2 maart 1918 zaterdag Sint Niklaas

J.Lentacker trekt 61 fr: over maart van den Belg Staat voor zijn zoon Edmond.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
van 5.3.1918 tot en met 7.3.1918: Geen nieuws
gedichtenblog terug online
tot en met 03.03-1918 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen
affiches uit de collectie KOKW

No. 21. – 3. maart 1918.
Verordening ter aanvulling der verordeningen betreffende verlening van buitengewone duurte bijslagen aan de beambten en bedienden van den Staat.
Art. 1. De verordeningen van 1 februari, 30 Mei en 23 Augustus 1917, betreffende verlening van buitengewone duurtebijslagen aan de beambten en bedienden van den Staat, worden met volgende bepaling aangevuld: Met ingang van 1 September 1917 bekomen ook deze beambten en bedienden van den Staat een doorlopende duurtebijslag, wier jaarwedde wel is waar meer beloopt dan 2.500 resp. 3.000 frank, doch minder bedraagt dan de som, bestaande uit de wedde vermeerderd met den duurtebijslag, welke een in dezelfde familieverhoudingen zich bevindend, minder bezoldigd beambte ontvangt. De doorlopende duurtebijslag is derwijze te berekenen, dat het verschil vereffend wordt.

Art. 2. Aan artikel 1 der verordening van 25 oktober 1917 wordt toegevoegd hetgeen volgt: Beambten en bedienden van den Staat, wier jaarwedde op 1 Juli 1917 meer bedroeg dan 3. 000 frank, bekomen een enigen buitengewone duurtebijslag, die hun bezoldiging naar den stand van 1 november 1917 zodanig aanvult, dat zij niet in het nadeel staan tegenover de beambten, wier jaarwedde o’p 1 Juli 1917 niet meer dan 3.000 frank bedroeg.
Brussel den 14n februari 1918
No. 21. – 3. maart 1918.
Verordening houdende inbeslagneming van gerst, haver, vroege en late aardappelen, tabak en cichorei (suikerij) uit den oogst van 1918.
Ik verorden voor het Vlaams bestuursgebied het navolgende :
§ 1. Zomer- en winter gerst, haver, vroege en late aardappelen, tabak en cichorei {suikerij) uit den oogst van 1918 zijn in beslag genomen. Voor suikerbieten blijven de thans bestaande bepalingen toepasselijk. Voor broodkoren [rogge, tarwe, spelt) zullen nog bepaalde onderrichtingen gegeven worden,
§ 2. Van de in het Iste lid van § 1 opgesomde veldvruchten zijn zekere hoeveelheden (§ 3) af te staan aan de diensten, die alleen toegelaten zijn om die voortbrengselen op te kopen. Deze diensten zullen onderstaande prijzen betalen : voor gerst jr. 46. — „ vroege aardappelen „ 25. — „ late aardappelen „ 25. — > per 100 kg. „ haver „ 40. — „ cichorei „ 8. — „ tabak, naar gelang van de hoedanigheid van fr. 200. — tot 400. — vermeerderd met een premie, die tot 100 fr. kan bedragen voor 100 kg bijzonder goed bewaarde planten. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is gerechtigd lagere prijzen vast te stellen voor veldvruchten, die niet binnen een bepaalden termijn geleverd werden.
§ 3. De diensten, die daarmede belast zijn, stellen de hoeveelheid vast, die ieder gemeente van ieder der in het 1ste lid van § 1 opgesomde veldvruchten te leveren heeft. Voor deze vaststelling zal rekening worden gehouden enerzijds met de bebouwde oppervlakte, anderzijds met een te bepalen opbrengst per hektaar van ieder vruchtensoort, zodat de landbouwer vrije beschikking houdt over een deel van de door hem geoogste vruchten, Hierbij zal voor aardappelen zomergerst en haver de bebouwde oppervlakte, aangegeven in de Belgische statistiek van het jaar 1910, doch verminderd met 25 %, tot grondslag genomen worden, terwijl voor de cichorei de in 1916 bebouwde oppervlakte tot grondslag zal dienen. Ieder gemeente is gerechtigd, de door haar te leveren hoeveelheden te verdelen over de landbouwers, die op haar gebied land bebouwen.
Maakt een landbouwer bezwaar tegen de hem opgelegde levering, dan beslist de burgerlijke Kommissaris (Zwilkommissar), zoveel mogelijk na Belgische deskundigen te hebben gehoord, Nadat zij zich van de verplichte levering hebben gekweten, zijn de landhouwers gerechtigd vrij te beschikken over de veldvruchten, die zij nog bezitten en ze, overeenkomstig de later uit te vaardigen bepalingen {§ 6), in den vrij en handel van de hand te doen, zonder aan de prijzen van § 2 gebonden te zijn.

§ 4. De Voorzitters van het burgerlijk bestuur {Pràsidenten der Zwilverwaltung) zijn bevoegd, de gemeenten of de landbouwers, die de voorgeschreven levering niet of niet bijtijds gedaan hebben, een geldboete van 1 tot 10 mark op te leggen voor ieder kilogram, dat niet bijtijds of niet geleverd werd en, in plaats van of samen met de geldboete, de onteigening van peulvruchten of van andere door de in gebreke gebleven landbouwers verbouwde veldvruchten uit te spreken. De onteigening zal tegen passende prijzen gedaan worden ten bate van de burgerlijke Belgische bevolking. Zij is echter niet toegelaten, zover de landhouwer de vruchten voor zich zelf en voor zijn bedrijf nodig heeft. Veldvruchten, die binnen een vastgestelde temijn niet geleverd zijn of die verborgen gehouden worden, kunnen door de Voorzitters van het burgerlijk bestuur zonder vergoeding verbeurdverklaard worden ten bate van de Belgische burgerlijke bevolking.

§ 5. De Voorzitters van het burgerlijk bestuur zijn hevoegd de gemeenten, die daartoe de aanvraag doen te machtigen, de door de eigenaar of pachters onbebouwd gelaten stukken grond te verpachten of voor eigen rekening te bewerken.

§ 6. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze verordening belast. Hij is gerechtigd uitvoeringsbepalingen tot deze verordening uit te vaardigen en al de nodige schikkingen te treffen, met het oog op de uitvoering van de verordening en op de regeling van den handel en het vervoer der in beslag genomen vruchten. Hij is gerechtigd verschillende gemeenten te verenigen tot leveringsgroepen, die overeenkomstig § 3, in plaats van ieder gemeente afzonderlijk, de leveringsplicht op zich zullen nemen. Hij is eveneens gerechtigd de Voorzitters van het burgerlijk bestuur te machtigen, de bevoegdheden waarmede deze krachtens §§ 3, 4 en 5 bekleed zijn, aan andere diensten op te dragen.

§ 7. Wie de bepalingen van deze verordening of van de ter uitvoering er van uitgevaardigde onderrichtingen en bevelen {§ 6) overtreedt, wordt met een geldboete van ten hoogste 20.000 mark of met een gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaar gestraft. Beide straffen kunnen ook te samen worden uitgesproken. De poging tot overtreden is strafbaar. Bovendien is de verbeurdverklaring uit te, spreken van de voorwerpen, waarmede de strafbare handeling is begaan of die tot het ongeoorloofd vervoer van in beslag genomen veldvruchten hebben gediend. Is de overtreding begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, dan moet ten minste een week gevangenzitting of een geldboete die ten minste tienmaal de prijzen overeenkomstig § 2, in geen geval echter minder dan 25 mark bedraagt, uitgesproken worden. De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn daartoe bevoegd.
Brussel den 21n februari 1918.

No. 21. – 3. maart 1918.
Verordening treffende stroovlas, bewerkt vlas en klodden. Onder opheffing der verordening van 10 februari 1917 Wet- en Verordeningshlad 314) , bepaal ik het navolgende :
Opgave der voorraden.
Art. 1, Wie voorraden stroovlas, bewerkt vlas of klodden in bewaring heeft of na de afkondiging van deze verordening in bewaring neemt, is verplicht van de hoeveelheden waarover hij den In van ieder maand beschikt, met afzonderlijke vermelding van de hoeveelheden ongeroot stroovlas, geroot stroovlas, bewerkt vlas en klodden, onder aanduiding van den eigenaar en van de bewaarplaats, ten laatste den 3n van ieder maand opgave te doen bij de gemeenteoverheid (burgemeesters of plaatsvervangers) van de bewaarplaats. De burgemeesters of dezer plaatsvervangers moeten de opgaven ten laatste den 8n van ieder maand overmaken aan de „Abteilung fur Handel und Gewerbe, Rohstoffverwaltungsstelle” {Afdeling voor Handel en Nijverheid, Kantoor voor grondstoffen) te Brussel.
Afwerken.

Art. 2. Ieder bezitter ven stroovlas is verplicht, al het stroovlas dat hij in bezit heeft, onmiddellijk te doen roten en bewerken. Is hij niet in staat zulks te doen voor het begin der afwerking van den nieuwen oogst, dan moet hij onverwijld de „ Rohstoffverwaltungsstelle ” daarvan verwittigen en haar, desverlangd, het stroovlas overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 afstaan.
Vervoer.

Art. 3. Elk vervoer van ongeroot of geroot stroovlas, bewerkt vlas en klodden is zonder toelating van de „Abteilung fiir Handel und Gewerbe, Rohstoffverwaltungsstelle” verboden ; dit verbod geldt echter niet voor het vervoer dier voortbrengselen van het veld naar de schuur, zover dit vervoer op het gebied der gemeente plaats heeft,
Handel.

Art. 4. De handel in ongeroot en geroot stroovlas mag alleen gedreven worden door de personen, die daartoe de toelating hebben verkregen van de „Abteilung für Handel und Gewerbe te Brussel, van de „ Kriegsrohstoffahteilung te Gent of van de Vlaskantoren te Kortrijk en te Lokeren. De handel in bewerkt vlas en in klodden is, afgezien van de voorschriften van artikel 5, verboden. ,

Verkoop.
Art. 5. Ongeroot en geroot stroovlas mag alleen verkocht worden aan : de krachtens artikel 4 toegelaten handelaars,
2, het „Flachsburo der Abteilung fur Handel und Gewerbe, Rohstoffverwaltungsstelle te Brussel,
3. de „Rohstoffabteilung heim Wirtschaftsausscliuss’ te Gent,
4. de „Flachsburos des Wirtschaftsausslusses”te Kortrijk en te Lokeren.
Bewerkt vlas en klodden mogen alleen aan de hierboven onder 2,3 en 4 genoemde kantoren verkocht worden.

Afstand.
Art. 6. De voorraden ongeroot en geroot stroovlas, bewerkt vlas en klodden, zowel van den vorigen als van den nieuwen oogst, moeten op uitnodiging van de „Rohstoffverwaltungsstelle te Brussel, aan de in artikel 5, cijfers 2, 3 en 4 genoemde kantoren tegen vergoeding worden afgestaan. Het bedrag der vergoeding wordt bij overeenkomst vastgesteld ; voor bewerkt vlas en voor klodden moet men zich houden aan de hoogste prijzen, zoals die zijn vastgesteld in artikel 7. Wordt men het over den verkoopprijs niet eens, dan bepalen de hoger genoemde kantoren dien prijs, na een Belgisch deskundige te hebben gehoord. Indien de leveraar ook deze prijsvaststelling niet aanneemt, kunnen de betrokken stapels door de Afdeling K. B. van het Generaal Gouvernement onteigend worden. In dit geval stelt de „Rijkscommissie lot regeling der schadeloosstellingen” de vergoeding overeenkomstig de bestaande grondregels vast
Hoogste prijzen.

Art. 7. Voor den verkoop van bewerkt vlas en klodden zowel van den vorigen als van den nieuwen oogst gelden onderstaande hoogste prijzen
1. in water geroot Kortrijks vlas : naar gelang van de hoedanigheid 200 tot 350 fr. per baal van 100 kg. netto ;
2. in water geroot vaart vlas (Eekloos vlas) : naar gelang van de hoedanigheid 200 tot 315 fr, per haal van 100 kg. netto ;
3. Vlaanderen, blauw vlas : naar gelang van de hoedanigheid 190 tot 300 fr. per baal van 100 kg. netto ;
4. op gras geroot vlas (veldroten) : naar gelang van de hoedanigheid 130 tot 230 fr. per baal van 100 kg. netto ;
5. klodden :
a) 80. fr. voor gezwingelde klodden van beste hoedanigheid
h) 100.— fr. „ zuwere naturenvanbeste hoedanigheid
c) 120.— fr. „ snuitjes van beste hoedanigheid
d) 140.— fr. „ kammelingen (gehekelde) van beste hoedanigheid.

Strafbepalingen.
Art. 8. Wie de voorschriften van deze verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt met ten hoogste 3 jaar gevangenis en met ten hoogste 50.000 mark geldboete, of met een dezer straffen gestraft.
Dezelfde straf treft :
a) dengene, die voorraden stroovlas, bewerkt vlas en klodden door gebrek aan de nodige zorgvuldigheid hij de hehandeling of anderszins vemield of onbruikbaar laat worden,
b) burgemeesters of dezer plaatsvervangers, die stapelopgaven aan de „Rohstoffverwaltungsstelle” overmaken, hoewel zij weten of door de omstandigheden moeten weten, dat die opgaven vals zijn. Bovendien is de verbeurdverklaring van de voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft, in ieder geval toegelaten en hij opzettelijke overtreding geboden. De poging tot overtreden is strafbaar. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 21n februari 1918.

verordening 19180226 Controolvergaderingen

Advertenties