23 october 1916 maandag Sint Niklaas

Van heden af krijgen alle kinderen der stadsscholen of lagere of aangenomen bewaarscholen enz, alle namiddagen gratis eene teljoor soepe met eenen koek. Deze soep wordt op Janssen fabriek in de Hofstraat gemaakt door Dhr Landsman uit de Statiestraat.
Mama gaat naar Antwerpen, Albert betert. (onderlijnd)

zie ook
http://www.oorlogsdagboek.org/

overgeschreven door Raphael uit NRC

No. 267. — 20. OKTOBER 1916.
Beschikking betreffend de voertaal in de door den Staat ondersteunde avondscholen. Betreffend de voertaal in de avondscholen, die krachtens de ministeriële beschikking van 21 september 1998 (Moniteur belge, nr. 265, bl. 4050) door den Staat worden ondersteunt, worden in aansluiting aan de bepalingen van artikel 20, lid 1 en 2, nit de wet van 15 Juni 1914 op het lager onderwijs de volgende schikkingen genomen:

Art. 1. In de avondscholen wordt het onderwijs in de moedertaal der leerlingen gegeven; in de bijzondere leergangen kan het onderwijs in alle of in enkele vakken niet alleen in de moedertaal, maar tegelijkertijd ook in een van de beide andere landstalen gegeven worden..

Art. 2. Als moedertaal van den leerling geldt de taal, waarin hij op de lagere en de middelbare school onderwijs genoten heeft. Het hoofd der avondschool is verplicht, bij het inschrijven van den leerling het overleggen van een getuigschrift over de voertaal te verlangen. Kan de leerling zulk getuigschrift niet overleggen, zoo stelt het schoolhoofd, na den leerling te hebben onderzocht vast, welke taal als moedertaal van den leerling zal gelden. De leerling en, zo hij minderjarig is, ook zijn ouders hebben het recht, bij het schooltoezicht verzet aan te teken en tegen de beslissing van het schoolhoofd. De moedertaal van elke leerling moet op de lijst der leerlingen aangeduid zijn.

Art. 3. De schoolopziener moet de school bezoeken en daarbij, zoverre nodig, het schoolhoofd raadplegen, de getuigschriften inzien en de leerlingen ondervragen, om zich te overtuigen, dat de vaststelling van de moedertaal nauwgezet is geschied. Over bezwaren gevallen moet aan den hoofdopziener verslag gegeven worden.

Art. 4. De beslissing die betreffend de moedertaal genomen is, blijft zolang geldig, als de leerling een door den Staat ondersteunde avondschool bezoekt.

Art. 5. Zijn er voor een leergang, afgezien van de onder artikel 1, lid 1 voorziene tweetalige leergangen, leerlingen met verschillende moedertaal ingeschreven, zoo moet het onderwijs in de taal van de meerderheid der leerlingen gegeven worden. Het is verboden, leergangen, klassen of afdelingen met dubbele voertaal in te richten. Wanneer, in Groot-Brussel en in de gemeenten aan de taalgrens in een leergang met 2 klassen ten minste 40 ten honderd, met 3 klassen ten minste 30 ten honderd, met meer dan 3 klassen ten minste 15 ten honderd, van het gezamenlijk aantal leerlingen een andere taal tot moedertaal heeft dan die welke als voertaal van den leergang geldt, dan moet voor die minderheid een bijzondere klas worden ingericht. In de overige gewesten zal men, in gelijke omstandigheden, zover doenlijk een zelfde regeling treffen. In het gebied van Groot-Brussel en der gemeenten aan de taalgrens zal men zich richten naar de beschikkingen van 18 maart 1916 (W. en V. nr. 192, bl. 1791) en van 29 April 1916 (W. en V. nr. 208 bî. 2089} van het Hoofd van het Burgerlijk Bestuur bij den Generaalgouverneur in België (Verwaltungschef).

afbeelding Belgisch dorp interneringsgroep Scheveningen uit de Prins

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s