2 november 1917 vrijdag. Sint Niklaas

Allerzielen
Onze meldingskaart wordt op ’t Stadhuis door het Meldeambt van Antwerpen voor de 16 maal afgestempeld.
Alle schoenen boven de drie paar, uit de magazijnen van ’t land worden door de Duitschers opgeeischt.
Honden boven de 0,40 m hoog aan de schouders gemeten, moeten op het bevel de Duitschers op het Stadhuis aangegeven worden. .
De boeren van Nieuwkerken krijgen te samen 145 duizend mark boete van den Duitscher om hunnen aardappelen niet in voldoende hoeveelheid aan den Duitscher te willen leveren. .
Alle uitgevallen boomen te Sint Nikolaas, worden voor den Duitscher opgeeischt. .

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
gedichtenblog terug online

tot en met 31-10-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
19171102 – Birjebak in Palestina door de Engelschman bezet.

verordeningen

No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Verordening,
betreffende de rechten en plichten der studenten aan de Hogere School voor Handelswetenschap, toegevoegd aan de Staatsuniversiteit te Gent.

Art. 1. De inschrijving der gewone en vrije studenten, alsook der toehoorders aan de Hogere School voor Handelswetenschap gebeurt jaarlijks door den Rektor der Universiteit overeenkomstig de door de Verordening, van 20 juni 1917, getroffen bepalingen aangaande de voorwaarden tot aanvaarding en de toegangsexamens aan de bij de Universiteit te Gent toegevoegde Hogere School voor Handelswetenschap. De studenten worden bij hunne inschrijving door den Rektor, door handslag als leerlingen der Universiteit verbonden en tot de stipte vervulling hunner plichten aangezet. De toehoorders worden, bij hunne inschrijving door den Rector gewezen op de plichten die uit de deelneming aan het onderwijs voortspruiten. Bij hunne inschrijving, wordt aan de studenten en de toehoorders een kaart overhandigd, die als bewijs voor de universiteitsoverheden geldig is.

Art. 2. De gewone studenten moeten zich laten inschrijven voor een bepaald studiejaar der Hogere School. Zij hébben het recht zich aan de examens tot het verkrijgen der academische graden te onderwerpen en wel telkenmale, voor die examen-gedeelten, waarvoor zij zich hebben laten inschrijven. De vrije studenten en de toehoorders zijn gehouden zich te laten inschrijven voor de colleges en oefeningen, tot dewelke zij werden toegelaten.

Art. 3. De studenten en de toehoorders kunnen door hunne professoren, door den bestuurder der Hogere School en door den Rector tot het vervullen hunner plichten aangemaand worden.

Art. 4. Tuchtstraffen kunnen over de studenten gesproken worden : wegens aanhoudende nalatigheid, wegens een zwaar vergrijp tegen de tucht der Hogere School en wegens erge zedelijke tekortkomingen. Voor het uitspreken der straf, wordt den beschuldigde gelegenheid tot verantwoording gegeven.

Art. 5. Volgende straffen kunnen uitgesproken worden:
1) de eenvoudige vermaning,
2) de vermaning voor de vergadering van het college der professoren der Hogere School,
3) de bedreiging met uitsluiting en de gelijktijdige onttrekking van eventuele studiebeurzen,
4) de tijdelijke uitsluiting,
5) de bestendige uitsluiting.

Art. 6. De eenvoudige vermaning wordt door den bestuurder, de andere straffen door den raad der professoren van de Hogere School uitgesproken. Voor de geldigheid van het besluit tot tijdelijke of bestendige uitsluiting van de Hogere School is een meerderheid van twee derden der stemmen vereist. De uitsluiting wordt, op grond het genomen besluit. door den Hector der Universiteit, door schrapping van de studentenrol uitgevoerd. Het verslag der verhandelingen met het gemotiveerd besluit moet aan het Ministerie overgemaakt worden. gemotiveerd besluit zal ook aan de ouders van den gestrafte, indien deze minderjarig is, gezonden worden. De raad der professoren kan beslissen, dat de door hem uitgesproken straffen, „ad valvas” bekendgemaakt worden.

Art, 7. De toehoorders zijn niet aan tuchtstraffen onderworpen. Nochtans kan hun door den Hector, op voorstel van de professoren der Hogere School, het bijwonen der colleges ontzegd worden, indien hun gedrag niet overeenstemt met de bij hunne aanvaarding aangenomen plichten.
Brussel, den 18n Oktober 1917.
No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Verordening betreffende de rechten en plichten der studenten van de Hogere Land- en Tuinbouwschool, toegevoegd aan de Staatsuniversiteit te Gent.

Art. 1. De inschrijving der gewone en vrije studenten, alsook de toehoorders aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool gebeurt jaarlijks door den Rector der Universiteit overeenkomstig de door de Verordening  20 Juni 1917, getroffen bepalingen, aangaande de voorwaarden tot aanvaarding en de toegangsexamens aan de bij de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde Hogere Land- en Tuinbouwschool. De studenten worden bij hunne inschrijving door den Hector gewezen op de plichten die uit de deelneming aan het onderwijs voortspruiten. Rij hunne inschrijving wordt aan de studenten en de toehoorders een kaart overhandigd, die als bewijs voor de universiteitsoverheden is.

Art. 2. De gewone studenten moeten zich laten inschrijven voor een bepaald studiejaar der Hogere School. Zij hebben het recht zich aan de examens lot het verkrijgen der academische graden te onderwerpen en wel telkenmale, voor die examengedeelten, waarvoor zij zich hebben laten inschrijven. De vrije studenten en de toehoorders zijn gehouden zich te laten inschrijven voor de colleges en oefeningen tot dewelke zij werden toegelaten.

Art. 3. De studenten en de toehoorders kunnen door hunne professoren, door den bestuurder der Hogere School en door den Rector tot het vervullen hunner plichten aangemaand worden.

Art. 4. Tuchtstraffen kunnen over de studenten uitgesproken worden : wegens aanhoudende nalatigheid, wegens een zwaar vergrijp tegen de tucht der Hogere School, wegens erge zedelijke tekortkomingen. Voor het uitspreken der straf, wordt den beschuldigde gelegenheid tot verantwoording gegeven. Art. 5. Volgende straffen kunnen uitgesproken worden :
1) de eenvoudige vermaning
2) de vermaning voor de vergadering van het college der professoren der Hogere School,
3) de bedreiging met uitsluiting en de gelijktijdige onttrekking van eventuele studiebeurzen,
4) de tijdelijke uitsluiting
5) de bestendige uitsluiting.

Art. 6. De eenvoudige vermaning wordt door den bestuurder, de andere straffen door den raad der professoren van de Hogere School uitgeproken. Voor de geldigheid van het besluit tot tijdelijke of bestendige uitsluiting van de Hogere School, is een meerderheid van twee derden der stemmen vereist. De uitsluiting wordt, op grond van het genomen besluit, door den Hector der Universiteit, door schrapping van de studentenrol, uitgevoerd. Het verslag der verhandelingen met het gemotiveerd besluit moet aan het Ministerie overgemaakt worden. Het gemotiveerd besluit zal ook aan de ouders van den gestrafte, indien deze minderjarig is, gezonden worden. De raad der professoren kan beslissen, dat de door hem uitgesproken straffen, „ad valvas” bekendgemaakt worden.

Art. 7. De toehoorders zijn niet aan tuchtstraffen onderworpen. Nochtans kan hun door den Rector, op voorstel van de professoren der Hogere School, het bijwonen der colleges ontzegd worden, indien hun gedrag niet overeenstemt met de bij hunne aanvaarding aangenomen plichten.
Brussel, den 18n Oktober 1917.
No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Beschikking.
Enig artikel. Op voorstel van den Senaat der Staats- universiteit te Gent, wordt de heer Dr. Willem Devreese, gewoon professor in de faculteit der wijsbegeerte en letteren, benoemd tot secretaris van den Academische Raad dezer Universiteit, voor het academisch jaar 1917—1918.
Brussel, den 25n oktober 1917.
:
No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Verordening. Overeenkomstig de Verordening 13 juni 1917 en de daaruit spruitende wijziging van artikel 13 van het koninklijk besluit van 24 oktober 1890, betreffende de ambtelijke bekrachtiging der in België verworven academische getuigschriften, alsmede overeenkomstig de Verordening van 9 augustus 1917, betreffende de ambtelijke taal in Vlaanderen,
bepaal ik :

Art. 1. De ambtelijke bekrachtiging der getuigschriften en diploma’s van hoger onderwijs geschiedt, in het Vlaams bestuursgebied, volgens hierna vermeld formulier : „Wij, voorzitter en leden der bijzondere Bekrachtigingscommissie, ingesteld overeenkomstig de wet van 10 April1890;
Verklaren dat dit (diploma, getuigschrift) regelmatig is afgeleverd geworden, en dat alle wetsbepalingen werden nageleefd. Ten oorkonde waarvan wij het heden (datum voluit geschreven) hebben bekrachtigd en geregistreerd onder nr.. t folio.., van het register, littera.. Brussel, den
Namens de Commissie :
De Secretaris, De Voorzitter,

Art. 2. Ingeval overeenkomstig artikel 40, wet van e getuigschriften, afgeleverd door een universiteit, buiten de vakken door de wet voorzien, nog andere vakken worden toegevoegd, waarover het examen of het examen-gedeelte gelopen heeft, luidt het tweede lid van het ambtelijk bekrachtigingsformulier als volgt: „Verklaren dot dit (diploma, getuigschrift) regelmatig is afgeleverd geworden, en dat al de wetsbepalingen, betreffende de vakken bij het wettelijk programma voorzien, werden nageleefd.”
Brussel, den 25n Oktober 1917.
No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Bekendmaking betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 September 1916 en nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma La Grande Parfumerie S. A., te Antwerpen. De heer Dr. chwadt, Meir 14, te Antwerpen, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 24n Oktober 1917.
No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet~ en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr 253 van 13 September 1916 en Nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Adolf Roos, te Brussel, winkel van zijden- en modeartikelen. De heer J. Welker, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 24n Oktober 1917.
No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 september 1917 en nr 335 van 19 -April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Paul Guastalla, te Brussel, winkel van kunstvoorwerpen, inzonderheid zulke uit brons. De heer luitenant M a a s, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 26n Oktober 1917.
No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Verordening. De bepaling van § 4 der Verordening van 7 September 1916, over den handel in moutkoffie door het Nationaal Komiteit, is opgeheven en vervangen door het volgende voorschrift : „De centrale Oogstkommissie (Zentral’Ernte-Kommission) zal voortaan den prijs bepalen van den moutkoffie, die door het Nationaal Komiteit vervaardigd wordt.”
Brussel, den 27n oktober 1917.
No. 410. – 2. NOVEMBER 1917.
Terechtbrenging. In de bijlage tot de beschikking  357 van 8 September 1917 (verschenen in het Wet~ en Verordeningsblad Nr 397 van 28 September 1917 regel van boven tussen „3. Bever” en „4 Bogaarden”
in te lasschen : „3a. Bierk.”

postkaart Herstal begraafplaats van Rhees monument opgericht ter herdenking 170 soldaten gesneuveld in augustus 1914
geen nieuwe affiches uit de collectie KOKW (zal iets voor na herfstverlof zijn)

Advertenties