8 september 1914 dinsdag Sijsele

We vertrekken om 6 uur ’s morgens uit Eeklo naar Sijsele. Om 6 u 30 uur komen wij er aan. Wij eten er op eigen kosten, want we kunnen er met moeite een boterham krijgen. Zo een arme gemeente heb ik nog nergens gezien: twee rijen kleine huisjes langs weerskanten van twee lange straten en een nogal mooie kerk. Stuurse mensen. Zie twee Belgische vliegtuigen. Enfin hier is niets te krijgen en de burgerwachten zullen maar zelf hun kost gereed te maken. De school dienst als restaurant: sommige schillen aardappelen, anderen koken de soep.
Om 1 uur is alles klaar en soep en aardappelen worden met de gamel gehaald en smakelijk opgegeten. A la guerre comme à la guerre: het vlees was wat taai, doch de soep eerste klas. Om 16 uur vertrekken wij en komen om 19 uur in Brugge aan. Aan het station van Brugge zie ik Leon Lentacker: hij heeft met de slag van Melle meegevochten, zegde hij mij. Het was de eerste maal en ongelukkiglijk zijn onze vrijwilligers daar moeten gaan lopen. Leon stak het op de burgerwachten van Brussel die hun kanonnen in de steek lieten. Ik drink een glas bier met hem en overhandig hem vijf frank.

De communicatie met Sint-Niklaas is verbroken, zeggen zij ons in de post. Onnodig dus brieven te zenden. Het is ondertussen 19 uur en we gaan te voet naar Sint-Andries waar wij in het donker aankomen en met ons zessen ingekwartierd worden bij de heer

Van Hauwert-Splentele, boomkweker.

Ik slaap in de voorkamer op een zetel, de anderen ook in een zetel, 1 op de vloer en 2 in een bed.

Slaap nog al goed in mijn zetel. We worden anders goed ontvangen bij die mensen en krijgen er goed te eten. Brave mensen – het lijkt een rijke boomkweker te zijn.

NRC niets genoteerd (ik veronderstel dat hij vaak geen dagblad had)