25 juli 1917 woensdag. Sint Niklaas

Geen nieuws.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 31-08-2017 geen gedichtenblog

Door Raphael nieuws overgeschreven uit NRC
KOKW19170725 – Stanislau en Thluman door de Centralen bezet.

verorderingen:

No. 371. – 19. juli 1917.
Verordening ***
houdende aanvulling van de Verordening van september 1915, betreffende het vervaardigen en het verkopen van landkaarten van om het even welken aard (Wet- en Verordeningsblad, Nr 1 3, blz. 1088) Het is verboden kaarten van om het even welken aard op de schaal van 1 : 100.000 of daaronder, alsook plannen, die stadsinrichtingen of -gedeelten, spoorweg, haven- en fabrieksinrichtingen op dezelfde schaal weergeven, op openbare plaatsen aan te plakken, uit te stallen, uit te hangen of ten toon te spreiden. Overtredingen worden overeenkomstig artikel 5 van de Verordening van 22 september 1915 gestraft De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsoverheden zijn tot oordelen bevoegd. De Verordening wordt op den dag der uitvaardiging van kracht.
Brussel, den 15 juli 1917.
No. 371. – 19. juli 1917. 126
Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaalgouverneur in België, heb ik overeenkomstig de Verordeningen van 29 augustus 1916 en van 15 april 1917 over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen {Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 September 1916 en nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma S. A, Cie fermière de Etablissement thermal de Vichy, Parijs. De heer Dr. von Philipp, Krijgsschool te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen. Brussel den 12n Juli 1917.
H. B. 1750.
No. 372. – 22. juli 1917.
Verordening
Bij wijziging van het ministerieel besluit van 15 Oktober 1890 betreffende het programma der examens aan de Staatsuniversiteiten, en van artikel 31 van het ministerieel besluit van 30 Januari 1897, houdende het bijgaande reglement van de Universiteit te Gent toegevoegde technische scholen ; Op voorstel van den rektor der Universiteit te Gent, bepaal ik het volgende, voor de aan de Universiteit te Gent af te nemen examens :
Art. 1. Het programma van de beide gedeelten van het kandidaats examen in de wis- en natuurkunde, wordt als volgt gewijzigd: De proefondervindelijke natuurkunde wordt over de beide examens als volgt verdeeld :
a) het eerste examen : mechanica, geluid en licht,
b) het tweede examen : warmte en elektriciteit.
De algemene scheikunde {anorganisch gedeelte) wordt van het tweede examen afgenomen en bij het eerste gevoegd.
Art. 2, Het programma van de beide gedeelten van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde, wordt als volgt gewijzigd : De proefondervindelijke natuurkunde wordt over de beide examens als volgt verdeeld :
a) het eerste examen : mechanica, geluid en licht,
b) het tweede examen : warmte en elektriciteit.
Art. 3. Het programma van de beide gedeelten van het examen van kandidaat-ingenieur {wettelijke graad), in de aan de Universiteit te Gent toegevoegde technische scholen, wordt als volgt gewijzigd : De proefondervindelijke natuurkunde wordt over de beide examens als volgt verdeeld :
a) het eerste examen : mechanica, geluid en licht,
b) het tweede examen : warmte en elektriciteit. De algemene scheikunde (anorganische en organische) wordt over de heide examens als volgt verdeeld :
a) het eerste examen : anorganische scheikunde,
b) het tweede examen : organische scheikunde.
Brussel, den 7n Juli 1917.
No. 872. – 22. juli 1917.
Beschikking

Gezien de Verordening van 23 Mei 1917 betreffende de inrichting een Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit ie Gent Gezien de Verordening van 20 juni 1917, betreffende de voorwaarden tot aanvaarding en de toegang examens aan de Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent, en de Verordening van juni 1917, betreffende de examen» tot het bekomen van den graad van licentiaat in de handelswetenschap aan bedoelde Hogere School, beschik ik het navolgende :
Art 1. De jury’s, gelast in het studiejaar 1916—17 over ie gaan in de aan de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde Hogere School voor Handelswetenschap, tot het afnemen van de toegangsexamens en van het examen tot het bekomen van den graad van licentiaat in de handelswetenschap, zijn samengesteld als volgt ;
1. Jury voor de toegangsexamens. Voor namen zie hiervoor.
2. Jury voor het examen tot het bekomen van den graad van licentiaat in de handelswetenschap (eerste gedeelte). Voor namen zie hiervoor.
Art. 3. Elke jury zal, in haar midden, een secretaris benoemen. Brussel, den 7n Juli 1917.
No. 372. – 22. juli 1917.
Beschikking.

Gezien de Verordening van 23 Mei 1917, , betreffende de oprichting van een Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent ; Gezien de Verordening van 20 juni 1917, C. C. lllh 2384, betreffende de voorwaarden tot aanvaarding en de toegangsexamens aan de hij de Staatsuniversiteit Gent toegevoegde Hogere Land- en Tuinbouwschool, en de Verordening van 20 juni 1917,
No. 372. – 22. juli 1917.

Betreffende de examens tot het bekomen van den graad van landbouwingenieur en tuinbouwingenieur aan genoemde Hoge School, heb ik het navolgende :
Art. 1. De jury’s, gelast in liet studiejaar 1916/1917 over te gaan in de aan de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde Hoogere Land- en Tuinbouwschool tot het afnemen van de toegangsexamens en van het examen tot het bekomen van den graad van landbouwingenieur of tuinbouwingenieur, zijn samengesteld als volgt :
1. Jury voor de toegangsexamens. Die Herren C. de Bruyker, F. Brûlez, M. Minnaert, A. Vlamynck, P. Thibau, R. van Sint Jan, Dozent. Direktor der an die Universitat Gent angegliederten Hoohschule fiir Landwirtschaft und Gartenbau, Professer, Vorzitsender Professor Dozent Dozent Dozent
2. Aîisschuss fiir die Priifung zur Erlangung des Grades eines Landbauingenieurs {erster Ahschnitt) : Die Herren C. de Bruyker, F. Stober, J. Versluys, J. Valeton, T. Vemieuwe, H. E. Boeke, M. Minnaert, Direktor der an die Universitat Gent angegliederten Hochschule fur Landwirtschaft und Gartenbau, Professor, Vorsitzender Professor Professor Professor Professor Professor Dosent. 3. AusschiLSS fur die Prûfung zur Erlangung des Grades eines Gartenhauingenieurs {erster Ahschnitt) : Die Herren C. de Bruyker, Direktor der an die Universitat Gent angegliederten Hochschule fiir Landwirtschaft und Gartenbau, Professer, Vorsitzender J. Versluys, Professor F. Brûlez, Professor A. Vlamynck, Dozent P. Thibau, Dozent E. van Sint Jan, Dozent.
2. Jury voor het examen tot het bekomen van den graad van landbouwingenieurs (eerste gedeelte). Voor namen zie hiervoor.
3. Jury voor het examen tot het bekomen van den graad van tuinbouwingenieur (eerste gedeelte). Voor namen zie hiervoor.
Art. 2. Elke jury zal, in haar midden, een secretaris benoemen. Brussel, den 7n Juli 1917.

No. 372. – 22. juli 1917
Bekendmaking betreflende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur van België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr. 253 van 13 September 1916 en nr. 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma S. A. La Soie, Parijs. De heer Dr. von Philipp, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen. Brussel, den 16 juli 1917..
No. 372. – 22. juli 1917.

Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Britse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaalgouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordening van 29 Augustus 1916, over de liquidatie van Britse ondernemingen (verschenen in nr. 253 van 13 September 1916 van het wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van Beîgië), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma’s Saxone Shoe Cy, (France) ,, Parijs, Saxone Shoe Cy. Ltd., Kilmamock, Cecil Shoe Cy., Northampton é Parijs, De heer luitenant Maas, Krijgsschool te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen. Brussel, den 16 Juli 1917.
6
No. 372. – 22. juli 1917.
Verordening
houdende opheffing van vroegere Verordeningen betreffende het koren. De Verordeningen : van 8 Juli 1916, over de. Inbeslagneming van heti koren (Wet- en Verordeningsblad, van 8 juli 1916 betreffende de Oogstkommissies {Wet- en Verordeningsblad, bl. 2391/92) met de Uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening van 8 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2394/96), van 8 Juli 1916 over het malen en vervoeren van koren (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2401), de bekendmaking van 30 Augustus 1916 betreffende het kopen van zaaikoren (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2571), de Verordeningen van 6 Oktober 1916 houdende verbod om banketbakkerijwaren te bakken (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2794/ 95), van 13 April 1917 betreffende de verhoging van den maalgraad (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3577) en van 22 Mei 1917 betreffende den maalgraad (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3777) zijn hierbij opgeheven. Strafbare handelingen, begaan voor het uitvaardigen van deze Verordening, vallen onder de bepalingen van de vroegere Verordeningen. Hetzelfde geldt wat betreft de vrijverklaring van de hoeveelheden koren uit den oogst 1916, die tot eigen verbruik van den verbouwer bestemd, van de inbeslagneming bevrijd zijn. Brussel, den 19n Juli 1917.
No. 372. – 22. juli 1917.
Verordening ***
over de inbeslagneming van het koren.
§ 1. Het koren van om het even welken aard,’namelijk rogge, tarwe en spelt, zowel ongemengd als met andere graansoorten vermengd, dat gedurende het oogstjaar 1917l binnen het gebied van het Generaal-Gouvernement verbouwd werd, is hierbij, van zodra het afgemaaid is, ten bate van de burgerlijke bevolking binnen het gebied van het Generaal-Gouvernement in beslag genomen. De inbeslagneming omvat ook het uit in beslag genomen koren gemalen meel en de daarmede vervaardigde bakkerij- en deegwaren. De inbeslagneming is opgeheven met het uitdorsen voor het stro, met het uitmalen voor de zemelen. De inbeslagneming omvat het koren en meel uit vroegere oogstjaren, ook zover dit voor eigen voeding van den verbouwer of voor vervoedering bestemd was, doch daartoe niet werd gebruikt.
§ 2, Zoover in de hiernavolgende bepalingen niet anders wordt beschikt is het verboden aan de in beslag genomen stapels wijzigingen toe te brengen of er bi§ overeenkomst, verdrag, panding of verpanding over te beschikken.
§ 3. De bezitter van in beslag genomen stapels is gerechtigd en verplicht, al de tot het behoud der stapels vereiste maatregelen te nemen; hij is gerechtigd en verplicht te dorsen.
§ 4. In geval de bezitter van in beslag genomen stapels, binnen den termijn die hem door de bevoegde overheid voorgeschreven werd de tot het behoud er van vereiste maatregelen niet neemt kan de overheid die op kosten van den bezitter door een derden persoon laten uitvoeren. Hetzelfde geschiedt wanneer de bezitter het koren niet dorst binnen den termijn die hem door de bevoegde provinciale Oogstkommissie (Provinzial-Ernte-Kommission) werd voorgeschreven.
§ 5. De bezitter van in beslag genomen koren is verplicht, waarachtige aangiften te doen over de voorraden die in zijn bezit zijn en over den werkelijke toestand, op grond waarvan het koren voor het eigen verbruik moet vrijverklaard worden, alsook over de wijzigingen die naderhand in dien toestand voorkomen,
§ 6. Het in beslag genomen koren zal tegen gereed gdd aangekocht en, in den vorm van brood, meel en zemelen, ter beschikking gesteld worden van de bevolking binnen het gebied van het Generaal-Gouvernement, Voor het gebruik van vrijverklaard koren tot andere doeleinden, dan tot het vervaardigen van brood, is in elk afzonderlijk geval de goedkeuring der centrale Oogstkommissie {ZerUrcd-Ernte-Kommission) nodig,
§ 7. Aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit verleen ik het uitsluitelijk recht de in beslag genomen stapels, ook uit den korenoogst van 1917, en de mogelijke overschotten aan koren uit vroegere oogstjaren, tegen een door mij vast te stellen eenheidsprijs op te kopen. De inbeslagneming wordt door dezen aankoop niet opgeheven,
§ 8. Ik behoud mij het recht voor, desnoods een hoeveelheid van ten hoogste 10,000 ton van het in beslag genomen koren toe te wijzen aan de door mij aan te duiden belanghebbenden, ten einde er moutkoffie van te maken.
§ 9. a) Wie in beslag genomen stapels onbevoegd van de hand doet of die onbevoegd verwijdert uit de gemeente, waarin ze aangeslagen werden, wie ze beschadigt, vernielt, verheelt, onbevoegd verwerkt, vervoedert of anderszins verbruikt
b) wie in beslag genomen stapels onbevoegd verkoopt, koopt, pandt, verpandt of op enige andere wijze vervreemdt of verwerft,
c) Wie de verplichtingen onder § 5 dezer Verordening niet nakomt, wordt met ten hoogste 5 jaar gevangenis of met ten hoogste 20.000 mark boete gestraft; ook kunnen gevangenisstraf en boete te gelijk uitgesproken worden. De voorraden en inrichtingen, die voor strafbare handelingen bestemd waren of gediend hebben, moeten verbeurdverklaard worden. De poging tot overtreding is strafbaar. Is de overtreding begaan met het opzet, daarmede een onveroorloofde winst op te strijken, dan moet naast de gevangenisstraf ook een boete worden uitgesproken, ten belope van tienmaal den hoogsten prijs voor elk kilogram koren of meel, dat het voorwerp van de overtreding uitmaakt. De boete mag niet meer dan 20,000 mark en niet minder dan 25 mark bedragen. De verbeurdverklaarde stapels moeten, door tussenkomst van de provinciale Oogstkommissie, aan het bevoegd provinciaal Komiteit worden toegewezen. Dit koren valt ook na de toewijzing onder toepassing van de Verordeningen over de inbeslagneming, Het Komiteit meldtt de verbeurdverklaarde waren aan de provinciale Oogstkommissie. Deze stort het daarvoor ontvangen bedrag niet in de krijgsschatkist, maar staat het al aan de bestendige afvaardigingen om het voor menslievende doeleinden binnen de provincies te gebruiken. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
§ 10. Het uitvaardigen van uitvoeringsbepalingen blijft voorbehouden. Brussel den 19 Juli 1917,
No. 372. – 22. juli 1917.
Verordening
Betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kominissionen).l

§ 1. De centrale Oogstkommissie {Zentral-Emte-Kommission) en de provinciale Oogstkommissies (Provinzial- Ernte-Kommissionen) blijven als overheden bestaan,
§ 2. De centrale Oogstkommissie is een rechtstreeks onder mij staande overheid; haar voorzitter, leden en dezer bestendige plaatsvervangers worden door mij benoemd. Het voorzitterschap is opgedragen aan een vertegenwoordiger van het Generaal-Gouvernement. De leden van de kommissie zijn :
a) de Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) van Vlaanderen en van Wallonië ; het ondervoorzitterschap is aan een van beide opgedragen ; een vertegenwoordiger van :
b) de Politieke Afdeling (Politische Abteilung) ;
c) den Commissaris Generaal voor de banken {General kommissar fûr die Banken) ;
d) de Intendantie van het leger {Armeeintendantur) van het Generaal-Gouvernement;
e) de Veeartsenijkundige Afdeling (Veterinarabteilung) van het Generaalgouvernement ;
f) het National Komiteit ;
g) de .Commission for Relief*.
Bij staking van stemmen beslist de stem van den voorzitr ter. De voorzitter heeft het rechts deskundigen met raadplegende stem op de zittingen uit te nodigen. De besprekingen geschieden in de Duitse taal,
§ 3. De Oogstkommissie voor de provincie bestaat uit:
a) den Voorzitter van het burgerlijk bestuur of den plaatsvervanger als voorzitter ;
b) twee officieren of ambtenaren leden van de economische kommissie (Wirtschaftsausschuss) der provincie ;
c) een lid van de Bestendige Afvaardiging ;
d) een vertegenwoordiger van den graanhandel der provincie ;
e) een vertegenwoordiger van den landbouw der provincie. De leden vermeld onder c tot e mogen in den regel niet te gelijkertijd leden van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit zijn. De Gouverneur der provincie benoemt de leden der kommissie evenals een bestendigen plaatsvervanger voor elk lid. Bij staking van stemmen beslist de stem van den voorzitter. De voorzitter is bevoegd deskundigen met raadplegende stem op de zittingen uit te nodigen. De voorzitter heeft het recht tegen de besluiten der kommissie verzet aan de tekenen en, door tussenkomst van het Hoofd van het burgerlijk bestuur en van de centrale Oogstkommissie, mijn beslissing in te roepen.
§ 4. De centrale Oogstkommissie heeft te bepalen welke hoeveelheden telkens van de inbeslagneming vrijgegeven en ter beschikking der bevolking gesteld mogen worden. Zij bewaakt de broodbevoorrading van de Belgische bevolking en moet inzonderheid er voor zorgen, dat van den gehelen Belgischen korenoogst van 1917, na afhouding van het vereiste zaaikoren, maandelijks niet meer dan 1/12 verbruikt wordt. Zij heeft buitendien besluiten te nemen inzake rantsoenen per kop van de bevolking, de inkoopprijzen van het gedorst koren, het malen en de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, van meel, zemelen en brood. De besluiten moeten door mij goedgekeurd worden. De centrale Oogstkommissie geeft, door tussenkomst van het Hoofd van het burgerlijk bestuur, de nodige aanwijzingen aan de provinciale Oogstkommissies ; maagpunten van zeer groot belang, onderwerpt zij vooraf aan mijn beslissing; zij bewaakt de uitvoering van haar aanwijzingen.
§ 5. De Oogstkommissie van elke provincie is belast met de maandelijkse vrijverklaring van het koren. De vrijverklaring geschiedt op grond van de statistieken; deze moeten door iedere kommissie opgemaakt en bestendig bijgehouden worden. De kommissie bewaakt de eigene en, desvoorkomend de uit andere provincies aangevoerde stapels, het in acht te nemen der vastgestelde koopprijzen het nakomen van de uitgevaardigde Verordeningen en bepalingen, evenals, over het algemeen, alle bedrijfshandelingen van het bijzonder kantoor, dat door het Nationaal Komiteit in elke provincie voor aankoop en bedeling van het inlands koren zal worden opgericht. De werkkring van dit bijzonder kantoor moet binnen den werkkring van de betrokken provinciale Oogstkommissie liggen. Zij is gerechtigd, te dien einde aan de Belgische gemeenten aanwijzingen te geven ; zij is alleen bevoegd wat betreft de onder § 4 van de Verordening over de inbeslagneming van het koren, vermelde voorschriften,
§ 6, Wie de tot de uitvoering van deze Verordening uitgevaardigde voorschriften en aanwijzingen niet nakomt, wordt gestraft overeenkomstig § 9 van de Verordening over de inbeslagneming van het koren,
§ 7, Het uitvaardigen van uitvoeringsbepalingen blijft mij voorbehouden.
Brussel, den 19n Juli 1917.
No. 872. – 22. juli 1917.
Uitvoeringsbepalingen
tot de Verordening van 19 Juli 1911 betreffende de Oogstkommissies.
I. Vaststelling van den voorraad koren.
1) De provinciale Oogstkommissies {Provinzial Ernte- Kommissionen) (Pr.-E.-K.) stellen vast, hoeveel koren {naar soorten ingedeeld) bij elke landbouwer en in elke gemeente voorhanden is.
2) De centrale Oogstkommissie (Zentral-Ernte-Kommission) (Z.-E.-K.) stelt op grond van de haar door de Pr.-E.- K. voor elke provincie aangegeven stapels en op grond van een door mij bevolen opneming van den oogst, de in het gehele gebied van het Generaal-Gouvernement voorhanden zijnde hoeveelheid koren vast.
3) Het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit mag kennis nemen van de ingezamelde gegevens.
II Aankoop van het in beslag genomen koren.
1) De prijs per 100 kgr. inlands koren mag bij den verkoop door den verbouwer voor tarwe 36 frank spelt 30 „ rogge masteluin 34 niet overtreffen. Het koren moet van goede hoedanigheid en droog zijn. Voldoet het niet aan deze voorwaarden, zo moet de prijs verlaagd worden, Kan men het niet eens worden, zo beslist het Bureau central des Récoltes,te Brussel. De hoogste prijzen gelden voor leveringen zonder zak. De verbouwer moet het koren op den spoorwegen op de dichtst bij zijnde boerderij gelegen statie, of in de dichtst bij gelegen opslagplaats van het Nationaal Komiteit leveren.
2) leder landbouwer is er persoonlijk voor verantwoordelijk, dat de bij hem vastgestelde hoeveelheid koren, met afhouding van de tot eigen gebruik en dis zaaikoren vrijverklaarde hoeveelheden, op de door de bevoegde Pr.-E.-K. bepaalde termijnen aan het Nationaal Komiteit afgeleverd wordt. Behalve den belanghebbenden landbouwer zijn al de andere landbouwers, die de gemeente bewonen, alsook de gemeente zelf, waarin de landbouwer woont, mede verantwoordelijk. Ingeval de maatregelen, welke de Pr.-E.-K. geschikt achten om het koren op te eisen, tot geen uitslag leiden, zijn de Pr.-E.-K. gerechtigd :
a) den betrokken landbouwer, of verschillende of al de landbouwers, die in de gemeente wonen, het recht te onttrekken om in het eigen verbruik te voorzien en ze voor het aanschaffen van hun voedingsmiddelen naar het Nationaal Komiteit te verwijzen. De ten gevolge daarvan vrij gekomen hoeveelheden koren zijn door de Pr.-E.-K. tegen den hoogsten prijs op te eisen.
b) Voor elk dan nog ontbrekend kilogram koren een bedrag van 1 tot 10 mark in te vorderen ten laste van den oorspronkelijk in gebreke gebleven zijnde landbouwer, of ten laste van de met hem verantwoordelijk zijnde personen of van de gemeente. De bepalingen van § 9 van de Verordening over de inbeslagneming van koren zijn toepasselijk op de naar luid van vorenstaande bepalingen verbeurdverklaarde voorraden of ingevorderde geldsommen.
3) Het Nationaal Komiteit is verplicht, al het koren, dat niet voor zaaikoren of voor eigen gebruik vrijverklaard is, ten laatste op de door de voorzitters van de Pr.-E.-K. vast- gestelde termijnen op ie kopen. Het moet het aangekochte koren naar de (opslagplaatsen en molens voeren en het aldaar opstapelen. Het Nationaal Komiteit moet het koren volgens de door mij op voorstel van de Z.-E.-K. bepaalde maalgraden, laten malen. Het moet het koren in de opslagplaatsen voor bederf bewaren. Het koren moet zoo bewaard worden, dat de stapels ten allen tijde aan een onderzoek kunnen onderworpen worden.
4) De inbeslagneming blijft tegenover het Nationaal Komiteit van kracht, Het Nationaal Komiteit is niet gerechtigd over het koren of het meel te beschikken alvorens het door de Fr.-E.-K. vrijverklaard werd. De voorzitter van de Pr.-E.-K. is gerechtigd, ter bewaking van de opneming en ter uitvoering van den opkoop al de vereiste schikkingen ie nemen.
III. Vrijverklaard van de inbeslagneming.
1) De vrijverklaring van de inbeslagneming geschiedt door de PE.-K.
2) De vrijverklaring van het zaaikoren en van het koren voor eigen gebruik geschiedt onder de volgende voorwaarden
a) Voor het vaststellen van de hoeveelheid zaaikoren per hektaar, dienen de akkervlakten uit het jaar 1917 tot grondslag ; de vrijverklaring van zaaigoed ten voordele van de landbouwers zal volgende hoeveelheden van elk soort koren omvatten : rogge 175 kgr. wintertarwe 190 ,. zomertarwe . 200 spelt 260 . masteluin 185
Ondergaat de akkervlakte van het akker jaar of verdeling van ten opzichte van het voorgaande jaar een wijziging, zo kan de betreffende landbouwer zich met een, door zijn burgemeester gewaarmerkt verzoekschrift, ten laatste tot 1 November toi de bevoegde Fr.-E.-K. wenden. Deze is bevoegd de hoeveelheid vrij te verklaren zaaigoed in overeenstemming te brengen met de voorgestelde wijziging. De Pr.’E.-K. zullen te dien opzichte nadere bepalingen uitvaardigen. Ingeval een landbouwer ter verbetering van zijn zaaikoren beter zaaigoed wenst aan te schaffen, moet hij, door bemiddeling van den burgemeester zijner gemeente, ten laatste oj) 1 November 1917 een desbetreffende aanvraag bij de bevoegde Pr.-E.-K. indienen. Verleent deze laatste haar toestemming^ dan kan de landbouwer het verlangd zaaikoren bekomen van de voor het Nationaal Komiteit vrijverklaarde hoeveelheden koren, en wel tegen een prijs die den alsdan vastgestelde hoogsten prijs uit opslagplaats of molen kan bereiken. De landbouwer moet den aangroei van zijn hoeveelheden koren van eigen voortbrengst, die ten gevolge van het bijkopen van zaaikoren in zijn bedrijf ontstaan is, aan bet Nationaal Komiteit afleveren. De Pr.-E.-K. zal den landbouwer laten weten in hoever hij, ten gevolge van den aankoop van zaaikoren, meer zal te leveren hebben aan de opkopers van het Nationaal Komiteit.
b) De ondernemers van landbouwbedrijven met een gezamenlijke akkervlakte van ten minste 1 hektaar, mogen uit hun voorraden voor de voeding van de leden van hun gezin, het personeel inbegrepen, per hoofd en per maand 7,7 kgr. tarwe, rogge en masteluin of 10,3 kgr. spelt gebruiken. De nodige hoeveelheid voor heel het jaar blijft bij de ondernemers in bewaring. Bij de toewijzing van koren voor eigen verbruik van den verbouwer moet in de eerste plaats spelt, dan masteluin en ten slotte tarwe worden vrijverklaard, in de aangeduide volgorde. De vrijverklaring van koren voor het eigen verbruik van den verbouwer, zal, behoudens afwijkende bepalingen, op 15 van elke maand in dezelfde hoeveelheden en op gelijke wijze stilzwijgend geschieden, zoals de Pr.-E.-K. het voor de eerste maal voor den tijd van 15 September tot 15 Oktober zal bepalen. De ondernemers van landbouwbedrijven met een gezamenlijke akkervlakte van minder dan 1 hektaar, mogen de in hun bedrijf verbouwde hoeveelheden koren uitsluitend voor hun eigen verbruik bezigen, maar niet verkopen. De Pr.- E.-K., die met het toezicht over het gebruik van den oogst dezer landbouwers belast zijn, zullen te dien opzichte nadere bepalingen uitvaardigen. Hetzelfde geldt voor de regeling van het arenlezen en de behandeling van de daaruit gewonnen stapels. Wanneer het aantal der in aanmerking komende personen, zoals het werd vastgesteld op grondslag rxin de uitkomsten der bij Verordening van 24 Maart 1917 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3518) bevolen opneming, in den hop van het jaar vermindert, mag ook slechts een 7iaar verhouding kleinere hoeveelheid koren worden verbruikt. Dergelijke wijzigingen moeten binnen één week ter kennis worden gebracht van den burgemeester der gemeente. Deze moet de mededeling onverwijld overmaken aan de Pr.-E.-K., die alsdan de voor het eigen verbruik van den landbouwer vrijverklaarde hoeveelheid doet wijzigen en voor het inleveren van het overschot zorg draagt.
c. De Pr.-E.-K. zullen aan elke landbouwer, die meer dan 1 hektaar akkervlakte bebouwt, afzonderlijk mededelen \ hoeveel koren hij als zaaigoed en voor eigen verbtwk mag overhouden. Al het koren, dat de landbouwer op zijn bedrijf meer verbouwt dan hem voor zaaigoed en eigen gebruik werd vrijverklaard, moet hij aan het Nationaal Hulp- en Voeding komiteit verkopen.
d) Voor het overig gestelt de ZrErK.finwene nsiemmingi met het Nationaal Komiteit, maandelijks de hoeveelheid koren of meel vast, die in elke provincie voor het verbruik vrij te verklaren is,
4) De Pr.-E.’K. verlenen het Nationaal Komiteit machtiging om over de in de provin^ie vrijverklaarde hoeveelheden koren te beschikken. Het Nationaal Komiteit moet kunnen bewijzen, uit welke stapels het de vrijverklaarde hoeveelheden afhaalt.
5) Verkoopprijzen.
1) Ik bepaal elke maand, op voorstel van de Z,’E,-K., de door het Nationaai Komiteit te berekenen verkoopprijzen voor gedorst koren, meel, zemelen en brood.
2) De Z.-E.-K. neemt den aankoopprijs van het inlands koren, alsmede den prijs van het ingevoerd koren, dien het Nationaal Komiteit haar onder overlegging van bewijsstukken moet mededelen, tot grondslag voor de door haar voorgestelde verkoopprijzen, waarbij een hij overeenkomst te bepalen opslag toegelaten is.
3) Het Nationaal Komiteit is verplicht de aankoopprijzen, onder overlegging van de bewijsstukken, mede te delen.
V. Bewakingsbepalingen.
1) De burgemeesters zijn er voor verantwoordelijk, dat op het gebied van hun gemeenten niet in strijd met de inbeslagneming gehandeld wordt.
2) De Pr.-E.-K. laten door geschikte personen nagaan, of niet onbevoegd over het in beslag genomen koren beschikt wordt en of alleen de vrijverklaarde hoeveelheden aan de verbruikers afgeleverd worden. De personen die daarmede belast zijn, moeten hun opdracht door een getuigschrijt van den voorzitter der Pr.-E.-K. kunnen bewijzen ; zij hébben te allen tijde toegang tot aile bergplaatsen, zolders en molens. om zich vaji den omvang en den toestajid der stapels, alsook van de maîiier waarop deze bewaard zijn, te kunnen overtuigen.
3) Het Nationaal Komiteit moet boekhouden over den aankoop het vervoer en de berging van de aangekochte hoeveelheden koren, evenals over het malen en over de stapels meel en zemelen. De boeken moeten juiste aangiften bevatten over al wat binnenkomt en uitgaat en te allen tijde een klaar overzicht geven over de binnen de verschillende omschrijvingen voorhanden zijnde stapels en over de wijzigingen die daaraan werden toegebracht.
4) Op dezelfde wijze moet worden boekgehouden over de gezamenlijke uitgaven, welke door aankoop, vervoer, berging, malen en verdelen of door andere oorzaken ontstaan. De boeken moeten ook doorlopend de ontvangsten voortkomend van den verkoop van gedorst koren, van meel, zemelen oj door andere oorzaken ontstaan, bevatten.
5) Over de aangekochte en aan de opslagplaatsen, molens, enz, voortgeleverde hoeveelheden koren moeten bijzondere lijsten opgemaakt worden, die de soort koren, het gewicht, den eenheidsprijs en het betaald bedrag dienen te vermelden. Van deze lijsten moet een afschrift aan de verkopers en een aan de Pr.-E.-K. afgeleverd worden.
6) Het Nationaal Komiteit moet verder den 15n en den laatste van elke maand gezamenlijke lijsten over al de binnen de betreffende provincie aangekochte en aan de opslagplaatsen, molens, enz. geleverde hoeveelheden koren, volgens gemeenteomschrijvingen gerangschikt, in twee exemplaren bij de Pr.-E.-K. inleveren. De opslagplaatsen moeten daarop aangeduid staan. De Pr.-E.-K. moet nagaan, of de gezamenlijke lijsten met de afzonderlijke (zie nummer S) overeenkomen. De Pr.-E.-K. levert een afschrift van de gezamenlijke lijsten aan de Z.-E.-K., die deze lijsten in een daartoe bestemd boek zal inschrijven.
7) De Z.-E,-K, bepaalt in overeenstemming met het Nationaal Komiteit de bij het boekhouden in acht te nemen grondslagen, evenals de bijzonderheden over vorm en inhoud van de ter bewaking dienende lijsten. Zij neemt in elk afzonderlijk geval de vereiste maatregelen voor de uitvoering van de gehele bewaking, 8) Het Nationaal Komiteit is verplicht, te allen tijde de over den aankoop, het vervoer en de herging gehouden boeken en lijsten, evenals de over de ontvangsten en uitgaven gehouden hoeken te laten inzien en de juistheid er van te laten onderzoeken. De Z.-E.-K. is belast met de bewaking.
VI. Overschotten.
De overschotten die het Nationaal Komiteit hij den aan en verkoop van koren overhoudt, moeten ter beschikking van de bestendige afvaardigingen gesteld worden, naar verhouding van de in elke provincie voor het verbruik vrijverklaarde hoeveelheden koren of meel {nr III. 3) ; deze overschotten zijn voor menslievende doeleinden binnen de provincies te gebruiken.
VII. Slotbepaling. De beheerkosten van de Z.-E.-K. en van de Pr.-E.-K, worden beschouwd als staatsuitgaven. Brussel 19 juli 1917,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s