12 mei 1918 zondag. Temse

12 mei 1918 zondag. Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Raphaël Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 7 tot en met 18 mei Geen nieuws graanopmeter Temse
gedichtenblog offline van 1-5 tot 31-8
tot en met 27-05-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC vermoedelijk ook door graanopmeter bedrijvigheid
tot en met 11-05-1918 geen verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 46. – 12. MEI 1918.
Verordening ** over de benutting van boter en melk. Voor het bestuursgebied Vlaanderen bepaal ik het navolgende :
Art, 1. De gemeenten zijn verplicht al de in hun gebied voortgebrachte boter en melk, tegen den vastgestelde prijs (Art. 4) aan de daartoe aangewezen inrichtingen (art 3) af te leveren, in den omvang, aïs door de bevoegde overheden is bepaald (art, 2),
Art, 2, De burgerlijke Kommissaris(Zivilkommissar) bepaalt, rekening houdend met de maandelijks door het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) vastgestelde hoogste hoeveelheid, op grond van Het aantal melkkoeien, die in de gemeente voorhanden zijn en, rekening houdende met het jaargetijde en andere omstandigheden van economische aard, hoeveel melk iedere gemeente te leveren heeft. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur of de door hem aangewezen overheid beslist in hoogsten aanleg over alle klachten, die door de gemeenten tegen de vaststelling der te leveren hoeveelheid worden ingebracht. Onder toezicht van den bevoegden burgerlijke Kommissaris, verdelen de gemeenten de levering, die hun krachtens lid 1 wordt opgelegd, over de verschillende melkkoehouders van hun gebied. leder melkkoehouder is verplicht de hem aldus opgelegde hoeveelheid melk te leveren.
Art. 3. De burgerlijke Kommissaris bepaalt, overeenkomstig de grondregels, die door het Hoofd van het burgerlijk bestuur in gemeen overleg met den Staatskommissaris van den Belgische Boterbond zijn vastgelegd, in hoever boter en melk te leveren is en aan welke inrichtingen die levering moet geschieden. Hij regelt ook de teruggave van de ontroomde melk, bijaldien de geleverde zoete melk tot boter wordt verwerkt.
Art. 4. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur bepaalt tegen welke prijzen de boter of de melk af te leveren is.
Art. 5. Zover zulks in overeenstemming is voor de bepalingen van artikel 6, kunnen de voortbrengers naar goeddunken beschikken over de melk of de boter, die hun overblijft nadat zij de vereiste hoeveelheden hebben afgeleverd.
Art. 6. Het bereiden van kaas bij wijze van beroep uit ontroomde melk is alleen met de toelating van den bevoegden burgerlijke Kommissaris geoorloofd. Deze toelating kan afhankelijk gesteld worden van zekere voorwaarden of van zekere uitkeringen. De burgerlijke Kommissaris is gerechtigd, ter vermenging met ontroomde melk voor de bereiding van kaas, zoete melk beschikbaar te laten. Voor het overige is de bereiding van kaas bij wijze van beroep uit volle melk verboden. Melkerijen en kaasmakerijen, die de bepalingen van deze verordening of de tot uitvoering er van uitgevaardigde verordeningen of aanwijzingen overtreden het publiek uitbuiten of op een andere wijze in strijd met de openbare belangen handelen, kunnen bij Besluit van het Hoofd van het burgerlijk bestuur hetzij gesloten hetzij onder toezicht of onder dwangbeheer geplaatst worden, Wordt de onderneming onder dwangbeheer geplaatst, dan zet de dwangbeheerder het bedrijf voort op kosten van den eigenaar.
Art. 7. De Belgische Boterbond belast zich met den aankoop en den omzet van de boter en de melk, zover het Hoofd van het burgerlijk bestuur er niet anders over beschikt. Voornoemde Boterhond blijft met de daarbij aangesloten beroepsverenigingen der verkopers overeenkomstig artikel der verordening van 26 juli 1916 Over de regeling van den handel in boter, bestaan. De door mij aangestelde Staatskommissaris van den Boterbond beschikt over de boter en de melk en heeft te zorgen voor de regelmatige verdeling dier voortbrengselen aan de burgerlijke bevolking. Hij is belast met het toezicht over den gehelen zakengang van den Boterbond en van de daarbij aangesloten verenigingen ; hij beslist eveneens inzake het aanleggen van botervoorraden en het gebruik daarvan. De personen die van den Staatskommissaris daartoe met een opdracht bekleed zijn, hebben het recht de lokalen, waarin uit melk bereide voortbrengselen gemaakt, bewaard of te koop aangeboden worden, te betreden en te bezichtigen, alsmede inzage te verlangen van de zakenboeken, rekeningen en andere in den handel gebruikelijke bescheiden; zij hebben tevens het recht, ter oefening van het toezicht over de melkvoortbrengst, tot al de nodige vaststellingen over te gaan in de gemeenten en hij ieder landbouwer in het bijzonder.
Art. 8. De Voorzitters van het burgerlijk bestuur (Presidenten der Zivilverwaltung) zijn gerechtigd, de gemeenten of de voortbrengers van boter en melk, die de hun overeenkomstig artikelen 1 en 2 opgelegde leveringsverplichting niet of niet bijtijds nakomen, met een geldboete te bestraffen van ten hoogste 100 mark per kg. boter en van ten hoogste 3 mark per liter melk waarmede de levering vertraagd of achterwege gebleven is. De invordering van deze geldboeten geschiedt van ambtswege. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur beschikt over de ingevorderde geldboeten voor weldadigheidsdoeleinden. Boter en melk die binnen den daartoe vastgestelde termijn niet geleverd zijn, kunnen door de Voorzitters van het burgerlijk bestuur zonder schadeloosstelling ten bate van de burgerlijke bevolking verbeurd verklaard worden.
Art. 9. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze verordening belast. Hij is bevoegd uitvoeringsbepalingen tot deze verordening uit te vaardigen en al de onderrichtingen te geven, die tot de uitvoering er van nodig zijn. Hij is gerechtigd een zeker aantal gemeenten te verenigen tot leveringskringen die in plaats van iedere gemeente afzonderlijk voor het nakomen der leveringsverplichting overeenkomstig artikel 3 te zorgen hebben. Hij is eveneens gerechtigd de Voorzitters van het burgerlijk bestuur te machtigen, de bevoegdheid waarmede deze laatsten krachtens artikel 8 bekleed zijn, over te dragen op andere diensten.
Art. 10. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur kan bepalen of en in welken omvang het vervoer van boter onder toezicht gesteld wordt, inzonderheid of vervoerbewijzen ingevoerd worden.
Art. 11. Wie de bepalingen van deze verordening die ter uitvoering er van uitgevaardigde aanwijzingen en onderrichtingen overtreedt, of wie in strijd handelt met de overeenkomstig artikel 6 vastgestelde voorwaarden of uitkeringen, wie inzonderheid de hem opgelegde levering ontduikt of poogt te ontduiken en te dien einde de Duitse overheid of de lasthebbers van den Staatskommissaris van den Belgische Boterbond valse opgaven verstrekt, of tot de overeenkomstig artikel 10 getroffen aanwijzingen overtreedt wordt met een geldboete van ten hoogste 1000 mark of met een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaar gestraft. Beide straffen kunnen tezamen worden uitgesproken. De poging tot overtreding is strafbaar, Bovenal moeten de voorwerpen waarop de strafbare handeling betrekking heeft gehad of die tot ongeoorloofd vervoer van inbeslaggenomen melk en boter hebben gediend, verbeurdverklaard worden. De Staatskommissaris van den Boterbond beschikt over de verbeurdverklaarde boter en melk ten bate van de Belgische burgerlijke bevolking. Bijaldien de overtreding is begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, dan moet een gevangenisstraf van ten minste een week en een geldboete, die ten minste het tienvoudig bedrag der vastgestelde prijzen uitmaakt in geen geval echter minder dan 25 mark bedraagt, toegepast worden. De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 12. De verordening van 26 juli 1916, houdende regeling van den handel in boter, de verordening van 22 Augustus 1916 betreffende den handel in boter, alsmede de wijzigingen van 18 oktober 1916 en van 23 oktober 1916 worden hierbij opgeheven, zover zij overeenkomstig artikel 7 dezer verordening niet van kracht blijven. De tot dusver bestaande bepalingen blijven toepasselijk voor de vroeger begane strafbare handelingen.
Art. 13. Deze verordening treedt met ingang van 15 mei 1918 in werking.

Brussel , den 25 april 1918.
No. 47. – 12, MEI 1918.
Bij het Ministerie van Nijverheid en Arbeid te Brussel werden benoemd :
1. C. C.Fl.IV 193 ; 7. 3. 1918 Fabn, E,,Aigemeen Opziener, tot Algemeen bestuurder van het Arbeidsambt.
2. C. C, FI IV 193 ; 7. 3, 1918 Leeten, J., Algemeen OpzieneTf tot Algemeen bestuurder ten persoonlijken titel van het Nijverheids- en Beroepsonderwijs.
3. C. C. FI IV 316 ; 6. 10. 1917 Dufour, M., Eersixian’ wezend Opziener, tot Bestuurder bij het Beheer der Nijver’ heid.
4. C. C. FI, IV 316 ; 6. 10, 1917 De Jaegher, A., Bestuurder ten persoonlijken titel, tot Bestuurder.
5. C. C. FI IV 193 ; 7. 3. 1918 Van Acker, K., Bestuurder ten persoonlijken titel tot Bestuurder hij het Arbeidsambt.
6. C. C. FI. IV 317 ; 30. 8. 1917 De Vriese, A, Bocer aan ’s Rijks Hogeschool te Gent, tot Opziener van de Nijverheid,
7. C. C. FI IV 212 ; 1. 3. 1918 De Heu, H., Deskundige voor ongevallenvergoeding, tot Toezichter bij het Ambt voor Maatschappelijke Verzekering en Vooruitzicht.
8. C. C. FI. IV 212 ; 1. 3. 1918 De Boeck, F., Bureeloverste bij het Arbeidsambt, tot Toezichter bij het Ambt voor Maatschappelijke Verzekering en Vooruitzicht behouden in zijn huidig ambt.
9. C. C. FI. IV 316 ; 6. 10. 1917 MerUns, F., Opsteller, tot Bureeloverste.
10. C. C. FI. IV 122 ; 1. 4. 1918 De Vreese, J., Scheikundige bij het Arbeidsopzichter tot  Arbeidsopziener.
11. Mev, De Muyter, M,, Lerares, tot Opzienster van het Huishoudonderwijs.
12. FI, IV 620 A ; 30. 9, 1917 Halet, F,, Assistent tot Aardkundige.
13. FI. IV. 876 ; 21. 11. 1917 Stevens, L., Plaatsvervangend volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Mechelen, tot Bureeloverste ten persoonlijken titel

Advertenties