming van bet broodkoren.
§ 1. Het broodkoren van om het even welke soort, namelijk rogge, tarwe en spelt, zowel ongemengd als met andere planten of stoffen vermengd, dat gedurende het oogstjaar 1918 binnen het gebied van het Generaal Gouvernement verbouwd werd, is hierhij, van zodra het afgemaaid wordt, ten bate van de burgerlijke bevolking van het Generaal Gouvernement in beslag genomen. De inbeslagneming omvat ook het uit in beslag genomen koren gemalen meel om het even of het ongemengd of met andere stoffen vermengd is,ende daaruit bereide bakkerijen deegwaren. De inbeslagneming is voor het stro opgeheven hij het uitdorsen, voor de zemelen bij het uitmalen. De inbeslagneming omvat het koren en meel uit vroegere oogstjaren, ook zover dit hetzij voor eigen voeding van den verbouwer, hetzij voor zaaigoed bestemd was, doch daartoe niet werd gebruikt.
§ 2. Zover door de hiernavolgende bepalingen geen andere schikkingen worden getroffen is het verboden aan de in beslag genomen voorraden wijzigingen toe te brengen of er bij overeenkomst verdrag, panding of verpanding over te beschikken.
§ 3. De bezitter van in beslag genomen voorraden is gerechtigd en verplicht al de tot het behoud der voorraden vereiste maatregelen te nemen ; hij is gerechtigd en verplicht ze te dorsen.
§ 4. In geval de bezitter van in beslag genomen voorraden een tot het behoud daarvan ver eiste maatregel niet neemt binnen den termijn, die hem door de bevoegde overheid voorgeschreven werd, kan de overheid die maatregel op kosten van den bezetter door een derden persoon laten uitvoeren, Hetzelfde geschiedt, wanneer de bezetter het broodkoren niet dorst binnen den termijn, die hem door de bevoegde „Provinzial-Ernte-Kommission” {provinciale Oogstkommissie) werd voorgeschreven.
§ 5. De bezitter van in beslag genomen broodkoren is verplicht, waarachtige aangiften te doen over de in zijn bezit zijnde en de hem toebehorende voorraden en over den werkelijke toestand, op grond waarvan het broodkoren voor het eigen verbruik zal vrijverklaard worden, alsook over de wijzigingen, die naderhand in dien toestand voorkomen,
§ 6. Het in beslag genomen broodkoren zal tegen gereed geld aangekocht en, als brood, meel en zemelen, ter beschikking gesteld worden van de hbvolking van het Generaal Gouvernement. Voor het gebruik van vrijverklaard broodkoren tot andere doeleinden dan tot het bereiden van brood is, zover bij Verordening niet anders wordt bepaald, in elk afzonderlijk geval de goedkeuring der „Zentral-Ernte-Kommission” {centrale Oogstkommissie) nodig.

§7, Aan het Nationaal Hulpen Voedingskomiteit verleen ik het uitsluitend recht, de in beslag genomen voorraden ook uit den broodkorenoogst van 1918, en de mogelijke overschotten aan broodkoren uit vroegere oogstjaren, tegen een door mij vast te stellen eenheidsprijs op te kopen. De inbeslagneming wordt door dezen aankoop niet opgeheven.
§ 8. Ik behoud mij het recht voor, desnoods een hoeveelheid van ten hoogste 10.000 ton van het in beslag genomen koren toe te wijzen aan de door mij aan te duiden belanghebbenden, ten einde er moutkoffie van te maken.
§ 9.
a) Wie in beslag genomen voorraden onbevoegd van de hand doet of ze onbevoegd verwijdert uit de gemeente, waarin ze in beslag genomen zijn, wie ze beschadigt, vernielt, verheelt, onbevoegd verwerkt, vervoedert of anderszins verbruikt,
b) Wie in beslag genomen voorraden onbevoegd verkoopt, koopt, pandt, verpandt of op enige andere wijze vervreemdt of verwerft
c) tot de verplichtingen onder § 3 en 5 dezer verordening niet nakomt, wordt met ten hoogste 5 jaar gevangenis of met ten hoogste 100.000 mark geldboete gestraft ; ook kunnen gevangenisstraf en geldboete te zamen worden uitgesproken. De voorraden en inrichtingen, die voor strafbare handelingen bestemd waren of gediend hebben, moeten verbeurdverklaard worden. De poging tot overtreden is strafhaar. Indien de overtreding is begaan met het inzicht, een ongeoorloofde winst op te strijken, kan naast de gevangenisstraf ook een geldboete worden uitgesproken, ten belope van tienmaal den hoogsten prijs voor elk kilogram broodkoren of meel, dat het voorwerp van de overtreding uitmaakt. De geldboete mag niet meer dan 100.000 mark en niet minder dan 25 mark bedragen. De verbeurdverklaarde voorraden moeten, door tussenkomst van de „Provinzial ErnteKommission’\ aan het bevoegd provinciaal Komtieit worden toegewezen. Dit koren volt ook na de toewijzing onder toepassing van de
Verordeningen over de inbeslagneming, Het Komiteit hetaalt de verbeurdverklaarde waren aan de „Provinzial Ernte-Kommission. Deze stort het daarvoor ontvangen bedrag niet in de krijgsschatkist, maar staat het af aan de bestendige afvaardigingen, om het voor menslievende doeleinden binnen de provincies te gebruiken. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
§ 10. Het uitvaardigen van uitvoeringsbepalingen blijft voorbehouden.
Brussel , den 4n Juli 1918.
No. 68. 17. juli 1918.
Verordening betreffende de „Erntekommissionen” (Oogstkommissies)»
§ 1. De „Zentral-Ernte-Kommission” (centrale Oogstkommissie) en de „Provinzial-Ernte-Kommissionen” (provinciale Oogstkommissies) blijven dis overheden bestaan.
§ 2. De ,Zentral’Ernte’Kommission” is een rechtstreeks onder mij staande overheid ; haar voorzitter, haar leden en dezer bestendige plaatsvervangers worden door mij benoemd. Het voorzitterschap is opgedragen aan een vertegenwoordiger van het Generaal Gouvernement. De leden van de commissie zijn :
a) de „Verwaltungschefs” {Hoofden van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen en voor Wallonië ; het ondervoorzitterschap is aan een van heide opgedragen ; een vertegenwoordiger van :
b) de „Politische Abteilung” {Politieke Afdeling),
c) den „Generalkommissar fur die Banken’* (Algemene Kommissaris voor de banken),
d) de Armeeintendantur des Generalgouvememenis” (Intendantie van het leger hij het Generaal Gouvernement),
e) de „Veterinarabteilung des Generalgouvemements” {Veeartsenijkundige Afdeling hij het Generaal Gouvernement),
f) het Nationaal Komiteit,
g) de Commission for Relief.
Bij staking van stemmen beslist de stem van den voorzitter. De voorzitter heeft het recht, deskundigen met raadplegende stem op de zittingen uit te nodigen. De besprekingen geschieden in de Duitse taal.
§ 3. De „Emtekommission” voor elke provincie bestaat uit :
a) den „Prasident der Zivilverwaltung” {Voorzitter van het burgerlijk bestuur) of dezes plaatsvervanger, cds voorzitter ;
b) twee officieren of ambtenaren, leden van de „Ftrtschaftsaiisschuss” (Economische Kommissie) der provincie ;
c) een lid van de Bestendige Afvaardiging ;
d) een vertegenwoordiger van den graanhandel der provincie ;
e) een vertegeriwoordiger van den landbouw der provincie. De leden vermeld onder otoie mogen in den regel niet tergelijkertijd leden van het Nationaal Hulpen Voedingskomiteit zijn. De Gouverneur der provincie benoemt de leden der kommissie, evenals een bestendigen plaatsvervanger voor elk lid. Bij staking van stemmen beslist de stem van den voorzitter. De voorzitter is bevoegd deskundigen met raadplegende stem op de zittingen uit te nodigen. De voorzitter heeft het recht tegen de besluiten der kommissie verzet aan te tekenen en, door tussenkomst van den „Verwaltungsclief en van de Zentral-Ernte-Kommission’\ mijn beslissing in te roepen.
§ 4. De ,,Zentral-Emte-Kommission” heeft te bepalen welke hoeveelheden telkens van de inbeslagneming vrijgegeven en ter beschikking der bevolking gesteld mogen worden. Zij oefent toezicht uit op de broodbevoorrading van de Belgische bevolking en moet inzonderheid er voor zorgen, dat van den gehele Belgische broodkorenoogst van 1918, na afhouding van het vereiste zaaikoren, maandelijks niet meer dan 1/12 verbruikt wordt. Zij heeft bovendien besluiten te nemen inzake de rantsoenen per kop van de bevolking, de inkoopprijzen van het gedorst broodkoren, het malen en de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, van meel, zemelen en brood. De besluiten moeten door mij goedgekeurd worden. De ,,Zentral-Ernte-Kommission'” geeft, door tussenkomst van den „Verwaltungschef\ de nodige aanwijzingen aan de „Provinzial’Ernte-Kommission” ; vraagpunten van zeer groot belang onderwerpt zij vooraf aan mijn beslissing ; zij oefent toezicht uit op de uitvoering van haar aanwijzingen.
§ 5. De „Erntekommission” van elke provincie is belast met de maandelijkse vrijverklaring van het broodkoren. De vrijverklaring geschiedt op grond van de statistieken ; deze moeten door haar opgemaakt en bestendig bijgehouden worden. De kommissie oefent toezicht uit op de eigene en, desvoorkomend, op de uit andere provincies aangevoerde voorraden, op het in acht nemen der vastgestelde prijzen en op het nakomen der uitgevaardigde  Verordeningen en bepalingen, evenals over het algemeen, op al de bedrijfshandelingen van het bijzonder kantoor, dat door het Nationaal Komiteit in elke provincie voor aankoop en bedeling van het inlands broodkoren zal worden opgericht. De werking van dit bijzonder kantoor moet met den werkkring van de betrokken „Provincial-Ernte-Kommission” overeenkomen. Zij is gerechtigd te dien einde aan de Belgische gemeenten aanwijzingen te geven ; zij is inzonderheid alleen bevoegd wat betreft de onder § 4 van de Verordening, houdende inbeslagneming van het broodkoren, vermelde schikkingen,
§ 6. Wie de tot de uitvoering van deze Verordening uitgevaardigde voorschriften en aanwijzingen niet nakomt, wordt gestraft overeenkomstig § 9 van de
Verordening houdende inbeslagneming van het broodkoren.
§ 7. Ik behoud mij het uitvaardigen van uitvoeringsbepalingen voor,
Brussel , den 4 juli 1918.

affiches uit de collectie KOKW

19180718 Betreffende beperking in gebruik van gas en elektriciteit

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s