2 april 1918 dijnsdag. Sint Niklaas

 

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
4 . 6 en 7 april Geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 07-04-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 32.- 2. APRIL 1918.
Beschikking.
Op grond van het koninklijk Besluit van 3 januari 1912, dat in uitvoering der wet van 15 mei 1910 tot instelling der werkrechtersraden en, in het bijzonder van artikel 30 van voornoemde wet uitgevaardigd geworden is, beschik ik het navolgende :
Art. 1. De jury, die op grond van het voorschrift van artikel 30 der wet van 15 mei 1910 belast is met het afnemen van het examen nopens de kennis der Vlaamse taal voor het personeel der werkrechtersraden, wordt samengesteld als volgt :
Voorzitter : M. Mirgain, leraar aan het koninklijk atheneum, te Brussel,
Leden : O Van Slijpe, privaatleraar in de Nederlandse taal, te Elsene ;
E. Van de Velde, leraar aan het Sint Michielskollege, te Brussel ;
A.De Jaegher, bestuurder van het Ministerie van Nijverheid en Arbeid, te Brussel;
R. De Decker, leraar aan ’s Rijks lagere en middelbare normaalscholen te Brussel en aan de tuinbouwschool, te Vilvoorde,
Plaatsvervangend voorzitter : J, Mattijs, leraar aan de middelbare school, te Halle.
Plaatsvervangende leden : H. De Roover, onderwijzer aan de middelbare jongensschool te Schaarbeek ;
M. Reiniard bureeloverste aan het Ministerie van Nijverheid en Arbeid, te Brussel, ; P. De Smet, onderwijzer aan de Sint-
Barbaraschool, te Sint-Jans-Molenbeek ;
A. De Leije, onderwijzer aan de Sint-Barbaraschool, te Sint-Jans-Molenbeek.
Art. 2. Tot schrijver en plaatsvervangend schrijver van de jury worden de hogergenoemde heren O. Van Slijpe en H. De Roover aangesteld.
Brussel, den 1n maart 1918,
No. 32. – 2. APRIL 1918.
Bij Besluit van den heer Generaal-Gouverneur zijn benoemd
afbeelding32

No. 32. – 2. APRIL 1918.

Verordening*
betreffende de bewerking van fruit voor den beroepshandel.
Ik bepaal voor het bestuursgebied Vlaanderen het navolgende
:
Art, 1. Het maken van fruitstroop en van andere geheel of ten dele uit fruit gewonnen voortbrengselen is, zover deze voor den beroepshandel bestemd zijn, zonder de toelating van de „Zuckerverteilungssteile der Verwaltungstelle fur Flandern und Wallonië* {Suikerverdelingskantoor der Hoofden van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en Wallonië), verboden.
Deze toelating is evenwel niet vereist, indien een bedrijf
binnen het tijdverloop gaande van 15 september tot 20 oktober in het geheel niet meer dan 300 kg. Fruitstroop enz. wenst te maken en de ondernemer van het bedrijf, voor 1 september 1918, de Zuckerverteilungsstelle * te Brussel daarvan per aangetekende brief in kennis heeft gebracht. De bepalingen van lid 1 en 2 zijn eveneens toepasselijk op de verdere bewerking of vermenging van zulke voortbrengselen, die overeenkomstig lid 1 van fruit gemaakt zijn.
Art. 2. Voorraden van de in artikel 1, lid 1 en 3, aangeduide soort moeten door de eigenaars en bezitters voor 1 augustus 1918 aangegeven zijn hij de Zuckerverteilungsstelle der Verwaltungschefs fur Flandern und Walloniën**
deze is gerechtigd tegen een passende prijs, over die voorraden te beschikken ten bate van de Belgische burgerlijke bevolking. In geval men het over den prijs niet eens wordt beslist het bevoegd Hoofd van het burgerlijk bestuur.
Hoeveelheden fruitstroop enz. van niet meer dan 300 kg. die niet voor den beroepshandel bestemd zijn, dienen niet te worden aangegeven.
Art, 3. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is gerechtigd uitvoeringsbepalingen tot deze verordening uit te vaardigen.
Art. 4. Wie deze verordening of de ter uitvoering er van uitgevaardigde bepalingen en onderrichtingen overtreedt, wordt met hechtenis of met gevangenis van ten hoogste 3 jaar of met een geldboete van ten hoogste 80.000 Mark gestraft; ook kunnen beide straffen te samen uitgesproken en kan de verbeurdverklaring der waar, die het voorwerp der strafbare handeling uitmaakt, bevolen worden. De poging tot overtreden is strafbaar.
De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd. Voor het minimum der straf gelden de bepalingen der verordening van 28 juni 1917 {Wet en Verordeningsblad, hl. 4306).
Brussel den 18 maart 1918,
affiches uit de collectie KOKW

Advertenties