15 juni 1918 zaterdag. Temse.

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
13 juni tot en met 16 juni Geen nieuws vermoedelijk graanopmeter Temse
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
nieuws overgeschreven uit NRC
19180615 – Oostenrijks offensief in Italië begonnen 50.000 gevangenen, Italiaans tegenoffensief 25.000 gevangenen.
tot en met 14-06-1918 geen verordeningen

No. 59. – 15. juni 1918.

Verordening over de bevoegdheld van het Kaiserliches Obergericht’* (keizeriyk Opperstegerechtshof) te Brussel . inzake onteigeningen.
Enig artikel. Inzake onteigeningen overeenkomstig de verordening van 17 Januari 1918, betreffende de onteigening ten algemeen nut in dringende gevallen, is het „Kaiserliches Obergericht te Brussel , in plaats van de Belgische rechtbanken, in eerste en laatste aanleg bevoegd.
Brussel , den 31 mei 1918,

No. 59. – 15. juni 1918.
Bekendmaking  betreffende vroege en late aardappelen.
Overeenkomstig artikel 6 der verordening van 21 februari 1918, houdende inbeslagneming van gerst, haver vroege en late aardappelen, tabak en chikorei (suikerij) uit den oogst 1918, verorden ik het navolgende :
Art. 1. Het is verboden, vroege aardappelen voor 4.juni 1918, late aardappelen voor 1 september 1918 te rooien. ook voor eigen gebruik mogen voor dien tijd geen aardappelen gerooid worden.
Art. 2. Het is verboden vroege of late aardappelen in de nijverheid te verwerken of te gebruiken inzonderheid tot het bereiden van aardappelmeel, alsook vroege en late aardappelen te verwerken in branderijen en brouwerijen.
Art. 3. Wie deze bepalingen overtreedt, wordt overeenkomstig § 7 van de verordening van 21 februari 1918, met een geldboete van ten hoogste 20,000 mark of met een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaar gestraft. Bovendien is de verbeurdverklaring uit te spreken van de voortbrengselen en de voorwerpen, waarmede de strafbare handeling is begaan, of die tot het ongeoorloofd vervoer der veldvruchten hebben gediend. Is de overtreding begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, dan moet ten minste een week gevangenzitting of een geldboete, die tenminste tienmaal de prijzen bepaald in § 2 van de hiervoren vermelde verordening, in geen geval echter minder dan 25 mark bedraagt, uitgesproken worden.
Brussel , den 5 juni 1918.
No. 59. – 15. juni 1918.
Verordening ** betreffende het verspinnen van wol.
Art 1. Het is verboden:
1. wol te verspinnen,
2, spinnewielen en mechanische toestellen dienende tot het verspinnen van wol te vervaardigen, aan te kopen, te verkopen of op elke andere wijze van de hand te doen, te gebruiken of te vervoeren. De „Abteilung fur Handel und Gewerbe” (Afdeling voor handel en nijverheid), Kunstbelevingslaan 30 te Brussel , is gemachtigd op schriftelijke aanvraag, uitzonderingen op deze bepalingen toe te staan.
Art. 2. Wie de voorschriften dezer verordening opzettellijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt, indien volgens een andere strafwet geen zwaarder straf is voorzien, met een gevangenisstraf van ten hoogste 1 jaar en met een geldboete van ten hoogste 10.000 mark of met een dezer straffen gestraft. In ieder geval is de verbeurdverklaring der voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft, uit te spreken. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel , den 6 juni 1918

No. 59. – 15. juni 1918.
Verordening houdende toekenning van buitengewone duurte toeslagen aan de ambtenaren, beambten en bedienden van den Staat
Art. I. Aan de ambtenaren en beambten van de Staat die thans hun betrekking uitoefenen :
a) van het beheer van het Rekenhof,
b) aan de ministeries van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Wetenschappen en Kunsten, van Nijverheid en Arbeid, van Financiën van Landbouw en Openbare Werken en van de daartoe behorende beheren,
c) in de diensten, welke voorloopig aan die ministeriën verbonden zijn, en
d) aan het ministerie van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen, alsmede in den postdienst worden, te rekenen van 1 Juli 1918*, met inachtneming van onderstaande bepalingen, buitengewone duurtebijslagen verleend.
Art, II. § 1. Door ambtenaren en beambten in den zin dezer verordening worden verstaan de personen, die in staatsdienst werkzaam zijn en, op grond van benoemingen krachtens wetten of door de beheren gedaan (artikelen I en VI van de wet van 21 juli 1844 op de pensioenen), een wedde uit de Staatskas genieten. Als ambtenaren en beambten, in den zin dezer verordening wordt insgelijks beschouwd het besturend en onderwijzend personeel der staatsinrichtingen van onderwijs.
§ 2. De ambtenaren en beambten, die op grond der bestaande bepalingen tijdelijk of op de proef werkzaam zijn, zijn met de vast benoemden gelijkgesteld.
Art. III. Onderstaande drie klassen worden gevormd :
le klasse : a) de ongehuwden
b) de weduwnaars en de van tafel en bed of uit den echt gescbeidenen, zonder kinderen.
2e klasse : a) de gehuwden zonder kinderen
b) de weduwnaars en de van tafel en bed of uit den echt gescbeidenen, hebbende een kind,
3e klasse :
a) de gehuwden, hebbende een kind,
b) de gehuwden, weduwnaars, van tafel en bed of uit den echt gescheidenen, hebbende meer dan een kind.
Art. IV. § 1. Komen in aanmerking, al de kinderen, waarvan het onderhoud uitsluitend ten laste van de ouders valt ; de zonen evenwel, die in staat zijn geld te verdienen, slechts zolang zij hun een en twintigste levensjaar nog niet bereikt hebben.
§ 2. Kinderen uit een vroeger huwelijk der vrouw geboren, komen als gemeenschappelijke kinderen in aanmerking ; de wettelijk of feitelijk aangenomen kinderen worden insgelijks meegerekend.
§ 3. In het huisgezin van den ambtenaar of van den beambte levende en door hem onderhouden kleikinderen, zijn als kinderen te beschouwen.
§ 4. Kinderen, die zich thans buiten het bezet gebied bevinden, komen niet in aanmerking.
Art. V. De duurtebijslag bedraagt :
i. voor de 1 Klasse (ongehuwden weduwnaars gescheiden levenden of uit den echgescheidenen zonder kinderen), 35 frank per maand ;
2. voor de 2e klasse (gehuwden zonder kinderen, weduwnaars, gescheiden levenden of uit den echt gescheidenen, hebbende een kind), 50 frank per maand ;
3. voor de 3e klasse :
a) gehuwden met een kind, 62 frank per maand ;
b) gehuwden, weduwnaars, gescheiden levenden of uit den echt gescheidenen, hebbende meer dan een kind, 62 frank per maand, en, daarenboven, 12 frank voor elk kind, te beginnen met het tweede.
Art, VI. § 1. De duurtebijslagen moeten ieder maand vooraf worden betaald.
§ 2. Ingeval een ambtenaar of een beambte een huwelijk aangaat, of in geval van geboorte of van aanneming van een kind, wordt de aanvullende bijslag over de volle maand verleend.
§ 3. In geval van overlijden van de vrouw of van een kind, wordt de aanvullende bijslag voor den overleden persoon, nog voor de maand, volgende op die van het overlijden uitbetaald. Eveneens wordt de bijslag voor een kind nog uitbetaald voor de maand, volgende op die waarin het onderhoud van dat kind niet meer ten laste van de ouders valt, of waarin de zoon, die in staat is geld te verdienen, zijn 21e levensjaar bereikt heeft.
Art. VII. De bepalingen dezer verordening zijn op gelijke wijze als voor de ambtenaren en beambten van den Staat, toepasselijk op de werklieden, dagloners en dienstlieden, die doorlopend werkzaam zijn en hun hoofdbediening hebben bij de onder artikel I vermelde beheren en diensten.
Art. VIII. De vrouwelijke aangestelden zijn met de mannelijke gelijkgesteld. Daarvan uitgezonderd zijn echter de vrouwen die gehuwd zijn hetzij met een ambtenaar of een beambte (artikel II), hetzij met een doorlopend werkzaam zijnde staatsbediende (artikel VII).
Art. IX. De verordeningen van 1 februari, 30 mei, 23 augustus en 25 oktober 1917 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 3393, 3814, 4379 en 4723) en van 14 februari 1918 (Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen, bl. 187) zijn te rekenen van 1 juni 1918 ingetrokken.
Brussel , den 6 juni 1918*
affiches uit de collectie KOKW

postkaart: Kemmel de holle weg

Advertenties