5 juli 1917 donderdag Sint Niklaas

Nieuwe aardappelen mogen enkel den 9 juli gestoken worden.
’t Rantsoen aardappelen is dit jaar door de Duitschers bepaald op 300 gram per hoofd en per dag.

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918
tot en met 09-07-1917 geen nieuws overgeschreven uit NRC
verordeningen

No. 365. – 5. juli 1917.
Bekendmaking. ***
Zijne Majesteit de Keizer heeft bij Allerhoogste Kabinetsbevel uit het Groot Hoofdkwartier, in dato 14 juni 1917, den groothertogelijk Badischen Oberamtmann Schaible, tot Hoofd van het burgerlijk bestuur {Verwaltungschef} voor het Vlaams bestuurlijk gebied, met zetel te Brussel, den koninklijk Pruisische Landrat Haniel, tot Hoofd van het burgerlijk bestuur voor het Waals bestuurlijk gebied, met zetel te Namen, en den koninklijk Pruisische Geheimen Ober-Finanzrat L Pochammer tot leider van de Afdeling van Financiën {Leiter der Finanzabteilung) bij den Generaalgouverneur in België, met zetel te Brussel, benoemd. De hiervorengenoemde overheden alsmede de Afdeling voor Handel en Nijverheid {Abteilung fur Handel und Gewerbe) bij den Generaalgouverneur in België zijn, te rekenen van den dag der uitvaardiging van deze bekendmaking 6claM met de uitoefening van de ambtsverrichtingen tot dusver waargenomen door het Hoofd van het burgerlijk bestuur bij den Generaalgouverneur in België. De koninklijk Wurtembergse ministeriebestuurder Dr. von Kôhler te Brussel, is de leider van de Afdeling voor Handel en Nijverheid,
Brussel den 4n Juli 1917,

 

No. 365. – 5. juli 1917.
Verordening ***
betreffende de maten en gewichten.
Krachtens artikel 22 der wet van 1 oktober 1855 op de maten en gewichten, toordi ter aanvulling van de bestaande algemene regeling inzake de samenstelling en den vorm der handelsgewichten, het navolgende verordend :
Enige paragraaf.
De cilindrische gewichten met knopje, begrepen in de wettelijke reeks van af het gram tot het kilogram, en de zeshoekige gewichten, begrepen in de wettelijke reeks van af het half hectogram tot het dubbel kilogram, voor de vervaardiging derwelke het gebruik van geelkoper en gietijzer toegelaten is, mogen insgelijks vervaardigd worden uit zinkmengsels, behorende tot de reeks der „harde zinksoorten” en die te dien einde door den Dienst der Maten en Gewichten aangenomen zijn.
Onder bijzondere omstandigheden, namelijk wanneer men zich geen hard zink kan verschaffen, kunnen de belanghebbende vervaardigers door den Dienst der Maten en Gewichten tijdelijk gemachtigd worden, die mengsels door gewoon zink van eerste of tweede smelting te vervangen. De onder die omstandigheden vervaardigde gewichten moeten, als onderscheidingsmerk, de letter Z dragen. Bij gebrek aan zink, of wanneer dit metaal te duur wordt, kan de Dienst der Maten en Gewichten zink voor de cilindrische gewichten door ijzer of staal laten vervangen. De voorschriften nopens cilindrische gewichten uit koper met knopje en de zeshoekige gewichten uit gietijzer, zijn onderscheidenlijk van toepassing op de cilindrische gewichten met knopje uit mengsels van hard zink, uit ijzer of uit staal, en op de zeshoekige gewichten uit mengsels van hard zink of uit gewoon zink. De voorschriften betreffende de loodrechte afmetingen, zijn echter in dier voege toe te passen, dat de hoogte van het lichaam der gewichten in zulke mate dient gewijzigd te worden, als door het verschil der dichtheid is opgelegd.
Brussel, den 20n juni 1917.

 

No. 365. – 5. juli 1917.
Beschikking.
De heer Dr. phil. René de Clercq is tot konservator van hei Wiertz-museum te Brussel benoemd. Zijn jaarwedde vastgesteld op 6000 frank.
Brussel, den 28n juni 1917.

 

No. 365. – 5. juli 1917.
Verordening ***
betreffende het getuig van rijtuigen en de uitrustingen van rijpaarden.
Art L Al de voorraden aan getuig van rij- en vrachtvoertuigen, alsook de uitrustingen van rijpaarden {zadels, tomen, enz.), die op 20 Juli 1917 in het gebied van het Generaal-Gouvernement voorhanden zijn, moeten ten laatste op 30 Juli 1917 hij de ,,Kreischefs” {Commandanten) aangegeven worden.

Art. 2. Al de personen en firmas, die de hierboven bedoelde voorwerpen in bewaring of in gebruik hebben, om het even of zij er eigenaar van zijn of niet, moeten er aangifte van doen. De gemeenten moeten van de aangiften een gezamenlijke lijst opmaken en deze binnen den bepaalden termijn aan de „Kreischefs” (Commandanten) doen toekomen.

Art. 3. De aangiften zijn op de voorgeschreven formulieren in te vullen. Deze formulieren zijn bij den bevoegden „Kreischef’ kosteloos verkrijgbaar gesteld.

Art. 4. Het legerbestuur is gerechtigd de hiervoren bedoelde voorwerpen aan te kopen.

Art. 5. Het is verboden bedoelde voorwerpen anderszins af te gaan.

Art. 6. Van deze voorwerpen mag verder hetzelfde gebruik als voorheen worden gemaakt. De bezitter is evenwel verplicht ze tot nader bericht te bewaren en ze zorgvuldig te behandelen.

Art. 7. Wie de voorschriften van deze Verordening overtreedt, wordt, zover een andere strafwet geen zwaarder straf voorziet, met ten hoogste 1 jaar gevangenis en ten hoogste 20.000 mark boete, of met één van deze straffen gestraft. Bovendien kan de verbeurdverklaring van de voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft, uitgesproken worden ; in geval van opzettelijke overtredingen moet de verbeurdverklaring worden uitgesproken. De poging tot overtreding is strafbaar.

Art. 8. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 30n juni 1917.
affiche uit de collectie KOKW
19170615 Protestopmaking terugtrekken banktegoeden