10 november 1917 zaterdag. Sint Niklaas

De ondersteuning aan werkloozen is verhoogd geworden.

Nu trekken ze

  Nu Vroeger
Man 7,00 fr: 5,00 fr:
Vrouw 3,50 fr: 5,00 fr:
Kinderen + 16 3,50 fr: 3,00 fr:
Kinderen -16 3,50 fr: 1,50 fr:

Alle veertien dagen wordt er nu ondersteuning uitgedeeld in plaats van alle weken gelijk tot nu tot ’t geval was.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online
nieuws overgeschreven uit NRC

19171110 -Tekrit in Mesopotamië door den Engelschman verlaten. 
verordeningen

No. 413. – 10. november 1917.
Uitvoeringsverordening ***tot de Verordening van 22 september 1917, houdende inbeslagneming van tabak.
Overeenkomstig artikel 6 van de Verordening van 22 september 1917, houdende inbeslagneming van tabak, bepalen wij het navolgende : De „Tabakverwertungsstelle in Belgien”, die haar zetel te Brussel heeft, is alleen toegelaten om de in beslag genomen tabakvoorraden op te kopen.
Art. 2. De tabak-, sigaren- en sigarettenfabrikanten zijn eveneens te beschouwen als handelaars in van artikel 1 der Verordening van 22 september 1917, houdende inbeslagneming van tabak. AU handelaars in dien zin worden evenwel slechts beschouwd, de personen die voor 1 januari 1917 van beroep hetzij handel dreven in tabak, hetzij tabak verwerkten.

Art. 3. Ook niet in beslag genomen onverwerkte tabak, evenals gesneden rooktabak — om het even of zij van inlandse of van uitheemse herkomst is — mag zonder toelating niet vervoerd worden. De burgerlijke  Kommissaris (Zivilkommissar), uit wiens ambtsgebied de tabak verzonden wordt, is bevoegd om de vereiste toelating te geven.

Art. 4. Tabak mag zonder toelating niet gesneden worden. De „Tabaksverwertungsstelle” te Brussel, is bevoegd toelating te geven.

Art. 5. De Belgische tol- en accijnsdiensten zijn verplicht, aan de burgerlijke Kommissarissen of aan dezer lasthebbers al de inlichtingen te verstrekken aangaande de aangegeven hoeveelheden tabak, alsook al de bescheiden over te leggen, die zij aangaande de voorhanden zijnde hoeveelheden tabak bezitten.

Art. 6. Wie de bepalingen van deze Verordening overtreedt, wordt, overeenkomstig artikel 7 van de Verordening van 22 september 1917, houdende inbeslagneming van tabak, met hechtenis of ten hoogste 5 jaar gevangenis, of met ten hoogste 20.000 mark boete gestraft ; ook kunnen hechtenis of gevangenisstraf en boete te gelijk worden uitgesproken. De voorraden en inrichtingen, die bestemd zijn of gebruikt werden om de strafbare handelingen te begaan, moeten verbeurdverklaard worden. De poging tot overtreden is strafbaar. Indien de overtreding is begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, moet een gevangenisstraf en een boete worden uitgesproken. De krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 28n oktober 1917.
No. 413. – 10. november 1917.
Verordening *** ter aanvulling van de Verordening van 18 Joli 1916, over het benuttigen van suikerbieten, en van de daaruit gewonnen voortbrengselen (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2451).

Art. I. Het verwerken of mengen, met het oog op den omzet, van de uit suikerbieten gewonnen voortbrengselen is, zonder toelating van de „Zuekerverteilungsstelle n (kantoor voor de suikerverdeling) , verboden.

Art. II. Het is verboden suiker, mêlasse en bietenstroop van om het even welke soort te kopen, te verkopen, of het afsluiten van een dergelijke overeenkomst aan le bieden. Dit verbod is niet toepasselijk op de overeenkomsten tussen den leveraar en den verbruiker, die door de „Zuckerverteilungsstelle” toegelaten zijn en waarvoor een vrijverklaringsbewijs (Freigabeschein) en een overbrengingsbewijs ( Ueberfuhrungsschein) kan vertoond worden.

Art. III. De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië stellen bij openbare bekendmaking de aan de voortbrengers te betalen prijzen vast voor ruwe suiker, gekristalliseerde suiker, mêlasse en bietenstroop. De aan de voortbrengers of door de verbruikers te betalen prijzen voor de door de verdere verwerking of menging gewonnen voortbrengselen ( Art. 1), wordt bepaald door de „Zuckerverteïlungengsstellë\ die deze prijzen, vermeerderd met den voor de verpakking toegelaten bijslag, zal doen uitplakken in de leveringsplaatsen. De prijzen, die overeenkomstig dit artikel zijn opgemaakt, gelden, als hoogste prijzen in den zin van de desbetreffende Verordeningen.

Art. IV. De Hoofden van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn gemachtigd, tot deze Verordening, alsmede tot de Verordening van 18 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2451) uitvoeringsbepalingen uit te vaardigen.

Art. V. Wie deze Verordening of de Verordening van 18 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2451), of de ter uitvoering dier Verordeningen uitgevaardigde bepalingen en onderrichtingen overtreedt, wordt met ten hoogste 2 jaar gevangenis of met ten hoogste 80.000 mark boete gestraft. Indien de overtreding is begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, moet een gevangenisstraf van ten minste 4 weken of een boete ten bedrage van ten minste het dubbel der waarde van de koopwaar, die het voorwerp van de strafbare handeling uitmaakt, worden uitgesproken. De poging tot overtreden is strafbaar. ook kunnen beide straffen te gelijk worden uitgesproken. Bovendien kan tot de verbeurdverklaring van de koopwaar en van de vervoermiddelen besloten worden.

Artikel VII van de Verordening van 18 Juli 1916 (Weten Verordeningsblad, bl. 2451) is opgeheven. De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den In november 1917.
No. 413. – 10. november 1917.
Verordening *** houdende wijzeging en aanvulling van de Verordening van 10 Juni 1911 tegen den woekerhandel, enz. (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3869).
I De hoofding van de Verordening van 10 Juni 1917 luidt voortaan als volgt : Verordening tegen den woeker in den omzet van dagelijkse artikelen, inzonderheid van levensmiddelen en voederstoffen.
II. Aan artikel 11 wordt volgend artikel lia toegevoegd: De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn gerechtigd, uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening uit te vaardigen. Zij zijn gemachtigd, schikkingen te treffen met het oog op het aanplakken van de verkoopprijzen in openbare verkooplokalen en op de verpakking van waren. die in fabrieken vervaardigd en voor de menselijke voeding bestemd zijn.
III. Artikel 12 van de Verordening is als volgt aan te vullen : a) na cijfer 1, volgend cijfer la inlassen: Wie voor voorwerpen ah in cijfer 1 bedoeld prijzen toestaat of aan- *** Z. blz. 1. biedt die, de kosten van vervaardiging, van bewerking en andere bijkomende kosten er bij gerekend, een buitensporige winst opleveren;
b) in cijfer 5, na de woorden : „wie in strijd met dp. bepalingen van deze Verordening” , de volgende woorden inlassen : of van de tot uitvoering er van uitgevaardigde schikkingen.

IV. Aan het slot van artikel 12 is toe te voegen : Wanneer de verbouwer, bezitter of handelaar bij het van de hand doen der voortbrengselen van den land- en bosbouw, van de groenten- en ooftteelt, van den gevogeltekweek en van de bijenteelt, alsook van het jacht- en visserijbedrijf, de bepalingen van artikel 12 overtreedt, het publiek uitbuit of bij het te gelde maken der voortbrengselen op om het even welke wijze handelt in strijd met het openbaar belang, zijn ook de Voorzitters van het burgerlijk (bestuur (Prasidenten der Zivilverwaltung) gerechtigd de voorraden en andere voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft te onteigenen en overeenkomstig artikel 3 der Verordening te verkopen, — zover wel te verstaan, de inbeslagneming niet reeds door de rechtbank is uitgesproken. Voor de onteigening dient geen termijn te worden gesteld. De daders blijven strafbaar overeenkomstig het le lid van artikel 12.
Brussel, den In november 1917.
No. 413. – 10. november 1917.
Verordening. Onder wijziging en ter aanvulling van de Verordening van 1 Februari (Wet~ en Verordeningsblad, bl. 3393), van 30 Mei ((Wet~ en Verordeningsblad, bl. 3814) en van 23 Augustus 1917 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 4379), houdende toekenning van buitengewone duurtebijslagen aan beambten en bedienden van den Staat, bepaal ik voor het Vlaams en voor het Waals bestuursgebied:

Art. 1. Aan de beambten en bedienden van den Staat, wier jaarwedde op 1 Juli 1917 niet meer dan 3000 frank bedroeg, wordt een buitengewone, éénmaal te betalen duurtebijslag, ten bedrage van een maandelijkse bezoldiging, berekend volgens de wedde op 1 november 1917, toegekend. Deze bijslag is voor de boventallige aangestelden van het beheer der Registratie en de Domeinen vastgesteld op 170 frank.

Art. 2. De maandelijkse duurtebijslag van de beambten en bedienden, die ongehuwd zijn of die, weduwnaar, gerechtelijk of uit den echt gescheiden zijnde, geen kinderen hebben en wier jaarwedde niet meer dan 2000 frank bedraagt, wordt te rekenen van 1 november 1917 veranderd in een maandelijkse duurtebijslag van 25 frank.

Art. 3. Aan artikel 5, § 1 cijfer 2 lid 2 van de Verordening van 1 februari 1917 wordt toegevoegd : behalve bij het beheer der Registratie en der Domeinen, waar van de toekenning der duurtebijslagen af en voor de toekomst, de percentsgewijze bezoldiging van ieder lopend jaar in aanmerking komt.

Art. 4. De uitgaven voor de beambten en bedienden, die bij een van de in artikel 1 der Verordening van 1 Februari 1917 onder de letters a, b en c opgesomde overheden werkzaam zijn, worden opgenomen onder de kredieten, welke geopend zijn : voor het Viaamsch bestuursgebied onder artikel 37 der bijlage tot de begroting van het ministerie van Financiën voor de tweede helft van het dienstjaar 1917, en voor het Waals bestuursgebied onder artikel 36 der begroting van het Ministerie van Financiën voor de tweede helft van het dienstjaar 1917. De uitgaven voor de beambten en bedienden, die aan het ministerie van Zeewezen, Posterijen m Telegrafen of in den Postdienst werkzaam zijn (artikel 1, letter d der Verordening van 1 februari 1917), worden opgenomen onder de uitgaven van het Duits Beheer van Posterijen en Telegrafen.
Brussel, den 25n oktober 1917.
No. 413. – 10. november 1917.
Beschikking. Krachtens de wet van 1 oktober 1885, betreffende de maten en gewichten, alsook overeenkomstig de artikelen 14, 21 en 22 van het koninklijk besluit van 6 oktober 1865, betreffende de ambtelijke ijking der maten en gewichten, wordt voor het Waals bestuursgebied het navolgende beschikt : Bij het ijken der maten, gewichten en weegwerktuigen, die in den hop van het dienstjaar 1918 moeten geijkt worden, zullen de ijkers in overeenstemming met de bestaande bepalingen volgende merken bezigen :
1. de thans gebruikte bestendige merken
2. de periodische letter ¥ (psi) voor de maten en gewichten en het cijfer 18 (achttien) voor de weegwerktuigen.
Namen, den 23n oktober 1917.

originele affiche uit de collectie van het KOKW

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s